Jaarverslag

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Het jaar 2023 was voor de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) wederom een druk jaar. De vele thema’s die verbonden zijn aan een veilige, schone en duurzame leefomgeving, staan onder grote maatschappelijke belangstelling. De werkdruk bij onze dienst is fors en de dynamiek groot. De OMWB blijft onverminderd deze belangrijke onderwerpen aanpakken en professionaliseert zich gaandeweg. De dienst sluit het boekjaar 2023 af met een positief financieel resultaat van € 1,6 miljoen, grotendeels veroorzaakt door lagere kosten. Daarnaast zien we dat we onze werkprogramma's niet geheel gehaald hebben, onder meer door onvolledige bezetting en het inwerken van nieuwe medewerkers. Gedurende het jaar hebben we daarover in goed overleg met onze deelnemers keuzes gemaakt over de prioriteiten. Wat ook opvalt is dat er door medewerkers veel verlof is gekocht en deels ook is opgenomen (meer dan andere jaren). Dit beïnvloedt uiteraard het aantal beschikbare declarabele uren van medewerkers. 

De krappe arbeidsmarkt, de vergrijzing en de toenemende vragen van onze opdrachtgevers dwingen ons als organisatie om ons nog meer in te spannen om goed opgeleid en competent personeel te werven. Daarnaast investeerden we het afgelopen jaar in trajecten voor trainees. We mikken op een jonge doelgroep om een evenwichtige balans in onze organisatie te creëren, zonder oog te verliezen voor de rol van de ervaren krachten. 

Het streven naar datagestuurd werken is één van de speerpunten bij de doorontwikkeling van de OMWB naar een professionelere organisatie. Hoe beter het ons lukt om data te vertalen naar waardevolle informatie en inzichten, hoe beter we kunnen bijdragen aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. We zullen de komende jaren dan ook blijven investeren in de juiste kennis, competenties en (ICT-)structuren. Een belangrijke stap in deze ontwikkeling was in 2023 de overgang van het bestaande Vergunning-, Toezicht- en Handhavings- (VTH) systeem, Squit, naar een nieuw systeem: RxMission. Dit stelt ons in staat om conform de Omgevingswet te werken en gegevens beter en gerichter op te slaan. Ook de geconstateerde tekortkomingen ten aanzien van de archivering kunnen we hiermee beter aanpakken. Deze overgang heeft veel (voorbereidings-)tijd en capaciteit gekost. 

Ook de eerste externe visitatie, voortvloeiend uit het Interbestuurlijk Programma (IBP), was een mijlpaal en de start van een nieuwe systematiek. Dit leverde nuttige aanbevelingen waar we ons voordeel mee kunnen doen bij de verdere doorontwikkeling. 

Inhoudelijk speelde er in 2023 een aantal belangrijke zaken die te maken hebben met de transities klimaat en energie. Daarnaast blijft het stikstofdossier veel energie en capaciteit vragen. Ook het PFAS-dossier en Zeer Zorgwekkende Stoffen moeten genoemd worden. Het zijn ingewikkelde vraagstukken in een complexe politiek-bestuurlijke en maatschappelijke omgeving. In programmadeel 1 en 2 van dit document wordt op deze onderwerpen verder ingegaan.

Ook hebben we in 2023 belangrijke stappen gezet om de organisatie verder door te ontwikkelen. Met het programma 'Van goed naar beter' stroomlijnen we onze processen, zodat we efficiënter kunnen werken. Inmiddels zijn we bezig ons interne kwaliteitssysteem op te bouwen, in samenhang met een (terugkerende) directiebeoordeling. Het cultuur- en leiderschapstraject is in 2023 afgerond, inmiddels zijn de eerste stappen gezet om de geleerde lessen en werkwijze goed in de organisatie te borgen. 

De afgelopen periode heeft de OMWB veel tijd en capaciteit gestoken in de (regiobrede) voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Belangrijk daarbij was de bestuurlijke afspraak in ons Algemeen Bestuur om de implementatie van de Omgevingswet zo veel mogelijk gezamenlijk ter hand te nemen. 

Naast dit jaarverslag en deze jaarrekening verantwoorden wij ons aan onze deelnemers via de jaarlijkse werkprogramma’s en de termijnrapportages. Gezamenlijk vormen deze documenten de basis voor het geven van inzicht en verantwoording.

Alfred Arbouw
Algemeen directeur OMWB

Portretfoto van Alfred Arbouw, Directeur Omgevingsdienst Midden- en West Brabant

Het resultaat 2023

Terug naar navigatie - Het resultaat 2022

Het voordelige resultaat 2023 bedraagt € 1.643.000 (2022: € 583.000).

Bestemming resultaat
Bij de vaststelling van de jaarrekening 2023 wordt aan het Algemeen Bestuur een voorstel gedaan voor de bestemming van het resultaat.

Toelichting op het resultaat 2023

Terug naar navigatie - Toelichting op het resultaat 2023

Het jaarrekeningresultaat 2023 laat een positief resultaat zien van € 1.643.000. Het operationele resultaat 2023 bedraagt € 2.550.000. Het verschil tussen het jaarrekeningresultaat en operationeel resultaat (€ 907.000) wordt veroorzaakt door de dotatie aan de voorziening verlofrechten (€ 742.000), aanvullende dotatie aan de egalisatiereserve meetstations ten opzichte van de begroting (€ 8.000) en reserveringen voor verplichtingen aan medewerkers in 2024 (€ 156.000).

Het positieve operationele resultaat van € 2.550.000 wordt voornamelijk gerealiseerd doordat de besteding van kosten achter blijft bij de begroting. Daarnaast zijn enkele kostenbudgetten niet aangesproken, waarmee in de begroting wel rekening wordt gehouden. Tenslotte zorgen niet-begrote baten als rente, detacheringsopbrengsten en de restitutie fee FWB voor een positief effect. Hieronder treft u een overzicht aan per onderdeel met daarna een toelichting op de voornaamste voor het jaarrekeningresultaat 2023 ten opzichte van de begroting 2023 na wijzigingen. 

Niet gerealiseerde kostenbudgetten

In de tabel hieronder worden de 'Niet gerealiseerde kostenbudgetten' weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel.

Nr. Rubriek Bedragen in euro
1.  Reiskosten 68.000
2.  Overige personele kosten 628.000
3.  Huisvesting & Organisatie 409.000
4.  Onderzoek & Analyse 231.000
5.  Onvoorzien 150.000
   Subtotaal 1.486.000

1)    Reiskosten en thuiswerkvergoeding
Door verminderde aanwezigheid op kantoor is er sprake van lagere reiskosten; waarmee een voordeel is gerealiseerd van € 68.000. Hiertegenover staan de kosten voor thuiswerkvergoeding (€ 63.000), welke zijn opgenomen onder de ‘Overige personele kosten’. 

2)    Overige personele kosten
Op ‘Overige personele kosten’ is een onderbesteding gerealiseerd van in totaal € 628.000. De voornaamste posten hiervoor verantwoordelijk betreffen het ontbreken van mobiliteitstrajecten in 2023 (€ 290.000), het niet volledig aanspreken van het budget voor ‘Opleiding en vorming’ (€ 178.000) en lagere gerealiseerde kosten voor ‘Organisatieontwikkeling’ dan begroot (€ 266.000).

3)    Huisvesting en organisatie
De kosten van ‘Huisvesting en organisatie’ zijn € 409.000 lager dan begroot. Deze onderbesteding is vooral toe te schrijven aan lagere uitgaven voor advies (onderdeel van de post Algemeen beheer). De sub-rubrieken ‘Huisvesting en facilitaire kosten’, ‘Tractiekosten’ en ‘Automatisering’ kennen marginale voordelen. 

4)    Onderzoek en analyse
Op de kosten van ‘Onderzoek en analyse’ is een voordeel gerealiseerd van € 231.000. Dit betreft de kosten die corresponderen met de opbrengsten van doorbelaste kostenfacturen die binnen Programma 4 (‘Buiten werkprogramma’) vallen. Deze kosten hebben een resultaatneutraal effect. 

5)    Onvoorzien
In de begroting is een bedrag van € 150.000 voor onvoorziene kosten opgenomen. In 2023 is dit bedrag niet aangesproken. Dit levert een voordeel van € 150.000 ten opzichte van de begroting op.

Niet begrote opbrengsten

In de tabel hieronder worden de 'Niet begrote opbrengsten' weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel.

Nr. Rubriek Bedragen in euro
1.  Detacheringsinkomsten 142.000
2.  Rentebaten 499.000
3.  Diverse baten en vennootschapsbelasting 72.000
   Subtotaal 713.000

1)    Detacheringsopbrengsten
De detacheringsopbrengsten voor uitleen van personeel bedragen € 142.000. Deze opbrengsten worden niet begroot aangezien ze niet of nauwelijks zijn in te schatten. 

2)    Rentebaten
De OMWB heeft rentebaten ontvangen voor een bedrag van € 499.000. In eerdere jaren heeft de OMWB geen rentebaten ontvangen en conform de bestendigde gedragslijn zijn deze opbrengsten niet begroot. Omdat verwacht wordt dat de baten een structureel karakter gaan krijgen, zijn voor 2024 rentebaten in de begroting 2024 opgenomen.

3)    Diverse baten 
Onder de ‘Diverse baten' van € 65.000 is voornamelijk een bedrag van € 64.000 inzake ‘Restitutie Fee 2022’ opgenomen; ontvangen van het Mobiliteitscentrum West-Brabant. Aangezien deze ontvangsten moeilijk zijn in te schatten en over de jaren fluctueren, worden deze niet in de begroting meegenomen. Daarnaast zijn kosten vennootschapsbelasting lager uitgevallen dan begroot, wat per saldo een voordeel ten opzichte van de begroting oplevert van € 7.000.

Personele inzet Primair proces

In de tabel hieronder wordt de 'Personele inzet Primair proces' weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel.

Nr. Rubriek Bedragen in euro
1. Baten Werkprogramma -2.932.000
  Baten Buiten Werkprogramma 1.597.000
  Baten SPUK-gelden -1.115.000
  Subtotaal -2.450.000
2. Lonen en salarissen 1.629.000
3. Inhuur 919.000
   Subtotaal 98.000

1)    Baten 
De opbrengsten binnen het werkprogramma zijn € 2.932.000 lager dan begroot. Ook de opbrengsten van de Specifieke Uitkeringen lopen achter op de begroting en zijn € 1.115.000 lager; voornamelijk als gevolg van het niet kunnen invullen van de specifieke vacatureruimte. De opbrengsten buiten werkprogramma zijn daarentegen hoger dan begroot (€ 1.597.000). Per saldo is € 2.450.000 minder omzet gerealiseerd dan begroot.  

Declarabele uren 
In totaliteit zijn 341.000 declarabele uren gerealiseerd in 2023 (realisatie 2022: 332.200 uur). Per fte bedraagt dit circa 1.255 uur (norm 1.300 uur).  

De declarabiliteit heeft in 2023 door diverse oorzaken onder druk gestaan. Zo zijn er veel uren besteed aan het inwerken van nieuwe medewerkers en verbeteringen van interne processen en systemen. Ook zijn veel uren besteed aan opleidingen ten behoeve van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de implementatie van ‘Rx.Mission’. De totale besteding van concernuren blijft over 2023 evenwel binnen de gestelde norm. Daar staat tegenover dat er meer verlof is opgenomen dan waarmee in de berekening van de declarabiliteitsnorm rekening is gehouden. 

2)    Lonen en salarissen
Het verschil in de post ‘Lonen & salarissen’ wordt vooral veroorzaakt door het groeiende takenpakket in relatie met de krapte op arbeidsmarkt. Hierdoor konden functies niet (tijdig) ingevuld worden. 

3)    Kosten voor inhuur van derden
Gelijk aan de toelichting onder ‘Lonen en salarissen’ zorgt het toegenomen takenpakket in relatie tot de beschikbaarheid van deskundige inhuurkrachten voor een onderuitputting van de begroting.  

Contributiemarge
Als contributiemarge wordt het verschil tussen het gemiddelde (nacalculatorisch) verkooptarief en het ‘inkooptarief’ van personeel gehanteerd. Het verkooptarief is ten opzichte van 2022 toegenomen met 8% (2022: € 99,18 en 2023: € 107,14). Vergeleken met de ‘inkoopkosten’ van eigen personeel bedraagt de contributiemarge € 62 en voor inhuur € 30. De kosten zijn met 5% (eigen personeel) respectievelijk 4% (inhuur) toegenomen en daarmee minder dan het verkooptarief. Aanname was dat met name de kosten van inhuur per uur een grotere toename zouden kennen dan uiteindelijk geëffectueerd. 

Personele kosten Bedrijfsvoering

In de tabel hieronder worden de afwijkingen van de 'Personele kosten Bedrijfsvoering' ten opzichte van de begroting weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel.

Nr. Rubriek Bedragen in euro
1.  Lonen en salarissen 631.000
2. Inhuur 139.000
   Subtotaal 770.000

1)    Lonen en salarissen
De kosten voor eigen personeel van de afdeling Bedrijfsvoering vallen € 631.000 lager uit dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door het niet (tijdig) invullen van vacatures lopende het jaar en door de gehanteerde begrotingssystematiek; de salariskosten van medewerkers worden begroot op het maximum van de schaal. Vanaf 2024 wordt de werkelijke salarisschaal van medewerkers als uitgangspunt voor de begroting gehanteerd.

2)    Kosten voor inhuur van derden
De kosten voor inhuur van derden bedragen € 139.000 lager dan begroot. Enerzijds zijn lagere indexaties met inhuurbureaus overeengekomen, anderzijds is voor sommige functies eigen personeel geworven en daarmee minder/ geen inzet van inhuurkrachten nodig.  

Overig

Nr. Rubriek Bedragen in euro
1.  Van goed naar beter -478.000
2. Diverse lasten -39.000
   Subtotaal -517.000

1)    Programma ‘Van goed naar beter’
In de begroting is een besparing van € 478.000 opgenomen in het kader van het project ‘Van goed naar beter’. Deze post is niet verder naar begrotingsposten gespecificeerd, maar komt wel in de diverse begrotingsposten tot uiting in een lagere realisatie van kosten. 

2)    Diverse lasten 
Het saldo op de diverse lasten betreft voornamelijk het negatieve resultaat SSIB over 2023 voor een bedrag van ongeveer € 17.000 en de BTW-bijtelling voor privégebruik van de bedrijfsauto's voor een bedrag van afgerond € 14.000. 

Programmaverantwoording

Terug naar navigatie - Inleiding

In dit hoofdstuk wordt per onderdeel toegelicht wat de OMWB heeft gerealiseerd in relatie tot de begroting. Aan het einde van ieder deelprogramma staan de baten vermeld. De programmalasten worden op totaalniveau verantwoord; hiervoor verwijzen we u naar de paragraaf 'Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2023'.

Terug naar navigatie - Basistaken, verzoektaken en collectieve taken

Basistaken, verzoektaken en collectieve taken
In de gemeenschappelijke regeling hebben de deelnemers afgesproken dat in de P&C-cyclus onderscheid gemaakt wordt tussen basis- en verzoektaken. De OMWB werkt met vier deelprogramma’s: basistaken (programma 1), verzoektaken (programma 2), collectieve taken (programma 3) en de overige exploitatielasten en -baten (programma 4). Programma 1 en 2 worden in de volgende paragrafen inhoudelijk toegelicht. Programma 3 kent een afzonderlijke inhoudelijke verantwoordingscyclus met bijbehorende documenten. In programma 4 zijn de werkzaamheden ondergebracht die buiten voorgaande programma’s vallen. Het gaat hierbij om de levering van producten en diensten aan zowel deelnemers als niet-deelnemers. De inhoudelijke verantwoording van programma 4 vindt tegelijkertijd met het leveren van de dienst of het product plaats en is daardoor niet opgenomen in dit hoofdstuk.

Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken)

Terug naar navigatie - Inleiding

Programmadeel 1 bestaat uit de wettelijke taken op het terrein van milieu, de zogenaamde VTH-milieutaken. In opdracht van bevoegde gezagslichamen voert de OMWB voor de deelnemers de volgende taken uit:

  • Vergunningverlening op het gebied van milieu (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca,  en asbest(melding));
  • toezicht op het gebied van milieu (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca, Seveso en asbest); 
  • klachtenbehandeling en repressieve handhaving (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca, evenementen en Seveso);
  • niet-inrichtinggebonden taken: asbest-, bodem- en ketengericht milieutoezicht;
  • energiecontroles en beoordelingen.

Net als andere jaren vormden in 2023 de werkprogramma’s van gemeenten en provincie en de afspraken met de andere Brabantse omgevingsdiensten het uitgangspunt van het ‘gelijke speelveld’. De afspraken voor de landelijke uitvoering van Seveso- en VTH-taken van de gezamenlijke Seveso-omgevingsdiensten vormen de basis voor dit programmadeel.

Vergunningverlening

Terug naar navigatie - Vergunningverlening

De instroom van vergunningaanvragen is eind 2023 toegenomen. Oorzaken hiervan waren het Provinciaal beleid en de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. De verwerking en de doorlooptijden van de vergunningen stonden onder druk, mede door krapte op de arbeidsmarkt. Het was moeilijk en soms onmogelijk om bepaalde functies in te vullen door mensen met de juiste kennis en ervaring. Het aannemen van minder ervaren mensen vroeg om extra inwerktijd en dat ging ten kosten van de productie.   

Terug naar navigatie - Vergunningverlening Agrarisch

Vergunningverlening Agrarisch
Inmiddels is de hausse aan vergunningaanvragen voor veehouderijen ten gevolge van provinciaal beleid gekomen. Vlak voor 1 oktober 2023 zijn ongeveer zestig aanvragen en meldingen ingediend. Dit ondanks de onduidelijkheid over de toepasbaarheid van emissiearme stalsystemen door jurisprudentie, het rapport van Wageningen University & Research (WUR) over de systematiek van de Regeling ammoniak en veehouderij (RAV), de kamerbrief van minister Van der Wal en aanvullende onderzoeken van de WUR over onzekerheden in emissies uit emissiearme stalsystemen. Debet hieraan is de door het provinciaal bestuur opgelegde deadline voor het voldoen aan stengere eisen met betrekking tot emissiearme stalsystemen van 1 juli 2024. Aanvragen ingediend voor 1 oktober 2023 zullen voor natuur behandeld worden volgens de toen geldende emissie-eisen en zullen coulant behandeld worden in het kader van toezicht en handhaving. Door het stikstofvraagstuk, de wijzigingen in beleid en regelgeving en de relatie met vergunningen in het kader van de Wet natuurbescherming is de complexiteit van procedures toegenomen. Dit vraagt om extra capaciteit en deskundigheid. Daarnaast zijn eind 2023 nog meerdere aanvragen ingediend om daarmee nog onder het regime van de Wabo te vallen. Tegelijkertijd ligt de Wnb-vergunningverlening door de provincie nagenoeg stil in afwachting van een handreiking van het Rijk over het toetsen van een Passende Beoordeling voor emissiearme stalsystemen. Het Rijk heeft inmiddels nieuwe beëindigingsregelingen opengesteld. Dit zal vermoedelijk leiden tot het stoppen van een aantal bedrijven met bijbehorende intrekkingsprocedures. 

Terug naar navigatie - Vergunningverlening Afvalverwerking

Vergunningverlening Afvalverwerking
In 2023 is de werkdruk bij vergunningverlening voor afvalwerkende bedrijven nog steeds erg hoog. Deels door ziekteverzuim, maar ook door het niet kunnen invullen van een openstaande vacature. Begeleiding van nieuwe instroom van collega's draagt in eerste instantie niet bij aan een verlaging van de werkdruk. Ook de aanloop naar de Omgevingswet en nieuwe vraagstukken vanuit de circulaire economie zijn items die drukken op de output van het cluster afval. Op juridisch vlak wordt een flink beroep gedaan op de juristen om te anticiperen op de aankomende wijzigingen vanuit de Omgevingswet. De extra inspanning om brandbaar afval op stortplaats De Spinder in Tilburg te bufferen, als gevolg van de brand bij AVR, wordt zeer gewaardeerd vanuit de gemeente Den Haag, maar zorgt ook voor 'verdringing' van werkzaamheden. Daarnaast vraagt de mestvergister op De Spinder veel extra inspanning, vanwege het verzet vanuit onder andere de gemeente Tilburg en de Brabantse Milieu Federatie. Dit duurt ook in 2024 nog voort. 

Terug naar navigatie - Vergunningverlening Circulaire economie

Circulaire economie
 De transitie naar een circulaire economie (CE) vereist een omschakeling van een lineaire naar een circulaire keten voor grond- en afvalstoffen. Dit betekent dat hoogwaardiger moet worden omgaan met grond- en afvalstoffen, wat gevolgen heeft voor bedrijven die hun bedrijfsvoering en vaak ook hun vergunningen moeten aanpassen. Dit raakt direct aan de kerntaak van de dienst. 

Terug naar navigatie - Vergunningverlening bodem en gesloten bodemenergiesystemen (gBES)

Vergunningverlening bodem en gesloten bodemenergiesystemen (gBES)
In 2023 bleef de vraag naar vergunningverlening voor bodemsaneringen onder de Wet bodembescherming (Wbb) in de provincie Noord-Brabant en de gemeenten Tilburg en Breda groot. Vooral in de laatste weken van het jaar, voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, ontving de OMWB een behoorlijk aantal meldingen. Dit kwam voort uit de dieptebeperkingen die in 2024 van kracht worden.  Initiatiefnemers probeerden, door hun melding voor 1 januari 2024 in te dienen, deze beperking te omzeilen.  Veel van deze meldingen waren onvolledig ingediend, dit leidt ertoe dat we vaak om aanvullende gegevens moeten vragen, wat waarschijnlijk zal resulteren in een langere beoordelingstijd.

Bovendien merken we een toename in het aantal complexere meldingen, waarbij meerdere systemen tegelijk worden aangemeld. We behandelen deze meldingen voor 24 van de 25 gemeenten in ons werkgebied en registreren de systemen in het Landelijk Grondwater Register. Daarnaast hebben we namens de gemeenten meer dan driehonderd vragen over gBES-systemen beantwoord.

Terug naar navigatie - Vergunningverlening Brzo-bedrijven

Vergunningverlening Seveso-bedrijven (voorheen Brzo-bedrijven)
In 2023 is er een aanzienlijk aantal aanvragen voor revisievergunningen ingediend, deels als voorbereiding op de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt. Het aantal uitgevoerde uitgebreide procedures kwam overeen met de jaarprognose, wat betekent dat een groeiend aantal bedrijven nu beschikt over volledig geactualiseerde vergunningen. Voor de meest complexe Seveso-bedrijven vond periodiek overleg plaats om relevante bedrijfsontwikkelingen en wet- en regelgeving te bespreken.

Hoewel de programmatische aanpak is gevolgd, konden door de reguliere stroom aan vergunningaanvragen niet alle geplande actualisatietoetsen in 2023 worden uitgevoerd. 

De OMWB werkte, net als in 2022, mee aan het project Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV) van de provincie Zuid-Holland, dat bestaat uit verschillende deelprojecten. In 2023 droeg de OMWB actief bij aan de projecten over kwaliteitsrichtlijnen voor (juridische) normen in vergunningvoorschriften, de doorontwikkeling van de Digitale Toepassing AADV, de ontwikkeling van een robuuste vergunning en de Altijd Actuele Digitale Aanvraag. Daarnaast kreeg de dienst toegang tot de testomgeving van DigiV, het Digitale Voorschriftenregister.

De Omgevingswet omvat nu het instrument voor Financiële zekerheidstelling. Voor de implementatie hiervan nam de OMWB deel aan de werkgroep van de zes Seveso-omgevingsdiensten en zal de dienst aansluiten bij de landelijke pilot van het Interprovinciaal Overleg (IPO) in 2024.

Toezicht en handhaving

Terug naar navigatie - Toezicht en handhaving

De werkprogramma's voor Toezicht zijn niet volledig gehaald. Oorzaken hiervan liggen in het niet tijdig kunnen vervullen van de vacatures en de extra inwerktijd die het heeft gekost om onervaren medewerkers op te leiden (door onze ervaren medewerkers). Met deze investering zetten we in op het volledig verwezenlijken van de werkprogramma's in 2024. 

Terug naar navigatie - Toezicht Brzo-bedrijven

Toezicht Brzo-bedrijven
De periodieke inspecties zijn volgens het toezichtprogramma 2023 uitgevoerd, het aantal onaangekondigde inspecties bleef daarbij echter iets achter op de planning. De details hiervan en de inhoudelijke rapportage zijn te vinden in het Brzo-jaarverslag 2023.

Terug naar navigatie - Risicorelevante bedrijven (RRB)

Risicorelevante bedrijven (RRB)
Binnen de provincie Noord-Brabant houden de drie Brabantse omgevingsdiensten, drie veiligheidsregio's en drie waterschappen toezicht op ongeveer 245 zogenoemde risicorelevante bedrijven (RRB). Deze bedrijven vallen niet onder het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo) maar kunnen wel veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. De selectie van deze bedrijven is gebaseerd op vooraf bestuurlijk vastgestelde Brabantbrede criteria. Om het toezicht effectief te organiseren, hebben de negen betrokken diensten een gezamenlijke interventiestrategie ontwikkeld, gericht op preventie en effectief toezicht, met behoud van de regionale identiteit. Deze strategie omvat een verschuiving naar risicogericht en doelgericht toezicht, het bevorderen van een proactieve bedrijfscultuur die gericht is op het voorkomen van problemen en overtredingen en het stimuleren van risicobeheersing door bedrijven zelf.

Voor de uitvoering van deze strategie worden specifieke instrumenten ingezet, zoals een vragenlijst/ selfassessment voor het beoordelen van risicobeheersing, een normenkader voor het indelen van bedrijven op basis van hun naleefgedrag en een basisprocedure voor het uitvoeren van beoordelingen. In 2023 is deze gezamenlijke interventiestrategie bij ongeveer 75 van de 125 RRB's toegepast, waarbij zowel gemeentelijke als provinciale bedrijven zijn beoordeeld op hun (naleef)managementsysteem, met classificaties variërend van onvoldoende tot zeer goed. Bij 23 van deze bedrijven wordt het (naleef)managementsysteem geclassificeerd als 'zeer goed' tot 'goed' en bij twaalf bedrijven als 'onvoldoende' tot 'matig'. Bij bedrijven met een lagere score zal het toezicht het volgend jaar intensiever zijn, gebaseerd op een risicogerichte aanpak, met periodieke toetsing om veranderingen in naleefgedrag te monitoren.

Voor de overige RRB's is het toezicht ook risicogericht ingevuld, met reguliere, onaangekondigde of aspectcontroles, gebaseerd op thema's of speerpunten gerelateerd aan de omgevingsvergunning of het activiteitenbesluit.

Terug naar navigatie - Branche agrarisch - veehouderij (informatiegestuurd werken)

Branche agrarisch - veehouderij
In het eerste kwartaal van 2024 lanceert de OMWB het 'Dashboard veehouderij' voor zijn opdrachtgevers. Dit dashboard biedt een gedetailleerd overzicht van de resultaten van toezichtsactiviteiten bij veehouderijbedrijven. Elke opdrachtgever krijgt toegang tot de specifieke data voor zijn of haar gemeente, inclusief de mogelijkheid om deze te vergelijken met andere gemeenten door middel van benchmarking. Bij de oplevering van het dashboard wordt ook een handleiding verstrekt die de context en instructies voor het gebruik ervan bevat.

Via dit dashboard kunnen gemeenten real-time de voortgang en de resultaten van het toezicht op veehouderijen volgen. Dit omvat het aantal uitgevoerde controles ten opzichte van het geplande totaal, het naleefpercentage, scores volgens de Landelijke Handhavingstrategie Omgevingsrecht (LHSO), gedetailleerde informatie over eventuele overtredingen en aanvullende statistieken en geografische data. Deze laatste biedt een kaartweergave met filters, waarmee inzicht wordt verkregen in de geografische spreiding en specifieke kenmerken van de veehouderijen binnen de jurisdictie van de gemeente.

Terug naar navigatie - Toezicht glastuinbouw

Toezicht glastuinbouw
Het werkgebied van de OMWB kent ruim vierhonderd glastuinbedrijven. De teelt van deze bedrijven is vooral gericht op groenten, fruit en potplanten. In 2023 controleerde de OMWB 125 bedrijven integraal binnen deze branche.

In 2023 is het toezicht bij glastuinbouw bedrijven verder geprofessionaliseerd en is overgestapt naar een efficiëntere wijze van zowel uitvoering van het toezicht als het verzamelen van data. Het verzamelen en analyseren van de opgehaalde data geeft inzicht in de milieurisico’s per bedrijf, het aantal overtredingen en de aard van de overtredingen. De verkregen inzichten dragen bij aan een meer risicogerichte uitvoering van de VTH- taken en de mogelijkheid om gericht interventies in te zetten.  

Terug naar navigatie - Toezicht gemeentelijke afvalbedrijven

Gemeentelijke afvalbedrijven
In 2023 zijn de afvalbedrijven gericht bezocht op basis van risico-inschatting, waarbij specifiek aandacht is besteed aan bedrijven die achterblijven in naleving en aan bedrijven die door gemeenten zijn aangedragen. Van de 141 afvalverwerkende bedrijven die onder het bevoegd gezag van de colleges van B&W vallen, zijn 59 bedrijven gecontroleerd. Bij deze controles zijn diverse overtredingen vastgesteld, variërend in aard.

De groep achterblijvers omvat bedrijven uit verschillende subbranches, wat het moeilijk maakt om een algemeen beeld te schetsen van hun naleefgedrag. Deze bedrijven blijven de aandacht vragen vanwege diverse kwesties zoals incorrecte meldingen van afvalstoffen, onjuiste opslag van afval, en het accepteren van niet-vergunde afvalstromen. Deze bedrijven zijn niet actief bezig met het naleven van wet- en regelgeving, wat het noodzakelijk maakt om de toezichtdruk hoog te houden.

De laatste jaren zijn toezichthouders voor het uitvoeren van diepgaand administratief toezicht (DAT) opgeleid. In 2023 hebben we enkele DAT-onderzoeken gedaan bij bedrijven. Dit betroffen bedrijven die zich verspreid over het werkgebied bezig houden met het opruimen van milieu-incidenten zoals vervuild wegdek maar ook verschillende bedrijven in de asbestbranche. Tijdens deze onderzoeken zijn diverse overtredingen geconstateerd. Bij de incidentenbedrijven gaat het bijvoorbeeld om het onjuist verwerken van afval of het afgeven van afval aan bedrijven zonder de juiste vergunning. Bij bedrijven in de asbestbranche gaat het melden van ingenomen asbest vaak mis. Gezien de opgeleverde resultaten gaan we ook in 2024 verder met DAT-onderzoeken bij geselecteerde bedrijven.

Daarnaast hebben we in 2023 een uitvraag gedaan om illegale inzamelaars van afvalstoffen in beeld te krijgen. Hierop volgden behoorlijk wat reacties. We hebben ook digitaal onderzoek en waarnemingen in de regio gedaan. Deze informatie wordt nu verwerkt en waar nodig vinden in 2024 controles plaats bij deze locaties. Wellicht samen met de politie en/ of gemeente.

Terug naar navigatie - Vuurwerkverkoop

Vuurwerkverkoop
De OMWB hield ook in 2023 weer toezicht bij de vuurwerkverkooppunten en opslagplekken van vuurwerk. Dit toezicht vond plaats op basis van de voorschriften uit het Vuurwerkbesluit en tegelijkertijd met een doorkijk naar de regels uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving onder de Omgevingswet. In 2023 jaar constateerden we minder overtredingen dan in 2022. De controles werden in twee fasen uitgevoerd: de voorcontroles in oktober en november, gericht op keuringen en certificaten, en de controles tijdens de verkoopdagen, met aandacht voor gedrag, houding en de correcte opslag van het vuurwerk. Binnen het werkgebied van de OMWB is een trend waar te nemen waarin steeds meer ondernemers stoppen met de verkoop en opslag van consumentenvuurwerk. Dit leidt mogelijk tot meer drukte bij de nog bestaande verkooppunten.

Terug naar navigatie - Metaalbedrijven

Metaalbedrijven
De OMWB ging in 2023 verder met het project 'Metaal' waarbij binnen het werkgebied van de OMWB ongeveer achthonderd inrichtingen worden gecontroleerd. In 2023 zijn 184 metaalbedrijven geselecteerd, verdeeld onder alle deelnemende gemeenten. Toezichthouders hebben bij deze bedrijven een fysieke integrale milieucontrole uitgevoerd. Dit betreffen bedrijven met activiteiten als het smeden, stralen, coaten of lassen van metalen. Het doel van het project is om informatie te verzamelen om gericht te kunnen programmeren of interventies te plegen op veelvoorkomende overtredingen.

Terug naar navigatie - Rubber en kunststof

Rubber en kunststof
De rubber- en kunststofbranche is in 2021 en 2022 projectmatig aangepakt. In 2023 is deze branche in het reguliere programma opgenomen zonder projectmatige aanpak. De bedrijven die in de uitvoeringsprogramma's waren opgenomen ondergingen een integrale milieucontrole. De branche wordt in de toekomst via de risicobenadering van het Gedifferentieerd Uitvoeringsprogramma Kwaliteit (GUK) opgepakt.

Terug naar navigatie - LPG-tankstations

LPG-tankstations
De OMWB heeft de branche LPG-tankstations sinds 2021 ondergebracht in een meerjarenprogramma dat wordt overgenomen in de jaarlijkse, gemeentelijke uitvoeringsprogramma’s. Het programma schrijft voor dat een LPG-tankstation om de twee jaar wordt gecontroleerd. Hierbij wordt afgewisseld tussen een fysieke integrale controle en een verkorte administratieve controle op alleen het LPG-aspect. Het gehele tankstation wordt dus eenmaal in de vier jaar geheel integraal gecontroleerd. Elk jaar wordt op deze wijze de helft van alle LPG-tankstations gecontroleerd.

Terug naar navigatie - Toezicht afvalwater

Advies en toezicht water
Het afvalwater dat bedrijven lozen kan soms tot ingrijpende schade aan de riolering leiden. Wanneer dat niet tijdig gesignaleerd wordt, bestaat het risico dat een deel van de riolering al op de helft van haar levensduur vervangen moet worden. In 2023 voerde de OMWB voor zes gemeenten daarom afvalwatermonitoring uit. Dit houdt in dat de OMWB onder andere afvalwater bemonstert bij bedrijven en beoordeelt of de kwaliteit binnen de in wet- en regelgeving gestelde normen valt. Regelmatig blijkt dat dit niet het geval is en dat bij bedrijven de zuiveringstechnische voorzieningen niet op orde zijn. De resultaten leveren veel informatie op en geven vaak aanleiding voor een vervolgtraject. Het opstellen van het afvalwatermonitoringsprogramma en vervolgtrajecten gebeurt in nauw overleg met de rioolbeheerders van de gemeenten die hieraan deelnemen.  

Terug naar navigatie - Toezicht bodem

Toezicht bodem
De OMWB houdt voor gemeenten toezicht op het toepassen van grond- en bouwstoffen overeenkomstig het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De verplichte meldingen worden beoordeeld en risicogericht gecontroleerd. Verder vinden er vrije veldcontroles plaats op toepassingen van grond- en bouwstoffen die niet gemeld zijn. De OMWB let met name op nuttige toepassing van de grond en de milieuhygiënische kwaliteit hiervan. Ook ziet de OMWB er op toe dat bouwstoffen voldoen aan het Bbk en de kwaliteit en functie van de ontvangende bodem. Daarnaast moet zijn voldaan aan de gemeentelijke bodembeheernota. Het aantal meldingen bedroeg in 2023 ongeveer twaalfhonderd. Verder vonden in totaal ongeveer driehonderd controles plaats op de naleving van het Bbk.

Actueel is de nieuwe Nota bodembeheer. Deze is door de meeste gemeenten vastgesteld. Er volgt nog een actualisatie van de overige bodemkwaliteitskaarten.

Voor toezicht op de Wet bodembescherming is voor de provincie bij 161 saneringen risicogericht toezicht uitgevoerd. Voor de gemeenten Breda en de gemeente Tilburg respectievelijk 35 en 72 keer.

Terug naar navigatie - Handhaving

Handhaving
Ondanks het feit dat de COVID-19-crisis achter ons ligt, is de nasleep hiervan nog duidelijk merkbaar. Tijdens repressieve trajecten is een zekere mate van terughoudendheid te zien wanneer het gaat over het doen van investeringen of aanpassingen na geconstateerde overtredingen. Met name de kleinere bedrijven gaan gebukt onder de hoge kosten, lage(re) inkomsten, onzekerheid over de toekomst en de hoge energieprijzen. Dwangsommen kunnen nog steeds de doodsteek zijn voor eenmanszaken en kleinere ondernemingen. Zodra ondernemers aanpassingen willen doen, worden zij geconfronteerd met hoge kosten van materialen en lange levertijden omdat materialen niet voorradig zijn.

Verplichte keuringen van stookinstallaties kennen een zeer lange wachttijd bij erkende installateurs. In deze gevallen kiest de OMWB voor het informeel verlengen van de termijn zodat de ondernemer de tijd krijgt om de overtredingen op te heffen. In het geval van zo’n informele termijnverlenging vindt zorgvuldige afweging en afstemming plaats tussen handhaving, juristen en gemeenten.

Naast bovenstaande factoren speelt de komst van de Omgevingswet een grote rol als het gaat om langer lopende handhavingstrajecten. Dit geldt met name bij overtredingen of het doen van de benodigde aanpassingen die in de wetgeving van 2023 gelden en bij de invoering van de Omgevingswet komen te vervallen, of waarbij kan worden teruggevallen op bijvoorbeeld het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In dit soort gevallen wordt altijd gekeken of er kan worden geanticipeerd op de Omgevingswet, zodat bedrijven niet onnodig kosten hoeven te maken. 

Terug naar navigatie - Klachten

Klachten
Het totaal aantal klachten en meldingen (provinciaal en gemeentelijk samen) in 2023 is wat lager dan over 2022. Onderstaande grafiek is een weergave van het totaal aantal klachten en meldingen per jaar, gedurende de laatste vijf jaar. 

 

Onderstaande grafiek geeft een weergave van het aantal klachten en meldingen per categorie over 2023.
 


In 2023 is in vergelijking met 2022 het aantal klachten per categorie afgenomen. Het grootste verschil (ca. 15%) is terug te zien in de categorie “Ik ruik…”. Dit komt voornamelijk doordat er over twee bedrijven minder geurklachten zijn ontvangen dan in 2022.  

Het aantal klachten dat anoniem is ingediend, 1.231 klachten in 2023, is iets hoger dan in 2022 (1.182 klachten). We proberen melders te bewegen om niet anoniem te melden. Dit omdat we anonieme klachten alleen risicogericht, dus bij een (dreigende) milieugevaarlijke situatie (bijvoorbeeld bij een (grote) lekkage van een gevaarlijke stof) in behandeling nemen. Dit betekent in de praktijk dat we het merendeel van de anonieme milieuklachten niet (direct) behandelen. 

Eind 2023 zijn de (4) omgevingsdiensten van Brabant en Zeeland overgestapt naar een ander klachtensysteem, de MilieuKlachtenApplicatie (MKA). Ook is in 2023 een begin gemaakt met het bouwen van een nieuwe website: www.milieuklachtencentrale.nl. In 2024 wordt deze website gevuld met informatie omtrent de werkzaamheden van de Omgevingsdiensten bij de verschillende soorten overlast. Dit ter informatie voor de leefomgeving.

Terug naar navigatie - Asbest

Asbest
Het afgelopen jaar was een voortzetting te zien van de bedrijfsmatig gemelde asbestsaneringen (ongeveer 3.500) waarop risicogericht toezicht is uitgevoerd. De OMWB ziet hier over het algemeen een goed naleefgedrag bij de gecertificeerde bedrijven. Zogenaamde achterblijvers en notoire overtreders worden steeds meer in gezamenlijkheid met andere omgevingsdiensten en ketenpartners benaderd in combinatie met nieuwe toezichtstrategieën.

Afgelopen jaar hebben meer gemeenten de particuliere asbesttaak ondergebracht bij de OMWB. Het naleefgedrag van deze doelgroep binnen het asbestwerkveld laat door financiële motieven en door onbekendheid met de regels een aanzienlijk slechter naleefgedrag zien dan de gecertificeerde asbestverwijderingsbedrijven. Om dit te verbeteren is extra geïnvesteerd in toezicht en preventie en is het instrumentarium uitgebreid.

De stijgende trend met betrekking tot verzoektaken die binnen het werkprogramma worden behandeld, heeft zich doorgezet. We zien ook dat we meer andere typen verzoektaken krijgen zoals de nazorg bij incidenten en het geven van (beleids)advies, bijvoorbeeld over saneringsinitiatieven vanuit een gemeente. Uit de verzoektaken en uit analyses is weer gebleken dat er nog vele asbestsaneringen illegaal dan wel ondeskundig worden uitgevoerd. Om dit te beperken is nog meer ingezet op preventie door bijvoorbeeld het geven van voorlichting door middel van de 'asbesttelefoon' en hebben we vooral geïnvesteerd in het delen van de inzichten en kennis met de gemeenten om met elkaar tot nieuwe effectieve aanpakken te komen.

Terug naar navigatie - Totaalsloop

Totaalsloop
In 2023 werden voor vijftien gemeenten de meldingen totaalsloop behandeld en werd risicogericht toezicht gehouden op de uitvoering daarvan. In december constateerden we een verdubbeling van het aantal ingediende sloopmeldingen, waarschijnlijk vanwege de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en eventuele onzekerheden die gepaard zouden gaan met deze nieuwe wet. Meer dan de helft van die meldingen was overigens van discutabele kwaliteit, waardoor nieuwe sloopmeldingen onder de Omgevingswet hiervoor alsnog plaats moeten vinden. 

Terug naar navigatie - Bouwen

Bouwen
Het volume van de provinciale BRIKS (bouwen, reclame, inritten, kappen en slopen)-taken, met als belangrijkste onderdeel bouwplantoetsing en bouwtoezicht, is dit jaar in vergelijking met voorgaande jaren globaal gelijk gebleven. Door een bestaande dienstovereenkomst met de ODZOB kon in nood op hen worden teruggevallen en omgekeerd. Hier is een enkele keer gebruik van gemaakt voor constructieve aspecten, omdat de OMWB slechts één constructeur in dienst heeft en deze niet altijd beschikbaar is. Door deze constructie wordt tevens de kwaliteit van het geleverde werk gewaarborgd en voldaan aan de kwaliteitscriteria 2.2.

Ook enkele van onze gemeentelijke deelnemers namen bouwtaken van de OMWB af. Het gaat dan om het onderdeel bouwen bij meervoudige vergunningaanvragen. Het volume daarvan was echter eerder beperkt in omvang. De gemeente Zundert was daarop een uitzondering. De bouwunit van de OMWB was in deze gemeente als casemanager en als toezichthouder bouw betrokken bij een complexe (meerjarige) gebiedsontwikkeling.

In 2023 is het bouwtoezicht op bestaande bebouwing voortgezet. Daarbij is nagegaan of alles nog voldoet aan de eerder afgegeven omgevingsvergunning (voor de activiteit bouwen), ook met het oog op brandveiligheidsaspecten.

Totaalsloop
Het beoordelen van sloopmeldingen en het risicogericht toezicht op de uitvoering daarvan werd voor vijftien gemeentes (en de provincie) uitgevoerd. Hoogstwaarschijnlijk als gevolg van het in werking treden van de Omgevingswet per 1 januari 2024 zag de bouwunit in december bijna een verdubbeling van het aantal ingediende sloopmeldingen. Het merendeel echter van discutabele kwaliteit; beduidend meer dan gangbaar.

Terug naar navigatie - Energie

Energie
In opdracht van gemeenten en provincie heeft de OMWB toezicht uitgevoerd op de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing. Daarbij is ook gebruik gemaakt van extra toezichtcapaciteit die kosteloos door het Rijk beschikbaar is gesteld in het kader van het programma Versterkte Uitvoering Energiebesparingsplicht. Dit programma is eind 2023 afgesloten. In opdracht van een aantal gemeenten is toezicht uitgevoerd op de energielabel C-verplichting die sinds 1 januari 2023 geldt voor kantoren.

Op 1 juli 2023 is de wet- en regelgeving op het gebied van energie aangescherpt en uitgebreid met nieuwe doelgroepen. Vergunningplichtige bedrijven en de glastuinbouw vallen nu ook onder de energiebesparingsplicht. Ook geldt er een nieuwe onderzoeksplicht voor bedrijven met een zeer hoog energiegebruik. Tevens is het energietoezicht toegevoegd aan het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. Deze wijzigingen betekenen een taakverzwaring voor de OMWB. Om hieraan invulling te kunnen geven ontvangen omgevingsdiensten sinds eind 2022 extra budget rechtstreeks vanuit het Rijk. Dit zogeheten SPUK-budget is aanvullend op de budgetten van gemeenten en provincie voor energietoezicht en is beschikbaar tot en met 2026. Om dit budget te kunnen besteden zijn extra energietoezichthouders geworven. Deze werving wordt in 2024 voortgezet.

De afstemming met andere omgevingsdiensten is in 2023 verder geïntensiveerd, zowel op landelijk als op provinciaal niveau. Dit draagt bij aan een efficiënte uitvoering en een uniforme werkwijze.

In 2023 is opnieuw geïnvesteerd in dataopbouw en de ontwikkeling van dashboards om deze data te ontsluiten. Als basis voor informatiegestuurd toezicht wordt steeds meer informatie verzameld over het energieverbruik van bedrijven. Daardoor is de OMWB ook steeds beter in staat om gemeenten en de provincie te informeren over de CO2-reductie die met het energietoezicht gerealiseerd wordt.

Terug naar navigatie - Ketengericht milieutoezicht

Ketengericht milieutoezicht
In 2023 is het werkprogramma 'ketenaanpak' projectmatig uitgevoerd op de thema’s afval, asbest en bodem. Tussentijds zijn gemeenten op de hoogte gehouden over de voortgang door middel van een digitaal platform waarin ook de inhoudelijke resultaten zijn opgenomen.

Door niet alleen het instrument (ketengericht) toezicht in te zetten maar ook te kiezen voor preventieve maatregelen en beleidsadvies is er meer recht gedaan aan de benodigde aanpak om lastige milieuproblemen te verkleinen. Dit is gedaan aan de hand van barrièremodellen. 

Het jaar 2023 stond ook in het teken van het doorontwikkelen van het instrument diepgaand administratief toezicht (DAT). Onder andere met de ondersteuning van een forensisch accountant zijn diverse onderzoeken uitgevoerd met als resultaat een overdracht aan de politie en eigen handhavingsinterventies.

Op het gebied van samenwerking is het in gezamenlijkheid optrekken met de ODBN en ODZOB gecontinueerd en niet verder geïntensiveerd. De OMWB heeft zijn kennis en ervaringen ter beschikking gesteld om tot een Brabantbreed fundament te komen waar de samenwerking verder op kan worden gebouwd. De OMWB heeft ook verder geïnvesteerd in de samenwerking met ketenpartners met als resultaat dat naast de Politie, de Nederlandse Arbeidsinspectie, de inspectie Leefomgeving en Transport nu ook met de DCMR en ODZHZ wordt afgestemd over samenwerkingskansen en analyses worden gedeeld ten einde een effectieve aanpak te realiseren.

Terug naar navigatie - Omzet

De omzet op programmadeel 1 bedroeg over 2023 € 22.572.000 (begroot € 24.166.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

Programmadeel 2: Adviezen en projecten

Terug naar navigatie - Inleiding

In programmadeel 2 brengen deelnemers aan de hand van het werkprogramma de adviestaken op het terrein van milieu en overige taken uit het omgevingsrecht in. Deze zogeheten verzoektaken omvatten (milieu)metingen, adviezen en projecten op het gebied van bijvoorbeeld Brzo, geluid, bodem, (afval)water, lucht, vergunningverlening (niet-basistaken), toezicht (niet-basistaken), asbest (niet-basistaken), ruimtelijke planvormingsprocessen, externe veiligheid, duurzaamheid en omgevingsbeleid. Deze taken hebben vaak een wettelijke grondslag of zijn onderdeel van beleidsambities.

De werkprogramma’s zijn indicaties van het volume van deze taken. Incidentele verzoektaken kunnen van jaar tot jaar verschillen. Deelnemers hebben in hun werkprogramma’s vaak enkele niet nader gespecificeerde budgetten opgenomen, waar in de loop van het jaar opdrachten voor worden verstrekt. De realisatie van de gegeven opdrachten in 2023 wordt per deelnemer in de (derde) termijnverantwoording teruggekoppeld. 

Terug naar navigatie - Advies Ruimtelijke Ordening (RO)

Advies Ruimtelijke Ordening (RO) 
Een gestage groei is er bij het product advisering Ruimtelijke Ordening en Milieu. Gemeenten doen steeds vaker een beroep op de OMWB om bijstand en (milieu) advisering bij het opstellen en beoordelen van ruimtelijke plannen. Enerzijds komt dit door de gebiedskennis van gemeenten die de RO-adviseurs hebben opgebouwd, met daarbij steeds meer ondersteuning van OMWB-data. Anderzijds heeft de OMWB de laatste jaren geïnvesteerd in de relatie met gemeenten, die op hun beurt een oplossingsgerichte werkwijze en korte lijnen met de RO-ambtenaren waarderen. Belangrijke marktomstandigheden die leiden tot de toenemende vraag zijn de invoering van de Omgevingswet, de complexiteit van milieu- en gezondheidsthema’s in relatie tot RO, de relatief nieuwe behoefte aan ecologisch advies en de woningbouwopgave die veel gemeenten hebben.

Terug naar navigatie - Advies Externe Veiligheid

Advies Externe Veiligheid
Met de komst van de Omgevingswet verandert de benadering van Externe Veiligheid. De huidige beleidsvisies Externe Veiligheid van gemeenten kunnen niet meer gebruikt worden. In 2023 is de OMWB begonnen met het opstellen van een Concept programma Externe Veiligheid als basis voor een nieuw beleid Externe Veiligheid. Dit nieuwe beleid kunnen gemeenten uiteindelijk in het Omgevingsplan opnemen in de vorm van regels. Bij een paar gemeenten heeft de OMWB dit concept besproken en zijn we aan de slag gegaan het beleid specifiek voor die gemeente te maken. 

Ook de Standaard verantwoording van het groepsrisico die bij veel gemeenten werd gebruikt is vernieuwd. De input van de Veiligheidsregio moet hierin nog meegenomen worden. Om die reden zal dit traject doorlopen in 2024. 

In het Register Externe Veiligheidsrisico's  (REV) zijn stappen gemaakt zoals het aanvullen van relevante data en het beheer van geactualiseerde vergunningen. Het Ministerie van I&W heeft omgevingsdiensten opdracht gegeven om herberekeningen uit te laten voeren vanwege een nieuwe rekenmethodiek. Door deze herberekeningen kunnen de aandachtsgebieden ten opzichte van de berekeningen uit 2020 wijzigen. Wanneer alle berekeningen zijn uitgevoerd worden deze in het REV geplaatst. De opdracht is in 2023 gestart en zal doorlopen tot oktober 2024.

Terug naar navigatie - Advies

Advies
Over het jaar 2023 zijn er ruim duizend bodemzaken behandeld; het gaat hier om advies (intern en extern) en het beoordelen van bodemonderzoeken. De adviezen en beoordelingen betreffen ruimtelijke ordening, omgevingsvergunning aspect bouwen, omgevingsvergunning aspect milieu en meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit lozen buiten inrichtingen. Ook beoordeelden we bodemonderzoeken in het kader van provinciale en gemeentelijke grondtransacties, herontwikkeling en civieltechnische werken. Tevens behoorde het milieukundig begeleiden en coördineren van gemeentelijke bodemsaneringsprojecten tot die bodemzaken.

Eind 2022 is gestart met de 2e fase voor het herzien van de Nota Bodembeheer (NBB); deze liep door in 2023. In deze fase zijn de volgende zeven onderwerpen uitgewerkt, waarvoor aanvullende beleidsregels voor de bodem en ondergrond in het kader van de Omgevingswet kunnen worden vastgesteld:
1.    Asbest en gevoelige bodemfunctie
2.    Asbestdaken: bodemonderzoek voorafgaand aan sloop i.p.v. na sloop
3.    Omgaan met nulsituatie-onderzoek bij start bedrijfsactiviteit
4.    Geldigheidsduur van een bodemonderzoek omgevingsvergunning onderdeel bouwen
5.    Invasieve exoten (bv. Aziatische duizendknoop) in de grond
6.    Bodemenergiesystemen
7.    Staalslakken en gestabiliseerd zand

Het onderwerp Staalslakken en gestabiliseerd zand bleek niet geschikt om beleidsregels voor op te stellen. De overige zes onderwerpen zijn uitgewerkt en aangeboden aan de 24 deelnemende gemeenten. Deze onderwerpen kunnen eventueel te zijner tijd worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan van de gemeenten.

In 2023 is gestart met het updaten van de bodemkwaliteitskaart. Dit is regionaal opgepakt voor 21 gemeenten. Deze update is noodzakelijk omdat de geldigheid van de bodemkwaliteitskaart reeds is verlopen of binnenkort zal verlopen. In 2024 zal de bodemkwaliteitskaart zijn geactualiseerd. 

Terug naar navigatie - Onderzoek

Onderzoek
Tevens zijn in 2023 werkzaamheden uitgevoerd met betrekking tot het uitvoeren en begeleiden van bodemonderzoeken, verificatieonderzoeken, vooronderzoeken, onderzoek knolcyperus en het bepalen van de kwaliteit van grondwater (provinciaal grondwaterkwaliteits- en grondwaterstandsmeetnet, zwemwater, oppervlaktewater en afvalwater) in heel Noord-Brabant, met name in opdracht van de provincie. Sinds 2022 worden werkzaamheden voor de ODZOB (dieptebepalingen, ontgrondingen met mobiele boot) uitgevoerd. Daarnaast controleren we buiten ons werkgebied processtappen (monstername) bij een aantal provinciale Seveso-(voorheen Brzo)bedrijven. Sporadisch worden ook onderzoeken bij drugslocaties uitgevoerd. 

Terug naar navigatie - Geluid

Geluid
In 2023 zijn metingen uitgevoerd, is advies gegeven en zijn rapporten beoordeeld. Hieronder worden enkele bijzondere zaken nader toegelicht.

Terug naar navigatie - Padel

Padel
Padel, een soort kruising tussen tennis en squash, is sterk in opkomst in Nederland. Overal in Midden- en West-Brabant schieten padelbanen als paddenstoelen uit de grond. Dat is niet alleen positief en dat merken we ook bij de OMWB. Zeker na alle aandacht in de (landelijke) media is er veel meer aandacht voor het aspect geluid bij padel. In 2023 zijn er veel meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit beoordeeld en zijn door onze deelnemers vragen gesteld in het kader van het (al dan niet) aanpassen van bestaande bestemmingsplannen ten behoeve van de aanleg van nieuwe banen. Daarnaast komen er steeds meer vragen over het uitvoeren van geluidmetingen bij padelbanen naar aanleiding van klachten. Het blijft een grote uitdaging om de door de (tennis)verenigingen gewenste padelbanen te realiseren zonder dat dit hinder voor omwonenden oplevert.  

Terug naar navigatie - Warmtepompen

Warmtepompen
In het klimaatakkoord zijn CO2-reductie-doelstellingen opgenomen. De ambitie van het akkoord is om alle woningen uiterlijk in 2050 'van het aardgas af' te halen. Dat betekent dat er andere energiebronnen en apparaten nodig zijn voor de verwarming van onze huizen en warm water. Er zijn verschillende scenario’s en verschillende technieken, maar zeker is dat de warmtepomp een zeer prominente rol krijgt als opvolger van de cv-ketel in onze huizen. Sinds april 2021 zijn in het Bouwbesluit geluidgrenswaarden opgenomen voor nieuwe warmtepompen bij particulieren (bij bedrijven gelden de reguliere grenswaarden zoals die zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving en bruidsschat). De normen voor warmtepompen (en airco's) gelden op de erfgrens met de buren (bij appartementen gelden de normen op het raam of de deur van de buren). Bij Team Metingen en Onderzoek (TMO) merken we dat het geluid als gevolg van (de buitenunit van) de warmtepomp steeds vaker (en dus ook in 2023) vragen oproept. Enerzijds doordat onze deelnemers steeds vaker vragen om geluidadvies bij de aanvraag voor het plaatsen van een warmtepomp. Anderzijds omdat wij steeds vaker vragen krijgen om het geluid van een warmtepomp te meten. Niet zelden leidt de komst van een warmtepomp (of airco) tot een verstoorde relatie tussen buren en een een juridische procedure (tot bij de rechtbank). Ook hiervoor worden de specialisten van TMO ingeschakeld.

Terug naar navigatie - Windturbines

Windturbines
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er in 2030 moet tenminste 35 terawattuur (TWh) duurzame elektriciteit geproduceerd worden. Windenergie is een belangrijke energiebron om dit doel te halen. 

De provincie Noord-Brabant heeft als doelstelling 471 MW (in 2020) meegekregen. Op dit moment staat er 429 MW opgesteld (met name in het OMWB-gebied). Windturbines vormen (helaas) niet uitsluitend een bron van energie maar veroorzaken ook hinder. De toename van het aantal windturbines (en de toename in omvang) zorgt voor meer klachten met betrekking tot geluidhinder en slagschaduw. Voor de OMWB resulteert de ontwikkeling van meer windturbines op land in een toename van het aantal geluidmetingen en administratieve controles van nalevingsverslagen. Sinds de tweede helft van 2023 en ook in 2024 worden geluidmetingen aan 28 turbines bij het windpark A16 tussen Hazeldonk en Moerdijk uitgevoerd (conform toezichts- en handhavingsstrategie windpark A16).

Terug naar navigatie - Omgevingswet en EU-richtlijn omgevingslawaai

Omgevingswet en EU-richtlijn omgevingslawaai
In het kader van de EU-richtlijn moeten provincies en grote gemeentes (agglomeraties) iedere vijf jaar geluidkaarten en actieplannen opstellen. In 2022 heeft de OMWB geluidkaarten opgesteld voor de provincie Noord-Brabant (provinciale wegen) en de gemeente Breda (gemeentelijke wegen, railverkeer en industrielawaai). In 2024 moeten hierop volgend actieplannen worden opgesteld die aansluiten bij het ambitieniveau (lees: plandrempel) die de gemeente Breda en provincie Noord-Brabant hebben vastgesteld. In 2023 zijn geen producties m.b.t. de EU-richtlijn omgevingslawaai opgesteld.

In het kader van de Omgevingswet (1 januari 2024) zijn gemeenten verplicht de Basisgeluidemissie (Bge) van de gemeentelijke wegen vast te stellen. Medio 2028 moet het Bge worden vastgesteld en aangeboden aan het CVGG (Centrale Voorziening Voor Geluidgegevens). Dit nieuwe instrument moet ervoor zorgen dat er niet langer sprake kan zijn van een onbegrensde groei van de geluidbelasting vanwege gemeentelijke wegen. Tevens moeten voor alle wegen met een intensiteit van meer dan 2.500 motorvoertuigen per etmaal de bijbehorende geluidaandachtsgebieden worden bepaald en vastgesteld. Ook wordt opnieuw gekeken naar de saneringsvoorraad (woningen die onderhevig zijn aan een geluidbelasting van meer dan 70 dB vanwege wegverkeer). De OMWB heeft afgelopen jaar middels een pilot (technische) ervaring opgedaan in het opstellen van de Bge.

Voor de provincie treedt de systematiek van geluidproductieplafonds (GPP) voor provinciale wegen in werking. De OMWB gaat in 2024 het operationele deel van dit project verzorgen. Ook dit instrument moet een onbegrensde groei van de geluidemissie en -immissie voorkomen. In beide trajecten (Bge en GPP) speelt TMO een voortrekkersrol. 

Terug naar navigatie - Handreiking geluid en trillingen onder de Omgevingswet

Handreiking Milieu & Bouwen in het omgevingsplan (onderdeel geluid en trillingen)
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Voor het onderdeel geluid is er veel veranderd met de komst van de Omgevingswet (en onderliggende besluiten en regelingen). Deze veranderingen hebben betrekking o.a. op de normen voor bedrijven (voorheen opgenomen in Omgevingsvergunningen op basis van de Wabo, het Activiteitenbesluit milieubeheer en Wet geluidhinder), maar ook op de normen voor de aanleg en beheer van infrastructuur en de normen voor de bouw van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De normen uit de Wet geluidhinder, Wabo en Activiteitenbesluit milieubeheer zijn, van rechtswege (via de bruidsschat) op 1 januari 2024 opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De onder- en bovengrens van de nieuwe normen staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en wijken (soms) af van de oude normen. 

De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de normen voor bedrijven (straks: Milieu Belastende Activiteiten). De landelijke normen uit het Activiteitenbesluit zijn verdwenen. Gemeenten moeten zelf normen voor milieubelastende activiteiten gaan stellen in de omgevingsplannen. In het Bkl is wel een voorstel gedaan voor minimale eisen, maar in veel gevallen zullen deze te ruim of te krap blijken te zijn. Voor provinciale wegen treedt op 1 januari 2024 de systematiek van GeluidProductiePlafonds (GPP) in werking; voor gemeentelijke wegen de BasisGeluidEmissie (Bge). Gemeenten hebben hier tot medio 2028 de tijd om de Bge vast te stellen. Het omgevingsplan (nieuw deel) moet uiterlijk op 1 januari 2032 door de gemeenteraad worden vastgesteld.

Het omzetten van de bestaande grenswaarden uit het Activiteitenbesluit naar de nieuwe grenswaarden in het omgevingsplan kan niet altijd milieuneutraal plaatsvinden. Hoe moet nu met het onderdeel geluid worden omgegaan in het omgevingsplan? Samen met de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid is door de OMWB in 2022 een handreiking opgesteld over geluid en geur in het omgevingsplan. Deze handreiking is in april 2023 geactualiseerd en uitgebreid naar maar liefst zeven thema’s:

  1. Geluid door activiteiten (denk aan evenementen, windmolens)
  2. Geluid door verkeer en industrie
  3. Trillingen
  4. Geur
  5. Externe veiligheid (denk aan brand en explosies)
  6. Bodem
  7. Bouwen

Deze handreiking bestaat uit een analyse van de rijks- en provinciale regels en van de bruidsschat. Op basis daarvan geeft deze handreiking aandachtspunten voor regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan. 

Terug naar navigatie - Geluidsanering

Geluidsanering
In 2023 zijn nieuwe projecten ingediend bij het Bureau Sanering Verkeerslawaai van het ministerie van I&W door zeven deelnemers. Voor alle deelnemers is de aangevraagde voorbereidingssubsidie toegekend. Het gaat in totaal om ongeveer 1340 woningen waarvan de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai te hoog is en waarvoor een saneringsprogramma zal worden opgesteld. De bijbehorende werkzaamheden voor de uitvoering van de programma's zullen in meer of mindere mate worden uitgevoerd door de OMWB. Deze werkzaamheden omvatten onder andere het kijken naar bron- en overdrachtmaatregelen om de geluidbelasting op de woningen te verminderen. Als de geluidbelasting nog steeds te hoog is, kunnen er maatregelen aan de woningen zelf worden getroffen, mits de bewoners/eigenaren hieraan willen meewerken.

Terug naar navigatie - Schone Lucht Akkoord (SLA)

Schone Lucht Akkoord (SLA)
De ondertekening van het Schone Lucht Akkoord (SLA) door provincie en diverse deelnemende gemeenten speelde een belangrijke rol bij de keuzes en prioritering die we vanuit vakgroep lucht hebben gemaakt. 

Het terugdringen van overlast als gevolg van industriële geurhinder vraagt om een goede definitie van aanvaardbare geurhinder in de leefomgeving. In 2022 is daar vanuit TMO op ingezet in de vorm van overleg en advisering bij diverse lokale bevoegde gezagen. De definitie van aanvaardbaarheid ontbreekt in veel gevallen. Daarnaast is de huidige ‘gereedschapskist’ (referentienorm voor geurmetingen) niet toereikend om adequaat aan de wensen van de beleidmakers te voldoen. De OMWB heeft (samen met de ODRA, de drie geurlaboratoria in Nederland en een statisticus van de WUR) een plan opgezet en uitgevoerd om bij een tiental type industriële geurveroorzakers een onderzoek te doen om de onzekerheid bij geuranalyses te verbeteren en daarmee de standaardmethoden te verbeteren. Bij de uitwerking in 2023 is gebleken dat de methode voor hedonische beoordelingen (NVN2818) sterk te kort schiet, en dat er geen aanvaardbare prestatie-kenmerken kunnen worden vastgesteld waaruit een acceptabele spreiding/ onzekerheid zou kunnen worden berekend. De NVN 2818 is derhalve eind 2023 ingetrokken als accrediteerbare standaard-methode! In veel provinciaal geurbeleid is de Hedonische weging van geur echter een belangrijke stap om de juiste aanvaardbaarheid te definiëren (in diverse provinciale geurbeleidsregelingen binnen landelijk en lokaal/gemeentelijk geurbeleid). De definitie van aanvaardbare geurniveaus in omgevingsplannen wordt hierdoor erg lastig.

Voor overlast van horecageur blijft het,  naast de controles van deugdelijke ontgeuringsinstallaties bij keukenafzuigingen, vrijwel onmogelijk om met geurmetingen en modelberekeningen (van de gereinigde afgezogen lucht) de geurhinder in de directe leefomgeving te kwantificeren. Het model is simpelweg niet geschikt voor korte afstanden in een ‘volle’ omgeving, met bebouwingen en obstakels. Om toch uitspraak te kunnen doen of een afblaas op de juiste manier is gesitueerd (vooral bij appartementen boven horeca) heeft TMO een rookmachine aangeschaft om de pluimverspreiding zichtbaar te maken van de afgezogen kookluchten en pragmatisch oplossingsgericht te zoeken naar het terugdringen van overlast via verandering van de uitlaat. In veel gevallen kan daarmee direct worden aangetoond hoe een geurpluim zich verspreidt en daarmee pragmatisch aanpassingen worden voorgesteld om de overlast te verkleinen.

Er wordt intensiever toezicht gehouden bij inrichtingen die een eigen meetsysteem hebben om de emissies te controleren (een zogenaamde AMS). In samenwerking met toezicht zijn diverse provinciale inrichtingen vanuit het ‘meetbeleid lucht TMO’ (mede op basis van de Electronische Milieu Jaarverslagen) onderworpen aan een kritische controle (door een luchtspecialist) van de kwaliteitsborging van het meetsysteem. In 2023 zijn tevens audits op locatie uitgevoerd over technische controles en beheer van het AMS en borging conform de NEN-EN 14181. Dit leverde veel afwijkingen op die het bedrijf op moet lossen. In 2024 zal deze intensivering zeker doorgaan en risicogericht worden ingepast in het huidige (volle) werkprogramma bij de vakgroep lucht.

In 2023 is het aantal bijwoningen (audit op locatie) en controles van meetrapportages van periodieke metingen door de vakgroep lucht enorm gestegen. Dit is onder andere een gevolg van de ambitie vanuit het SLA om toezicht te intensiveren bij industriële emissies. Afdeling toezicht en afdeling vergunningverlening sturen vanaf 2022 de technische rapportages van emissiemetingen (door derden) meer gestructureerd door naar vakgroep lucht ter controle op juistheid. Daarnaast is de wens om vaker een bijwoning uit te voeren als het bedrijf een emissiemeting laat doen door hun eigen adviseur of meetbureau. In veel gevallen is gebleken dat er afwijkingen worden geconstateerd tijdens zo'n bijwoning door een luchtspecialist. Op basis van de constateringen in voorgaande jaren is ons advies om dit zeker door te zetten in 2024, waarbij extra focus komt te liggen bij de monitoringsplannen. 

Voor het terugdringen van ZZS is in 2023 een beroep gedaan op de expertise van luchtspecialisten. OMWB (vakgroep lucht) neemt deel in de landelijke werkgroep ZZS (onder de NEN-commissie Emissiemetingen) om de beschikbare (referentie)meetmethoden te inventariseren op basis van de groeiende stoffenlijst ZZS.  In 2023 zijn vele vermijdings- en reductieplannen ZZS (ingediend door de bedrijven) beoordeeld. Er is een grote vraag ontstaan naar onder andere benzeen, PAK en dioxinen/ furanen metingen (bij onder meer asfalt-menginstallaties). Vanuit kwaliteits-coördinatie TMO is daarom een scope-uitbreiding aangevraagd en in 2023 verwezenlijkt bij de Raad voor Accreditatie om verrichtingen naar dioxinen en PAK’s in de toekomst uit te kunnen voeren binnen de kwaliteitsborging van onze accreditatie als inspectie-instelling.

Terug naar navigatie - Controle tankstations met behulp van OGI-camera

Controle tankstations met behulp van OGI-camera
TMO beschikt over een OGI-camera (Optical Gas Imaging). Met deze camera kunnen (diffuse)emissies van vluchtige organische stoffen op een snelle manier worden aangetoond. De OGI-techniek brengt de gaswolken visueel in beeld. De camera wordt onder andere ingezet bij de petrochemische industrie en vergistingsinstallaties. In voorgaande jaren zijn met grote regelmaat lekkages vastgesteld en visueel gemaakt waarvan in oorsprong verwacht werd dat daar weinig tot geen emissies van organische dampen zouden (kunnen) optreden. Geurklachten kunnen een trigger zijn om vervolgens een aanvullend onderzoek uit te voeren middels de OGI-camera. Hieruit is herhaaldelijk bevestigd dat onvoorziene emissies vrijkwamen bij diverse milieubelastende activiteiten, waar het bedrijf geen weet van had. 

Naast het reduceren van veiligheidsrisico's brengt dit ook een extra (en relatief makkelijk) te voorkomen belasting op het milieu en de leefomgeving met zich mee. Niet alleen TMO leert van iedere constatering, maar ook de bedrijven waar we de metingen uitvoeren. Het gaat immers naast de milieubelasting ook over de blootstelling van dampen aan eigen personeel en andere bijkomende risico's (bijvoorbeeld explosiegevaar). We zagen het afgelopen jaar de interesse voor de OGI-techniek dan ook enorm toenemen. Bedrijven huren steeds vaker een externe partij in om zelf OGI-onderzoeken uit te voeren. Dit resulteert in minder milieubelasting in combinatie met minder geurklachten. Inzet van OGI is een zeer efficiënt middel gebleken om blijvende geschiktheid van emissie reducerende technieken en overige apparatuur (flensen en pakkingen) te controleren. Daarnaast geeft het invulling aan de controle van monitoringsplannen (tussen de periodieke metingen door) ter bevestiging van een juiste werking van reducerende technieken. De controle bij tankstations loopt in 2024 door bij diverse gemeenten. 

Terug naar navigatie - Omzet

De omzet op programmadeel 2 bedroeg over 2023 € 10.376.000 (begroot € 11.713.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

Programmadeel 3: Collectieve taken

Terug naar navigatie - Toelichting

Jaarlijks voert de OMWB het programma Collectieve taken uit. Het programma van 2023 heeft een omvang van € 1,8 miljoen. Het is een bestuurlijk vastgesteld programma dat een efficiënte, effectieve en kwalitatief hoogwaardige uitvoering van de taken van de OMWB ondersteunt. Een programma dat nadrukkelijk aansluit op de andere twee programma’s - de basis- en de verzoektaken. Op deze manier speelt de OMWB in op toekomstige ontwikkelingen op het gebied van VTH, zoals bijvoorbeeld de Omgevingswet en risicogericht werken.

Het programma is tot stand gekomen in goed overleg met een ambtelijke werkgroep van de deelnemers en vervolgens via het Ambtelijk Overleg (AO), het Dagelijks Bestuur (DB) en uiteindelijk het Algemeen Bestuur (AB) vastgesteld. In 2018 is de OMWB gestart met een projectmatige programma-aanpak. Projecten worden niet alleen binnen het gestelde budget uitgevoerd, ook is er een duidelijke verbetering zichtbaar van de geboekte resultaten. Hoewel we zeker nog verder kunnen verbeteren, heeft de professionalisering van projectmanagement positief bijgedragen aan de uitvoering van het programma. Een verantwoording van het programma wordt afzonderlijk aangeboden in het tweede kwartaal van 2024.

Terug naar navigatie - Omzet

De omzet op programmadeel 3 bedroeg over 2023 € 1.824.000 (begroot € 1.824.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

Programmadeel 4: Overige exploitatielasten en -baten

Terug naar navigatie - Toelichting

In programma 4 zijn de werkzaamheden ondergebracht die buiten voornoemde programma’s basis-, advies en collectieve taken vallen. Het gaat hierbij om de levering van producten en diensten aan zowel deelnemers als niet-deelnemers. Dit zijn onder andere de kosten voor luchtkwaliteitsmetingen, laboratoriumkosten en kosten van eNoses (‘elektronische neuzen’).

Terug naar navigatie - Omzet

De omzet op programmadeel 4 bedroeg over 2023 € 3.937.000 (begroot € 2.340.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

Bonaire

Terug naar navigatie - Bonaire

Van mei tot en met december 2023 is met een team van vijf medewerkers van de OMWB voor circa 1.100 uur ondersteuning gegeven aan de Directie Toezicht en Handhaving (DTH) van Openbaar Lichaam Bonaire (OLB). De ondersteuning was op het gebied van versterking van het uitvoeringsprogramma van DTH en realisatie van een verbeterplan op het gebied van milieu.

Voorgaande werd ingezet naar aanleiding van een onderzoeksrapport van ILT over vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op Bonaire, waaruit bleek dat dit flink tekort schiet. Tevens wordt er per 1 april 2024 een Inrichtingen- en Activiteitenbesluit Bonaire (IAB) van kracht waarvoor inventarisaties bij bedrijven nodig waren en inbreng op de Eilandsverordening die aan het IAB gekoppeld wordt. 

De opdracht werd samen met de gemeente Breda als partner van ons binnen een al lang lopende 'Twinning' met Bonaire opgepakt, zij deden bijvoorbeeld werkzaamheden aan bouw- en natuurvergunningen. De werkzaamheden van de medewerkers van de OMWB hadden ten aanzien van het uitvoeringsprogramma de volgende prioriteiten:

•    illegale diabaas winning, waaronder conceptbeleid aanpassen tot definitief beleid in een proces met stakeholders dat tot beleid met draagvlak leidt;
•    illegale afvalstofdumpingen, waaronder een voorstel tot projectmatige aanpak en beleid;
•    milieuwetgeving bedrijven, waaronder eilandverordening omzetten en handhaafbaar maken.

De nadruk kwam uiteindelijk vooral op de inventarisaties van bijna alle bedrijven op Bonaire. Dit om de situatie daar inzichtelijk te maken, hen te informeren over het naderende IAB, een inschatting te maken van de kosten van maatregelen op basis van het IAB en het bedrijvenbestand van Digitale Checklisten (DC) te vullen. Voor de illegale diabaas winning is inbreng gegeven op het beleid, maar kon vervolgens niet verder gegaan worden omdat het beleid nog niet werd vastgesteld. Zonder dit vastgestelde beleid was er geen grondslag voor toezicht hierop. De illegale afvalstort (sluikstort) is eerst 'aan de voorkant' aangepakt, door de gedeputeerde van milieu te overtuigen storten op de stortplaats (weer) gratis te maken. Dit gaf qua sluikstort al een merkbaar verschil maar meer is nodig. In de toekomst zal bezien worden of er nog nader toezicht op sluikstort kan worden opgezet.

Naast het voorgaande werd door één medewerker van de OMWB ook de Directie Ruimtelijk Ontwikkeling (DRO) van OLB ondersteund bij het opstellen van hindervergunningen en algemeen milieu en RO-advies. Dit loopt al vanaf de start van de OMWB en het ILT rapport gaf hierbij aan dat deze hindervergunningen voldoen aan de vereisten. Er zijn een tweetal ontwerpbeschikkingen aangeleverd voor publicatie. Een paar andere procedures verkeren in diverse stadia van vooroverleg tot het schrijven van de ontwerpbeschikking. Er zal nog een kleine doorloop zijn in 2024 van deze in 2021 gestarte opdracht die in totaal 226 uur beslaat.  

Specifieke uitkering Omgevingsdiensten

Terug naar navigatie - Toelichting

Vanuit het Rijk zijn twee specifieke uitkeringen toegekend. De opbrengst over 2023 bedraagt € 549.000 (begroot € 1.664.000) en is conform de bestedingen apart in het overzicht van de baten verantwoord. Het restant van de vooruitontvangen bedragen staat op de balans opgenomen onder de ‘overlopende passiva’.

Kosten van Bedrijfsvoering, Vennootschapsbelasting en de post Onvoorzien

Terug naar navigatie - Toelichting

De totale kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term ‘overhead’) bedroegen voor 2023 € 10.512.000 (begroot € 12.130.000). Voor een verdere uitsplitsing verwijzen we naar de tekstuele toelichting in de paragraaf 'Bedrijfsvoering - plannen en resultaten' en de 'Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2023'.

De kosten vennootschapsbelasting bedroegen in 2023 € -2.000 (begroot € 5.000). Dit betreft het saldo van de voorlopige aanslag 2023, de aanslag 2022 en de vrijval van de reservering voor 2022. De aanslag 2022 is lager uitgevallen dan aanvankelijk ingeschat.

Het bedrag van € 150.000 dat is gereserveerd voor onvoorziene kosten is in 2023 niet aangesproken.

Paragrafen

Terug naar navigatie - Inleiding

Het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de begroting en jaarrekening paragrafen worden opgenomen waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd voor een aantal beheersmatige aspecten van de organisatie. De voor de OMWB van toepassing zijnde paragrafen zijn hierna opgenomen:

  1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
  2. Financiering
  3. Bedrijfsvoering (inclusief rechtmatigheid)
  4. Wet open overheid (Woo)

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording  provincies en Gemeenten (BBV) is het verplicht om op basis van risico-inschatting een kwalificatie te geven van de omvang van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de risico’s waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen en middelen en mogelijkheden die de OMWB heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV artikel 11). Om te voorkomen dat bij niet-afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie)wijzigingen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB gewenst. Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico-inschatting en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. De OMWB streeft naar minimaal een voldoende weerstandscapaciteit en gaat daarbij uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0.

Normering weerstandsvermogen
Voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers heeft het Algemeen Bestuur besloten een model vast te stellen dat erop neerkomt dat maximaal 8% van het (begrotings-/ jaarrekening-)totaal van de exploitatierekening wordt aangehouden als weerstandsvermogen. Dit is conform de Financiële Verordening van de OMWB.

Risicobeheersing
Risicobeheersing of risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen van risico’s. De OMWB streeft ernaar risico’s zoveel als mogelijk te vermijden,  er verzekeringen voor af te sluiten of ze te ondervangen door beheersmaatregelen. Voor die maatregelen stelt de OMWB een Intern Controleplan op, waaraan in het begrotingsjaar uitvoering wordt gegeven.

Geïdentificeerde risico’s
In de 2e Burap 2023 en de begroting 2024 zijn de volgende risico’s geïdentificeerd:

Risico's Maximaal schade bedrag Kans op optreden risico Gewogen risico
4. Inhuur versus vast personeel 400.000 50% 200.000
5. Transitie mens en systeem 700.000 50% 350.000
6.  Problematiek arbeidsmarkt 700.000 75% 525.000
9. Bovenmatig verzuim 265.000 80% 212.000
11. Invoering Omgevingswet 1.000.000 60% 600.000
12. Kosteneffectiviteit 1.000.000 18% 180.000
Totaal 4.065.000   2.067.000

Voor de jaarrekening is bovenstaande lijst geëvalueerd en geactualiseerd. Hieronder volgt per risico een korte toelichting waarna een geactualiseerde risico tabel volgt. 

4. Inhuur versus vast personeel
In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat in beginsel het eigen personeel de taken verricht. Voor het jaar 2024 wordt hierbij gerekend met een declarabiliteitsnorm van 1.300 uur. Gezien de vele ontwikkelingen is de verwachting dat deze norm lastig haalbaar is. Immers, de realisatie over 2023 bedraagt 1.255 uur. Het verschil in declarabiliteit wordt opgevangen met inzet van inhuurkrachten. Deze externe inzet is duurder dan de uitvoering met eigen personeel, vandaar dat we dit opnemen in de risicotabel. De kans op dit risico is ingeschat op 75%.

Maatregelen: passende sturing op inzet van personeel.

5. Transitie mens en systeem
De aan onze organisatie en medewerkers gestelde eisen blijven snel veranderen. Dit is enerzijds gericht op de inhoud van het werk, anderzijds zien we dat ook andere (digitale) vaardigheden worden gevraagd. In de opleidingen wordt hier volop aandacht aan besteed zodat werknemers hun rol binnen de organisatie optimaal kunnen vervullen. De verwachting is dat dit niet in alle individuele gevallen gaat lukken. Het totale risico dat hiermee samenhangt, wordt ingeschat op € 600.000 met een kans van maximaal 50%. 

Maatregelen: Het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid, waaronder een adequaat opleidingsprogramma. Daarnaast steeds verdere doorontwikkeling van de organisatie en onderliggende systemen.

6. Problematiek arbeidsmarkt
In aanvulling op punt 4 wordt het volgende opgemerkt. Omdat de vaste formatie nog niet op het juiste peil is in relatie tot de toenemende werkprogramma's, werkt de OMWB naast inhuur ook met trainees en net-afgestudeerden. De OMWB leidt de jonge nieuwe collega’s ‘on the job’ op, in een periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze collega’s nog niet volledig declarabel; de begeleiding verloopt via directe collega's van de dienst. In verband met deze noodzakelijke aanpak heeft de OMWB een tijdelijk productietekort in termen van declarabiliteit. Het maximale risico in verband hiermee is ongeveer € 700.000.

9. Bovenmatig verzuim
In de begroting van 2024 wordt gerekend met een verzuimpercentage van 5,5%. Het werkelijke percentage over 2023 bedraagt 5,5%. Het verzuim in de eerste maanden van kalenderjaar 2024 bedraagt daarentegen 7,4%. Het blijft lastig te bepalen hoe het verzuimpercentage zich de komende periode ontwikkelt. We schatten in dat een verzuimpercentage van 6% over heel 2024 reëel is. Het verschil tussen het rekenpercentage en het verwachte percentage wordt aangemerkt als risico en bedraagt afgerond € 315.000. Bij een kans van 80% betekent dit een gewogen risico van € 252.000.

11. Invoering Omgevingswet
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De invoering van de wet betekent een ingrijpende verandering voor de taakuitvoering. Ondanks gedegen voorbereidingen is de exacte impact van de invoering, ook financieel, nog onvoldoende duidelijk. Uit onderzoek van adviesbureau KokxDeVoogd naar het Integraal Financieel Beeld Stelselherziening Omgevingswet (zoals gepubliceerd op de website van Binnenlands Bestuur op 7 juni 2023), valt de Omgevingswet een miljard euro duurder uit. Een deel van deze kosten zal voor rekening van de OMWB komen. Hoe hoog deze kosten zullen zijn, is op dit moment nog lastig in te schatten. De eerste ervaringen tonen aan dat er een neerwaarts effect is op de kengetallen (waaronder doorlooptijden) waardoor het risico bestaat dat de werkprogramma's niet volledig gerealiseerd kunnen worden. Gezien de grote onduidelijkheden die er op dit moment nog zijn, wordt de risico-inschatting en de kans van optreden gehandhaafd op het niveau van de 2e Burap 2023 en Begroting 2024. 

12. Kosteneffectiviteit
Volgend uit het kosteneffectiviteitsonderzoek is een intern besparingspotentieel van € 1,7 miljoen opgehaald. In de jaren 2022 tot en met 2024 zijn de verschillende maatregelen doorgevoerd in de begroting respectievelijk meerjarenraming. De afhankelijkheid van derden maakt een volledige realisatie van afzonderlijke maatregelen onzeker. Per jaareinde 2023 is reeds een bedrag van afgerond € 1,3 miljoen gerealiseerd; er resteert daarom een maximaal schadebedrag van ongeveer € 400.000 (€ 1,7 miljoen -/- € 1,3 miljoen). Om tegemoet te komen aan het geraamde potentieel is 60% van de totale waarde als risico aangemerkt, per saldo € 240.000. Dit betreft met name het potentieel van het deelproject met betrekking tot de archivering, waarbij realisatie mede afhankelijk is van de inzet van deelnemers om hun archieven te digitaliseren.

Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s is het eindbeeld voor de jaarrekening 2023 als volgt:

Risico's  Maximaal bedrag schade Kans op optreden risico Gewogen risico
4. Inhuur versus vast personeel 380.000 75% 285.000
5. Transitie mens en systeem 600.000 50% 300.000
6. Problematiek arbeidsmarkt 700.000 75% 525.000
9. Bovenmatig verzuim 315.000 80% 252.000
11. Invoering Omgevingswet 1.000.000 60% 600.000
12. Kosteneffectiviteit 400.000 60% 240.000
Totaal 3.395.000   2.202.000

In aanvulling op bovenstaande tabel blijft er aandacht voor het volgende.  Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet verschuift het bevoegd gezag voor bodem en ondergrond en de daaraan verbonden VTH-(basis)taken voor een groot deel van de provincie naar de gemeenten. Voor de begroting 2024 is van de impact hiervan op het werkprogramma van de OMWB een inschatting gemaakt en zijn bedragen opgenomen in de bijdrage van de deelnemers. Het is nog niet volledig duidelijk of deze bijdrage voldoende is om de kosten van de overgekomen taken volledig te dekken. In de 1e Burap 2024 wordt hier verder op ingegaan.

Beschikbaar weerstandsvermogen
De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt eind 2023 € 2.092.000. Uitgaande van het actuele risicoprofiel van € 2.202.000 is de weerstandsratio 0,95. Dit wordt volgens de waarderingstabel van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwalificeerd als ‘matig’. In de jaarrekening 2022 bedroeg de weerstandsratio 1,10 (‘voldoende’). Indien de algemene reserve conform de Financiële Verordening (maximaal 8%) wordt aangepast, bedraagt de weerstandsratio 1,45 ('ruim voldoende'). In de resultaatbestemming zal aan het AB een voorstel worden gedaan dat aansluit op de Financiële Verordening. 

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Financiële kengetallen

Het BBV schrijft voor dat een aantal verplichte financiële kengetallen moet worden opgenomen. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie van de organisatie. De trend van de voor de OMWB relevante kengetallen wordt in onderstaande tabel weergegeven:

Financiële kengetallen Jaarrekening 2023 Begroting 2023 Jaarrekening 2022
Netto schuldquote -9,5% -4,7% -7,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen n.v.t. n.v.t. n.v.t
Solvabiliteitsratio 34,7% 48,5% 47,1%
Structurele exploitatieruimte 6,7% 1,1% 1,8%
Grondexploitatie n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Belastingcapaciteit n.v.t. n.v.t. n.v.t.


Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe verder deze ratio onder de 1,0 ligt, hoe beter het is. De netto schuldquote is toegenomen ten opzichte van de jaarrekening 2022.

Solvabiliteit
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de OMWB in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het aandeel van het eigen vermogen in het balanstotaal weer. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. De solvabiliteit is ten opzichte van de jaarrekening 2022 verminderd, maar wordt alsnog als zeer gezond beschouwd.

Structurele exploitatieruimte
Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties in reserves, ontstaat er beeld in hoeverre sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een positief percentage is wenselijk aangezien dit betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

Onderlinge verhouding kengetallen
Zowel de netto schuldquote en de structurele exploitatieruimte zijn verbeterd ten opzichte van 2022. De solvabiliteit is ten opzichte van vorig jaar verminderd maar wordt alsnog als zeer gezond beschouwd. De balanspositie van de OMWB wordt evenals voorgaande jaren als zeer solide aangemerkt.

Financiering

Terug naar navigatie - Financiering

In aansluiting op de Wet Financiering decentrale overheden (fido) is in het Besluit Begroting en Verantwoording neergelegd dat de financieringsparagraaf de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille uiteenzet. De grondslag voor de aan de portefeuille verbonden Treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut. Het beheer van de OMWB is risicomijdend en mede gericht op het voldoen aan de renterisico-norm en de kasgeldlimiet.

Treasurybeleid
De doelstellingen van het treasurybeleid van de OMWB zijn:

  1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
  2. het beschermen van vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico's, zoals renterisico's, koersrisico's, liquiditeitsrisico's en kredietrisico's;
  3. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
  4. het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut.

Onder risico’s worden zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende schuld), als kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s verstaan. Met betrekking tot risicobeheer geldt het volgende algemene uitgangspunt: 'Bij het uitzetten of aantrekken van middelen worden de bepalingen zoals neergelegd in de Wet fido en de Ruddo (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) in acht genomen'.

Renterisicobeheer

  1. De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido;
  2. de renterisico norm wordt niet overschreden conform de Wet fido;
  3. nieuwe leningen/ uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning;
  4. de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/ uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;
  5. binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de OMWB naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen.

Met de inwerkingtreding van de Wet fido is de term ‘Renterisico-norm’ geïntroduceerd. De norm schrijft voor dat in enig jaar de aflossing van een langlopende schuld niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.

De OMWB heeft momenteel geen langlopende leningen en voldoet daarmee automatisch aan de norm. De huidige financieringspositie en -behoeften vanuit de investeringsbegroting geven op dit moment geen verdere aanleiding tot aanwending van een dergelijke lening.

Kredietrisicobeheer
Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het uitgangspunt dat overtollige middelen op voorhand worden aangehouden in de schatkist.

Intern liquiditeitsbeheer
De OMWB beperkt zijn interne liquiditeitsrisico’s door zijn treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning.

Valutarisicobeheer
Valutarisico’s worden door de OMWB uitgesloten. Leningen worden uitsluitend aangegaan of gegarandeerd in de Europese geldeenheid (de euro).

Kasgeldlimiet

Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm voor het maximumbedrag voor de financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar). De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen betreft 8,2% van het begrotingstotaal.

Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. De opgenomen bedragen betreffen de realisatiecijfers 2023.

De kasgeldlimiet is voor de OMWB voor 2023 berekend op € 3.414.000. Aangezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op € 15,0 miljoen wordt geschat, is de ruimte onder de kasgeldlimiet gelijk aan de kasgeldlimiet.

Stappen (1-4) (1) Vlottende schuld (2) Vlottende middelen (3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)
(1) - (2) = (3)      
Eerste kwartaal 0 14.019 -14.019
Tweede kwartaal 0 16.223 -16.223
Derde kwartaal 0 15.030 -15.030
Vierde kwartaal 0 14.754 -14.754
(4) gemiddelde van (3) 0 15.007 -15.007
Stappen (5-9) Variabelen    
(5) Kasgeldlimiet   3.414
(6a) = (5>4) Ruimte onder de kasgeldlimiet   3.414
(6b) = (4>5) Overschrijding van de kasgeldlimiet   -
Berekening kasgeldlimiet (5)      
(7) Begrotingstotaal   41.631
(8) Percentage regeling   8,20%
(5) = (7) x (8) / 100 Kasgeldlimiet   3.414


Schatkistbankieren
Overheden mogen sinds 2014 tegoeden uitsluitend bij het Rijk of andere decentrale overheden wegzetten. Dit is primair bedoeld om de staatsschuld terug te dringen. De OMWB heeft gedurende het gehele boekjaar 2023 te maken gehad met overschotten aan liquide middelen. Deze overschotten zijn dagelijks afgeroomd naar de schatkist. Op de lopende rekening blijft na afroming maximaal € 1.000.000 beschikbaar.

Bedrijfsvoering - plannen en resultaten

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering

Het jaar 2023 stond voor de afdeling bedrijfsvoering in het teken van het daadwerkelijk uitvoeren van de diverse beleidsvoornemens en/ of (bestuurlijke) besluiten. 

Voornemens 2023
In algemene zin lag de nadruk op de doorontwikkeling van de informatievoorziening en het uitvoeren van onderdelen van het strategisch HR-beleid. Twee specifieke onderwerpen die een rol gingen spelen, waren:

  • De inwerkingtreding van de Omgevingswet. De wet heeft grote consequenties voor de wijze waarop de OMWB in samenwerking met deelnemers haar taken gaat uitvoeren. 
  • De volgende fase van de kosteneffectiviteitsmaatregelen. In 2022 is in opdracht van het Algemeen Bestuur het programma ‘Van goed naar beter’ van start gegaan. Met dit programma worden, gefaseerd en in deelprojecten, onderwerpen van het onderzoek naar kosteneffectiviteit uit december 2020 uitgewerkt. In het faseplan van 2023 zijn de activiteiten en hun effecten in detail uitgewerkt. Hoofdactiviteiten in dit faseplan zijn: het borgen van procesmanagement in de organisatie, helder met elkaar definiëren wat kwaliteit is, meer aandacht geven aan de risicogerichte benadering, het aanpakken van verspilling en het verbeteren van de (digitale) samenwerking met deelnemers.

Verantwoording 2023

Omgevingswet:
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingetreden. De afdeling bedrijfsvoering heeft extra geïnvesteerd in opleidingen en communicatie om de gevolgen van de wet binnen de organisatie zo goed mogelijk te begeleiden. Om aan te kunnen sluiten op de landelijke DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) voorziening is een overgang van Squit 20/20 naar Rx Mission uitgevoerd. De aansluiting op het DSO is succesvol afgerond.  

Kosteneffectiviteit, ‘Van goed naar beter’

De realisatie van de doelen en baten van de deelprojecten loopt vooralsnog volgens planning. Er is per kwartaal gerapporteerd over de voortgang.  Het faseplan voor 2023 is grotendeels succesvol afgerond. De doorlopende projecten komen terug in het faseplan voor 2023. In totaal heeft 'Van goed naar beter' cumulatief € 1.548.000  opgeleverd. Het doel om in 2023 vanuit het programma een besparing van € 650.000 op te leveren is daarmee bereikt. De meer behaalde opbrengsten dragen alvast bij aan het  doel van 2024 om € 400.000 voor de begroting op te leveren. 

Informatievoorziening

Terug naar navigatie - Informatievoorziening

Onder het cluster informatievoorziening vallen alle informatie, data en ICT gerelateerde onderwerpen. De noodzakelijke overgang naar RX Mission, het meer data-gedreven werken en toegenomen eisen op het gebied van informatiebeveiliging maakt dat informatievoorziening een steeds meer centralere rol claimt en krijgt. 

Verantwoording 2023

Van Squit 20/20 naar Rx Mission
De aangekondigde grote update heeft in oktober plaatsgevonden. De impact was veel groter dan vooraf gedacht, achteraf moeten we constateren dat het een her-implementatie was. Vrijwel alle processen zijn aangepast, evenals alle sjablonen voor documenten. Er zijn nieuwe functionaliteiten toegevoegd en andere zijn verdwenen. Er zijn nieuwe zaaktypen aangemaakt en samengevoegd. En 5,2 miljoen documenten zijn of worden overgezet. Het was een forse inspanning voor het team Informatievoorziening en de key-users. Uiteindelijk is het resultaat goed te noemen en waren we op tijd klaar voor de overgang naar de omgevingswet. 

Dataplatform
De ontwikkeling van ons dataplatform is in 2023 doorgegaan. Het vernieuwde datawarehouse staat in de steigers, dit moet het delen van data (binnenkomend en uitgaand) verbeteren. Een absolute must gezien het steeds meer data-gedreven werken en de landelijke ontwikkelingen die vanuit pijler 3 van het IBP op ons afkomen. Het verzamelen van data heeft mede door het gebruik van power apps een boost gekregen. We gebruiken Robotic Process Automation om de datakwaliteit te verhogen. Zo werken we verder aan een data-gedreven organisatie. De resultaten hiervan zijn onder andere gepresenteerd in het Ambtelijk Overleg.

ICT leverancier/security
ICT en informatie zijn cruciaal voor het functioneren van de OMWB, tegelijkertijd nemen de bedreigingen op het gebied van informatieveiligheid toe. Verschillende wet- en regelgeving (BIO en AVG) en bestuurlijke afspraken (VNG-resolutie 2021) laten zien dat overheden hun informatiebeveiliging serieus moeten nemen en dit aspect continu aandacht behoeft. In 2022 is het informatiebeveiligingsbeleid door het Dagelijks Bestuur vastgesteld. In dit beleid staan de uitgangspunten voor het voortdurende proces waarmee wordt gewerkt aan de beveiliging van informatie. Het informatiebeveiligingsplan is in 2023 afgerond. Het voldoen aan de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) is een must. Vanaf begin 2023 is een CISO binnen de organisatie actief (eerst extern, nu intern), die vanuit dit plan diverse acties uitwerkt. Voorbeelden daarvan zijn het aanpassen van beleid voor applicatie-acceptatie en wachtwoordbeleid. Daarnaast worden er in het kader van bewustwording elk kwartaal campagnes gelanceerd die tot doel hebben om medewerkers bewust te maken van de risico’s die digitaal werken met zich meebrengt. Eind 2023 is in het kernMT een voorstel aangenomen om de functies ISO (Information Security Officer) en Privacy Officer in de organisatie op te nemen.      

GEO- GIS
In de afgelopen maanden is onderzoek gedaan naar een Geografisch Informatie Systeem functionaliteit. De OMWB ziet deze ontwikkeling als opmaat voor een noodzakelijk professionalisering van het werk. Deze functionaliteit maakt gebruik van kaarten, kaartlagen en coördinaten. Vrijwel alles wat de OMWB doet is te relateren aan een locatie op de kaart. Gegevens op de kaart plotten helpt bij het maken van analyses.  We kunnen alle producten die wij als OMWB maken relateren aan deze adressen, waardoor de resultaten van die producten zijn te presenteren op de kaart. Deelnemers en ketenpartners vragen steeds vaker om data en analyses. Bijvoorbeeld voor het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK), waarbij gebiedsgericht en regionaal analyseren een belangrijk onderdeel is. Het uitgevoerde onderzoek heeft geleid tot een voorstel. Zoals in de kaderbrief 2025 is aangekondigd  wordt dit voorstel financieel verwerkt in de begroting van 2025 .

Het REV

De aansluiting op het REV is niet gerealiseerd. De zaaksystemen van Roxit zijn niet te koppelen aan het REV. Roxit heeft aangegeven in de toekomst nooit 100% het REV te kunnen vullen. Hierdoor moeten gegevens ook vanuit andere systemen komen dan alleen het VTH systeem. Het is een landelijk probleem dat VTH leveranciers geen goede, volledige koppeling met het REV kunnen maken.  Vooralsnog wordt het REV daarom handmatig gevuld met de Bevoegd gezag Module (BGM).

 

Communicatie

Terug naar navigatie - Communicatie

De inzet van Communicatie is erop gericht om OMWB-medewerkers strategisch, tactisch en operationeel te ondersteunen en te adviseren in hun werk; bijvoorbeeld met trainingen, communicatieadviezen en uitingen. Richting externe stakeholders is communicatie-inzet erop gericht om de resultaten van het OMWB-werk op een heldere, duidelijke en consistente wijze voor het voetlicht te brengen, evenals bij te dragen aan een goede reputatie en dito (werkgevers)imago. Online heeft de OMWB zijn producten gedeeltelijk al digitoegankelijk gemaakt, dit kreeg een vervolg in 2023.

Verantwoording 2023

Het digi-toegankelijk maken van websites is deels uitgesteld vanwege het nieuwe intranet. Daarnaast blijkt dat het totale project meer voeten in aarde heeft dan vooraf bedacht. Het volledig digi-toegankelijk maken van websites en documenten loopt achter op de planning. In 2024 komt er een inhaalslag.  

Huisvesting

Terug naar navigatie - Huisvesting

Het huurcontract voor het pand aan de Spoorlaan is per 1 januari 2023 verlengd. Uit enquêtes onder medewerkers van de OMWB blijkt dat zij in grote mate het thuiswerken waarderen en hiermee kan er een verschuiving plaatsvinden tussen het werken thuis en op kantoor. In de loop van 2023 is de gemeente Tilburg uit het pand aan de Spoorlaan vertrokken. Dit alles is van betekenis voor de invulling van de huisvesting. 

Verantwoording 2023

Na het verlengen van de overeenkomst hebben de verhuurder (HSA vastgoed) en de OMWB meerdere malen om tafel gezeten om de toekomstige huisvesting te bespreken. De ontwikkelingen op de markt voor de huur van kantoorruimte blijven grillig. Er is door beide partijen de intentie uitgesproken om een (nieuw) huurcontract voor een langere periode dan 5 jaar af te sluiten. Deze gezamenlijke  intentie geeft ons genoeg reden om verder te gaan met (mogelijke) plannen voor noodzakelijke investeringen in hybride werken en duurzaamheid. Bijeenkomsten om plannen te komen zijn eind december in gang  gezet. Vooruitlopend op de uitkomsten is in de kaderbrief 2025 aangekondigd dat in de begroting 2025 een investering wordt opgenomen.  

 

Kernthema: Strategisch HRM

Terug naar navigatie - Kernthema: Strategisch HRM

Het programma Strategisch HRM kent vier pijlers. Cultuur en leiderschap, recruitment, loopbaanontwikkeling en vitaliteit. Iedere pijler heeft deelprojecten met een eigen dynamiek en planning. De opbrengst van de diverse projecten moeten uiteindelijk een positieve bijdrage leveren aan het imago van de OMWB als goede werkgever, voor huidige en toekomstige medewerkers. 

Verantwoording 2023

In 2023 is het formele cultuur- en leiderschapstraject tot afronding gekomen. In eerdere samenwerksessies heeft een groep van ongeveer veertig medewerkers de huidige en gewenste cultuur beschreven en zijn er drie kernthema’s voor de ontwikkeling van de OMWB geformuleerd. Ardis Organisatie Ontwikkeling ondersteunde hierbij met zogeheten topdagen voor het management en werkvormen op medewerkersniveau. Het is nu zaak voor de organisatie om door te pakken op de benodigde veranderingen. 

Bij recruitment is in eerste instantie geïnvesteerd in een tijdelijke recruiter die hielp bij het scherper krijgen van het wervingsproces, en die  instrumenten aanreikte om de juiste kandidaten te kunnen vinden. Recruitment heeft nu een vaste plek binnen het HRM team. En we bouwen voort op onze eerder ingezette koers. Denk hierbij aan onze wervingscampagne 'kijk om je heen' met het daarbij behorende instrumentarium. 

In het kader van de pijler loopbaanontwikkeling kwamen in dit jaar het traineeprogramma en het MD traject tot afronding. Beide trajecten kennen al resultaat, twee intern opgeleide medewerkers zijn als teammanager benoemd en we hebben drie trainees als vaste medewerkers in dienst genomen. Beide trajecten zijn geëvalueerd, positieve elementen behouden we en zetten we in tijdens mogelijke verdere trajecten.   

De pijler vitaliteit is van start gegaan met het eerste grote traject: het uitvoeren van het Preventief Medisch Onderzoek. Iedere medewerker had de kans om zich door te laten lichten door Meditel, zo'n 60% heeft hier gebruik van gemaakt. Daarnaast is de vitaliteitskalender opgesteld met onder andere de beweegweek als belangrijk item. 

 

Financiën en Control

Terug naar navigatie - Financiën en Control

Het afgelopen jaar is geïnvesteerd in formatie uitbreiding waardoor het team een kwaliteitsimpuls op control (vraagstukken) heeft gekregen. In 2023 ontstond daardoor ruimte in de dienstverlening naar de organisatie en externe partners. Er zijn stappen gemaakt met een integraal sturingsdashboard en er is een gewijzigde systematiek voor het begrotingsproces geïmplementeerd. 

Verantwoording 2023

Rechtmatigheidscontrole/Interne controle
De rechtmatigheidsverklaring is uitgesteld tot het boekjaar 2023. Over 2022 is een rechtmatigheidsverklaring bij wijze van proef opgesteld. Dit is met het bestuur afgestemd. De interne controle is verder op orde gebracht, onder andere met behulp van een externe partij. Het normenkader was in 2022 al geheel up-to-date gebracht. Alle financiële OMWB-verordeningen en beleid zijn herijkt en vastgesteld door de respectievelijke besturen. De financiële verordening is in december 2023 in gewijzigde vorm nogmaals voorgelegd aan de besturen. Hierbij zijn de laatste wijzigingen van de rechtmatigheidsverantwoording, en de wijzigingen vanuit de Wet gemeenschappelijke regelingen verwerkt.    

Opvolging managementletter
Het jaar 2023 is het tweede controlejaar van de nieuwe accountant: Flynth. Tijdens de interim controle bleek dat de opvolging van de managementletter succesvol is verlopen. Wel is er een verschuiving merkbaar in controle methodiek, men gaat meer uit van een gegevensgerichte benadering. 

Verbetering P&C-cyclus
In de afgelopen periode is Pepperflow geïmplementeerd. Deze applicatie gaat de verdere verbetering in sturing en verantwoording ondersteunen. De P&C documenten worden ook digitaal aan de deelnemers ter beschikking gesteld.   

Wet Gemeenschappelijke regelingen (WGR)

Terug naar navigatie - Wet Gemeenschappelijke regelingen (WGR)

Op 14 december 2021 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel tot aanpassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen (de Wet versterking legitimiteit gemeenschappelijke regelingen). De ingangsdatum is bepaald op 1 juli 2022, waarbij een implementatietermijn geldt van twee jaar. Deze wetswijziging heeft gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling (GR) van de OMWB.  

Het wetsvoorstel introduceert nieuwe instrumenten waarmee gemeenteraden en Provinciale Staten hun controlerende en kaderstellende taken beter kunnen uitvoeren. De veranderingen betreffen in het kort: 

  • Er komt een verruiming van de mogelijkheden om zienswijzen in te dienen.
  • Het wordt mogelijk om een regionale gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. 
  • In de gemeenschappelijke regeling (GR) moet afgesproken worden hoe omgegaan wordt met participatie van bijvoorbeeld burgers, bedrijven of maatschappelijke organisaties. 
  • Het bestuur van de GR krijgt een actieve informatieplicht over wat er speelt in de GR.
  • Er komt een vergoeding voor raads- of PS-leden voor het deelnemen aan de gemeenschappelijke adviescommissie.
  • Er komt een verplichting om afspraken te maken over evaluatie van de GR.
  • Er komt een aanpassing van de regels over de gevolgen van uittreding.
  • Veranderingen in de termijnen van de begrotingscyclus (Kaderbrief 30 april (i.p.v. 15 april), de zienswijzetermijn voor de begroting wordt twaalf weken (i.p.v. acht weken), de begroting dient bij BZ te worden ingediend voor 15 september (i.p.v. 1 augustus). 

Verantwoording 2023

De OMWB heeft als trekker een belangrijke rol in het gehele proces van totstandkoming gespeeld. In september 2023 is de ontwerpregeling vastgesteld in het Algemeen Bestuur. Deze is daarna toegezonden aan de colleges van de deelnemers met het verzoek om enerzijds een voorgenomen besluit te nemen tot vaststelling van de Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 2024, en anderzijds het voorgenomen besluit om een zienswijzeprocedure aan te bieden aan hun raden en Provinciale Staten.  De ingediende zienswijzen zijn ondertussen van een reactie voorzien, en de regeling is op sommige punten enigszins aangepast. De definitieve regeling wordt nu aan de colleges ter goedkeuring aangeboden. 

Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - Rechtmatigheidsverantwoording

De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.

Begrotingscriterium
De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Hierbij wordt de realisatie afgezet tegen de begroting na wijziging en worden alle afwijkingen als onrechtmatig aangemerkt. Ook als deze afwijkingen ontstaan binnen de afspraken die het dagelijks bestuur met het algemeen bestuur heeft gemaakt in de financiële verordening. De afwijkingen ten opzichte van de begroting na wijziging zijn in de rechtmatigheidsverantwoording uiteengezet. Hierbij is vastgesteld dat deze afwijkingen dus onrechtmatig zijn, maar wel passen binnen de afspraken tussen het algemeen bestuur en dagelijks bestuur, zoals opgenomen in de financiële verordening. De lagere baten hangen samen met de lagere lasten op het primaire proces. De onderschrijding op de lasten voor de bedrijfsvoering zijn ontstaan na de tweede tussentijdse rapportage en zijn toegelicht in de jaarrekening.

Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Een uiteenzetting van deze wet- en regelgeving heeft plaatsgevonden in het normenkader 2023 zoals is vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De controle op deze wet- en regelgeving is uitgewerkt in het controleplan 2023. Hieruit blijkt dat de financiële rechtmatigheid bij het voorwaardencriterium voornamelijk toeziet op de wetgeving met betrekking tot Europese aanbestedingen. Er is een integrale check uitgevoerd op crediteuren met een uitgaaf van meer dan € 200.000 in de afgelopen 4 jaar en of een uitgaaf van meer dan € 50.000 in 2023. Hierbij is vastgesteld dat één langlopend contract met betrekking tot de automatisering niet Europees is aanbesteed. Dit brengt een onrechtmatigheid met zich mee van €121.000. Gezien deze applicatie de primaire bedrijfsvoering raakt, wordt deze fout door het bestuur geaccepteerd.

Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium
In de gemeenschappelijke regeling zijn er geen regelingen met financieel effect waarvan misbruik te maken is door de gebruikers. 

In 2023 zijn het Dagelijks Bestuur geen gevallen van fraude bekend geworden. Begin 2024 heeft het MT de frauderisicoanalyse geüpdate. Deze wordt in 2024 opnieuw aan het Dagelijks- en Algemeen Bestuur voorgelegd.

Wet open overheid (WOO)

Terug naar navigatie - Wet open overheid (WOO)

Inleiding
De Wet Open Overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen is het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in begroting en jaarrekening wordt aangegeven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. De Wet Open Overheid kent een viertal belangrijke aspecten:

1.    De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen.
2.    Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking.
3.    Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking.
4.    Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding.
 
Woo contactfunctionaris
De OMWB heeft een contactpersoon aangesteld. Op deze wijze is voldaan aan de wettelijke verplichting. 

Passieve openbaarmaking
De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, onder meer is de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken aangepast. Deze aanpassingen zijn in 2023 doorgevoerd in onze processen. In onze organisatie ging het in 2023 om de volgende aantallen:     

  Ontvangen (#) Op tijd (%)
Omgevingsdienst Midden- en West Brabant 19 12

Bij een aantal ontvangen verzoeken (4) heeft de OMWB informatie aangeleverd en heeft de gemeente het besluit genomen en in een geval is het verzoek ingetrokken nadat de OMWB informatie heeft aangeleverd.

In een aantal verzoeken is in afstemming met de verzoeker de informatie verstrekt zonder een besluit te nemen. De cijfers van deze verzoeken zijn niet meegenomen in de bovenstaande tabel. 

Actieve openbaarmaking
De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting is in 2023 nog niet ingegaan. 

Informatiehuishouding op orde
De Woo verplicht dat overheidsorganisaties hun digitale informatiehuishouding binnen acht jaar (vanaf 1 mei 2022) op orde brengen.