Het jaarrekeningresultaat 2023 laat een positief resultaat zien van € 1.643.000. Het operationele resultaat 2023 bedraagt € 2.550.000. Het verschil tussen het jaarrekeningresultaat en operationeel resultaat (€ 907.000) wordt veroorzaakt door de dotatie aan de voorziening verlofrechten (€ 742.000), aanvullende dotatie aan de egalisatiereserve meetstations ten opzichte van de begroting (€ 8.000) en reserveringen voor verplichtingen aan medewerkers in 2024 (€ 156.000).
Het positieve operationele resultaat van € 2.550.000 wordt voornamelijk gerealiseerd doordat de besteding van kosten achter blijft bij de begroting. Daarnaast zijn enkele kostenbudgetten niet aangesproken, waarmee in de begroting wel rekening wordt gehouden. Tenslotte zorgen niet-begrote baten als rente, detacheringsopbrengsten en de restitutie fee FWB voor een positief effect. Hieronder treft u een overzicht aan per onderdeel met daarna een toelichting op de voornaamste voor het jaarrekeningresultaat 2023 ten opzichte van de begroting 2023 na wijzigingen.
Niet gerealiseerde kostenbudgetten
In de tabel hieronder worden de 'Niet gerealiseerde kostenbudgetten' weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel.
Nr. |
Rubriek |
Bedragen in euro |
1. |
Reiskosten |
68.000 |
2. |
Overige personele kosten |
628.000 |
3. |
Huisvesting & Organisatie |
409.000 |
4. |
Onderzoek & Analyse |
231.000 |
5. |
Onvoorzien |
150.000 |
|
Subtotaal |
1.486.000 |
1) Reiskosten en thuiswerkvergoeding
Door verminderde aanwezigheid op kantoor is er sprake van lagere reiskosten; waarmee een voordeel is gerealiseerd van € 68.000. Hiertegenover staan de kosten voor thuiswerkvergoeding (€ 63.000), welke zijn opgenomen onder de ‘Overige personele kosten’.
2) Overige personele kosten
Op ‘Overige personele kosten’ is een onderbesteding gerealiseerd van in totaal € 628.000. De voornaamste posten hiervoor verantwoordelijk betreffen het ontbreken van mobiliteitstrajecten in 2023 (€ 290.000), het niet volledig aanspreken van het budget voor ‘Opleiding en vorming’ (€ 178.000) en lagere gerealiseerde kosten voor ‘Organisatieontwikkeling’ dan begroot (€ 266.000).
3) Huisvesting en organisatie
De kosten van ‘Huisvesting en organisatie’ zijn € 409.000 lager dan begroot. Deze onderbesteding is vooral toe te schrijven aan lagere uitgaven voor advies (onderdeel van de post Algemeen beheer). De sub-rubrieken ‘Huisvesting en facilitaire kosten’, ‘Tractiekosten’ en ‘Automatisering’ kennen marginale voordelen.
4) Onderzoek en analyse
Op de kosten van ‘Onderzoek en analyse’ is een voordeel gerealiseerd van € 231.000. Dit betreft de kosten die corresponderen met de opbrengsten van doorbelaste kostenfacturen die binnen Programma 4 (‘Buiten werkprogramma’) vallen. Deze kosten hebben een resultaatneutraal effect.
5) Onvoorzien
In de begroting is een bedrag van € 150.000 voor onvoorziene kosten opgenomen. In 2023 is dit bedrag niet aangesproken. Dit levert een voordeel van € 150.000 ten opzichte van de begroting op.
Niet begrote opbrengsten
In de tabel hieronder worden de 'Niet begrote opbrengsten' weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel.
Nr. |
Rubriek |
Bedragen in euro |
1. |
Detacheringsinkomsten |
142.000 |
2. |
Rentebaten |
499.000 |
3. |
Diverse baten en vennootschapsbelasting |
72.000 |
|
Subtotaal |
713.000 |
1) Detacheringsopbrengsten
De detacheringsopbrengsten voor uitleen van personeel bedragen € 142.000. Deze opbrengsten worden niet begroot aangezien ze niet of nauwelijks zijn in te schatten.
2) Rentebaten
De OMWB heeft rentebaten ontvangen voor een bedrag van € 499.000. In eerdere jaren heeft de OMWB geen rentebaten ontvangen en conform de bestendigde gedragslijn zijn deze opbrengsten niet begroot. Omdat verwacht wordt dat de baten een structureel karakter gaan krijgen, zijn voor 2024 rentebaten in de begroting 2024 opgenomen.
3) Diverse baten
Onder de ‘Diverse baten' van € 65.000 is voornamelijk een bedrag van € 64.000 inzake ‘Restitutie Fee 2022’ opgenomen; ontvangen van het Mobiliteitscentrum West-Brabant. Aangezien deze ontvangsten moeilijk zijn in te schatten en over de jaren fluctueren, worden deze niet in de begroting meegenomen. Daarnaast zijn kosten vennootschapsbelasting lager uitgevallen dan begroot, wat per saldo een voordeel ten opzichte van de begroting oplevert van € 7.000.
Personele inzet Primair proces
In de tabel hieronder wordt de 'Personele inzet Primair proces' weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel.
Nr. |
Rubriek |
Bedragen in euro |
1. |
Baten Werkprogramma |
-2.932.000 |
|
Baten Buiten Werkprogramma |
1.597.000 |
|
Baten SPUK-gelden |
-1.115.000 |
|
Subtotaal |
-2.450.000 |
2. |
Lonen en salarissen |
1.629.000 |
3. |
Inhuur |
919.000 |
|
Subtotaal |
98.000 |
1) Baten
De opbrengsten binnen het werkprogramma zijn € 2.932.000 lager dan begroot. Ook de opbrengsten van de Specifieke Uitkeringen lopen achter op de begroting en zijn € 1.115.000 lager; voornamelijk als gevolg van het niet kunnen invullen van de specifieke vacatureruimte. De opbrengsten buiten werkprogramma zijn daarentegen hoger dan begroot (€ 1.597.000). Per saldo is € 2.450.000 minder omzet gerealiseerd dan begroot.
Declarabele uren
In totaliteit zijn 341.000 declarabele uren gerealiseerd in 2023 (realisatie 2022: 332.200 uur). Per fte bedraagt dit circa 1.255 uur (norm 1.300 uur).
De declarabiliteit heeft in 2023 door diverse oorzaken onder druk gestaan. Zo zijn er veel uren besteed aan het inwerken van nieuwe medewerkers en verbeteringen van interne processen en systemen. Ook zijn veel uren besteed aan opleidingen ten behoeve van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de implementatie van ‘Rx.Mission’. De totale besteding van concernuren blijft over 2023 evenwel binnen de gestelde norm. Daar staat tegenover dat er meer verlof is opgenomen dan waarmee in de berekening van de declarabiliteitsnorm rekening is gehouden.
2) Lonen en salarissen
Het verschil in de post ‘Lonen & salarissen’ wordt vooral veroorzaakt door het groeiende takenpakket in relatie met de krapte op arbeidsmarkt. Hierdoor konden functies niet (tijdig) ingevuld worden.
3) Kosten voor inhuur van derden
Gelijk aan de toelichting onder ‘Lonen en salarissen’ zorgt het toegenomen takenpakket in relatie tot de beschikbaarheid van deskundige inhuurkrachten voor een onderuitputting van de begroting.
Contributiemarge
Als contributiemarge wordt het verschil tussen het gemiddelde (nacalculatorisch) verkooptarief en het ‘inkooptarief’ van personeel gehanteerd. Het verkooptarief is ten opzichte van 2022 toegenomen met 8% (2022: € 99,18 en 2023: € 107,14). Vergeleken met de ‘inkoopkosten’ van eigen personeel bedraagt de contributiemarge € 62 en voor inhuur € 30. De kosten zijn met 5% (eigen personeel) respectievelijk 4% (inhuur) toegenomen en daarmee minder dan het verkooptarief. Aanname was dat met name de kosten van inhuur per uur een grotere toename zouden kennen dan uiteindelijk geëffectueerd.
Personele kosten Bedrijfsvoering
In de tabel hieronder worden de afwijkingen van de 'Personele kosten Bedrijfsvoering' ten opzichte van de begroting weergegeven. Toelichting volgt onder de tabel.
Nr. |
Rubriek |
Bedragen in euro |
1. |
Lonen en salarissen |
631.000 |
2. |
Inhuur |
139.000 |
|
Subtotaal |
770.000 |
1) Lonen en salarissen
De kosten voor eigen personeel van de afdeling Bedrijfsvoering vallen € 631.000 lager uit dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door het niet (tijdig) invullen van vacatures lopende het jaar en door de gehanteerde begrotingssystematiek; de salariskosten van medewerkers worden begroot op het maximum van de schaal. Vanaf 2024 wordt de werkelijke salarisschaal van medewerkers als uitgangspunt voor de begroting gehanteerd.
2) Kosten voor inhuur van derden
De kosten voor inhuur van derden bedragen € 139.000 lager dan begroot. Enerzijds zijn lagere indexaties met inhuurbureaus overeengekomen, anderzijds is voor sommige functies eigen personeel geworven en daarmee minder/ geen inzet van inhuurkrachten nodig.
Overig
Nr. |
Rubriek |
Bedragen in euro |
1. |
Van goed naar beter |
-478.000 |
2. |
Diverse lasten |
-39.000 |
|
Subtotaal |
-517.000 |
1) Programma ‘Van goed naar beter’
In de begroting is een besparing van € 478.000 opgenomen in het kader van het project ‘Van goed naar beter’. Deze post is niet verder naar begrotingsposten gespecificeerd, maar komt wel in de diverse begrotingsposten tot uiting in een lagere realisatie van kosten.
2) Diverse lasten
Het saldo op de diverse lasten betreft voornamelijk het negatieve resultaat SSIB over 2023 voor een bedrag van ongeveer € 17.000 en de BTW-bijtelling voor privégebruik van de bedrijfsauto's voor een bedrag van afgerond € 14.000.