Financiële uitgangspunten

In voorgaande tekst is op thema’s een kwalitatieve doorkijk geschetst van verwachte en beoogde ontwikkelingen en trends voor de aanstaande planperiode. In deze paragraaf worden de financiële uitgangspunten benoemd voor de Begroting 2024 en de Meerjarenraming 2025- 2027.

Algemene uitgangspunten

Terug naar navigatie - Algemene uitgangspunten

De OMWB hanteert de volgende algemene financiële uitgangspunten bij het opstellen van de begrotingsdocumenten:

  • De Begroting 2024 gaat uit van het bestaande beleid, rekening houdend met de financiële effecten die betrekking hebben op de in deze Kaderbrief genoemde beleidsontwikkelingen.
  • De Begroting 2024, inclusief meerjarenraming 2025–2027, is structureel financieel sluitend.
  • Basis voor het financieringsmodel 2024 voor de deelnemende gemeenten is de MWB-norm.
  • Om mogelijke tegenvallers adequaat te kunnen opvangen, wordt rekening gehouden met een post ‘Onvoorzien’ van € 150.000.
  • De Begroting 2024 wordt opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV).

Baten en tariefontwikkeling

Terug naar navigatie - Baten en tariefontwikkeling

Afgelopen jaren is er sprake van een toenemend verschil tussen het voorcalculatorische en het gemiddelde nacalculatorische tarief. Oorzaak hiervan is de verschuiving in het soort werkzaamheden. De nadruk is de afgelopen jaren steeds meer op specialistisch werk komen te  liggen, wat in de regel een hoger tarief kent. Door als uitgangspunt voor de tariefbepaling van 2024 het nacalculatorisch uurtarief per 1 december 2022 te nemen, wordt er realistischer begroot. Op het nacalculatorisch tarief worden vervolgens aanpassingen voorgesteld naar  actuele inzichten (cao, inflatie, ziekteverzuim, et cetera).

Cao-ontwikkelingen
Bij het opstellen van deze Kaderbrief is er nog geen cao voor het jaar 2024 vastgesteld. Conform onze financiële richtlijnen wordt voor de tariefbepaling 2024 (indien er op dat moment nog geen cao is vastgesteld) uitgegaan van de prijsindexen uit de Macro Economische  Verkenningen 2024, die zijn gepubliceerd in de (herziene) septembercirculaire 2022 van het Centraal Planbureau. Gelet op de momenteel lopende cao-onderhandelingen, zal de uiteindelijke cao-verhoging naar alle waarschijnlijkheid hoger zijn dan deze indexering en dus leiden  tot een begrotingswijziging. Het tarief voor 2024 zal in de Begroting 2024 verder worden toegelicht.

Ziekteverzuim
Als gevolg van het hogere werkelijke percentage ziekteverzuim dan begroot, komt de declarabiliteitsnorm steeds meer onder druk te staan. Voor de begroting 2024 wordt gerekend met een streefpercentage van 5,5%. Aangezien het werkelijke percentage ziekteverzuim over  2022 hoger is (6,3%) dan dit streefpercentage, neemt dit een bepaalde onzekerheid met zich mee. De praktijk zal moeten uitwijzen of mitigerende maatregelen voldoende zijn om het streefpercentage te realiseren.

Programma ‘Van goed naar beter’
In de begroting 2024 vindt kostenverlaging plaats vanwege de derde (laatste) tranche van het programma ‘Van goed naar beter’ en het incidentele budget ten behoeve van kwaliteitsmanagement welke vanaf 2024 komt te vervallen.

Bovenstaande ontwikkelingen werken door in de declarabiliteitsnorm en het gemiddelde tarief. Dit wordt verder uitgewerkt in de Begroting 2024.

Lasten

Terug naar navigatie - Lasten

Het belangrijkste onderdeel van de kostenstructuur betreffen de personele kosten. Dit is circa 80% van de totaal begrote lasten en bestaat uit kosten behorend bij personeel in loondienst en inhuur derden. Dit laatste is wenselijk in termen van flexibiliteit en noodzakelijk vanwege  de krapte van de arbeidsmarkt.

Personeel in loondienst
Het personeelsbestand valt uiteen in medewerkers inzetbaar voor uitvoering van het primaire proces en medewerkers ondersteunend daaraan in de bedrijfsvoering. De met de deelnemers afgestemde werkprogramma’s 2023 dienen als basis voor de begroting 2024. Het  werkaanbod is geraamd tussen de 327.000 en 332.000 declarabele uren. Werkzaamheden worden in beginsel door eigen medewerkers uitgevoerd, aangevuld met inhuur van derden. We werken toe naar een gezonde verhouding van fte tussen primair proces en bedrijfsvoering en tussen eigen personeel en inhuurkrachten. Dat willen we verder gaan uitwerken.

De uitvoering van taken voortvloeiend uit de specifieke uitkeringen (SPUK) ‘toezicht en handhaving energiebesparingsplicht (THE)’ en ‘Interbestuurlijk programma (IBP) VTH’, heeft impact op de formatie. Het effect hiervan wordt in de Begroting 2024 verder uitgewerkt.

Personeel niet in loondienst
In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat in beginsel het eigen personeel de taken verricht; een beperkte flexibele schil is gewenst. Door de krapte op de arbeidsmarkt is deze schil momenteel echter wat groter. Het blijft onverminderd lastig om voldoende geschikt  eigen personeel te werven. Dit geldt zowel voor het primair proces als voor de afdeling Bedrijfsvoering. Aangezien externe inzet duurder is dan de uitvoering met eigen personeel leidt dit tot extra kosten. Eind 2022 is mede door het ontwikkelen van een traineeship het aantal fte  licht gestegen. Het is onze ambitie om deze stijgende lijn door te zetten. Binnen het thema Strategisch HRM zullen in 2024 de onderdelen vitaliteit en recruitment verder uitgevoerd worden. Dit zal bijdragen aan de versterking van onze positionering op de arbeidsmarkt.

Overige (materiële) kosten
Deze worden opgenomen op basis van de meest recente inzichten rondom de ontwikkeling van overige kosten (huur, servicekosten, ICT-licenties, et cetera); rekening houdende met bovenstaande indexering.

Incidentele kosten kwaliteitsmanagement
In het verlengde van het kosteneffectiviteitsonderzoek zijn incidentele en structurele kosten gealloceerd ten behoeve van kwaliteitsmanagement. De structurele kosten zijn reeds toegelicht in paragraaf 3.6.1 Kwaliteitsmanagement. De incidentele posten komen vanaf 2024 te  vervallen.

Investeringen

Terug naar navigatie - Investeringen

In 2024 moet een aantal bedrijfsmiddelen opnieuw aangeschaft of vervangen worden. Het uitgangspunt is dat het Algemeen Bestuur met het vaststellen van de begroting goedkeuring verleent aan deze (vervangings-)investeringen. Met het vaststellen van de begroting worden  ook de vermelde afschrijvingstermijnen voor investeringen vastgesteld.

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen

In de begroting 2024 wordt een geactualiseerd inzicht in het risicoprofiel en het weerstandsvermogen opgenomen. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de risico’s waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen en de capaciteit van middelen en mogelijkheden die de  MWB heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV-artikel 11). Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico-inschatting en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. Om te voorkomen dat bij niet afgedekte risico’s  ingrijpende (organisatie)wijzigingen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB gewenst. De OMWB streeft een ‘voldoende’ weerstandscapaciteit na. Dat betekent een weerstandsratio tussen 1,0 en 1,4.