Concrete ontwikkelingen 2027

Introductie

Terug naar navigatie - Concrete ontwikkelingen 2027 - Introductie

Voor een aantal ontwikkelingen is inmiddels duidelijk welke VTHKA-werkzaamheden (Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving, Klachten en Advies) de OMWB in 2027 kan/moet uitvoeren. Deze mogelijke werkzaamheden vloeien voort uit beleidsvoornemens, wettelijke verplichtingen en lopende programma’s, maar ook uit maatschappelijke discussies die de richting en prioriteiten van ons werk beïnvloeden. Denk daarbij aan thema’s energietransitie, gebruik van staalslakken en agrarische ontwikkelingen, waarover het publieke debat steeds nadrukkelijker richting geeft aan beleid en uitvoering. In de volgende paragrafen worden deze ontwikkelingen verder uitgewerkt. Per onderwerp wordt beschreven welke opties er zijn voor de inzet van de OMWB, welke kennis en capaciteit daarvoor nodig kunnen zijn, en hoe dit zich vertaalt naar de uitvoering binnen de regio Midden- en West-Brabant. 

Elke paragraaf sluit af met een overzichtstabel waarin de geraamde kosten voor de gehele regio zijn weergegeven. In overleg met de deelnemers kan worden bepaald of deze inzet leidt tot aanvullende kosten, of dat door middel van herschikking binnen bestaande middelen een kostenneutraal scenario mogelijk is. Deze tabellen bieden daarmee een eerste financieel kader voor de verdere uitwerking van de begroting en de bestuurlijke besluitvorming richting 2027. 

Energietransitie

Terug naar navigatie - Concrete ontwikkelingen 2027 - Energietransitie

De regio Midden- en West-Brabant staat voor grote uitdagingen in de energietransitie: de uitstoot moet fors omlaag, terwijl het elektriciteitsnet overbelast is en de energievraag blijft stijgen. Doelen voor 2030 lijken zonder extra inspanning niet haalbaar. Bedrijven, verantwoordelijk voor circa 70% van het energieverbruik, spelen hierin een sleutelrol. 

De OMWB levert al een bijdrage door de uitvoering van energietoezicht bij bedrijven. In 2026 vindt een herijking plaats van het gewenste uitvoeringsniveau. Dit zal naar verwachting leiden tot een aanpassing van de budgetadviezen voor deze taak in 2027. Naast de uitvoering van energietoezicht en samenwerking met bedrijven, gaat  de OMWB haar rol verbreden. De organisatie verschuift van een reactieve naar een meer ondersteunende en proactieve houding. Door kennis en expertise in te zetten, helpt de OMWB gemeenten en bedrijven sneller en effectiever te verduurzamen. Daarbij ligt de focus op twee sporen:  

  1. Externe oriëntatie: landelijke en lokale ontwikkelingen tijdig signaleren en vertalen naar de eigen organisatie, zodat gemeenten en partners adequaat worden ondersteund. 
  2. Interne voorbereiding: versterken van kennis, capaciteit, voorschriften en processen zodat de OMWB voorbereid is op nieuwe taken en uitdagingen rond duurzame energie. 

Om deze twee sporen kracht bij te zetten heeft de OMWB een visie ontwikkeld  die in de loop van 2026 /2027 wordt uitgewerkt en geïmplementeerd. De energievisie heeft daarbij de volgende impact voor d OMWB en haar eigenaren:   

Voor OMWB: 

  • Groeiende behoefte aan gespecialiseerde kennis (o.a. waterstof, warmtenetten, netcongestie). 
  • Meer capaciteit nodig voor VTHKA-taken en adviesfuncties. 
  • Investeringen in interne organisatie: standaardvoorschriften, aanvraagformulieren, beoordelingskaders. 
  • Rol als strategische gesprekspartner in regionale projecten (Powerport, RES/REKS, Delta Rhine Corridor).

Voor gemeenten: 

  • Gemeenten kunnen rekenen op meer ondersteuning bij vergunningverlening en toezicht, met snellere en beter voorbereide processen. 
  • Meer inhoudelijke advisering bij omgevingsplannen en gebiedsontwikkelingen. 
  • Betere benutting van kansenkaarten en informatie om duurzame initiatieven ruimtelijk mogelijk te maken. 
  • Vergroting van bestuurlijke handelingsperspectieven door vroegtijdige signalering van landelijke en regionale ontwikkelingen door de OMWB. 
 

Impact OMWB 2027 en verder: 

Impact 

Fin. post 

Bedrag 

A opbouwen en zorgen gespecialiseerde kennis op gebied van energie 

opleiding  

€. 20.000,- 

B investeren in interne organisatie  

P3 

€. 75.000,- 

C gesprekspartner  

P3 

€. 10.000,- 

Geothermie

Terug naar navigatie - Concrete ontwikkelingen 2027 - Geothermie

Geothermie, het winnen van warmte uit de diepe ondergrond, biedt grote kansen als duurzame energiebron voor Brabant. Het is een vrijwel onuitputtelijke, ruimtelijk efficiënte en kosteneffectieve manier om warmte te leveren aan bijvoorbeeld wijken en glastuinbouw. In Midden- en West-Brabant zijn meerdere gebieden kansrijk, en lopend onderzoek (SCAN) zal het potentieel verder in kaart brengen. Naar verwachting zal het aantal geothermische installaties vanaf 2027 gaan toenemen.  Daarmee vormt geothermie een belangrijke aanvulling op zon en wind in de regionale energietransitie. Het realiseren van een geothermie installatie is niet geheel zonder risico’s. De bevoegdheden voor plaatsen en controleren van de installatie is versnippert over meerdere instanties. Geothermieprojecten valt namelijk onder complexe wet- en regelgeving en kennen meerdere vergunning- en toezichtbevoegdheden. Afstemming met andere  bevoegde gezag is noodzakelijk. Geothermie valt naast de Omgevingswet namelijk ook deels onder de Mijnbouwwet waar Staatstoezicht op de Mijnen ( SodM ) toezicht op uitvoert. Het is van belang dat kennis over geothermie en de VTH uitvoering goed en tijdig binnen OMWB wordt geborgd en wordt afgestemd met de gemeenten.  

Geothermie heeft de volgende impact voor de VTHKA uitvoering van de OMWB.  

  • VTH-medewerkers zullen vaker te maken krijgen met nieuwe toetsings- en toezichtvragen rond ondergrond, veiligheid en milieu, wat vraagt om extra kennisopbouw en samenwerking.
  • Voor de OMWB betekent dit uitbreiding van taken binnen de basistaak milieubelastende activiteiten, in nauwe afstemming met SodM en gemeenten. 
  • De OMWB moet gemeenten actief informeren, adviseren over inpassing in omgevingsplannen en instemming vragen met werkafspraken over toezicht en handhaving. 
 

Impact OMWB 2027 en verder: 

Impact 

Fin. post 

Bedrag 

A opbouwen en borgen gespecialiseerde kennis op gebied van geothermie 

opleiding  

€. 5.000,- 

B afstemmen van VTH taken met gemeenten en bevoegd gezag Mijnbouwet 

P3 

€. 15.000,- 

C aanvullende VTH uitvoering geothermische installaties (basistaak) 

P1 

€. 10.000,- 

Staalslakken (niet gemeld op risicovolle plekken)

Terug naar navigatie - Concrete ontwikkelingen 2027 - Staalslakken (niet gemeld op risicovolle plekken)

De staalslakkenproblematiek in Nederland is in 2025 uitgegroeid tot een urgent milieuvraagstuk. Staalslakken zijn restproducten uit de staalproductie, voornamelijk afkomstig van Tata Steel, en bevatten zware metalen. Ze worden al jarenlang toegepast in wegen, fietspaden, dijken en als funderingsmateriaal in bijvoorbeeld parkeerterreinen. Echter, uit onderzoek blijkt dat deze toepassingen kunnen leiden tot ernstige milieuschade, zoals verontreiniging van bodem en water, vissterfte, gezondheidsklachten bij mensen en aantasting van riolering. Tegelijkertijd is er druk vanuit de circulaire economie om grondstoffen zo veel mogelijk te hergebruiken, in plaats van te storten. Dit spanningsveld maakt de staalslakkenproblematiek complex. Daarom geldt sinds medio 2025 een verbod van een jaar en een vergunningplicht voor bepaalde toepassingen van staalslakken. Binnen die periode wordt gewerkt aan structurele regelgeving – o.a. een meldingsplicht en risicoanalyse voorafgaand aan toepassing - en innovatieve methoden om staalslakken schoner en veiliger in te zetten. Naast staalslakken zijn er meer reststoffen die als bouwstof mogen worden gebruikt. Inmiddels heeft het IPO het Rijk opgeroepen bovengenoemde periode tevens te benutten voor fundamentele keuzes, niet alleen over staalslakken, maar over hoe we omgaan met reststoffen, risico’s en verantwoordelijkheid in een circulaire economie. 

Omdat de toepassing van staalslakken – en veel andere reststoffen - niet gemeld hoefde te worden heeft de OMWB weinig informatie beschikbaar van eerdere toepassingslocaties in onze gemeenten en eventuele risico’s van deze toepassingen. 

De staalslakkenproblematiek heeft de volgende impact voor de VTHKA uitvoering van de OMWB.  

  • VTH-medewerkers zullen vaker te maken krijgen met nieuwe toetsings- en toezichtvragen rond staalslakken, gezondheidsrisico’s en milieu, wat vraagt om extra kennisopbouw en samenwerking met de GGD. 
  • Voor de OMWB betekent dit uitbreiding van taken binnen de basistaak milieubelastende activiteiten, in nauwe afstemming met gemeenten. 
  • De OMWB moet gemeenten actief informeren, adviseren over inpassing in omgevingsplannen en instemming vragen met werkafspraken over toezicht en handhaving.

Impact OMWB 2027 en verder: 

Impact 

Fin. post 

Bedrag 

A Verkenning problematiek staalslakken en zo nodig andere toegepaste reststoffen die landelijk als risicovol voor mens en/of milieu worden aangemerkt, in afstemming met andere omgevingsdiensten, provincie en het ministerie van IenW 

P3 

€. 7.500 

B Regionale strategie voor inventarisatie toepassingslocaties staalslakken en risico-inschatting in afstemming met gemeenten en GGD 

P3 

€. 7.500 

C opbouwen en borgen gespecialiseerde kennis op gebied van staalslakken 

opleiding  

€. 3.000 

D afstemmen van VTH taken met gemeenten en GGD 

P3 

€. 13.000 

E aanvullende VTH uitvoering staalslakken (basistaak) 

P1 

€. 17.000 

Ontwikkelingen in de agrarische sector en de VTH-impact

Terug naar navigatie - Concrete ontwikkelingen 2027 - Ontwikkelingen in de agrarische sector en de VTH-impact

De Nederlandse agrarische sector staat al jaren onder druk door de stikstofproblematiek en het verlies van derogatie. Derogatie hield in dat Nederlandse boeren, vanwege de grote hoeveelheid grasland, tijdelijk méér dierlijke mest mochten uitrijden dan in Europa was toegestaan. Dit uitzonderingsrecht is de afgelopen jaren stapsgewijs ingetrokken. Het verlies hiervan vergroot de druk op bedrijven: mestafzet wordt duurder, bedrijfsvoering moeilijker en stallen komen sneller leeg te staan. Leegstaande locaties brengen nieuwe risico’s met zich mee: een verhoogde kans op broedplaatsen voor malariamuggen en de opkomst van illegale activiteiten in het buitengebied, zoals drugslabs en illegale opslag. 

Naast deze ruimtelijke en veiligheidsrisico’s speelt ook een milieuvraagstuk. De afgelopen jaren is er in de paardensector steeds meer gebruik gemaakt van polyvlokken of tapijtsnippers als bodembedekking bij maneges. Hoewel dit restproducten zijn, kunnen ze zich verspreiden in de omgeving. De samenstelling bevat bovendien Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), wat schadelijke effecten kan hebben op bodem en waterkwaliteit. 

VTH-impact voor de Omgevingsdienst en eigenaren 

Voor omgevingsdiensten en hun eigenaren (gemeenten) betekent dit dat de vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)-opgave verandert en intensiever wordt: 

  • Vergunningverlening: nieuwe milieuaspecten (zoals polyvlokken met ZZS) vragen om scherpere toetsing bij aanvragen. 
  • Toezicht: leegstand vereist gerichte aandacht om risico’s op muggenplagen en illegale activiteiten vroegtijdig te signaleren. 
  • Handhaving: bij overtredingen rondom gebruik van restmaterialen of illegale activiteiten in leegstaande agrarische gebouwen is stevig optreden noodzakelijk. 

Kortom: de transitie van de agrarische sector – versterkt door het wegvallen van derogatie – heeft directe gevolgen voor milieu, veiligheid en leefbaarheid. Omgevingsdiensten spelen hierbij een cruciale rol door samen met gemeenten en andere partners tijdig risico’s te signaleren, toezicht te houden en de leefomgeving te beschermen. 

Impact OMWB 2027 en verder: 

Impact 

Fin. post 

Bedrag 

A stikstofproblematiek verkenning en inrichten VTH proces 

P3 (verkennen) 

P1 (VTH) 

€. 20.000,- 

€. 20.000,- 

B Malariamug (problematiek) 

P3 

€. 10.000,- 

C Polyvlokken (problematiek en uitwerken VTH strategie) 

P3 

€. 20.000,- 

Kader Richtlijn Water

Terug naar navigatie - Concrete ontwikkelingen 2027 - Kader Richtlijn Water

Nederland moet uiterlijk eind 2027 voldoen aan de waterkwaliteitseisen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Schoon water versterkt biodiversiteit en natuurwaarden en draagt bij aan een prettige, groene leefomgeving voor inwoners. Door strikte normen voor waterkwaliteit te stellen, draagt de richtlijn bovendien direct bij aan de veiligheid en beschikbaarheid van schoon drinkwater. De KRW stelt eisen aan bedrijven, overheden, burgers en andere watergebruikers om de waterkwaliteit te verbeteren en verbiedt tevens verslechtering van de waterkwaliteit. Gemeenten moeten, net als Rijk, waterschap en de provincie, met hun beleid en uitvoering helpen om de waterkwaliteit te verbeteren. Als Nederland of een gemeente zich niet aan de regels houdt, kan dat leiden tot Europese boetes of het ongeldig verklaren van omgevingsvergunningen. Dat kan opnieuw zorgen voor vertraging van projecten, zoals we ook zien bij het stikstofdossier.

Hoewel er de afgelopen jaren veel is gedaan, is nu al duidelijk dat niet alle wateren in 2027 zullen voldoen aan de KRW-eisen. Gemeenten moeten daarom duidelijk kunnen laten zien dat hun besluiten bijdragen aan de KRW-doelen. Daarnaast moeten zij aantonen dat zij de afgelopen jaren maatregelen hebben genomen om deze doelen te halen.

Omdat de Brabantse wateren nog niet op orde zijn, startten Rijk en regio gezamenlijk een ‘KRW-impulsprogramma’ om ‘alles op alles te zetten om aan de KRW te voldoen’. De KRW-impuls Brabant 2025-2027 beschrijft aanvullende maatregelen voor de Brabantse overheden voor de KRW-opgave in 2027. Gemeenten hebben een sleutelrol bij het verminderen van indirecte lozingen door bedrijven. Het gaat daarbij om chemische stoffen die tijdens productieprocessen vrijkomen en via het riool in het watersysteem terechtkomen. De OMWB is door de provincie en regio-gemeenten gemandateerd voor de VTH-taken op indirecte lozingen.

In 2025 is de OMWB gestart met het uitbreiden van kennis en capaciteit om de VTH-taken rond indirecte lozingen ‘op niveau’ te brengen. Dat is op dit moment nog onvoldoende het geval. Deze uitbreiding is in lijn met de KRW-impuls Brabant. Voor gemeentelijke KRW-maatregelen beschrijft de impuls concreet het intensiveren van risico gestuurd toezicht bij relevante indirecte lozingen van bedrijfsafvalwater en inclusief bijbehorende bemonstering op KRW-stoffen, in samenwerking met omgevingsdiensten en waterschappen.

Om de bestuurlijke awareness te voeden ontvangen de leden van het Algemeen Bestuur rond de publicatie van deze Kaderbrief een brief van waterschap Brabantse Delta, portefeuillehouder dhr. Scholze en OMWB waarin de sleutelrol van de gemeenten bij de KRW-impuls Brabant wordt verduidelijkt en wordt ingegaan op de mogelijke consequenties bij het niet voldoen aan de KRW. Tevens wordt gevraagd de KRW bestuurlijk te agenderen en de KRW als prioriteit vast te leggen voor de komende bestuursperiode.

De KRW-impuls heeft de volgende impact voor de VTHKA  uitvoering van de OMWB. 

  1. Vergunningverlening: het “KRW-proof” maken van gemeentelijke vergunningen samen met de Brabantse waterschappen op basis van de in 2025/2026 ontwikkelde blauwdruk voor provinciale vergunningen.
  2. Toezicht: het verhogen van het aantal toezichtscontroles, met name op indirecte lozingen en het nemen van meer afvalwatermonsters bij geselecteerde bedrijven.
  3. Handhaving: bij overtredingen rondom afvalwaterlozingen is stevig optreden noodzakelijk.

 

Impact OMWB 2027 en verder: 

Impact 

Fin. post 

Bedrag 

Afvalwaterbemonsteringen 

P1/P2 

€ 500.000,-* 

Onderhouden netwerk indirecte lozingen 

P3 

€5.000,- 

Programmeren van de taken in het werkprogramma 

P1/P2 

€10.000,- 

Uitbreiding kennis op indirecte lozingen bij de VTKHA-medewerkers 

concernuren 

€10.000,- 

*Dit budget i.k.v. de KRW-impuls Brabant is deels toe te schrijven aan uitbreiding van het toezicht op indirecte lozingen bij basistaakbedrijven en monsterneming als onderdeel van dit toezicht. Daarnaast is dit budget ook bestemd voor monsterneming bij gemalen en in de riolering om vervuilers op te sporen. Analysekosten zijn een substantieel onderdeel van het budget. Financiering van deze kosten kan wellicht voor een deel uit de rioolbudgetten van de gemeenten.