Inleiding en bestuurlijke samenvatting

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Voor u ligt de Tweede Bestuursrapportage 2024 (hierna: Burap). De peildatum die we hanteren bij deze tweede burap is 1 augustus 2024.

Ook deze tweede periode van het jaar 24 stond in het teken van de implementatie van de Omgevingswet. Als we terugkijken kunnen we nu zeggen dat nog maar heel weinig dossiers op grond van de Omgevingswet beoordeeld konden worden. Veel aanvragen zijn kort vóór 1 januari ingediend onder de oude wetgeving, en moeten aldus behandeld worden. Dat maakt het lastig om nu al oordelen te geven over het werken met en onder de nieuwe Omgevingswet. Die leerervaringen zullen pas verder in de tijd gemaakt kunnen worden. 

Toch zijn we tevreden over waar de organisatie nu staat. De declarabiliteit van onze medewerkers is goed en de verwachting nu is dat we dit jaar de werkprogramma’s grotendeels kunnen uitvoeren en onder meer daarmee financieel goed uitkomen. Het programma Van Goed naar Beter is vrijwel afgerond en heeft de geplande resultaten ruimschoots gehaald. De invoering van RxMission en ook de Omgevingswet is zonder grote hickups verlopen. De acties naar aanleiding van de visitatie vorig jaar zijn uitgezet. Het Plan van Aanpak naar aanleiding van de zelftoets op de Robuustheidscriteria (Interbestuurlijk Programma) is akkoord bevonden door het Ministerie en staat klaar voor de uitrol. De begroting 2025 is door ons Algemeen Bestuur goedgekeurd en geeft ons de ruimte om investeringen te doen in de organisatie en onze huisvesting op orde te brengen. Ook kunnen we aan de slag met een Geografisch Informatiesysteem, wat ons veel nieuwe kansen voor samenwerking en verdere efficiëncy gaat bieden. Verder zien we vanuit de arbeidsmarkt nog steeds veel animo om bij de Omgevingsdienst te komen werken. Kortom, de OMWB ligt goed op koers, we blijven alert op alle ontwikkelingen en houden aandacht voor de wendbaarheid van de organisatie.

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen

Hieronder volgen de belangrijkste ontwikkelingen.

Declarabiliteit in relatie tot het werkprogramma
In de eerste maanden van 2024 hebben we zowel de jaarrekening 2023 als de begroting 2025 opgesteld. Hierop heeft een actualisatie van de kostenbudgetten voor 2024 plaatsgevonden, die met de tweede begrotingswijziging is doorgevoerd. Op basis van de werkprogramma’s 2024 zijn de opbrengsten opgenomen en is de benodigde personele capaciteit bepaald. 

Voor het behalen van het werkprogramma is zowel de daadwerkelijke invulling van de benodigde personele capaciteit als het behalen van de declarabiliteit per fte (declarabiliteitsnorm) bepalend. Wat betreft de personele capaciteit hebben de wervingsinspanningen hun vruchten afgeworpen. Waar de bezetting in januari 271 fte betrof, is dit per ultimo juli 285 fte. De komende periode werken we toe naar de begrote (benodigde) formatie van 291 fte. Mede door deze tijdelijke onderbezetting lopen we achter op de planning van het werkprogramma. 

In de begroting 2024 rekenen we met een declarabiliteitsnorm van 1.300 uur per fte. De daadwerkelijke declarabiliteit per fte over de eerste zeven maanden van 2024 ligt in lijn met deze norm. Ondanks dat de verwachte realisatie in lijn ligt met de norm spelen de volgende zaken:

  • Het voortschrijdende verzuimpercentage bedraagt 6,01% per eind juli 2024. Het gemiddelde percentage van 2024 tot en met juli bedraagt 6,21%, waar het streefpercentage 5,5% bedraagt. De werkelijke percentages zijn hoger dan het streefpercentage en hebben dus een negatief effect op de declarabiliteit. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door niet werk gerelateerd langdurig verzuim. We blijven intensief inzetten op verlaging van het verzuim met inzet van beleid en bijbehorende instrumenten. 
  • Doordat in de afgelopen maanden een groot aantal nieuwe medewerkers is gestart die niet direct declarabel zijn en door eigen medewerkers worden ingewerkt, loopt het aantal inwerkuren op. Het daadwerkelijke aantal uren dat nodig is zal afhangen van de mate waarin inwerken nodig blijkt. Dat is situationeel afhankelijk en daarmee lastig in te schatten. Daartegenover zien we dat de besteding van de concernuren achterblijft. Mede door adequate sturing op deze uren trachten we om de declarabiliteit zo hoog mogelijk te krijgen. Een belangrijk deel van deze uren betreft uren voor opleidingen. Deze gaan deels plaatsvinden in de laatste maanden van 2024. 
  • We zien dat steeds meer medewerkers gebruik maken van de CAO-regeling om verlof aan te kopen. Deels wordt dit verlof gespaard, maar een groot deel wordt ingezet voor extra verlofdagen. 

Rekening houdende met de onzekerheid van de bovengenoemde punten verwachten we in totaal op ca. 365.000 declarabele uren uit te komen (ca. 380.000 uur begroot).

Resultaatverwachting 2024
Op basis van de bovenstaande ontwikkelingen, de realisatiecijfers tot en met juli 2024 en onder voorbehoud van jaareindeposten en ontwikkelingen in de laatste maanden van 2024 verwachten we een positief resultaat van ca. 1,4 miljoen euro positief met een bandbreedte van € 0,5 miljoen positief en negatief.  

Begroot resultaat 2024 0
Lagere baten -2.000.000
Lagere laboratoriumkosten 550.000
Lagere kosten personele inzet Primair Proces 1.100.000
Hogere kosten personele inzet Bedrijfsvoering -50.000
Lagere overige personele kosten 50.000
Lagere materiële kosten 100.000
Operationeel resultaat -250.000
Lagere salariskosten indexatie (MEV/CAO) 500.000
Lagere sociale lasten 650.000
Hogere mobiliteitslasten -200.000
Hogere rentebaten 550.000
Onvoorzien 150.000
Resultaat 1.400.000

* Positief bedrag is voordeel, negatief is nadeel.

Voor de DB vergadering van 28 november en de AB vergadering van 12 december zal een derde begrotingswijziging worden opgesteld. 

Voor een verdere toelichting op onderstaande bedragen wordt verwezen naar de toelichting in paragraaf 'Financiële ontwikkelingen'.