Programmaverantwoording

Werkplannen 2024

Terug naar navigatie - Werkplannen 2024

In december 2023 bereikten we met alle deelnemers overeenstemming over de werkprogramma’s voor 2024. Voor 2024 verwachten we een werkpakket van ongeveer 380.000 uur. Of de wettelijke basistaken (Programma 1) en de zogenoemde verzoektaken (Programma 2) volledig volgens de werkplannen 2024 kunnen worden uitgevoerd is mede afhankelijk van de daadwerkelijke invulling van de begrote personele capaciteit en de opdrachten die we krijgen binnen programma 2.

Het programma 1 loopt 3% (€ 750.000) achter op schema. Dit zit met name in de provinciale opdracht. Voor de gemeentelijke opdracht liggen we zelfs iets voor. De provinciale opdracht loopt met name achter op vergunningverlening en toezicht veehouderij. Bij vergunningverlening heeft dit te maken met de beschikbare capaciteit die nog niet op peil is. Hier lopen we inmiddels op in. Bij toezicht veehouderij leiden de recente uitspraken tot het niet volledig kunnen uitvoeren van de opdracht zoals wij met de provincie hebben afgestemd. 

Daarnaast zien we dat we achterblijven bij de realisatie van programma 2 (€ 1.500.000) door een aantal verschillende redenen, waarvan de belangrijkste zijn: elk jaar nemen deelnemers voor de zekerheid (te) ruim budget op voor dit programma. Dit zien we op meerdere taakvelden terug. Grote afwijkingen worden veroorzaakt door het uitblijven van nieuwe vergunningaanvragen bij Bodem & Grond (€ 300.000) en het omzetten van de inrichting naar MBA kost, door de inzet van robotjes, veel minder tijd dan verwacht. Hierdoor is er € 250.000 minder besteed dan verwacht. Bij Geluid blijven echter nog steeds opdrachten liggen gezien de beperkte bezetting, al lopen we hierop in. De voorraad bedraagt zo'n € 100.000. 

In programma 4 (buiten werkprogramma) lopen we echter ruim voor op de begroting (€ 900.000) doordat we veel opdrachten van deelnemers krijgen.  Dit compenseert een groot deel van het achterblijven in programma 2. 

Wanneer we de seizoensinvloeden doorrekenen verwachten we de afgesproken 1.300 declarabele uren per medewerker te halen. Op basis van de huidige bezetting verwachten we een aantal declarabele uren van ongeveer 365.000 . 

Omgevingswet

Terug naar navigatie - Omgevingswet

De Omgevingswet is van kracht. Door een goede voorbereiding is de overgang over het algemeen vlot verlopen. Gesignaleerde problemen pakken we actief op. In sommige gevallen moeten we afspraken herzien (bijvoorbeeld het instellen van de OMWB als behandeldienst, ook bij verzoektaken). De overdracht naar de teams is gestart en zal eind 2024 zijn afgerond. Inmiddels bereidt de OMWB zich voor op het adviseren over omgevingsvisie en het omgevingsplan. We stellen een plan van aanpak op en stemmen het af met de gemeenten. Zo wordt duidelijk welke milieuthema's de OMWB kan verzorgen en wanneer de verschillende thema's worden opgeleverd (planning). Het betreft een standaard versie die uiteindelijk nog per gemeenten op maat moet worden gemaakt. Het maken van de standaard voeren we vooralsnog binnen budget van de collectieve taken (programma 3) uit. Tevens verzamelen we data om over een aantal jaren een duidelijk OW-proof werkprogramma te hebben waarop we de milieuleges kunnen baseren. 

Verder sluiten we aan bij het Brabantbrede initiatief SPRONG. 

Ontwikkelingen binnen VTH

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen binnen VTH

De belangrijkste ontwikkeling in de eerste helft van het jaar is het aansluiten van onze VTH-taken op de Omgevingswet. Dit vraagt aanpassingen in ons systeem en in onze manier van werken. Voor meldingen geldt direct een andere werkwijze, voor oude vergunningaanvragen vooralsnog niet. 

Het werken met MBA's roept nog veel vragen op. We behandelen deze individueel, zoals de Omgevingswet beoogt, of bekijken het in samenhang om de impact op de leefomgeving zo goed mogelijk in kaart te brengen. 

Het uitzoeken van deze vragen kost tijd. We moeten de kengetallen van onze producten (deels) opnieuw opbouwen in deze nieuwe situatie. 

Interbestuurlijk programma Versterking VTH stelsel

Terug naar navigatie - Interbestuurlijk programma Versterking VTH stelsel

Het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (BP/VTH) loopt eind 2024 af. Dit programma wordt gefinancierd vanuit een SPUK-regeling. Het programma eindigt op 30 september 2024. Op dat moment moetnog een groot aantal zaken die geïmplementeerd worden (binnen het totale VTH-stelsel). Momenteel is nog niet geheel duidelijk hoe het een en ander vervolgd wordt en in welke mate er nog middelen beschikbaar worden gesteld om "nog openstaande zaken" na afloop van het programma af te ronden.

Bij de start van het IBP/VTH in 2022 deden we een aanvraag via de SPUK -regeling voor de vergoeding van 5200 uur (€ 520.000,-). In november 2023 bleek dat we door een gebrek aan uitvraag vanuit het programma de beschikbaar gestelde middelen niet gingen uit nutten. Daarom dieden we in november 2023 een herziene aanvraag in waarin de OMWB het aantal te vergoeden uren verlaagde van 5.200 naar 4.103 uur. De beschikbaar gestelde middelen zijn destijds slechts beperkt naar beneden bijgesteld. Dit als gevolg van een doorgevoerde tariefswijziging voor 2023. De toegekende bedragen naar aanleiding van de herziene SPUK-aanvraag zijn slechts verlaagd van € 520.000,- naar € 512,875,-. 

Omdat in de SPUK-aanvraag hoofdzakelijk is ingetekend op "algemene projecten" en de vraag in deze projecten nog steeds achterblijft, blijft ook het aantal gebruikte uren achter ten opzichte van de beschikbaar gestelde uren. In mei 2024 stelden we een tussenrapportage op die we deelden met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In de rapportage was een prognose betreffende de benodigde uren/middelen tot het einde van looptijd van het IBP opgenomen. Het lijkt erop dat ongeveer € 300.000 niet wordt ingezet als gevolg van de achtergebleven uitvraag vanuit het IBP. Dit bedrag moet volgens de beschikking worden terugbetaald aan het ministerie. Aan het algemeen bestuur zal op een later moment verantwoording worden afgelegd over de behaalde resultaten. 

Gezondheid

Terug naar navigatie - Gezondheid

Naar aanleiding van casussen als Tata Steel en Chemours neemt de belangstelling voor het voorkomen van gezondheidsschade bij inwoners toe. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) publiceerde in april 2023 het rapport "Industrie en omwonenden". 

De OvV onderzocht hoe burgers in Nederland worden beschermd tegen de risico’s van soms jarenlange schadelijke industriële uitstoot en lozingen. Onderdeel van het onderzoek is de vraag in hoeverre rekening wordt gehouden met gezondheidseffecten voor omwonenden bij het toestaan en controleren van langdurige industriële uitstoot. De OvV concludeert dat verbetering op meerdere vlakken noodzakelijk is voor de bescherming van de gezondheid van omwonenden. Zo verzoeken we de betrokken ministeries te bewerkstelligen dat het bevoegd gezag diens verantwoordelijkheden kan uitvoeren. Om dit effectief te kunnen regelen is inzet en inzicht geven noodzakelijk met betrekking tot de blootstellingsgrenzen van diverse stoffen (beleidstekort kortstondige blootstelling). Het bevoegd gezag zal vervolgens de Omgevingsdiensten op dit onderdeel moeten inschakelen in verband met de controle/monitoring daarvan. Tevens vragen we om te borgen dat het voorzorgsprincipe zwaarder gewogen wordt binnen het systeem van het vergunnen van persistente stoffen.

Naast het vergunnen speelt met de invoering van de Omgevingswet het monitoringsplan een grote rol. Met het monitoringsplan dient elke inrichting met een relevante emissie naar de lucht aan te tonen dat de processen goed draaien. Dit betekent datbevoegd gezag dus altijd ‘in control’ is met betrekking tot de uitstoot naar de lucht. Vóór invoering van de Omgevingswet werd dit gecontroleerd middels de jaarlijkse (momentane) periodieke meting. De ervaring van het OMWB team Meting en Onderzoek is dat de emissies naar de lucht door procesfluctuaties en veranderende instellingen vaak veel hoger zijn dan ‘op papier’ wordt verondersteld Dit heeft een direct negatief effect op de gezondheid van omwonenden en de kwaliteit van de omgevingslucht.

Gezondheid in het kader van de Omgevingswet wordt een thema voor de taakuitvoering van de OMWB. Naast een schone en veilige leefomgeving gaat de OMWB zich bezighouden met een gezonde leefomgeving vanuit de uitvoering van onze VTH-taak. We nemen gezondheid mee in de beoordeling van een aanvraag. Hiervoor zoekt de omgevingsdienst samenwerking met de GGD. Daarnaast krijgen gemeenten de mogelijkheid om regels op te nemen in het omgevingsplan en decentrale  omgevingswaarden vast te leggen. Bijvoorbeeld om overbelasting door opeenstapeling van milieu- en gezondheidseffecten te verminderen. De OMWB kan hierbij samen met de GGD adviseren. De OMWB verwacht in de toekomst een bijdrage te leveren aan het meten van de luchtkwaliteit zoals deze nu bijvoorbeeld plaatsvindt aan de randweg van Bergen op Zoom. 

Op en nabij het industrieterrein  in Bergen op Zoom gaven onderzoek van de luchtkwaliteit (in de wijk) en emissie-metingen (in de schoorsteen van de asfaltcentrale) aanleiding tot aanpassing van het productieproces en daarmee tot een sterke reductie van de uitstoot van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en geur. De inzet van onze meetdienst in combinatie met de gezondheidsduiding door de GGD nam bij de omwonenden veel onrust weg. De OMWB verwacht in de toekomst bij veel overlastsituaties een bijdrage te kunnen leveren.

Stikstof

Terug naar navigatie - Stikstof

Met de ingang van de Omgevingswet is de aanhaakplicht komen te vervallen. Dit houdt in dat het niet meer verplicht is om tegelijkertijd met een melding/vergunningaanvraag een stikstofonderzoek in te dienen. Dit mag ook separaat gebeuren. Hierdoor zag de OMWB na Q1 2024 een terugloop in ingediende stikstofberekeningen. Dit trol voor zomer weer aan en er zijn veel stikstofberekeningen ingediend en beoordeeld.  Een aantal gemeentes heeft daarnaast gebruik gemaakt van het aanbod van de OMWB om een gemeentebreed stikstofonderzoek voor woningbouw uit te voeren. Dit gemeentebrede stikstofonderzoek vergemakkelijkt het proces om vroegtijdig de afweging rondom significante effecten bij woningbouw te kunnen maken. Daarnaast heeft het als voordeel dat initiatiefnemers niet onnodig om stikstofonderzoeken wordt gevraagd. De OMWB denkt hierin dus oplossingsgericht mee met gemeentes om ze te ontzorgen. 

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

Terug naar navigatie - Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

De Vermijdings- en Reductieprogramma's (VRP's) voor ZZS bij afvalverwerkers werden vanwege de complexiteit van de ZZS-uitvraag uitgesteld. Vertegenwoordigers van IPO gaven aan om hiervoor een landelijke gedragen vervolgaanpak te ontwikkelen. Helaas leverde drie jaar afstemmen en experimenteren, waarbij ook de Vereniging Afvalbedrijven (VA) was betrokken, geen landelijke aanpak op. Door de landelijke aandacht rondom ZZS, zoals bijvoorbeeld bij PFAS en het OVV-rapport Industrie en omwonenden, willen we in Noord-Brabant starten om de VRP's uit te vragen bij afvalverwerkers en hierin een verdieping op de ZZS-uitvraag (inventarisatie) in te bouwen. Omdat deze kwestie landelijk speelt, is legden we dit voor aan de Omgevingsdienst Nederland en stemde dit af met partner RIVM, het IPO en het ministerie van I&W. Inmiddels heeft de provincie akkoord gegeven op een projectvoorstel namens de drie Brabantse omgevingsdiensten voor de uitvraag en beoordeling van VRP's bij afvalverwerkers, welke dit najaar zal starten. Momenteel loopt er vanuit Omgevingsdienst Nederland overleg met IPO en het ministerie van I&W om de aanpak van Noord-Brabant in 2025 voor heel Nederland te gaan volgen. Dit om ten aanzien van ZZS te voorzien in een gelijk speelveld voor alle afvalverwerkers in Nederland.

De gemeentelijke ZZS-inventarisaties lopen en er bestaat voor de meeste gemeentes doorloop in 2025. Bij aantreffen van ZZS schrijven we de desbetreffende bedrijven aan op het indienen van een VRP  de we beoordelen. Gemeentelijk afvalverwerkers nemen we vanaf het najaar mee conform de hiervoor benoemde provinciale. 

Energietransitie

Terug naar navigatie - Energietransitie

Om de capaciteit voor de uitvoering van energietoezicht aan te laten sluiten op de budgetten van de deelnemers en het SPUK-budget van het Rijk breidden we conform planning de capaciteit in 2024 uit met circa 3 fte. Met deze uitbreiding is de bezetting voor het energietoezicht momenteel op peil. 

Op 1 juli 2024 trad het ‘Besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit’ in werking. Het toezicht op deze regeling wordt vanaf 2025 een basistaak voor de omgevingsdiensten. De OMWB zal voor deze taak budgetadviezen opnemen in het werkprogramma 2025.

De aangekondigde verkenning naar de huidige en potentiële taken die verband houden met de energietransitie richt zich in de eerste plaats op de gevolgen van de productie, opslag en transport, het gebruik van waterstof en de gevolgen van de netcongestie.

Brandveiligheid

Terug naar navigatie - Brandveiligheid

Brandveiligheid is een basistaak die de OMWB voor de provincie uitvoert. Eind 2024 wordt een uitvoeringskader brandveiligheid opgeleverd. Inmiddels is de samenwerking met de Veiligheidsregio tot stand gebracht, wat een verrijking van het proces betekent. De uitvoering vindt plaats binnen het gestelde budget.

Stallendeadline
Als gevolg van recente jurisprudentie kunnen luchtwassers voor varkenshouderijen tot nader order niet vergund worden voor hun Natura2000-activiteit. Hierdoor kan niet gehandhaafd worden op de provinciale stallendeadline van 1 juli 2024 voor het emissiearm maken van oude stallen. Controle van deze bedrijven is hierdoor niet zinvol. Tot nader order van de provincie worden nu alleen bedrijven die zich hebben aangemeld voor de landelijke beëndigingsregeling veehouderijen (LBV) en al gestopte bedrijven gecontroleerd binnen het kader van de opdracht PNB-358. Hier wordt dan bekeken of de aanvraag voor de LBV daadwerkelijk volledig en getekend is ingediend en of bedrijven daadwerkelijk gestopt zijn. Op dit moment wordt bezien hoeveel bedrijven dit precies betreft. De toezichthouders kunnen wel de grijze controles uitvoeren die oorspronkelijk als combi-controle waren opgevoerd. Als gevolg hiervan zal er meer dan verwacht budget in de 358 opdracht onbenut blijven. Hiervan zal een bedrag van €60.000 worden ingezet bij de 352 opdracht voor toezicht en handhaving flora- en fauna-activiteiten. De exacte uitkomst ultimo 2024 kan nu nog niet worden ingeschat. Hierover zal de komende maanden op de in het kader van de voortgang van de stilzitters aanpak afgesproken wijze worden gerapporteerd. 

Dashboard veehouderij
Vanuit het project IGW lanceerde we op 22 april 2024 het 'Dashboard Veehouderij'.Vanaf dat moment kunnen onze opdrachtgevers het dashboard raadplegen. Om het dashboard gemakkelijk te kunnen raadplegen stelden wij een document op met daarin de achtergrond, context en handleiding. Dit document is gedeeld met de AO-contactpersonen. 

Het belangrijkste product, namelijk het ontwikkelen van een Dashboard met realtime ontsluiting van data afkomstig van onze controles, is hiermee een feit. Een heugelijke mijlpaal!

In 2024 scherpen we de vragenlijst voor de toezichthouders (het verzamelen van de data) verder aan. Daarnaast ontwikkelen we een governance-model om het werk ná het project IGW om te schakelen naar de gewone gang van zaken. 
Na lancering verrichten we verder werk aan de brondata, omdat we dat deze op sommige plekken verbetering nodig heeft. Zaken  worden zichtbaar nu de data via het Dashboard tentoongesteld wordt.

Kaderrichtlijn Water (KRW)

Terug naar navigatie - Kaderrichtlijn Water (KRW)

De Kaderrichtlijn Water is een Europese richtlijn die voorschrijft dat de waterkwaliteit van de Europese wateren aan bepaalde eisen moet voldoen. De doelstelling van de KRW is dat de kwaliteit van alle wateren in Europa uiterlijk in 2027 zowel chemisch schoon als ecologisch gezond moet zijn. Om dit te bereiken zorgt de richtlijn voor de bescherming van alle waterelementen: rivieren, meren, kustwateren en grondwater. De richtlijn gaat uit van internationale stroomgebieden. Voor Nederland vallen hieronder de Schelde, Maas, Rijn en Eems. De richtlijn bepaalt dat de EU-lidstaten voor elk stroomgebied gezamenlijk actieprogramma’s moeten opstellen waarin alle aspecten van water aan de orde komen. Deze actie ligt in de eerste plaats bij de waterschappen en Rijkswaterstaat, maar ook bij provincie en gemeentes vanuit hun rol als bevoegd gezag voor bedrijven. De doelstellingen van de KRW hebben namelijk ook betrekking op bedrijven die afvalwater lozen op de riolering en daarmee indirect invloed hebben op de oppervlaktewaterkwaliteit. De Europese regels zijn geïmplementeerd in de Omgevingswet.

De OMWB opereert binnen de stroomgebieden Schelde en Maas. Voor beide stroomgebieden geldt dat de doelstellingen van de KRW op dit moment niet worden gehaald. Een extra inspanning van de gezamenlijke overheden is nodig om de doelstellingen uit 2027 te behalen, zoals beschreven in het KRW-impulsprogramma van het Rijk. Vanuit het bevoegd gezag op indirecte lozers zal, zoals hierboven beschreven, naar verwachting een extra inspanning van de gemeentes en de Provincie nodig zijn. 

De Brabantse waterschappen brengen momenteel in kaart welke stoffen in welke waterlichamen de KRW-normen overschrijden en welke bronnen hiervoor verantwoordelijk zijn. Het resultaat van deze probleemanalyses komt naar verwachting in Q3 2024 beschikbaar. Dan wordt duidelijk welke extra inzet van VTH-instrumentarium kan bijdragen aan verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit. Dat kan bijvoorbeeld de actualisatie van vergunningen van specifieke indirecte lozers of gericht toezicht betreffen.