Voor u ligt de Tweede Bestuursrapportage 2025 (hierna: Burap). De peildatum die wij hanteren bij deze tweede Burap is 1 september 2025. Deze rapportage vormt na de kaderbrief, de begroting en de eerste bestuursrapportage het vierde product uit de Planning & Control-cyclus van boekjaar 2025.
Inleiding en bestuurlijke samenvatting
Ontwikkelingen
Terug naar navigatie - Inleiding en bestuurlijke samenvatting - OntwikkelingenResultaatverwachting 2025
Per peildatum 1 september verwachten we naar de huidige inzichten (onder voorbehoud van jaareindeposten) ultimo 2025 een positief resultaat van circa € 3,8 miljoen euro met een bandbreedte van € 0,5 miljoen positief en negatief. Een voorname drijver achter het positieve resultaat betreft, zoals eveneens vermeld in de Tweede begrotingswijzing, het verschil in loon- en prijsindices gehanteerd in de Eerste begrotingswijziging 2025 en de daadwerkelijke ontwikkeling van het loon- en prijspeil lopende het begrotingsjaar.
In de Tweede begrotingswijziging 2025 stelden we de verwachte kosten voor lonen en salarissen neerwaarts bij volgend uit de CAO 2025-2027. Het uurtarief pasten we, conform afspraken vastgelegd in de Financiële verordening, daarentegen niet tussentijds aan. Gevolg is dat de kosten en baten gebaseerd zijn op verschillende uitgangspunten en daarmee financieel uit de pas lopen. Het effect van deze discrepantie is naar huidige inzichten enkele euro's per declarabel uur. Met het verschijnen van de Septembercirculaire 2025 is verdere duiding van de resultaatimpact mogelijk. Bij het opstellen van de Tweede Bestuursrapportage 2025 is de Septembercirculaire 2025 echter nog niet beschikbaar.
Bij het aanbieden van de jaarrekening 2025 stellen we, conform afspraken volgens de financiële verordening, een navenante resultaatbestemming voor om de gelden (grotendeels) terug te laten vloeien naar de deelnemers.
In onderstaande tabel staat, met de Tweede begrotingswijziging als vertrekpunt, een overzicht van de verschillende mutaties.
| Verwacht resultaat volgens 2e begrotingswijziging 2025 | € 2.139.000 |
| Lagere VTH-baten | - € 530.000 |
| Hogere Overige baten | + € 15.000 |
| Totale mutatie baten | - € 515.000 |
| Lagere lasten Primair proces | + € 1.123.000 |
| Lagere lasten Bedrijfsvoering | + € 1.099.000 |
| Totale mutatie lasten | + € 2.222.000 |
| Onttrekking reserves | € 0 |
| Geprognosticeerd resultaat 2025 | + € 3.846.000 |
* Positief bedrag is voordeel, negatief is nadeel.
Hieronder volgen de belangrijkste ontwikkelingen per onderdeel. Voor een uitgebreidere analyse verwijzen we u door naar de paragraaf 'Financiële ontwikkelingen'.
Lagere VTH-baten
Voor het behalen van het werkprogramma (393.000 uur) is zowel de daadwerkelijke invulling van de benodigde personele capaciteit, als het behalen van de declarabiliteit per fte (1.295 uur) en de effectuering van opdrachten uit het werkprogramma bepalend. Voor wat betreft de personele capaciteit gingen we bij de Tweede begrotingswijziging uit van een verdere stijging van het personeelsbestand. Door het lastig kunnen invullen van bepaalde vacatures, en met name het uitblijven van opdrachten, zijn niet alle verwachte fte's aangetrokken. Op basis van de eerste acht maanden verwachten we een declarabiliteit over het hele jaar van 372.000 uren (1.308 uur per fte).
Hogere Overige baten
Dit betreffen éénmalige baten volgend uit een incidenteel ontvangen transitievergoeding en opbrengsten volgend uit detachering.
Lagere lasten Primair proces
De lagere kosten voor het primair proces houden zo goed als geheel verband met lagere kosten voor 'lonen en salarissen' (€ 1.295.000), voornamelijk als gevolg van (tijdelijke) vacatureruimte en voordelen als tegemoetkoming van het UWV voor inkomensoverdrachten en een specifieke vrijval van reserveringen voor verlofsparen. Hier tegenover staat een hogere besteding van € 194.000 op het budget voor 'Personeel niet in loondienst'. De materiële kosten vallen naar verwachting € 22.000 lager uit. Per saldo een neerwaartse bijstelling van de kosten van Primair proces ter waarde van € 1.123.000.
Lagere lasten Bedrijfsvoering
De lagere kosten binnen Bedrijfsvoering houden verband met lagere kosten voor 'lonen en salarissen' als gevolg van vacatureruimte (€ 275.000). Door uitstel van het implementatieproject voor GIS/GEO verwachten we op het budget voor 'personeel niet in loondienst' een voordeel van € 68.000. De materiële kosten vallen naar verwachting € 613.000 lager uit. In het bijzonder door de kosten voor het eigen risicodragerschap WGA en ziektewet (€ 200.000) en advieskosten (€ 285.000). Daarnaast nemen we in de begroting een bedrag van € 150.000 op voor 'Onvoorzien'. Op de peildatum 1 september verantwoorden we nog geen kosten hiertegenover. Per saldo een neerwaartse kosten bijstelling van € 1.099.000.