Programmaverantwoording

Werkplannen 2025

Terug naar navigatie - Programmaverantwoording - Werkplannen 2025

Voor 2025 verwachten we een werkpakket van ongeveer 393.000 uur. Op basis van de realisatiecijfers tot en met augustus en rekening houdende met toekomstige (personele) ontwikkelingen verwachten we in 2025 een realisatie van 372.000 declarabele uren. Het aantal declarabele uren per fte ligt met afgerond 1.308 uur per fte boven de norm (1.295 uur). 

In hoeverre we de wettelijke basistaken (Programma 1) en de verzoektaken (Programma 2) volgens de werkplannen 2025 uitvoeren is mede afhankelijk van de opdrachten die we krijgen binnen Programma 2 en de daadwerkelijke invulling van de begrote personele capaciteit.
We merken dat we een aantal specifieke functies lastig vast in kunnen vullen. Dit lossen we in bepaalde gevallen op met tijdelijk personeel. We hebben continu overleg met onze deelnemers over de uitvoering van de werkprogramma's en rapporteren in de (T-)rapportages over de status van de werkplannen. 

Ontwikkelingen binnen Programma 1
Bij de Eerste bestuursrapportage zagen we een stijging van de werkzaamheden, voornamelijk door het uitblijven van verzoektaken (P2) en een verschuiving van Programma 3 (collectieve taken) naar Programma 1. Daardoor stelden we de prognose van het budget met € 1,49 miljoen naar boven bij. Tot en met augustus zien we echter dat de lijn niet is doorgetrokken en de verschuiving (deels) teniet doet. De verzoektaken stegen namelijk ten koste van de omzet in Programma 1, waardoor de eerdere verhoging met € 1,05 miljoen verlaagt. In vergelijking met het werkprogramma verwachten we daarom per saldo een hogere omzet op Programma 1 van circa € 450.000. 

Het Programma 1 voor de gemeenten loopt gemiddeld iets voor op schema. Voor vergunningverlening is dit een jaarlijks terugkerende trend. In het werkprogramma gaan we over het algemeen uit van de gemiddelde realisatie van de afgelopen 3 jaar. Door de stijgende lijn in het werk is de realisatie altijd een aantal procent hoger. In tegenstelling tot voorgaande jaren lukt het in 2025 wel om ook te starten met het actualisatieprogramma van vergunningen. Ook bij Toezicht lopen we wat voor op de planning. We verwachten dat dit in het tweede deel van het jaar weer iets daalt, vooral omdat er dan meer wordt ingezet op Toezicht voor de provinciale taken. 

Wanneer we wat meer inzoomen, dan zien we dat de hercontroles achterblijven bij Toezicht. Dit is het gevolg van het Van Goed Naar Beter deelproject 'Vereenvoudiging hercontroles'. Het uitgangspunt van het project is dat we ons werk efficiënter en effectiever uitvoeren. We zetten het budget, zoals afgesproken, deels op een andere wijze in voor Toezicht. Verder blijft Asbest iets achter vanwege langdurige zieken. Dit verwachten we in de komende maanden nog iets in te lopen. Verder verwachten we dat Bodem Wbb nog aantrekt door de start van een aantal nieuwe medewerkers in september.

Ontwikkelingen binnen Programma 2
We lopen achter in de realisatie van Programma 2. Elk jaar blijken deelnemers voor de zekerheid ruim op te nemen binnen dit programma voor het geval het nodig is. In de praktijk komen minder aanvragen binnen dan gepland. 

Bij de Eerste bestuursrapportage stelden we de verwachte omzet met € 2,1 miljoen naar beneden bij door het uitblijven van opdrachten en een verschuiving naar Programma 4 (Buiten werkprogramma). Per augustus zien we een lichte stijging waardoor we per jaareinde een beperkt hogere omzet (€ 470.000) verwachten ten opzichte van de Tweede begrotingswijziging. In vergelijking met het werkprogramma verwachten we een lagere omzet van per saldo € 1,63 miljoen.  

Bij Toezicht blijft het Programma 2 wat achter. Voor een deel heeft dit te maken met de eerder genoemde hercontroles. Ook lag Toezicht en handhaving Wet natuurbescherming de eerste helft van het jaar nagenoeg stil. In juli 2025 stelden we een nieuw handelingsperspectief vast. Dit betekent dat we de uitvoering hiervoor weer kunnen oppakken. Vanwege de 'vertraging' verwachten we niet het gehele programma uit te kunnen voeren dit jaar.

Er blijven binnen het Programma 2 geen noemenswaardige aantallen opdrachten liggen vanwege bezettingsproblemen. 

Ontwikkelingen binnen Programma 3
Het Programma Collectieve Taken bestaat uit drie onderdelen:

  1. Structurele en collectieve taken die we sinds de oprichting van de OMWB vanuit dit programma uitvoeren en financieren.
  2. Strategische en innovatieve activiteiten, gekoppeld aan de strategische agenda. Deze vormen ook de innovatiekalender van de organisatie. Met dit onderdeel geeft de OMWB invulling aan de landelijke eis volgens het IBP, om minimaal 1% van de omzet te investeren in innovatie.
  3. Losse projecten, die inspelen op actuele opgaven of verkenningen.

In de eerste acht maanden van 2025 bleef de uitputting van het programma achter. Deze vertraging kent verschillende oorzaken:

  • Inwerken van nieuwe projectleiders;
  • Stagnatie in wet- en regelgeving;
  • Inschattingen van benodigde inzet bleken niet altijd accuraat;
  • Sommige verkenningen op milieuthema’s leidden (nog) niet tot vervolgopdrachten.

Ondanks deze vertraging monitorden we gedurende het jaar structureel op de voortgang van projecten en de besteding van het budget. Maandelijks analyseren we de budgetten en de realisatiecijfers. Daarnaast vinden periodiek gesprekken plaats met de projectleiders om tijdig bij te kunnen sturen.

Op basis van de monitoring en het verwachte tempo van uitvoering in de tweede helft van het jaar,  voorzien we de realisatie van het overgrote deel van de geplande activiteiten binnen het beschikbare budget. In de laatste twee kwartalen neemt de uitputting van het budget aanzienlijk toe. Dit staat los van de gereserveerde buffervoorziening van €160.000. Eventuele resterende middelen vloeien aan het einde van het jaar terug naar de eigenaren via de resultaatbestemming.

De OMWB blijft zich inzetten om het beschikbare budget zoveel mogelijk te benutten én resultaten te behalen die bijdragen aan gezamenlijke, strategische en innovatieve opgaven in de regio.

Ontwikkelingen binnen Programma 4
Prognose van dit budget gebeurt op basis van ervaringscijfers. Aangezien het losse opdrachten betreffen kunnen we dit vooraf niet volledig meenemen in het vaststellen van de benodigde formatie. 

We lopen achter op de planning voor deze opdrachten, al verloopt de uitputting over het algemeen niet lineair. 

Bij de Eerste bestuursrapportage bleven de opdrachten achter waardoor we het budget naar beneden bijstelden (- € 573.000). Per ultimo augustus zien we dat de vraag is aangetrokken waardoor we de verwachte omzet per jaareinde met € 163.000 verhoogden. Op basis van de begroting verwachten we per saldo een lagere omzet van ca. € 410.000.

Ontwikkelingen binnen SPUK THE
Vanuit het Rijk ontvingen we een SPUK-subsidie (specifieke uitkering) voor extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht. De looptijd van het project is 2022-2026. Gedurende 2025 verlieten een aantal voor energie verantwoordelijke medewerkers de organisatie. Per september is de formatie weer op peil. Door deze tijdelijke onderbezetting verwachten we het begrote bedrag voor 2025 niet volledig te benutten. Per ultimo 2026 verwachten we dat het grootste deel van de middelen is ingezet. 

Gemeenschappelijk uitvoeringskader

Terug naar navigatie - Programmaverantwoording - Gemeenschappelijk uitvoeringskader

De opvolging van het GUK droegen we qua aansturing over aan de uitvoerende teams. Team PPR beheert de voortgang van het implementatieplan. Op dit moment lopen we vrijwel op schema.

Het schrijven van de brancheplannen verloopt ook volgens schema. Tevens ontwikkelen we nog 3 level-playing fields. Dit betreffen gesloten bodem energiesystemen, mobiel breken en energie.

Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel

Terug naar navigatie - Programmaverantwoording - Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel

Het IBP/ VTH stopte volgens planning eind 2024. In maart 2025 ontving het ministerie van I&W de eindverantwoording over het project. Dit ministerie beoordeelt de verantwoording en zet deze af tegen de verstrekte SPUK-gelden. Op dit moment wachten we op de eindbeschikking.

Inmiddels wordt ook landelijk volop gewerkt aan het verder uitrollen/implementeren van de producten die het IBP opleverde. Denk aan het wettelijk verankeren van de robuustheidscriteria (incl. kwaliteitscriteria 3.0), de eerste staat van VTH per oktober 2025, ontwikkeling van het conceptueel informatiemodel, wetgeving omtrent de positie van de staatssecretaris van I&W in het VTH-stelsel, et cetera.    

Gezondheid

Terug naar navigatie - Programmaverantwoording - Gezondheid

Met de Omgevingswet kregen gemeenten de bevoegdheid om in het Omgevingsplan regels op te nemen en decentrale omgevingswaarden vast te leggen, om bijvoorbeeld overbelasting door opeenstapeling van milieu- en gezondheidseffecten te verminderen. Met betrekking tot de luchtkwaliteit kan een gemeente bijvoorbeeld met lokale omgevingswaarden haar inwoners nabij een industrieterrein beter beschermen. Hiervoor willen gemeenten weten wat de impact is van luchtverontreiniging op de gezondheid van omwonenden. En wat de bijdrage is van de industrie aan de omgevingsbelasting met bijvoorbeeld zeer zorgwekkende stoffen als PFAS in woonwijken. 

Concreet hebben gemeenten en de provincie overzichtelijke (visuele) informatie nodig over de industriële invloed op de luchtkwaliteit op leefniveau om hun bevoegdheden in te kunnen zetten. geven de landelijke modellen voor industriële emissies een te grofmazig beeld om als sturingsinformatie voor de lokale/ regionale situatie te dienen. Zo zijn momenteel alleen de achtergrondgehalten opgenomen. Data over lokaal/ regionaal relevante puntbronnen van deze emissies zorgt mogelijk voor een ander beeld. Het is van belang het kaartmateriaal op dit punt op orde te brengen voor onze eigenaren, zeker de deelnemers aan het Schone Lucht Akkoord (SLA).

De OMWB gaat momenteel na of zij de grote hoeveelheid aan emissiedata waarover zij beschikt kan inzetten om de lokale/regionale omgevingsbelasting beter inzichtelijk te maken. Hiervoor is het noodzakelijk dat de OMWB samenwerkt met de GGD om de gezondheidsrisico’s te duiden. De wens bestaat om een blauwdruk te ontwikkelen voor het in samenwerking met de GGD vertalen van data van industriële emissies (ZZS, fijn stof, NOx, et cetera en het aspect geur) naar omgevingsbelasting in termen van gezondheid op leefniveau, in te zetten in specifieke hotspotgebieden en wellicht meer in zijn algemeenheid bij cases waar klachten/overlast een rol speelt. 

Stikstof

Terug naar navigatie - Programmaverantwoording - Stikstof

Na de jurisprudentie van 18 december 2024, legde de provincie Noord-Brabant naast vergunningverlening natuur voor extern salderen, ook de vergunningverlening natuur voor intern salderen stil. Hierdoor neemt het aantal aanvragen van een omgevingsvergunning milieu af. Beide toestemmingen zijn immers nodig om een plan te mogen uitvoeren. Ook het aantal te controleren stikstofdepositieberekeningen neemt af. Er blijven wel controles van deze berekeningen plaatsvinden, bijvoorbeeld in het kader van planvorming (RO), toezicht en milieueffectrapportages. Er is momenteel nog geen zicht op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van stikstof die vergunningverlening voor natuur weer mogelijk maken.

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

Terug naar navigatie - Programmaverantwoording - Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

In december 2024 schreef de OMWB de relevante afvalverwerkers aan om een Vermijdings- en reductieprogramma voor ZZS aan te leveren. Men kreeg hiervoor een ruime termijn van circa 3 maanden. De bedrijven bleken hier echter moeite mee te hebben. We ontvingen veel vragen, waaronder vaak de opmerking dat het voor hen niet van toepassing is, of verzoeken om uitstel. We kunnen het project hierdoor zeker niet afronden in 2025 en voorzien een uitloop tot ver in 2026. Voorgaande situatie werd in het gezamenlijk projectplan van OMWB, ODZOB en ODBN echter vooraf al richting de provincie aangegeven. De provincie is akkoord met de uitloop naar 2026.

Veel bedrijven vroegen uitstel tot begin september en in voorkomend geval tot begin oktober. Dit uitstel kenden we hen toe. De OMWB ontving inmiddels circa 60 VRP's en verwacht dat de rest veelal in september binnenkomt. Vervolgens beoordelen we de VRP's, waarbij we verwachten dat de meesten aanvulling of aanpassing vergen. We streven alle bedrijven voor eind 2025 hierover te informeren, zodat men begin 2026 kan beginnen met aanpassen en afronden van de VRP's.

Energietransitie

Terug naar navigatie - Programmaverantwoording - Energietransitie

De capaciteit voor energietoezicht groeide de afgelopen maanden opnieuw verder met circa 2 fte.   

Sinds 1 juli 2025 wordt uitvoering gegeven aan het toezicht op het ‘Besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit’. Elke gemeente nam deze nieuwe basistaak op in het werkprogramma 2025.

Wij zijn van mening dat het noodzakelijk is om te investeren in kennisuitbreiding en het borgen van deze kennis. Zowel bij vergunningverlening als bij toezicht en ruimtelijke planvorming worden waterstof en duurzame energie steeds belangrijker. De OMWB gaat daarom medewerkers extra opleiden hiervoor en een extern netwerk opbouwen. Het visiedocument werken we uit in een actieplan. 

De OMWB stelde een conceptnotitie op waarin werkafspraken staan over samenwerking en kennisopbouw over geothermie. Het doel is om de potentie van geothermie beter te benutten. 

De landelijke maatwerkafspraken verduurzaming industrie met de 20 grootste uitstoters worden voortgezet, maar het Rijk stelde het ambitieniveau naar beneden bij. De OMWB werkt mee en geeft advies in het voortraject van de maatwerkaanpak, voert vergunning werkzaamheden uit in integrale casusteams en neemt deel in de landelijke expertpool. 

Stallendeadline
De stallendeadline is sinds 1 juli 2024 een feit. De volgende diercategorieën moeten voldoen aan de verscherpte Brabantse stal-eisen uit de Omgevingsverordening:

  • varkens
  • pluimvee
  • geiten
  • konijnen 

Een tweede groep bedrijven, welke per 1 juli 2026 moet voldoen aan de verscherpte eisen uit de Brabantse Omgevingsverordening, betreft de volgende diergroepen:

  • melkvee
  • vrouwelijk jongvee
  • vleeskalveren

Twee gerechtelijke uitspraken vormen een hindernis voor ondernemers om te kunnen voldoen aan de strengere stal-eisen in Brabant. Het betreft de uitspraak dat voor elk stalsysteem een passende beoordeling nodig is, gezien de onbetrouwbare emissiefactoren en de uitspraak intern salderen. Dit leidde ertoe dat alle vergunningverlening voor wat betreft natuur stilviel. Het is niet mogelijk stalsystemen aan te leggen, noch vergunningen te verkrijgen waarmee een ondernemer kan voldoen aan de stallendeadline. 

Momenteel vindt (vooralsnog) geen toezicht noch handhaving plaats op de stallendeadline, tot er beleidsmatige duidelijkheid is.  

Dashboard veehouderij
2025 staat in het teken van onderhoud aan het Dashboard veehouderij. Samen met de twee andere Brabantse omgevingsdiensten (ODBN en ODZOB) kijken we naar de vragenopbouw in de Digitale Checklist (DC), de grootste bron voor vulling van het dashboard. Kloppen alle vragen nog? Komen er bruikbare antwoorden uit? Moeten we andere vragen opstellen? Welke ontwikkelingen zien wij?

Deze input gebruiken we om de DC aan te passen en daarmee uiteindelijk het dashboard. 

Na aanpassing van de vragen van de DC bekijken we het dashboard. Hierbij vragen we een selectie gemeenten uit over het gebruik ervan. 

Ook herijken we de Brabant-breed afgestemde risicoprioritering. We komen tot een andere risicoscore met andere indicatoren, die moeten leiden tot een evenwichtige afweging voor het programmeren van toezicht.

Kaderrichtlijn Water (KRW)

Terug naar navigatie - Programmaverantwoording - Kaderrichtlijn Water (KRW)

De waterkwaliteit in Nederland vormt al geruime tijd een aandachtspunt. Schoon water is essentieel voor een gezonde leefomgeving, drinkwater, landbouw, natuur en industrie. De Europese KRW benadrukt de noodzaak om de waterkwaliteit te verbeteren en richt zich op het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlakte- en grondwater. Uiterlijk in 2027 moeten de EU-lidstaten de 'goede watertoestand' bereiken, wat ingrijpende maatregelen vereist om de belasting van oppervlaktewater en grondwater te verminderen. De industrie (stoffen), landbouw (mest en gewasbeschermingsmiddelen) en rioolwaterzuivering (stoffen en nutriënten) vormen de belangrijkste bronnen van vervuiling.

De OMWB speelt de komende jaren een belangrijke rol in het behalen van de KRW-doelen, met een sterke focus op indirecte lozingen. De dienst werkt actief samen met de waterschappen en Rijkswaterstaat. In initiatieven zoals de KRW-impuls Brabant en de Schone Maaswaterketen werken verschillende overheden, omgevingsdiensten en het bedrijfsleven samen om de KRW-doelen in 2027 te behalen.

Ook hebben we actie ondernomen om gemeenten bewust te maken van hun cruciale rol in het behalen van de KRW-doelen, onder meer als opdrachtgever van de OMWB. Hiermee sorteren we voor op een KRW-proof werkprogramma van de gemeenten in 2026 en 2027.

In samenwerking met de provincie Noord-Brabant en gemeenten zorgen we voor het KRW-proof maken van vergunningen voor bedrijven die indirect afvalwater op de riolering lozen. In 2025 ontwikkelen we een systematiek om deze bedrijven te prioriteren en in 2026 starten we met het toezicht op bedrijven waarvan de indirecte lozing vermoedelijk niet aan de vereisten voldoet, met als doel de lozingen te reduceren.

Verder gaat de OMWB de samenwerking met waterschappen versterken, kennis uitbreiden en het aantal reguliere toezicht controles op indirecte lozingen verhogen. Dit alles ondersteund door een vergrote capaciteit en kennis binnen de OMWB en meer inzet op afvalwaterbemonstering. Door capaciteitsverschuiving gaan we meer aandacht geven aan het wateronderdeel en zorgen we ervoor dat we de waterkwaliteit binnen Brabant beschermen en verbeteren.