Financiële ontwikkelingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Financiële ontwikkelingen - Inleiding

In dit hoofdstuk geven we een verdere toelichting op de financiële ontwikkelingen met betrekking tot baten en lasten, reserves, investeringen en het liquiditeitssaldo.

Met de huidige inzichten (peildatum 1 mei) verwachten we per jaareinde een positief resultaat van € 1.699.000. 

Omschrijving Bedrag
Hogere VTH-baten + € 65.000
Hogere Overige baten  + € 35.000
Totale mutatie baten + € 100.000
Lagere lasten Primair proces  + € 1.309.000
Lagere lasten Bedrijfsvoering + € 273.000
Totale mutatie lasten + € 1.582.000
Onttrekking reserves + € 17.000
Resultaat + € 1.699.000

In navolgende onderdelen volgt een nadere uiteenzetting van bovenstaande mutaties.

Toelichting op de VTH-baten

Terug naar navigatie - Financiële ontwikkelingen - Toelichting op de VTH-baten

Werkprogramma
De facturering van de voorschotten op het werkprogramma vindt op verschillende momenten plaats. Deelnemers ontvingen in januari de rekening van het eerste voorschot, op basis van de oorspronkelijke begroting 2026. Het tweede voorschot volgt in juli 2026. 

In de eerste begrotingswijziging vond bijstelling van de baten plaats naar aanleiding van het gewijzigde uurtarief. In de tweede begrotingswijziging is de bijstelling van de werkprogramma's opgenomen. De mate van realisatie van het werkprogramma is enerzijds afhankelijk van de vraag of de bezetting volledig mogelijk is met de begrote personele capaciteit. Naast het feit dat er in de komende periode een aantal nieuwe medewerkers starten, werven we actief om de capaciteit op het gewenste niveau te krijgen. Anderzijds is de realisatie van het werkprogramma (met name Programma 2) afhankelijk van de vraag vanuit de deelnemers. We zien in de eerste maanden dat de vraag naar verzoektaken achterblijft. Hierdoor zien we een verschuiving naar Programma 1 ‘Vergunningverlening, toezicht en handhaving’ en Programma 4 ‘Buiten werkprogramma’. Daarnaast zien we dat de besteding van Programma 3 ‘Collectieve taken’ achterblijft bij de begroting. De verwachting is dat we dit lopende het begrotingsjaar inhalen. Tot slot verwachten we per jaareinde nagenoeg het volledige SPUK-budget te besteden. 

Op basis van de eerste 4 maanden van 2026 verwachten we voor heel 2026 een hogere VTH-omzet van € 65.000 ten opzichte van de eerste begrotingswijziging 2026. Deze overschrijding wordt veroorzaakt door de volgende elementen:

Omschrijving Bedrag
Vacatureruimte - € 475.000
Nacalculatorisch tariefsverschil + € 535.000
Hogere declarabiliteit + € 690.000
Programma 3 'Collectieve taken' + € 140.000
Kosten onderzoek en analyse - € 825.000
Totaal  € 65.000

Vacatureruimte
Zoals bij de 'Inleiding en bestuurlijke samenvatting' vermeld, is het werkelijk aantal fte per ultimo april (295 fte) lager dan de begroting 2026 (301 fte). In de komende maanden verwachten we een stijging met een bezetting van 301 fte per jaareinde. Deze (tijdelijke) vacatureruimte zorgt voor een nadeel van € 475.000.

Nacalculatorisch tariefsverschil
Het nacalculatorisch uurtarief over de eerste 4 maanden valt met € 116,37 hoger uit dan begroot (€ 115,00). Dit heeft een positief effect van € 535.000 tot gevolg. Het verschil tussen het nacalculatorische en begrote uurtarief wordt mede veroorzaakt doordat in het begrote tarief geen rekening wordt gehouden met de opslag van 30% voor werkzaamheden verricht buiten kantoortijden.

Hogere declarabiliteit
De huidige personele bezetting kent een hogere declarabiliteit (1.315 uur realisatie versus 1.295 uur begroot). Dit resulteert in een positief effect van € 690.000.

Programma 3 ‘Collectieve taken’
We zien dat de besteding van Programma 3 ‘Collectieve taken’ achterblijft bij de begroting. De verwachting is dat we dit het lopende het boekjaar inhalen. 

Kosten onderzoek en analyse
Dit betreft uitbestede werkzaamheden voor 'Onderzoek en analyse' die rechtstreeks worden doorbelast. De werkzaamheden kennen een sterk vraag gestuurd karakter en zijn lastig te voorspellen.    

Inzet apparatenbeheer
Vanaf 2025 worden kosten in rekening gebracht indien meetapparatuur benodigd is voor de uit te voeren werkzaamheden. Tot 1 mei is voor circa € 7.500 omzet gerealiseerd. Deze omzet wordt verantwoord onder Programma 2. 

Toelichting op de Overige baten

Terug naar navigatie - Financiële ontwikkelingen - Toelichting op de Overige baten

De 'Overige baten' nemen naar verwachting toe met € 35.000. 

Omschrijving Bedrag
Diverse baten + € 60.000
Detacheringsinkomsten + € 35.000
Rentebaten - € 60.000
Totaal  + € 35.000

Diverse baten
Op de buitengewone baten verwachten we een voordeel van € 60.000 door een vergoeding van Flex-West Brabant voor de afgenomen diensten in het voorgaande boekjaar. Deze inkomsten zijn niet begroot.  

Detacheringsinkomsten
In 2025 sloten we een detacheringsovereenkomst af met een verwachte opbrengst van € 35.000. Dit betreft een detacheringstraject tot aan het einde van het jaar.   

Rentebaten
De rentebaten vallen naar verwachting € 60.000 lager uit.

Toelichting op de lasten

Terug naar navigatie - Financiële ontwikkelingen - Toelichting op de lasten

Het over 2026 te verwachten uiteindelijke resultaat is mede afhankelijk van de besteding van een aantal specifieke budgetten. Met name die van salarissen en inhuur van derden. Per peildatum (1 mei 2026) verwachten we voor heel 2026 een voordeel van € 1.582.000 op de lasten. Hierna staat het voordeel op de lasten van Primair proces (€ 1.309.000) en Bedrijfsvoering (€ 273.000) separaat toegelicht.

Lasten  Primair Proces Bedrag
Lonen en salarissen + €2.350.000
Personeel niet in loondienst - € 1.988.000
Afschrijvingskosten - € 15.000
Algemeen beheer + € 135.000
Overige kosten + € 827.000
Totale lasten + € 1.309.000

Hieronder volgt een nadere toelichting op de verschillende onderdelen.

Lonen en salarissen & Personeel niet in loondienst
De lagere verwachte kosten voor 'lonen en salarissen' van € 2.350.000 wordt voornamelijk veroorzaakt door een verschuiving naar inhuur en (tijdelijke) vacatureruimte. Bij Personeel niet in loondienst zien we een hogere besteding van € 1.988.000. Het aantal fte per ultimo april (295 fte) ligt lager dan begroot (301 fte). Per jaareinde wordt een groei naar 301 fte verwacht.

Bij personeel niet in loondienst hielden we reeds rekening met een verhoging van het budget met € 155.000. Dit budget was oorspronkelijk opgenomen onder 'Uitbestede dienstverlening' (rubriek 'Algemeen beheer') voor de ondersteuning door Omgevingsdienst NL voor werkzaamheden op het gebied van vergunningsverlening én betreft derhalve een verschuiving. Reden voor de verschuiving is dat voortschrijdend een inhuurovereenkomst met resultaatverplichting overeenkwam met Omgevingsdienst NL.  

Afschrijvingskosten
De afschrijving van investeringen start vanaf 2026 in het jaar volgend op de ingebruikname. De investeringen in 2026 worden hierdoor pas vanaf 2027 afgeschreven. Hierdoor realiseren we op de vervoersmiddelen een voordeel (€ 13.000). Bij technische apparatuur verwachten we een nadeel van € 29.000. Per saldo € 15.000 hogere afschrijvingslasten.

Algemeen beheer
De besparing van € 155.000 op 'Algemeen beheer' correspondeert met de toename van het inhuurbudget voor de inzet van Omgevingsdienst NL inzake vergunningsverleningswerkzaamheden. Daarnaast verwachten we € 20.000 hogere incidentele kosten voor rechtskundige bijstand.  

Overige kosten
Het budget voor Laboratoriumkosten is bijgesteld op basis van de realisatie in de eerste 4 maanden van 2026 en verwachte ontwikkelingen. Deze bijstelling heeft een kostenneutraal effect, omdat deze rechtstreeks worden doorbelast aan de opdrachtgevers. 

Lasten Bedrijfsvoering Bedrag
Lonen en salarissen + € 370.000
Personeel niet in loondienst - € 514.000
Overige personeelskosten + € 75.000
Afschrijvingskosten + € 382.000
Algemeen beheer - € 190.000
Onvoorzien + € 150.000
Totaal + € 273.000

Lonen en Salarissen & personeel niet in loondienst
De lagere verwachte kosten voor 'lonen & salarissen'  wordt voornamelijk veroorzaakt door (tijdelijke) vacatureruimte. Daarnaast is extra inhuur noodzakelijk voor de opvang van ziekte, een projectleider (communicatieprogramma), ondersteuning financiën, een projectleider voor het project Omgevingsdossiers (zie toelichting op de reserves) en de kwartiermaker AI. In totaal bedragen de extra inhuurkosten € 514.000. Per saldo bedragen de hogere personele lasten naar verwachting € 144.000.

Overige personeelskosten
Door een lagere instroom verwachten we op de post eigen risicodragerschap ziektewet en WGA een voordeel van € 75.000.

Afschrijvingskosten
De afschrijving van investeringen start vanaf 2026 in het jaar volgend op de ingebruikname. De investeringen in 2026 schrijven hierdoor pas vanaf 2027 af. Door deze wijziging verwachten we een voordeel van € 380.000. Dit bedrag bestaat voor een groot deel (€ 200.000) uit de investering voor huisvesting.

Algemeen beheer
Bij de advieskosten verwachten we een nadeel van € 120.000, bestaande uit € 66.000 betrekking op de Omgevingsdossiers (zie onttrekking reserves) en € 55.000 voor het huisvestigingsproject. Daarnaast vallen de contributiekosten voor ODNL naar verwachting met € 50.000 hoger uit. Tot slot worden € 15.000 hogere incidentele kosten voor rechtskundige bijstand verwacht. 

Onvoorzien
In de begroting namen we een bedrag van € 150.000 op voor ‘Onvoorzien’. Per 1 mei maakten we vooralsnog geen gebruik van dit budget.

Toelichting op de Reserves

Terug naar navigatie - Financiële ontwikkelingen - Toelichting op de Reserves

Reserve meetstations
In de begroting 2026 hielden we rekening met een onttrekking voor de meetstations voor een bedrag van € 80.000. Door de gewijzigde afschrijvingssystematiek worden de investeringen gedurende 2026 pas per 1 januari 2027 afgeschreven. Mede hierdoor verwachten we een dotatie van € 84.000. Per saldo resulteert dit in een nadeel van € 164.000.

Budgetoverheveling jaarrekening 2025
In het hoofdstuk 'Inleiding en bestuurlijke samenvatting' is reeds vermeld dat er budgetten zijn overgeheveld vanuit de resultaatbestemming 2025 naar het boekjaar 2026, in totaal € 181.000 voor het project Omgevingsdossiers.

Investeringsprogramma

Terug naar navigatie - Financiële ontwikkelingen - Investeringsprogramma

Het opnieuw aanschaffen of vervangen van een aantal bedrijfsmiddelen vindt plaats in 2026.  De richtlijnen voor investeren en afschrijven zijn in 2025 gewijzigd waardoor de afschrijving van investeringen vanaf 2026 start in het jaar volgend op de ingebruikname. De investeringen in 2026 worden hierdoor pas vanaf 2027 afgeschreven. In onderstaand overzicht staan de voorgenomen investeringen:

(Vervangings)investeringen (bedragen x € 1.000) Restant krediet 2025 Krediet 2026 Herziening 2026 Beschikbaar 2026 Afschrijving v.a. 2027
Vervanging wagenpark* 270 0 0 270 39
Communicatiemiddelen 289 0 55 344 115
Huisvesting 2.104 0 0 2.104 210
Technische apparatuur 0 75 150 225 45
Automatisering 475 189 0 664 133
Werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen 0 0 50 50 17
Totaal 3.138 264 255 3.657 559

* Aangezien het omgebouwde meetwagens betreft, worden deze (net als voorgaande jaren) in de activastaat verantwoord onder de technische apparatuur.