Inleiding en bestuurlijke samenvatting

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding en bestuurlijke samenvatting - Inleiding

Voor u ligt de Eerste Bestuursrapportage 2026 (hierna: Burap). De grondslag voor deze Burap vormen de financiële afwikkeling van de jaarrekening 2025, de ontwikkelingen rondom de vastgestelde werkprogramma’s voor 2026, de eerste begrotingswijzing 2026, de begroting 2027 en de exploitatieontwikkeling met peildatum 1 mei 2026. Deze rapportage vormt na de kaderbrief en de begroting het derde product uit de Planning & Control-cyclus van boekjaar 2026.

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Inleiding en bestuurlijke samenvatting - Ontwikkelingen

Resultaatverwachting 2026
Op basis van de realisatiecijfers tot en met april 2026 stelden we een prognose van het te verwachten resultaat op indien de situatie over de eerste 4 maanden zich ongewijzigd voortzet gedurende de rest van 2026. Met de huidige inzichten verwachten we per jaareinde een positief resultaat van € 1.699.000. Dit positieve resultaat wordt voor een groot gedeelte veroorzaakt door een positief prijsverschil, een hogere declarabiliteit, een lager personeelsbestand, lagere afschrijvingslasten en een aantal baten en lasten die afwijken van de Eerste begrotingswijziging.

Voorafgaand aan de start van dit jaar was al duidelijk dat er (mogelijk) ruimte in deze begroting zit. De landelijke robuustheidseis om 3% van de totale salariskosten als opleidingsbudget op te nemen leidt tot een zeer riant opleidingsbudget. In voorgaande jaren was 2% voldoende om aan alle verplichte en gewenste opleidingswensen te voldoen. Daarnaast heeft het Dagelijks Bestuur besloten om de ruimte in het tarief daar waar mogelijk te gebruiken voor investeringen in de organisatie. En door aanpassingen in de wijze van activeren zal het afschrijvingsbudget ruim zijn. 

Onderstaande tabel biedt inzicht in de financiële impact van deze elementen voor de verschillende rubrieken. Bij de tweede Burap 2026 beoordelen we de situatie opnieuw en informeren we u verder.

Verwacht resultaat volgens 1e begrotingswijziging 0
Hogere VTH-baten + € 65.000
Hogere Overige baten + € 35.000
Totale mutatie baten + € 100.000
Lagere lasten Primair proces + € 1.309.000
Lagere lasten Bedrijfsvoering + € 273.000
Totale mutatie lasten + € 1.582.000
Onttrekking reserves + € 17.000
Resultaat + € 1.699.000

* Positief bedrag is voordeel, negatief is nadeel.

Hieronder volgen de belangrijkste ontwikkelingen.

Lagere VTH-baten
Voor het behalen van het werkprogramma (389.000 uur) is zowel de daadwerkelijke invulling van de benodigde personele capaciteit als het behalen van de declarabiliteit per fte (1.295 uur) en de effectuering van opdrachten uit het werkprogramma bepalend. Voor wat betreft de personele capaciteit is te melden dat het werkelijk aantal fte per ultimo april (295 fte) achterblijft bij de begroting 2026 (301 fte). In de komende maanden verwachten we een stijging naar 301 fte per jaareinde. Daarentegen zijn medewerkers meer declarabel. Op basis van de eerste vier maanden verwachten we een declarabiliteit over het hele jaar van 391.650 uren (1.315 uur per fte).

Hogere Overige baten
Dit betreffen éénmalige baten volgend uit een verwachte restutitiefee van Flex West-Brabant en opbrengsten volgend uit detachering. Daarnaast verwachten we lagere rente-inkomsten.

Lagere lasten Primair proces
De lagere kosten voor het primair proces houden verband met lagere kosten voor 'lonen en salarissen' (€ 2.350.000). Hier staat een hogere besteding van € 1.988.000 op het budget voor 'Personeel niet in loondienst' tegenover. Per saldo € 362.000 lagere personele kosten. De materiële kosten vallen naar verwachting € 947.000 lager uit. Per saldo een neerwaartse kostenbijstelling van € 1,31 miljoen.

Lagere lasten Bedrijfsvoering 
De lagere kosten binnen Bedrijfsvoering houden verband met lagere kosten voor 'lonen en salarissen' (€ 370.000). Hier staat een hogere besteding van € 514.000 op het budget voor 'Personeel niet in loondienst' tegenover. Per saldo € 144.000 hogere personele lasten. De materiële kosten vallen naar verwachting € 417.000 lager uit. Per saldo een neerwaartse kostenbijstelling van € 273.000.

Onttrekking reserves
Vanuit de resultaatbestemming 2025 is voor het project omgevingsdossiers een budget van € 181.000 overgeheveld naar 2026. Daarnaast hielden we bij de begroting 2026 rekening met een onttrekking voor de meetstations voor een bedrag van € 80.000. Door de gewijzigde afschrijvingssystematiek worden de investeringen gedurende 2026 pas per 1 januari 2027 afgeschreven. Mede hierdoor verwachten we een dotatie van € 84.000. Per saldo resulteert de reserve meetstations in een nadeel van € 164.000. Per saldo resulteert dit in een onttrekking van € 17.000.

In de tweede Burap 2026 informeren we u verder over de diverse ontwikkelingen.