Programmaverantwoording

Inleiding

Terug naar navigatie - Programmaverantwoording - Inleiding

In deze paragraaf kijken we eerst naar de voortgang van de werkplannen 2026. In de maandelijkse accountgesprekken bespreken we per deelnemer de voortgang en sturen we indien nodig of gewenst bij. In deze Burap kijken we naar de totale werkprogramma's. 

Werkplannen 2026

Terug naar navigatie - Programmaverantwoording - Werkplannen 2026

Voor 2026  verwachten we een werkpakket van ongeveer 389.000 uur. Het totaal aantal declarabele uren over de eerste vier maanden van 2026  ligt hoger dan de norm (per fte) en bedraagt afgerond 1.315 uur. Of we de wettelijke basistaken (Programma 1) en de zogenoemde verzoektaken (Programma 2) volledig volgens de werkplannen 2026 uitvoeren is mede afhankelijk van de daadwerkelijke invulling van de begrote personele capaciteit en de opdrachten die we krijgen binnen P2.

Het programma P1 loopt gemiddeld op schema. In het werkprogramma gaan we over het algemeen uit van de gemiddelde realisatie van de afgelopen 3 jaar. Repressieve handhaving en bezwaar en beroep lopen voor op de verwachting. Dit is te wijten aan het aantal zaken in behandeling. Ook Energie loopt voor op de verwachting. Deze werkzaamheden verlopen gedurende het jaar niet lineair. Daarnaast sturen we gedurende het jaar op dit onderdeel en houden rekening met een maximale uitnutting van de SPUK-gelden die de OMWB hiervoor ontvangt. 

De realisatie van het programma P2 loopt gemiddeld op schema. Per onderdeel loopt dit echter wel uiteen. Een grote uitschieter is het onderdeel Informatieverstrekking en gegevensbeheer. Vanwege het aantal (en omvang van) WOO -verzoeken lopen we hier sterk voor op de planning.  Daarnaast blijkt elk jaar dat deelnemers voor de zekerheid ruim op nemen binnen het adviesdeel van dit programma voor het geval het nodig is, waardoor er in de praktijk minder aanvragen binnenkomen dan gepland. 

Voor een verdere uitwerking van de werkplannen verwijzen we u naar de T-rapportage. Met ingang van 2026 is de termijn gelijkgesteld aan de bestuursrapportage waardoor deze rapportage gelijktijdig wordt uitgegeven.

(Beleids-)ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Programmaverantwoording - (Beleids-)ontwikkelingen

Collectieve Programmataken 2026 
Het Programma Collectieve Taken is een meerjarenprogramma voor de periode 2026–2030. Met dit vijfjarige programma geeft de OMWB uitvoering aan de Strategische Agenda en zetten we een stevig meerjarig kader neer. Binnen dit kader stellen we jaarlijks een concrete en praktische invulling vast. De werkzaamheden dragen bij aan de verdere ontwikkeling van de OMWB tot een volwaardige omgevingsdienst en ondersteunen tegelijkertijd de uitbreiding en verbetering van de VTHKA-werkzaamheden. 

Vanuit de robuustheidscriteria versterken we het Programma Collectieve Taken vanaf 2026 verder. Naast het structurele deel en de autonome projecten maakt vanaf 2026 ook de innovatiekalender structureel onderdeel uit van het programma. Hiermee geeft de OMWB op een toekomstgerichte manier invulling aan de verplichting om 1% van de omzet (minimaal € 400.000) te investeren in innovatie. 

De uitvoering van het programma startte goed. Desondanks zien we dat tot en met april de besteding wat achterblijft bij de begroting. De verwachting is dat we de beoogde resultaten realiseren en we het beschikbare budget effectief en doelgericht inzetten. 

Energietransitie
Het MT stelde vorig jaar de energievisie van de OMWB vast. In 2026 startten we met de verdere uitwerking hiervan. Met deze visie zorgt de OMWB ervoor dat we nieuwe ontwikkelingen op het gebied van energie, zoals powerpoort, actief volgen. Daarnaast versterken we de kennis rondom energie en energieopslag verder, zodat we nieuwe aanvragen adequaat, zorgvuldig en tijdig kunnen behandelen. De verwachte resultaten zijn haalbaar en het beschikbare budget sluit goed aan bij de uitvoering van deze ambities. 

Omgevingswet
Eind 2025 leverden we het implementatieprogramma Omgevingswet succesvol op aan de organisatie. In het opleverdocument benoemden we enkele onderwerpen die we in 2026 verder doorontwikkelen, zoals het verbeteren van de kwaliteit van aanvragen en meldingen (indieningsvereisten) en het optimaliseren van de milieuleges. Daarnaast oefenen we met praktijkgerichte casuïstiek om de organisatie als geheel verder te versterken en naar een hoger niveau te brengen. Deze acties voeren we uit binnen het bestaande budget, waar nodig ondersteund door landelijke partners zoals Omgevingsdienst NL en Vereniging van Nederlandse Gemeenten. 

Risico's Omgevingsplannen
De implementatie van de Omgevingswet vraagt om een tijdige en samenhangende aanpak van het omgevingsplan door gemeenten en de OMWB. Juist voor milieuthema’s is afstemming essentieel om de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) te waarborgen, verschillen in regelgeving te beperken en de uitvoerbaarheid van taken efficiënt te houden. Daarbij blijft vanzelfsprekend ruimte bestaan voor lokale ambities en beleidskeuzes van gemeenten.

De OMWB heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk aandacht gevraagd voor het belang van een goede verankering van milieuthema’s in het omgevingsplan en heeft aangeboden gemeenten hierbij actief te ondersteunen. Vanuit de uitvoeringspraktijk signaleren wij echter dat de toenemende diversiteit in planregels leidt tot risico’s voor de uitvoerbaarheid, rechtsgelijkheid en samenwerking binnen de regio. Deze signalen zijn begin 2026 onder de aandacht gebracht van het Dagelijks Bestuur, waarna richting gemeentesecretarissen een oproep is gedaan om de noodzakelijke bestuurlijke en ambtelijke aandacht voor dit onderwerp te borgen.

Inmiddels constateren wij daadwerkelijk dat planregels worden opgesteld en vastgesteld die naar ons oordeel onvoldoende aansluiten bij de vereiste uitvoeringskwaliteit. Zonder nadere gezamenlijke afspraken bestaat het risico dat de kwaliteit van de uitvoering onder druk komt te staan en de efficiëntievoordelen van regionale samenwerking afnemen. Wij vragen onze eigenaren daarom om het belang van een gezamenlijke aanpak te onderschrijven en actief bij te dragen aan een adequate en uniforme borging van milieuthema’s binnen de omgevingsplannen.