Jaarrekening

Balans ultimo boekjaar (vóór resultaatbestemming)

Terug naar navigatie - Balans ultimo boekjaar (vóór resultaatbestemming) - Financiële tabel Balans (activa)
Activa (bedragen x € 1.000) 31 december 2025 31 december 2024
Vaste activa
Materiele vaste activa   1.075   1.092
Investeringen met een economisch nut 1.075   1.092  
Financiële vaste activa   155   0
Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd gelijk of langer dan één jaar 155   0  
 Totaal vaste activa   1.230   1.092
 
 Vlottende activa
Uitzetting met een rentetypische looptijd korter dan één jaar   8.949   7.945
Vorderingen op openbare lichamen 204   290  
Overige vorderingen 123      
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 8.622   7.655  
 
Liquide middelen   991   985
Banksaldi 991   985  
 
Overlopende activa   3.843   3.705
Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen        
- Vooruitontvangen facturen 540   226  
- Nog te ontvangen BTW 542   529  
- Nog te ontvangen posten 2.172   2.389  
- Afrekeningen van werkprogramma's 588   561  
Totaal vlottende activa   13.783   12.635
 
Totaal generaal   15.013   13.727
         
Verliescompensatie krachtens Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 0   0  

 

Terug naar navigatie - Balans ultimo boekjaar (vóór resultaatbestemming) - Financiële tabel Balans (passiva)
Passiva (bedragen x € 1.000) 31 december 2025 31 december 2024
Vaste passiva 
Eigen vermogen   8.652   6.086
Algemene reserve 3.092   2.492  
Bestemmingsreserve meetstations 1.040   1.132  
Gerealiseerd resultaat 4.519   2.461  
 
Voorzieningen   2.199   1.873
Voorziening verlofsparen 2.105   1.703  
Voorziening mobiliteit 94   170  
Totaal vaste passiva   10.851   7.959
 
Vlottende passiva        
Kortlopende schulden   280   620
Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 280   620  
 
Overlopende passiva   3.883   5.148
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren        
- Van het Rijk 1.251   1.925  
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume        
- Nog te betalen posten 864   964  
- Afrekeningen werkprogramma's 1.701   2.087  
- Afdr. loonheffing en netto salarissen 67   172  
Totaal vlottende passiva  

4.163

  5.768
 
Totaal generaal   15.013   13.727

Het overzicht van baten en lasten

Terug naar navigatie - Het overzicht van baten en lasten - Financiële tabel (primair proces)

 

Lasten (bedragen x € 1.000) 2025 begroting voor wijziging 2025 begroting na wijziging 2025 realisatie verschil
Primair proces        
Personeelslasten        
Salarissen 27.837 23.546 23.591 44
Reiskosten 294 380 462 82
Opleidingskosten 368 248 188 -60
Overige personele kosten 131 119 119 0
Inhuurbudgetten 2.422 3.997 3.868 -129
Subtotaal 31.052 28.290 28.227

-63

         
Afschrijvingen        
Afschrijvingen 493 405 411 7
Subtotaal 493 405 411 7
         
Huisvestiging en organisatie        
Huisvestiging en facilitaire kosten 90 93 82 -11
Tractie 45 52 45 -7
Automatisering 20 21 37 17
Algemeen beheer 40 57 60 3
Subtotaal 195 223 224 1
         
Overige kosten        
Laboratoriumkosten 1.802 1.149 1.310 161
Kosten SSIB 0 400 400 0
Milieumetingen 610 610 536 -74
Subtotaal 2.412 2.159 2.246 87
         
Totaal lasten primair proces 34.153 31.077 31.109 32

 

Terug naar navigatie - Het overzicht van baten en lasten - Financiële tabel (bedrijfsvoering + overig)
Lasten (bedragen x € 1.000) 2025 begroting voor wijziging 2025 begroting na wijziging 2025 realisatie verschil
Bedrijfsvoering        
Personeelslasten        
Salarissen 7.587 6.508 6.651 144
Reiskosten 222 127 84 -43
Opleidingskosten 359 386 407 20
Overige personeelskosten 517 635 622 -13
Inhuurbudgetten 362 474 446 -28
Subtotaal 9.047 8.129 8.210 81
         
Afschrijvingen        
Afschrijvingen 317 93 107 14
Subtotaal 317 93 107 14
         
Huisvesting en organisatie        
Huisvesting en facilitaire kosten 1.244 1.284 1.195 -89
Tractie 37 41 44 3
Automatisering 2.641 2.450 2.220 -231
Algemeen beheer 438 1.002 787 -215
Subtotaal 4.360 4.777 4.246 -531
         
Totaal lasten Bedrijfsvoering 13.724 12.999 12.563 -436
         
Overige lasten        
Diverse lasten 0

0

6 6
Onvoorzien 150 150 0 -150
Vennootschapsbelasting 5  -3
Subtotaal 155 155 8 -147
         
Totaal lasten 48.033 44.231 43.680 -551

 

Terug naar navigatie - Het overzicht van baten en lasten - Overzicht baten
Baten (bedragen x € 1.000) 2025 begroting voor wijziging 2025 begroting na wijziging 2025 realisatie verschil
Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving 28.278 27.697 27.676 -21
Programmadeel 2: Advies en Projecten 14.013 12.209 12.300 91
Programmadeel 3: Collectieve taken structureel 1.988 2.387 2.385 -2
Programmadeel 4: Buiten werkprogramma 1.802 2.641 3.032 391
Programmadeel 4: Overige exploitatie 610 573 562 -12
Specifieke uitkering Omgevingsdiensten 672 1.354 1.264 -90
Subtotaal 47.365 46.861 47.218 357
         
Overige baten        
Diverse baten 0

148

153 6
Detacheringsinkomsten* 0 80 89 9
Rentebaten 450 450 446 -3
Subtotaal 450 678 689 12
         
Totaal baten 47.815 47.539 47.907 368
         
Gerealiseerd saldo baten en lasten -218 3.308 4.228 919
         
Storting reserves 0 0 0 0
Onttrekking reserves 218 497 292 -205
Totaal reserves 218 497 292 -205
         
Gerealiseerd resultaat 0 3.805 4.519 714

Toelichtingen

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Terug naar navigatie - Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling - Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

  • De jaarrekening is opgesteld op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de financiële verordening OMWB 2025, waarin het algemeen bestuur op d.d. 11 december 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vaststelde. 
  • De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten.
  • Bedragen in de tabellen zijn opgenomen in duizendtallen; in de toelichtingen staan absolute bedragen vermeld.
  • De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling.

Waardering van activa en passiva

Tenzij bij het betreffende balansonderdeel anders staat vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.

Vaste activa

Materiële vaste activa

Investeringen met een economisch nut
De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele duurzame bijzondere waardeverminderingen. Ook specifieke investeringsbijdragen van derden zijn op betreffende investeringen in mindering gebracht.

De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en bijkomende kosten. De vervaardingprijs bestaat uit de aanschafkosten van het product of de dienst en de overige kosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de vervaardiging van het actief.

Activa worden direct bij ingebruikname geactiveerd. Vanaf dat moment vindt tevens afschrijving plaats. Er wordt geen rekening gehouden met een eventuele restwaarde. De afschrijvingstermijnen worden jaarlijks bij de begroting vastgesteld en zijn in de tabel verderop in deze toelichting opgenomen. Voor de technische apparatuur is ten opzichte van eerdere jaren sprake geweest van een schattingswijziging met als doel de technische en economische gebruiksduur op elkaar aan te laten sluiten. De afschrijvingstermijnen zijn hierop aangepast. De impact van deze aanpassing bedraagt € 204.000 en is opgenomen onder de afschrijvingskosten primair proces. 

Bij de waardering wordt rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam lager is. In die gevallen is als waardering de hoogste van bedrijfswaarde of directe opbrengstwaarde aangehouden.

Gehanteerde afschrijvingstermijnen
Conform besluiten van het AB worden de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd:

Tabel met de gehanteerde afschrijvingstermijnen Jaren
Automatisering 5
Huisvesting 10
Communicatiemiddelen 3
Wagenpark 7
Machines, apparaten en installaties/technische apparatuur 5
Dienstkleding 3

Financiële vaste activa

Overige uitzettingen met een looptijd gelijk aan of langer dan 1 jaar 
De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Vlottende activa

De vlottende activa zijn onder te verdelen in uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Vorderingen of Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald op basis van de geschatte inningskansen.

Liquide middelen en overlopende activa
Deze activa zijn tegen nominale waarde opgenomen.

Vaste passiva

De vaste passiva betreffen het eigen vermogen van de OMWB en de voorzieningen. Er is geen sprake van langlopende leningen.

Eigen vermogen

Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde saldo van baten en lasten voor mutaties in reserves. Voor zover het algemeen bestuur gedurende het jaar besluiten over reserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de effecten van de besluiten van het algemeen bestuur, volgt een resultaat na bestemming. Dit wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd.

Voorzieningen

De OMWB heeft een voorziening voor verlofsparen. Deze voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde. In deze voorziening is al het verlof opgenomen wat in verlofsparen is omgezet, of omgezet kan worden. Dit verlof is gewaardeerd tegen het betreffende uurtarief (inclusief IKB) per 1 januari 2026 op persoonsniveau, inclusief opslag voor sociale lasten. Daarnaast kent de dienst een voorziening voor mobiliteit van medewerkers. De voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde.

Vlottende passiva

Onder de vlottende passiva zijn schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar en overlopende passiva opgenomen.

Schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar
Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale waarde.

Overlopende passiva

De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Baten en lasten

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen.

Het BBV schrijft voor dat kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term ‘overhead’) afzonderlijk worden begroot en verantwoord. De totale kosten van de bedrijfsvoering voor de hele organisatie worden aan de lastenkant in één overzicht gepresenteerd. Volgens de definitie van het BBV worden tot de bedrijfsvoering gerekend 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'.

Personeelslasten
Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen en schulden (als gevolg van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume), worden sommige personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Bijvoorbeeld componenten als overlopende verlofaanspraken. Indien er sprake is van jaarlijks terugkerende verplichtingen met betrekking tot arbeidskosten van niet vergelijkbaar volume, kan er wel een voorziening opgenomen worden.

Rechtmatigheidsverantwoording

De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de Financiële verordening Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 2025 en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de commissie BBV van september 2025. Dat betekent dat:

  • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet;
  • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat:
    • Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 11 december 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld;
    • Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig in de tussentijdse rapportage zijn gemeld aan het algemeen bestuur;
    •  Ten aanzien van het M&O-criterium is geen sprake van een nota M&O-beleid van onze organisatie. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
  • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025 alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat:
    • Een verantwoordingsgrens van 2 % (zijnde € 872.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen;
    • Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf 'Bedrijfsvoering' worden opgenomen.

Toelichting op de balans per 31 december 2025

Materiële vaste activa

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans per 31 december 2025 - Materiële vaste activa

Investeringen met een economisch nut
De materiële vaste activa met een economisch nut bestaan uit de volgende onderdelen:

  Boekwaarde per 31-12-2025 Boekwaarde per 31-12-2024
Automatisering (Overige materiële vaste activa) 97 115
Huisvesting (Overige materiële vaste activa) 176 185
Communicatiemiddelen (Overige materiële vaste activa) 29 32
Tractie/wagenpark (Vervoersmiddelen) 5 5
Machines, apparaten en installaties/technische apparatuur 669 755
Werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen 99 0
Totaal 1.075 1.092

Van het verloop van de boekwaarde van deze investeringen geven we het volgende overzicht:

  Boekwaarde per
1-1-2025
Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Afschrijvingen Desinvesteringen Boekwaarde per
31-12-2025
Automatisering (Overige materiële vaste activa) 115 32 - 50 - 97
Huisvesting (Overige materiële vaste activa) 185 31 8 40 8 176
Communicatiemiddelen (Overige materiële vaste activa) 32 11 - 13 - 30
Tractie/wagenpark (Vervoersmiddelen) 5 0 - 1 - 4
Machines, apparaten en installaties/technische apparatuur 755 326 - 411 - 669
Werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen - 102 - 3 - 99
Totaal 1.092 502 8 518 8 1.075

Van bijdrage derden was in 2025 geen sprake.

De specificatie van de investeringen 2025 is als volgt:

(Vervangings)investeringen Krediet per 1-1-2025 Nieuw krediet 2025 Beschikbaar totaal 2025 Uitgaven in 2025
(incl. bijdrage van derden)
Afschrijving v.a. 2026
Automatisering 35 472 507 32 6
Huisvesting 135 2.000 2.135 31 3
Communicatiemiddelen 15 285 300 11 4
Vervanging wagenpark* 220 50 270 - -
Technische apparatuur 266 0 266 326 65
Werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen 0 80 80 102 34
Totaal 671 2.887 3.558 501 112

*Aangezien het omgebouwde meetwagens betreft, worden deze (conform voorgaande jaren) in de activastaat verantwoord onder de technische apparatuur.

Vlottende activa

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans per 31 december 2025 - Vlottende activa

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden:

  Boekwaarde 31-12-2025 Boekwaarde 31-12-2024
Vordering openbare lichamen 204 290
Overige vorderingen 123 0
Uitzetting in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 8.622 7.655
Totaal 8.949 7.945

Overige vorderingen
Door een adequaat debiteurenbeheer is voor oninbaarheid geen voorziening noodzakelijk (2024: € 0).

Uitzettingen in ’s Rijks schatkist (schatkistbankieren)
Dit betreft het per 31 december 2025 uitstaand saldo in de schatkist. Sinds medio 2015 worden overtollige middelen in het kader van schatkistbankieren in de vorm van een rekening-courantverhouding bij het Rijk afgestort.

Voor het boekjaar 2025 bedraagt het drempelbedrag voor schatkistbankieren € 1.000.000. Op basis van de kwartaalcijfers vonden geen overschrijdingen op het drempelbedrag plaats. Gedurende het hele jaar zijn geen dagen geweest waarop het drempelbedrag aan het einde van de dag overschreden was. 

Onderstaande gegevens betreffen het gemiddeld bedrag aan middelen per kwartaal die voor het drempelbedrag buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden en de gemiddelde ruimte per kwartaal tot het drempelbedrag is bereikt.

  Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 952 961 943 966
Ruimte onder het drempelbedrag 48 39 57 34
Overschrijding van het drempelbedrag 0 0 0 0

Liquide middelen
Het saldo van de liquide middelen staat ter vrije beschikking en bestaat uit de volgende componenten:

  Boekwaarde 31-12-2025 Boekwaarde 31-12-2024
Banksaldo BNG 41 35
Banksaldo Rabobank 950 950
Totaal 991 985

Bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) heeft de OMWB een kredietfaciliteit van afgerond € 1,0 miljoen.

Overlopende activa
De post overlopende activa kan als volgt gespecificeerd worden:

  Boekwaarde 31-12-2025 Boekwaarde 31-12-2024
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen 3.843 3.705
Totaal 3.843 3.705

Nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen:

  Boekwaarde 31-12-2025 Boekwaarde 31-12-2024
Vooruit ontvangen facturen 540 226
Nog te ontvangen BTW 542 529
Nog te ontvangen posten 2.172 2.389
Afrekeningen werkprogramma's 588 561
Totaal 3.843 3.705

Vooruit ontvangen facturen
Dit betreffen facturen die in 2025 zijn ontvangen, maar waarvan (een deel van) de kosten betrekking heeft op het boekjaar 2026.

Nog te ontvangen posten
Hier zijn diverse opbrengsten verantwoord over 2025 die per einde van het boekjaar nog niet (volledig) waren gefactureerd.

Afrekeningen werkprogramma’s
Dit betreft het saldo van de te vorderen eindafrekeningen over 2025 die in januari 2026 naar de deelnemers zijn gestuurd. Ter bevestiging van deze saldi is bij de deelnemers een confirmatie opgevraagd en (deels) ontvangen. 

Eigen vermogen

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans per 31 december 2025 - Eigen vermogen

Het eigen vermogen van de dienst bestaat uit het totaal van alle reserves per 31 december, aangevuld met het resultaat over het boekjaar. Zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves worden tot het eigen vermogen gerekend.

Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende componenten:

  Boekwaarde 31-12-2025 Boekwaarde 31-12-2024
Algemene reserve 3.092 2.492
Reserve meetstations 1.040 1.132
Gerealiseerd resultaat boekjaar 2025 4.519 0
Gerealiseerd resultaat boekjaar 2024 0 2.461
Totaal 8.651 6.086

Het boekjaar 2024 sloot met een te bestemmen voordelig resultaat van € 2.461.000. Van dit bedrag is conform het besluit van het algemeen bestuur in 2025 een bedrag van € 800.000 aan de algemene reserve gedoteerd, waarna een bedrag van € 200.000 is onttrokken en toegevoegd aan budgetten in 2025. Het overige deel (€ 1.661.000) is uitgekeerd aan de deelnemers. 

Het boekjaar 2025 sluit met een te bestemmen positief resultaat van € 4.519.000. Overeenkomstig het BBV is dit saldo afzonderlijk op de balans opgenomen. Bij de vaststelling van de jaarrekening zal een voorstel tot bestemming van dit resultaat worden gedaan.

Het verloop van de reserves over het boekjaar is als volgt:

  Boekwaarde
31-12-2024
Resultaat-bestemming voorgaand boekjaar Toevoeging Onttrekking Boekwaarde
31-12-2025
Algemene reserve 2.492 800 0 200 3.092
Reserve meetstations 1.132 0 0 92 1.040
Totaal 3.624 800 0 292 4.132

Algemene reserve
De algemene reserve is een buffer voor exploitatietekorten en het opvangen van risico’s. Gedurende het boekjaar 2025 heeft conform het besluit van het algemeen bestuur een dotatie van per saldo € 600.000 aan de reserve plaatsgevonden.

Reserve meetstations
Vanuit de overgebleven middelen van de provincie Noord-Brabant is vanuit de resultaatbestemming 2017 de reserve meetstations gevormd. Deze bestemmingsreserve is ter continuering van de meetstations (het betreft investeringsintensieve locaties).

Het saldo van opbrengsten en kosten van de meetstations over 2025 bedraagt € 92.000 negatief en is per jaareinde 2025 onttrokken aan de reserve.

Er is geen sprake van verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd. Derhalve is hiervoor in de tabel geen kolom opgenomen. 

Voorzieningen

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans per 31 december 2025 - Voorzieningen

Voorziening verlofsparen
In 2022 is voor het eerst een bedrag opgenomen ten behoeve van de voorziening voor verlofsparen. Tot en met 2021 werden alle verlofgerelateerde rechten toegelicht en gekwantificeerd in de ‘Niet uit de balans blijkende vorderingen en verplichtingen’. Per 1 januari 2022 trad echter cao SGO artikel 6.3 Verlofsparen in werking, wat tot gevolg had dat er een voorziening moest worden opgenomen voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van niet gelijke omvang. In deze voorziening zijn de verlofuren opgenomen die aan deze voorwaarde voldoen. Per balansdatum is deze voorziening herzien. 

Voorziening mobiliteit
De trajecten die in 2024 waren voorzien zijn allen in 2025 afgerond. In sommige gevallen vonden de betreffende voormalig medewerkers zelfs eerder een nieuwe baan dan voorzien, waardoor een deel van de voorziening kon vrijvallen. Lopende 2025 is een mobiliteitstraject met een medewerker overeengekomen welke in 2026 vervolgd wordt. Daarnaast is een RVU overeengekomen met een medewerker, welke in de periode 2026-2028 tot effectuering komt. De maximale kosten bedragen € 94.000. 

Het verloop van de voorzieningen over het boekjaar 2025 is als volgt:

  Boekwaarde 01-01-2025 Toevoeging Onttrekking Vrijval Boekwaarde 31-12-2025
Voorziening verlofsparen 1.703 1.025 623 0 2.105
Voorziening mobiliteit 170  94 122 48 94
Totaal 1.873 1.119 743 50 2.199

Vlottende passiva

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans per 31 december 2025 - Vlottende passiva

Onder de vlottende passiva zijn opgenomen:

  Boekwaarde 31-12-2025 Boekwaarde 31-12-2024
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 280 620
Overlopende passiva 3.883 5.148
Totaal 4.163 5.768

Ultimo 2025 was er (evenals voorgaande jaren) door de goede liquiditeitspositie geen noodzaak om kasgeldleningen op te nemen.

Overlopende passiva

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans per 31 december 2025 - Overlopende passiva

De specificatie van de overlopende passiva is als volgt:

  Boekwaarde 31-12-2025 Boekwaarde 31-12-2024
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
Van het Rijk 1.251 1.925
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume:
Nog te betalen posten 864 964
Afrekeningen werkprogramma's 1.701 2.087
Afdr. loonheffing en netto salarissen 67 172
Totaal 3.883 5.148

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen worden als volgt gespecificeerd:

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Boekwaarde
01-01-2025
Ontvangen voorschotten Bestedingen Terug te betalen Boekwaarde
31-12-2025
Van het Rijk:          
E93 Regeling specifieke uitkering Interbestuurlijk programma VTH 279 0 0 279 0
F21 Eenmalige specifieke uitkeringen ten behoeve van extra ondersteuning voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht 1.646 673 1.212 0 1.107
Subsidie Robuustheid 0 196 52 0 144
Totaal 1.925 869 1.264 279 1.251

De in bovenstaande tabel opgenomen voorschotbedragen zijn overeenkomstig de beschikkingen ontvangen in 2025. Conform de bestedingen zijn de opbrengsten dienovereenkomstig apart als baten verantwoord in het ‘Overzicht van baten en lasten’. Voor de regeling Specifieke Uitkering Interbestuurlijk programma VTH is een aankondiging op de eindbeschikking ontvangen. Deze is overeenkomstig verwerkt.  

Onder de overige posten van de overlopende passiva zijn geen verplichtingen opgenomen die een looptijd hebben langer dan één jaar.

Afrekeningen werkprogramma’s
Dit betreft het saldo van de terug te betalen eindafrekeningen over 2025 die in januari 2026 naar de deelnemers zijn gestuurd. Ter bevestiging van deze saldi is bij de deelnemers een confirmatie opgevraagd en (deels) ontvangen. 

Niet uit de balans blijkende vorderingen en verplichtingen

Terug naar navigatie - Toelichting op de balans per 31 december 2025 - Niet uit de balans blijkende vorderingen en verplichtingen

(Lease)verplichtingen
Een deel van de activa is aangeschaft via een leasecontract. Dit betreffen:

  • IT-infrastructuur en omgeving: per 1 januari 2026 is de overeenkomst met Sogeti verlopen. Op het moment van schrijven ligt een addendum voor de verlening van het contract (tot 31-12-2027) ter ondertekening bij de leverancier. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen ongeveer € 1.600.000. 
  • Dienstauto’s: per 31 december 2025 zijn 10 dienstauto's in gebruik. Van vier van deze auto's is het contract per augustus 2025 verlopen. In afwachting op de gunning van de (lopende) aanbesteding worden deze auto's aangehouden. Maandelijks worden de contracten verlengd. Dit geldt ook voor een shortlease contract, welke eveneens per augustus is verlopen.  Van de resterende vijf auto's bedragen de jaarlijkse leasekosten circa € 42.000. Van één dienstwagen loopt het contract in 2026 af; van de vier overige wagens eindigen de contracten in 2029. De totale verplichting van deze vijf leasecontracten bedraagt per jaareinde 2025 circa  € 120.000.
  • Multifunctionals: voor vier multifunctionals (printers) is in 2021 een overeenkomst aangegaan. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen circa € 6.600. De overeenkomst is ingegaan per 1 januari 2022 en kent een looptijd van vijf jaar. Het contract eindigt derhalve op 1 januari 2027.

In 2018 zijn contracten gesloten voor de IT-systemen met AFAS en Roxit. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen afgerond respectievelijk € 63.000 en € 162.000. Het contract met AFAS wordt jaarlijks stilzwijgend verlengd en het contract met Roxit liep in 2022 af en is tot 31 december 2028 verlengd. 

Huurovereenkomsten
De jaarlijkse huurverplichting voor het pand (inclusief parkeerplaatsen) in Tilburg bedraagt circa € 797.000. De huurovereenkomst is aangegaan voor een periode van vijf jaar met als einddatum 31 december 2027. De totale huurverplichting bedraagt € 1,5 miljoen. De jaarlijkse huurverplichting voor kantoorruimte (inclusief parkeerplaatsen) en laboratorium aan de Brabantlaan 1 te ’s-Hertogenbosch bedraagt circa € 128.000 per jaar. De overeenkomst is per 1 juli 2022 stilzwijgend verlengd met vijf jaar tot 1 juli 2027.

Inkoopverplichtingen
In de kadernota rechtmatigheid deed de commissie BBV de stellige uitspraak dat meerjarige contracten - in het kader van Europese regels - in de toelichting op de jaarrekening opgenomen moeten worden voor het volle bedrag waarover het contract is afgesloten. De OMWB verleent opdrachten aan milieukundige adviesbureaus op basis van het actuele werkaanbod vanuit de opdrachtgevers en specifieke casuïstiek. Hiervoor zijn geen meerjarige contracten afgesloten met bedoelde bureaus, enkel jaarcontracten.

Lopende procedures
Er is geconstateerd dat in 2024 een foutief advies is verstrekt als onderbouwing voor een verstrekte omgevingsvergunning waarbij derden mogelijk gedupeerd zijn. Voor de geleden schade heeft de betrokken partij een dagvaardiging uitgegeven voor zowel de OMWB als de betreffende deelnemer. Hier zou eventueel een schadepost uit kunnen voortvloeien die betrekking zou hebben op 2025. Gezien de onzekerheid omtrent verantwoordelijkheid en de hoogte van geleden schade hebben wij hiervoor geen voorziening gevormd en wachten wij verdere ontwikkelingen af.

Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025

Nadere toelichting op de lasten Primair proces

Terug naar navigatie - Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025 - Nadere toelichting op de lasten Primair proces

De bijstelling van de lasten en baten is conform de besluitvorming van het algemeen bestuur.

In beginsel worden de belangrijkste verschillen op totaalniveau toegelicht. Waar nodig wordt specifieke toelichting gegeven op de onderdelen primair proces en bedrijfsvoering.

Personeelslasten 2025 begroting na wijzigingen 2025 realisatie
Primair proces
Salarissen 23.546 23.591
Reiskosten 380 462
Opleidingskosten 248 188
Overige personele kosten  119 119
Inhuurbudgetten  3.997 3.868
Subtotaal personeelslasten 28.290 28.227

Salarissen
De salariskosten van het primaire proces bedragen € 23.591.000 en zijn € 44.000 hoger dan begroot na wijziging. Het verschil wordt veroorzaakt door de mutaties op de voorzieningen verlofsparen en mobiliteit. Daarnaast zien we dat er vrij veel jongere medewerkers in dienst zijn gekomen tegen een lagere loonsom dan waar bij de begroting rekening mee is gehouden. 

Reiskosten
De reiskosten bedragen in totaal voor het primair proces en bedrijfsvoering samen € 546.000 en zijn daarmee € 39.000 hoger dan begroot na wijziging. Deze overschrijding wordt gelijk aan 2024 veroorzaakt doordat medewerkers na enkele jaren van verminderde aanwezigheid op kantoor, de weg terug hebben gevonden. Ook de toename in personeel draagt bij aan de overschrijding. 

Opleidingskosten
De opleidingskosten bedragen in totaal voor het primair proces en bedrijfsvoering samen € 594.000 en zijn hiermee € 40.000 lager dan begroot na wijziging. Dit is met name het gevolg van het uitstellen van (landelijk) verzorgde opleidingen.

Overige personele kosten
De overige personeelskosten van het primaire proces bedragen € 119.000 en zijn hiermee gelijk aan de begroting na wijziging.  

Inhuurbudgetten
De inhuurkosten van personeel zijn € 129.000 lager dan begroot (na wijzigingen). Het is niet altijd mogelijk gebleken om (tijdig) specialistische inhuur te werven. 

Afschrijvingen 2025 begroting na wijzigingen 2025 realisatie
Primair proces
Afschrijvingen 405 411
Subtotaal Afschrijvingen 405 411

Een deel van de afschrijvingslast is verantwoord onder de lasten bedrijfsvoering (€ 107.000 tegenover € 93.000 begroot). Samen met de afschrijvingslast voor bedrijfsvoering vallen de totale afschrijvingen over 2025 € 21.000 hoger uit dan begroot na wijziging. Aanleiding betreft onder andere het versneld afschrijven van horeca apparatuur (eind 2025) vanwege verkoop.

Huisvesting en organisatie 2025 begroting na wijzigingen 2025 realisatie
Primair proces
Huisvesting en facilitaire kosten 93 82
Tractie 52 45
Automatisering 21 37
Algemeen beheer 57 60
Subtotaal Huisvesting en organisatie 223 224

Voor het primair proces worden binnen de rubriek 'Huisvesting en organisatie' marginale verschillen geconstateerd. De totale kosten zijn binnen de ramingen gebleven.

Overige kosten 2025 begroting na wijzigingen 2025 realisatie
Primair proces
Laboratoriumkosten 1.149 1.310
Kosten SSIB 400 400
Milieumetingen 610 536
Subtotaal Overige kosten 2.159 2.246

Toelichting:

  • De laboratoriumkosten zijn vraaggestuurd en worden één op één doorbelast. De corresponderende baten zijn opgenomen onder deelprogramma 4. Deze kosten en opbrengsten kennen een resultaat neutraal effect. 
  • De kosten milieumetingen zijn lager dan begroot en worden volledig doorbelast aan de provincie Noord-Brabant als onderdeel van deelprogramma 4.

Nadere toelichting op de lasten Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025 - Nadere toelichting op de lasten Bedrijfsvoering

In beginsel worden de belangrijkste verschillen op totaalniveau toegelicht; zie hiervoor de ‘Nadere toelichting op de lasten Primair proces’. Waar nodig wordt specifieke toelichting gegeven op de onderdelen primair proces en bedrijfsvoering.

Personeelslasten 2025 begroting na wijzigingen 2025 realisatie
Bedrijfsvoering
Salarissen 6.508 6.651
Reiskosten 127 84
Opleidingskosten 386 407
Overige personele kosten 635 622
Inhuurbudgetten 474 446
Subtotaal Personeelslasten 8.129 8.210

Salarissen
De salariskosten vallen € 144.000 hoger uit dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de mutatie in de voorziening verlofsparen en in beperkte mate door het niet (tijdig) invullen van vacatures.

Reiskosten
Voor de toelichting op de reiskosten wordt verwezen naar de 'Nadere toelichting op de lasten Primair proces'.

Opleidingskosten
Voor de toelichting op de opleidingskosten wordt verwezen naar de 'Nadere toelichting op de lasten Primair proces'.

Overige personele kosten
Op de ‘Overige personele kosten’ van Bedrijfsvoering is een onderbesteding gerealiseerd van € 13.000 en wijkt daarmee minimaal af van de gewijzigde begroting. 

Inhuurbudgetten
De kosten voor inhuur van derden bedragen € 28.000 lager dan begroot. Deze onderschrijding wordt met name veroorzaakt door een lagere inzet van inhuurkrachten. 

Afschrijvingen 2025 begroting na wijzigingen 2025 realisatie
Bedrijfsvoering
Afschrijvingen 93 107
Subtotaal Afschrijvingen 93 107

Voor de toelichting op de afschrijvingen wordt verwezen naar de 'Nadere toelichting op de lasten Primair proces'.

Huisvesting en organisatie 2025 begroting na wijzigingen 2025 realisatie
Bedrijfsvoering
Huisvesting en facilitaire kosten 1.284 1.195
Tractie 41 44
Automatisering 2.450

2.220

Algemeen beheer 1.002 787
Subtotaal Huisvesting en organisatie 4.777 4.246

Toelichting:

  • De kosten van huisvesting en facilitaire kosten voor bedrijfsvoering bedragen € 1.195.000 en zijn daarmee € 89.000 lager dan begroot na wijziging. Door lagere servicekosten voor het pand in Tilburg is een besparing gerealiseerd van € 29.000. Daarnaast zijn op verschillende budgetten binnen ' Huisvestiging en facilitaire kosten' besparingen gerealiseerd, waarvan de voornaamste 'Kantinekosten' (€ 16.000) en ' Internet en telefoonkosten' (€ 15.000) betreffen.
  • De kosten van vervoermiddelen liggen in lijn met de begroting.
  • De kosten van automatisering voor Bedrijfsvoering bedragen € 2.220.000 en zijn daarmee € 231.000 lager dan begroot na wijziging. Deze onderschrijding wordt onder andere veroorzaakt doordat bepaalde projecten later zijn gestart of zijn uitgesteld, zoals de implementatie van GIS/GEO als gevolg van de juridische afwikkeling van het aanbestedingstraject (€ 71.000), lagere inzet van het innovatiebudget (€ 58.000) en de pilotgewijze opstart van AI-verkenningen (€ 15.000).  Door vertraging in de vervanging van apparaten (laptops en telefoons) is de afkoop van de leasecontracten doorgeschoven naar 2026 en leidde daarmee tot een besparing van € 23.000. Daarnaast is minder gebruik gemaakt van AFAS-consultants doordat interne applicatiebeheerders in toenemende mate zelfstandig werkzaamheden en optimalisaties kunnen oppakken.  
  • De kosten voor Algemeen beheer zijn € 215.000 lager dan begroot na wijziging. De voornaamste reden betreft de vertraging van het project 'Omgevingsdossiers' (€ 181.000). In 2026 wordt dit project verder opgepakt. Bij de resultaatbestemming 2025 wordt een budgetoverheveling voorgesteld.  

Nadere toelichting op de Overige lasten

Terug naar navigatie - Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025 - Nadere toelichting op de Overige lasten
Overige lasten 2025 begroting na wijzigingen 2025 realisatie
Diverse lasten 0 6
Onvoorzien 150 0
Vennootschapsbelasting 5 2
Subtotaal Overige lasten 155 8

Diverse lasten
Het saldo op de diverse lasten betreffen btw-correcties, waaronder de bijtelling voor wisselend privégebruik van bedrijfsauto's.

Onvoorzien
Het bedrag dat is gereserveerd voor onvoorziene kosten is in 2025 niet aangesproken.

Vennootschapsbelasting
De kosten vennootschapsbelasting bedroegen in 2025 € 2.000 (begroot € 5.000). Dit betreft het saldo van de voorlopige aanslag 2025 en de aanslag 2024. 

Overzicht incidentele baten en lasten

Terug naar navigatie - Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025 - Overzicht incidentele baten en lasten

Vanuit het Rijk zijn twee specifieke uitkeringen toegekend met elk een specifieke start- en einddatum. Dit betreffen de extra ondersteuning toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht (THE) en de subsidie Robuustheid. Voor de regeling (THE) is conform de beschikking in 2025 een voorschot ontvangen. De opbrengst van de beide uitkeringen over 2025 bedraagt € 1.264.000 en is apart in het overzicht van de baten verantwoord. Zowel de opbrengsten als kosten worden als incidenteel aangemerkt.

In de kosten van personeel in loondienst is een bedrag van € 97.000 opgenomen voor mobiliteitstrajecten en een bedrag van € 30.000 voor transitievergoedingen. Daarnaast is een voorzien mobiliteitstraject uit 2024 vroegtijdig beëindigd in 2025 met een vrijval van € 48.000 tot gevolg. Per jaareinde is een bedrag van € 40.000 voorzien voor een mobiliteitstraject en een bedrag van € 54.000 voor een aanstaand RVU-traject. 

In de kosten van personeel in loondienst is een bedrag van € 402.000 opgenomen voor de dotatie aan de voorziening voor verlofsparen. Tot en met 2021 werden alle verlofgerelateerde rechten toegelicht en gekwantificeerd in de ‘Niet uit de balans blijkende vorderingen en verplichtingen’. In 2022 trad echter cao SGO artikel 6.3 Verlofsparen in werking. Dit had tot gevolg dat er een voorziening moest worden opgenomen voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van niet gelijke omvang. Voor 2022, 2023, 2024 en 2025 was de dotatie aan de voorziening een incidentele post, de voorziening zelf is van structurele aard.

In de buitengewone baten is een bedrag van € 83.000 opgenomen inzake een tegemoetkoming voor transitievergoeding van het UWV. Daarnaast is een restitutie fee van Flex West-Brabant opgenomen voor een bedrag van € 60.000 betreffende tegemoetkoming voor afgenomen diensten. 

Kengetallen

Terug naar navigatie - Kengetallen - Toelichting
Kengetallen 2024 realisatie 2025 realisatie
Uurtarief € 108,87 € 118,06
Productieve uren 372.187 375.213
FTE Primair Proces 280 286
Gemiddeld aantal productieve uren per FTE 1.331 1.314
Ziekteverzuim 6,22% 5,52%
Eigenaarsdeel gemeenten/provincie 60%/40% 61%/39%

 

FTE 2024 realisatie 2025 realisatie
Primair proces - kernformatie 250 258
Primair proces - flexibele schil 30 28
Subtotaal Primair Proces 280 286
Bedrijfsvoering - kernformatie 57 60
Bedrijfsvoering - flexibele schil 6 3
Totaal Bedrijfsvoering 63 63
     
Totaal 343 349

De gerealiseerde declarabiliteit over 2025 ligt in lijn met de afgegeven verwachting bij de 3e begrotingswijziging (1.310 uur). Hierbij geldt dat de declarabiliteit per fte voor eigen medewerkers 1.286 uur bedraagt en voor inhuurkrachten 1.574 uur. 

De declarabiliteit per fte van eigen medewerkers wordt positief beïnvloed door een onderbesteding op concernuren. Deze ruimte wordt daarentegen te niet gedaan door een hoger verzuim dan begroot en een hogere opname van verlofuren.

Toelichting op de baten

Terug naar navigatie - Toelichting op de baten - Toelichting
Baten 2025 begroting na wijzigingen 2025 realisatie
Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving 27.697 27.676
Programmadeel 2: Advies en Projecten 12.209 12.300
Programmadeel 3: Collectieve taken structureel 2.387 2.385
Programmadeel 4: Buiten werkprogramma 2.641 3.032
Programmadeel 4: Overige exploitatie 573 562
Specifieke uitkering Omgevingsdiensten 1.354 1.264
Subtotaal Baten 46.861 47.218

*Zie bijlage 1 voor een specificatie van Programma 1 tot en met 3 per deelnemer.

Overige baten 2025 begroting na wijzigingen 2025 realisatie
Diverse baten 148 153
Detacheringsinkomsten 80 89
Rentebaten 450 447
Vennootschapsbelasting 0 0
Subtotaal Overige baten 678 689

Uitsplitsing baten

Terug naar navigatie - Toelichting op de baten - Uitsplitsing baten

In 2025 bedroegen de gerealiseerde baten provincie op P1 € 10.277.000, op P2 € 4.202.000 en op P3 (incl. SSiB) € 722.000. De gerealiseerde baten gemeenten bedroegen voor P1, P2 en P3 (incl. SSiB) respectievelijk € 17.399.000, € 8.098.000 en € 1.663.000.

Overige baten

Terug naar navigatie - Toelichting op de baten - Overige baten

Diverse baten
Het saldo op de diverse baten betreft voornamelijk de tegemoetkoming van het UWV voor uitbetaalde transitievergoedingen (€ 83.000) en de restitutie fee van Flex West-Brabant voor een bedrag van € 60.000.

Detacheringsopbrengsten
Gedurende 2025 was een aantal medewerkers gedetacheerd. 

Rentebaten
De OMWB ontving ontvangen voor een bedrag van € 447.000.

Overzicht baten en lasten per taakveld 2025

Terug naar navigatie - Overzicht baten en lasten per taakveld 2025 - Toelichting
Baten en lasten per taakveld Baten Lasten
0. Bestuur en ondersteuning    
0.4 Overhead   12.563
0.5 Treasury 446  
0.8 Overige baten en lasten 243 6
0.9 Vennootschapsbelasting   2
0.10 Mutaties reserves 292  
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten   4.519
7. Volksgezondheid en milieu    
7.4 Milieubeheer 44.897 29.699
8.3 Wonen en bouwen 2.321 1.410
Totaal van de taakvelden 48.199 48.199

De lasten op taakveld 0.4 Overhead bedragen de lasten voor het bedrijfsvoeringsproces - niet zijnde het primaire proces - en corresponderen met de specificatie van de lasten in 'Het overzicht van baten en lasten'.

Publicatieverplichting op grond van de WNT

Bezoldiging topfunctionarissen met een dienstbetrekking en topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13de kalendermaand

Terug naar navigatie - Publicatieverplichting op grond van de WNT - Bezoldiging topfunctionarissen met een dienstbetrekking en topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13de kalendermaand

Van 01-01-2025 t/m 31-12-2025 vervulde de heer Arbouw de functie van directeur. Conform het delegatie-, mandaatbesluit en directiestatuut kent de directeur een volledige, formele beslissingsbevoegdheid. Daarmee wordt de heer Arbouw als topfunctionaris (gedurende hierboven vermelde periode) in het kader van de WNT aangemerkt. De heer Arbouw heeft geen dienstbetrekking bij meerdere WNT-plichtige instelling(en) als leidinggevende topfunctionaris (die zijn aangegaan met ingang van 1 januari 2018).

Er zijn geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag ontvingen.

bedragen x € 1 Dhr. A. Arbouw
Functiegegevens Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,00
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoeding € 155.157,33
Beloningen betaalbaar op termijn € 23.194,56
Subtotaal € 178.351,89
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum € 246.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
Totale bezoldiging 2025 € 178.351,89
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.
Gegevens 2024  
Functiegegevens Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0
(Fictieve) dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen € 150.876,54
Beloningen betaalbaar op termijn € 23.248,56
Subtotaal € 174.125,10
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum € 233.000
Totale bezoldiging 2024 € 174.125,10

Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100 of minder

Terug naar navigatie - Publicatieverplichting op grond van de WNT - Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100 of minder

In de onderstaande tabel zijn de leden van het dagelijks bestuur en algemeen bestuur weergegeven. Voor allen geldt dat zij deze bestuursfunctie onbezoldigd verrichten. Noch ontvangen zij een onkostenvergoeding van de OMWB. De functie is gedurende heel 2025 uitgeoefend, tenzij anders vermeld in de tabel. 

Terug naar navigatie - Publicatieverplichting op grond van de WNT - Tabel functionarissen van 1.800 of minder

 

  2025  
Naam topfunctionaris Functie Deelnemer
De heer P.F.G. Depla 

Voorzitter DB & AB

Gemeente Breda

De heer A-J Moerkerke

Lid DB & AB

Gemeente Moerdijk

De heer M. van Asten 

Lid DB & AB

Gemeente Tilburg

De heer M. Oudenhoven

Lid DB & AB

Provincie Noord-Brabant

De heer C. Machielsen

Lid DB & AB

Gemeente Gilze en Rijen

De heer H. Wierikx

Lid DB & AB

Gemeente Halderberge

De heer B. Scholtze

Lid DB & AB

Gemeente Drimmelen

Mevrouw A. Hunnik

Lid AB

Gemeente Altena

De heer E. Daandels

Lid AB

Gemeente Alphen-Chaam

De heer H. van Tilborg

Lid AB

Gemeente Baarle-Nassau

De heer J.P. Verroen

Lid AB

Gemeente Bergen op Zoom

Mevrouw A. van Eenennaam

Lid AB

Gemeente Dongen

De heer G. de Weert

Lid AB

Gemeente Etten-Leur

Mevrouw M. Witte -1

Lid AB

Gemeente Geertruidenberg

Mevrouw M. van Toorenburg -2

Lid AB

Gemeente Geertruidenberg

Mevrouw L. Franssen

Lid AB

Gemeente Goirle

De heer J. van den Bosch

Lid AB

Gemeente Heusden

Mevrouw C. Noordergraaf

Lid AB

Gemeente Hilvarenbeek

De heer L. Laros

Lid AB

Gemeente Loon op Zand

De heer E. Logister

Lid AB

Gemeente Oisterwijk

De heer F. Backhuijs -3

Lid AB

Gemeente Oosterhout

De heer G. van Grootheest -4

Lid AB

Gemeente Oosterhout

Mevrouw K. Koenraad 

Lid AB

Gemeente Roosendaal

De heer M. Gijzen

Lid AB

Gemeente Rucphen

De heer K. Gommeren

Lid AB

Gemeente Steenbergen

Mevrouw S. Schuijffel

Lid AB

Gemeente Waalwijk

De heer Th. de Heer

Lid AB

Gemeente Woensdrecht

Mevrouw E. Kools-Hereijgers

Lid AB

Gemeente Zundert

1. Mevrouw M. Witten wordt aangemerkt als topfunctionaris tot uiterlijk 11-9-2025 in verband met functie als lid AB.
2. Mevrouw M. van Toorenburg wordt aangemerkt als topfunctionaris vanaf 11-9-2025 in verband met aanstelling in functie als lid AB.
3. De heer F. Bakhuijs wordt aangemerkt als topfunctionaris tot uiterlijk 15-1-2025 in verband met functie als lid AB.
4. De heer G. Grootheest wordt aangemerkt als topfunctionaris vanaf 15-1-2025 in verband met aanstelling in functie als lid AB.

Verantwoordingsinformatie Specifieke Uitkeringen (SiSa)

Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - Rechtmatigheidsverantwoording - Rechtmatigheidsverklaring

Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur
De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting, controleprotocol en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 11 december 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht.  

Deze verantwoording hanteert een grensbedrag, omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten, inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 873.000. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025.  

Het dagelijks bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 0,22 miljoen bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 873.000. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties is volgens het dagelijks bestuur overigens een bedrag van € 0,03 miljoen acceptabel op basis van door het algemeen bestuur vastgestelde afspraken.  

Begrotingscriterium bedrag x € 1 miljoen
1. Overschrijding op programma primair proces 0,03
2. Overschrijding investeringskredieten 0,09
Totaal begrotingsonrechtmatigheden 0,12
4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid 0,03
Voorwaardencriterium  
5. Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed.
Dit betreft een automatiseringscontract dat de primaire bedrijfsvoering raakt. Zie ook paragrafen; Bedrijfsvoering - plannen en resultaten.
0,07
M&O criterium  
6. Geen bevindingen.  
Totaal onrechtmatigheden  0,22
 Waarvan acceptabel 0,03
Waarvan niet acceptabel 0,19

In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

Overige gegevens

Controleverklaring

Terug naar navigatie - Overige gegevens - Controleverklaring

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT

Aan het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 

Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2025

Oordeel
Wij hebben de jaarrekening 2025 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant te Tilburg gecontroleerd.

Naar ons oordeel geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van zowel de baten en lasten over 2025 als van het vermogen van de Omgevingsdienst Midden en West-Brabant op 31 december 2025 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

De jaarrekening bestaat uit:

  1. Het overzicht van baten en lasten over 2025;
  2. de balans per 31 december 2025;
  3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen, waaronder de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur over de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties over 2025 ;
  4. de SiSa-bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen; en
  5. de bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.

De basis voor ons oordeel 
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 11 december 2025 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'.

Wij zijn onafhankelijk van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Informatie ter ondersteuning van ons oordeel
Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.

Materialiteit
Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 873.00. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoeging aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 en 3 Bado.

Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2025. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. 

Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 100.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve-, SiSa-, of WNT-redenen relevant zijn.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd
In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2025 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6 sub a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o ‘Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

Verklaring over de in het jaarstukken opgenomen andere informatie
De jaarstukken omvatten andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij.

De andere informatie bestaat uit:

  • het jaarverslag waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen;
  • bijlagen.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV.

Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde vereisten
Ingevolge artikel 213 lid 3 (b) Gemeentewet hebben wij onderzocht of de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen als bedoeld in artikel 17 Financiële- verhoudingswet (hierna: de specifieke uitkeringen) rechtmatig tot stand zijn gekomen. In de jaarrekening is verantwoordingsinformatie opgenomen over deze specifieke uitkeringen (de SiSa-bijlage).

Naar ons oordeel zijn de baten en lasten, alsmede de balansmutaties over 2025 met betrekking tot de specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de vereisten aan de specifieke uitkeringen bij en krachtens artikel 58a BBV en de Financiële-verhoudingswet - Regeling Informatieverstrekking SiSa.

Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen, in overeenstemming met de vereisten aan de specifieke uitkeringen bij en krachtens artikel 58a BBV en de Financiële-verhoudingswet - de Regeling Informatieverstrekking SiSa.

In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. 

Het is onze verantwoordelijkheid een redelijke mate van zekerheid te krijgen voor ons oordeel ingevolge artikel 213 lid 3 (b) Gemeentewet. Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) en de Nota Verwachtingen Accountantscontrole 2025, zoals opgenomen in de Nota procedure aanlevering SiSa-verantwoordingsinformatie 2025 in bijlage 2 van de Regeling Informatieverstrekking SiSa. Wij hebben bij de controle van de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen dezelfde materialiteit toegepast als bij de controle van de jaarrekening.

Onze controle bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel;         
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de organisatie;
  • het evalueren of de baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het dagelijks en algemeen bestuur voor de jaarrekening
Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2025 en van het vermogen op 31 december 2025 alsmede van de financiële rechtmatigheid over 2025 in overeenstemming met het BBV, de begroting en de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen, opgenomen bepalingen zoals opgenomen in het normenkader dat bij besluit van 11 december 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld.

In dit kader is het dagelijks bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur de veronderstellingen inzake de financiële risico’s in relatie tot de financiële positie onderbouwen en afwegen of de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden, waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de financiële risico’s kunnen worden opgevangen, toelichten in de jaarrekening.

Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van het normenkader voor de financiële rechtmatigheid en het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening 
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 11 december 2025, het Controleprotocol WNT 2025, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;      
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
  • het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde veronderstellingen aanvaardbaar zijn inzake de afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan omtrent de financiële positie. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen echter van materiële betekenis zijn voor de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling;
  • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen;
  • het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

 

Utrecht, 2 april 2026                                                   
Flynth Audit B.V.


Was getekend                                                                  

J. Smit RA