Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
- De jaarrekening is opgesteld op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de financiële verordening OMWB 2025, waarin het algemeen bestuur op d.d. 11 december 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vaststelde.
- De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten.
- Bedragen in de tabellen zijn opgenomen in duizendtallen; in de toelichtingen staan absolute bedragen vermeld.
- De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling.
Waardering van activa en passiva
Tenzij bij het betreffende balansonderdeel anders staat vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.
Vaste activa
Materiële vaste activa
Investeringen met een economisch nut
De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele duurzame bijzondere waardeverminderingen. Ook specifieke investeringsbijdragen van derden zijn op betreffende investeringen in mindering gebracht.
De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en bijkomende kosten. De vervaardingprijs bestaat uit de aanschafkosten van het product of de dienst en de overige kosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de vervaardiging van het actief.
Activa worden direct bij ingebruikname geactiveerd. Vanaf dat moment vindt tevens afschrijving plaats. Er wordt geen rekening gehouden met een eventuele restwaarde. De afschrijvingstermijnen worden jaarlijks bij de begroting vastgesteld en zijn in de tabel verderop in deze toelichting opgenomen. Voor de technische apparatuur is ten opzichte van eerdere jaren sprake geweest van een schattingswijziging met als doel de technische en economische gebruiksduur op elkaar aan te laten sluiten. De afschrijvingstermijnen zijn hierop aangepast. De impact van deze aanpassing bedraagt € 204.000 en is opgenomen onder de afschrijvingskosten primair proces.
Bij de waardering wordt rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam lager is. In die gevallen is als waardering de hoogste van bedrijfswaarde of directe opbrengstwaarde aangehouden.
Gehanteerde afschrijvingstermijnen
Conform besluiten van het AB worden de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd:
| Tabel met de gehanteerde afschrijvingstermijnen |
Jaren |
| Automatisering |
5 |
| Huisvesting |
10 |
| Communicatiemiddelen |
3 |
| Wagenpark |
7 |
| Machines, apparaten en installaties/technische apparatuur |
5 |
| Dienstkleding |
3 |
Financiële vaste activa
Overige uitzettingen met een looptijd gelijk aan of langer dan 1 jaar
De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Vlottende activa
De vlottende activa zijn onder te verdelen in uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Vorderingen of Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald op basis van de geschatte inningskansen.
Liquide middelen en overlopende activa
Deze activa zijn tegen nominale waarde opgenomen.
Vaste passiva
De vaste passiva betreffen het eigen vermogen van de OMWB en de voorzieningen. Er is geen sprake van langlopende leningen.
Eigen vermogen
Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde saldo van baten en lasten voor mutaties in reserves. Voor zover het algemeen bestuur gedurende het jaar besluiten over reserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de effecten van de besluiten van het algemeen bestuur, volgt een resultaat na bestemming. Dit wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd.
Voorzieningen
De OMWB heeft een voorziening voor verlofsparen. Deze voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde. In deze voorziening is al het verlof opgenomen wat in verlofsparen is omgezet, of omgezet kan worden. Dit verlof is gewaardeerd tegen het betreffende uurtarief (inclusief IKB) per 1 januari 2026 op persoonsniveau, inclusief opslag voor sociale lasten. Daarnaast kent de dienst een voorziening voor mobiliteit van medewerkers. De voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde.
Vlottende passiva
Onder de vlottende passiva zijn schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar en overlopende passiva opgenomen.
Schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar
Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale waarde.
Overlopende passiva
De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Baten en lasten
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen.
Het BBV schrijft voor dat kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term ‘overhead’) afzonderlijk worden begroot en verantwoord. De totale kosten van de bedrijfsvoering voor de hele organisatie worden aan de lastenkant in één overzicht gepresenteerd. Volgens de definitie van het BBV worden tot de bedrijfsvoering gerekend 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'.
Personeelslasten
Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen en schulden (als gevolg van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume), worden sommige personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Bijvoorbeeld componenten als overlopende verlofaanspraken. Indien er sprake is van jaarlijks terugkerende verplichtingen met betrekking tot arbeidskosten van niet vergelijkbaar volume, kan er wel een voorziening opgenomen worden.
Rechtmatigheidsverantwoording
De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de Financiële verordening Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 2025 en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de commissie BBV van september 2025. Dat betekent dat:
- De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet;
- De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat:
- Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 11 december 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld;
- Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig in de tussentijdse rapportage zijn gemeld aan het algemeen bestuur;
- Ten aanzien van het M&O-criterium is geen sprake van een nota M&O-beleid van onze organisatie. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
- De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025 alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat:
- Een verantwoordingsgrens van 2 % (zijnde € 872.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen;
- Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf 'Bedrijfsvoering' worden opgenomen.