Jaarverslag

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding - Inleiding

Voor de OMWB was het jaar 2025 wederom een druk jaar. De werkdruk is hoog, en vanuit de ‘buitenwereld’ worden steeds meer eisen aan ons gesteld. Daartoe moeten we ons verhouden. Zo doen bijvoorbeeld steeds meer partijen een beroep op ons voor transparantie, verantwoording en aanleveren van feiten en data. Het aantal WOO-verzoeken groeit, evenals het aantal persvragen en onze bijdragen aan staten- en raadsvragen. In de maatschappij bestaan onder meer zorgen over onderwerpen als staalslakken, PFAS en PFOS en andere ZZS-stoffen, en de effecten daarvan op de gezondheid. Dat vraagt ‘politieke en maatschappelijke’ voelhorens, juridische alertheid en het op orde zijn van onze dossiers, kennis, feiten en data. 

Financieel zijn we op orde en gezond. Ook dit jaar houden we weer geld over; dusdanig zelfs dat we ons tarief voor 2026 omlaag bijstellen. Samen met onze opdrachtgevers zetten we alles in het werk om zo reëel mogelijk te begroten.  Op 1 april 2026 moeten alle omgevingsdiensten aantoonbaar robuust zijn. Hierop richtten wij onze begroting in 2025 in. Dat ging bij de OMWB om een bewezen, structurele innovatie- en ontwikkelagenda, inclusief financiering. Tevens voerden we voor ons opleidingsbudget de 3%-norm in.

In 2025 realiseerden we dat we werk moesten maken van onze ‘weerbaarheid’. Naast onze inzet bij mogelijke incidenten (zoals de grote brand bij Ecco Leather in Dongen op 4 mei), houden we ook rekening met andere bedreigingen, zoals bijvoorbeeld langdurige stroomuitval door bijvoorbeeld beperkingen van het net. Wat betekent dat voor de Seveso- en risicovolle bedrijven, wat is de rol van de OMWB daarbij? Hoe richten we zelf onze werkzaamheden in dit soort gevallen in? Hierop bereiden we ons voor. Op 8 april kregen we een voorproefje tijdens een korte stroomstoring in de regio, waardoor de bedrijfsvoering van van meerdere bedrijven grondig werd verstoord. Onder andere Shell Moerdijk moest een aantal fabrieken stilleggen.

Vanaf januari 2025 geldt onze nieuwe organisatiestructuur. We breidde het aantal teams op de uitvoering van onze taken uit, zodat de focus voor de managers beter in balans is. Hierdoor kunnen we beter sturen en samenwerken. 

In 2025 troffen we alle voorbereidingen om onze huisvesting in 2026 voortvarend aan te pakken, zodat deze voldoet aan de huidige (post-corona) eisen voor een aantrekkelijke en moderne kantoor- en werklocatie.

In 2025 gingen we ook in gesprek met onze deelnemers de ‘advies’-taak, die we naast VTH werkzaamheden in opdracht van hen uitvoeren om onze leefomgeving gezond, schoon, veilig en duurzaam te houden. Bij deze gesprekken gaat het ook over de nieuwe kwaliteitscriteria, waar alle VTH-partijen aan moeten voldoen. Deze gesprekken zijn belangrijk de samenwerking  beter af te stemmen en onze adviesrol bij het maken van de omgevingsplannen beter in te vullen.

Tijdens de vergadering van het algemeen bestuur in september bracht DB-lid Angelien Hagenaars (waterschap Brabantse Delta) met haar presentatie de noodzaak van gezamenlijke investeringen in ‘indirecte lozingen’ in het kader van de Kaderrichtlijn Water onder de aandacht.

En 2025 was ook het jaar waarin we de samenwerking en financiering met betrokken partijen rond de Seveso-opdracht in een nieuw convenant vastlegden. Hiermee ligt er, ook financieel, een stevige basis onder de samenwerking en afstemming tussen de verschillende toezichthoudende instanties op de Seveso industrie.

Ten slotte keurde het bestuur aan de visie en strategische agenda tot en met 2030 goed. Op grond van een sterkte-zwakteanalyse, definieerden we een vijftal sporen van doorontwikkeling van onze organisatie: leiderschap en sturing, kennismanagement, kwaliteitsmanagement, datagedreven werken en communicatie. Deze sporen geven ons de juiste koers om ons werk voor een schone, veilige en duurzame leefomgeving met nog meer professionaliteit uit te voeren!  

Alfred Arbouw
Algemeen directeur OMWB

Het resultaat 2025

Toelichting op het resultaat 2025

Terug naar navigatie - Toelichting op het resultaat 2025 - Toelichting op het resultaat 2023

Het jaarrekeningresultaat 2025 laat een positief resultaat zien van € 4.519.000 (begroot 2025 na wijziging € 1.250.000). Ten tijde van de 3e begrotingswijziging 2025 werd nog rekening gehouden met ene geprognosticeerd jaarrekeningresultaat van € 3.804.000 (exclusief jaarrekeningposten). In onderstaande tabel is een uiteenzetting van het verwachte resultaat volgens de 3e begrotingswijziging opgenomen. 

Geprognosticeerd resultaat 2025 volgens 3e begrotingswijziging
Nacalculatorisch tariefverschil (€ 117,94 vs. € 116,75)  + € 440.000
Indexatieverschil tarief (€ 116,75 vs. € 114,45)  *2 + € 860.000
Declarabiliteitsverschil (1.310 vs. 1.295) *3 + € 500.000
Niet begrote opbrengsten *4
- Subsidie Robuustheid
- Detacheringsopbrengsten
- Overige baten
+ € 393.000
Totale extra baten + € 2.193.000
   
Lagere personele kosten a.g.v. indexatieverschil *5 + € 900.000
Overdekking tarief a.g.v. vacatureruimte BV *6 + € 275.000
Bovenmatige inhuur BV *7 - € 76.000
Besparing materiële kosten *8 + € 510.000
Totaal minder kosten + € 1.609.000
   
Totaal + € 3.804.000

*Gebaseerd op geprognosticeerde cijfers volgens de financiële rapportage september 2025

In onderstaande tabel wordt, zoveel als mogelijk volgens dezelfde uiteenzetting, de overbrugging naar het jaarresultaat ad. € 4.519.000 gegeven. Onder de tabel wordt per onderdeel een beknopte toelichting gegeven. Voor een uitgebreidere duiding verwijzen we naar 'Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025'. 

 

Geprognosticeerd resultaat 2025 volgens 3e begrotingswijziging € 3.804.000
Nacalculatorisch tariefverschil (€ 118,06 vs. € 117,94) *1 + € 50.000
Declarabiliteitsverschil (1.314 vs. 1.310) *2 + € 135.000
Aanvullende baten *3 - € 114.000
Doorbelasting inzet meetapparatuur *4 + € 36.000
Doorbelasting kosten *5 + € 200.000
Overig *6 + € 60.000
Totale extra baten + € 368.000
   
Hogere salariskosten Uitvoering *7 - € 45.000
Hogere salariskosten Bedrijfsvoering *7 - € 144.000
Besparing inhuur *9 + € 157.000
Besparing materiële kosten *10 + € 436.000
Onvoorzien *11 + € 150.000
Overig - € 3.000
Totaal minder kosten + € 551.000
   
Lagere onttrekking reserves *12 - € 205.000
   
Totaal + € 4.519.000

1) Nacalculatorisch tariefverschil
Het voorcalculatorische gemiddeld uurtarief 2025 is in de 1e begrotingswijziging 2025 aangepast naar € 116,75. Volgens de realisatiecijfers bedraagt het nacalculatorisch gemiddeld uurtarief € 118,06 (3e begrotingswijziging: € 117,94); hetgeen een positief ‘tariefverschil’ van € 1,31 per declarabel uur (3e begrotingswijziging: € 1,19) betekent. Rekening houdend met een totaal van 375.000 declarabele uren voor 2025 betreft het nacalculatorische tariefverschil in totaal € 490.000; € 50.000 meer dan waar bij de 3e begrotingswijziging rekening gehouden werd. 

Het verschil tussen het voorcalculatorisch en nacalculatorisch tarief wordt enerzijds veroorzaakt doordat werkzaamheden deels buiten kantoortijden worden uitgevoerd, waarbij een opslag in rekening wordt gebracht en anderzijds doordat de samenstelling van het personeelsbestand lopende het boekjaar fluctueert. 

2) Declarabiliteitsverschil 
In de 1e begrotingswijziging 2025 is gerekend met een declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte. Bij de 3e begrotingswijziging was reeds duidelijk dat met een verwacht aantal van 1.310 declarabele uren per fte de norm ruimschoots behaald zou worden. In de laatste maanden van 2025 is het aantal declarabele uren per fte zelfs nog verder toegenomen. Per jaareinde zijn 1.314 declarabele uren per fte gerealiseerd. Dit levert een extra voordeel van € 135.000 op in aanvulling op de € 500.000 uit de 3e begrotingswijziging. 

3) Aanvullende baten 
Na vaststelling van de 1e begrotingswijziging 2025 zijn aanvullende baten bekend geworden: Subsidie Robuustheid (€ 180.000), detacheringsopbrengsten (€ 80.000) en overige baten (€ 148.000). Deze opbrengsten zijn lopende het boekjaar in de begrotingswijzigingen verwerkt. De realisatie op deze posten bedraagt ultimo 2025 € 114.000 lager van begroot; in z’n geheel veroorzaakt door een lagere voortgang op de subsidie Robuustheid.  

4) Doorbelasting inzet meetapparatuur 
Met ingang van 2025 wordt de inzet van meetapparatuur doorbelast binnen het werkprogramma (programma 2). De opbrengsten hiervan bedroegen € 35.000.  

5) Doorbelasting kosten 
Per jaareinde zijn € 200.000 meer aan kosten doorbelast. Dit betreft onder ander uitbestede onderzoek & analyse werkzaamheden. Deze werkzaamheden kennen een vraaggestuurd karakter en zijn lastig te prognosticeren.   

6) Overige 
Overige oorzaken kennen een positief effect op de baten van € 60.000.  

In totaliteit kennen de elementen 1 tot en met 6 een baten verhogend effect van € 368.000 ten opzichte van 3e begrotingswijziging. 

7) Hogere salariskosten Uitvoering    
De realisatie van de salariskosten van het primaire proces bedragen € 45.000 hoger dan begroot na wijziging. Het verschil wordt veroorzaakt door de mutaties op de voorzieningen verlofsparen en mobiliteit. Daarnaast zijn er vrij veel jongere medewerkers in dienst gekomen tegen een lagere loonsom dan waarbij de begroting rekening mee is gehouden.

8) Hogere salariskosten Bedrijfsvoering  
De realisatie van de salariskosten van Bedrijfsvoering liggen in de basis in lijn met de 3e begrotingswijziging. In deze begrotingswijziging is, zoals destijds aangegeven, nog geen rekening gehouden met de effecten van specifieke jaareindeposten, zoals de mutatie voor de voorziening verlofsparen. Het verschil van € 144.000 is zo goed als volledig toe te schrijven aan de mutatie van de betreffende voorziening.  

9) Besparing inhuur
De kosten voor inhuur bedragen in totaliteit € 157.000 (Uitvoering: € 129.000 en Bedrijfsvoering: € 28.000) lager dan begroot na wijziging. Voor de afdeling Uitvoering geldt dat het niet altijd mogelijk is geweest om (tijdig) specialistische inhuur te werven. De afdeling Bedrijfsvoering kent een lagere inzet van inhuurkrachten dan verwacht.  

10) Besparing materiële kosten
Op diverse materiële kostenbudgetten zijn € 436.000 meer besparingen gerealiseerd dan waarbij de 3e begrotingswjziging 2025 rekening mee werd gehouden. Het voornaamste deel hiervan heeft betrekking op de posten ‘Automatisering’ (vertraagde implementatie GIS/ GEO, onderuitnutting van het innovatiebudget en mindere inzet van AFAS-consultants) en ‘Algemeen beheer’ (stagnatie project ‘Omgevingsdossiers); beide opgenomen onder Bedrijfsvoering.  

11) Onvoorzien
Conform de financiële verordening is de post ‘Onvoorzien’ opgenomen in de begroting. In 2025 is er geen noodzaak geweest voor inzet van de post. Dit levert een kostenbesparing van € 150.000 op.  

In totaliteit hebben de elementen 7 tot en met 11 een bijkomstig kostenbesparend effect van € 551.000 op het geprognosticeerde resultaat 2025.

12) Lagere onttrekking reserves
Lopende het boekjaar is gebleken dat € 205.000 minder onttrekking uit de reserve meetstations nodig is geweest.   

Alle onderdelen tezamen kennen een resultaatimpact van € 714.000 positief ten opzichte van de 3e begrotingswijziging.   

Programmaverantwoording

Terug naar navigatie - Programmaverantwoording - Inleiding

In dit hoofdstuk lichten we per onderdeel toe wat de OMWB realiseerde in 2025 in relatie tot de begroting. Aan het einde van ieder deelprogramma vermelden we de baten. De programmalasten verantwoorden we op totaalniveau; hiervoor verwijzen we naar de paragraaf 'Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025'.

Terug naar navigatie - Programmaverantwoording - Basistaken, verzoektaken en collectieve taken

Basistaken, verzoektaken en collectieve taken
De OMWB werkt met vier deelprogramma’s: basistaken (programma 1), verzoektaken (programma 2), collectieve taken (programma 3) en de overige exploitatiebaten (programma 4). Programma 1 en 2 lichten we in de volgende paragrafen inhoudelijk toe. Programma 3 kent een afzonderlijke inhoudelijke verantwoordingscyclus met bijbehorende documenten. In programma 4 zijn de werkzaamheden ondergebracht die buiten voorgaande programma’s vallen. Het gaat hierbij om de levering van producten en diensten aan zowel deelnemers als niet-deelnemers. De inhoudelijke verantwoording van programma 4 vindt tegelijkertijd met het leveren van de dienst of het product plaats en is daarom niet opgenomen in dit hoofdstuk.

Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken)

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Inleiding

Programmadeel 1 bestaat uit de wettelijke taken op het terrein van milieu, de zogenaamde VTH-milieutaken. In opdracht van bevoegde gezagen voert de OMWB voor de deelnemers de volgende taken uit:

  • Vergunningverlening op het gebied van milieu (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca en asbest(-melding);
  • Toezicht op het gebied van milieu (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca, Seveso en asbest); 
  • Klachtenbehandeling en repressieve handhaving (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca, evenementen en Seveso);
  • Niet-inrichtinggebonden taken: asbest-, bodem- en ketengericht milieutoezicht;
  • Energiecontroles en beoordelingen.

Net als eerdere jaren vormden in 2025 de werkprogramma’s van gemeenten en provincie en de afspraken met de andere Brabantse omgevingsdiensten het uitgangspunt van het ‘gelijke speelveld’. De afspraken voor de landelijke uitvoering van Seveso- en VTH-taken van de gezamenlijke Seveso-omgevingsdiensten vormen de basis voor dit programmadeel.

Vergunningverlening

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Vergunningverlening

Door de komst van de Omgevingswet zijn eind 2023 nog veel Wabo-aanvragen ingediend. In 2024 en 2025 is het overgrote deel van deze aanvragen afgehandeld. Er staan echter ook nog flink wat procedures open. In 65% van deze aanvragen betreft het een agrarische procedure, waarvan een groot gedeelte stilligt in verband met de stikstofproblematiek.

Ten opzichte van 2024 zijn in 2025 fors meer aanvragen onder de Omgevingswet ingediend (ongeveer 50%). Ook deze aanvragen vragen over het algemeen veel inspanning. De invoering van de Omgevingswet vraagt om een andere manier van werken dan onder de Wabo. Waar we voorheen vooral toetsten aan de indieningsvereisten, is nu een bredere benadering noodzakelijk. Dit betekent dat niet alleen de formele volledigheid van een aanvraag centraal staat, maar ook de inhoudelijke samenhang met het Omgevingsplan en het tijdig signaleren van randvoorwaarden voor nieuwe activiteiten. Wanneer bij de start van een activiteit een noodzakelijke voorziening ontbreekt, vraagt dit om actieve communicatie richting initiatiefnemer.

De Omgevingswet leidde daarnaast tot ingrijpende verschuivingen in vergunning- en meldingsplichten. Onder de Wabo kon een bedrijf volstaan met één melding voor meerdere activiteiten, terwijl onder de Omgevingswet per activiteit afzonderlijk een melding en/of informatieplicht geldt. Hierdoor ontstaan meerdere parallelle procedures voor één bedrijf. Dit vergroot de administratieve druk voor zowel initiatiefnemers, als de Omgevingsdienst en vraagt om een meer praktische werkwijze om deze processen beheersbaar te houden.

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Vergunningverlening Agrarisch

Vergunningverlening Agrarisch
In 2025 kwamen minder vergunningaanvragen binnen voor veehouderijbedrijven dan in voorgaande jaren. Dit onder invloed van de nieuwe Omgevingswet en de onduidelijkheid over de toepasbaarheid van emissiearme stalsystemen door jurisprudentie, het rapport van Wageningen University & Research (WUR) over de systematiek van de landelijke emissiefactoren (voorheen de Rav), kamerbrieven van de minister van LVVN, aanvullende onderzoeken van de WUR over onzekerheden in emissies uit emissiearme stalsystemen en uitspraken van de Raad van State (onder andere 18 december 2024 inzake vergunningplicht intern salderen en toepassen additionaliteitsbeginsel). 

Door het stikstofvraagstuk, de wijzigingen in beleid en regelgeving, en de relatie met vergunningen in het kader van de Omgevingswet, onderdeel natuur, nam de complexiteit van procedures toe. Dit vraagt om extra capaciteit, afstemming en deskundigheid. Daarnaast stelde de provincie eind 2025 nieuw beleid vast om de impasse op het gebied van natuur te doorbreken en toch vast te houden aan de stallendeadline van 1 juli 2026 voor verouderde stallen. Bedrijven die verouderde stallen emissiearm maken zonder uitbreiding in dieren, kunnen dit voor een natuurtoestemming melden. De impact hiervan op de vergunningverlening voor omgevingsvergunningen milieu kunnen we momenteel nog niet inschatten. 

Het Rijk stelde inmiddels nieuwe beëindigingsregelingen openopengesteld. Dit leidt vermoedelijk tot het stoppen van een aantal bedrijven met bijbehorende intrekkingsprocedures. De uitspraken van de Raad van State van 18 december 2024 vergrotten de complexiteit. Zaken liggen nog langer stil in afwachting van de ontwikkelingen op het gebied van natuur en stikstof. 

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Vergunningverlening Afvalverwerking

Vergunningverlening Afvalverwerking
In 2025 zetten we in op het zoveel als mogelijk afronden van Wabo-procedures, het voortvarend behandelen van procedures onder de Omgevingswet en het afronden of oppakken van projecten (onder andere pilot Afvalbranden, Circulair Materialenplan (CMP), branchetrekkers en Circulaire economie). Daarnaast investeerden we in kennisdeling en het intensiveren van de contacten met onze opdrachtgever, provincie Noord-Brabant (op het onderwerp stortplaatsen) en onze klanten/bedrijven. Het doel hiervan is duidelijkheid scheppen over wat onze omgeving van onze stakeholders en van ons als OMWB kan verwachten en onze afspraken nakomen. Dit droeg bij aan positieve beeldvorming en vertrouwen. Verder besteedden we aandacht aan het beperken van werkdruk, werkverdeling en het verbeteren van de samenwerking binnen het cluster.

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Vergunningverlening Circulaire economie

Vergunningverlening Circulaire economie
De transitie naar een Circulaire economie (CE) vereist een omschakeling van een lineaire naar een circulaire keten voor grond- en afvalstoffen. Dit betekent hoogwaardiger omgegaan met grond- en afvalstoffen. Dit heeft gevolgen voor bedrijven die hun bedrijfsvoering en vaak ook hun vergunningen moeten aanpassen. Dit raakt direct de VTH-taak van de omgevingsdienst.

Om de OMWB en de andere twee Brabantse omgevingsdiensten klaar te maken voor deze transitie, verleende de provincie Noord-Brabant en de gemeente Tilburg begin 2025 opdracht voor de uitvoering van een plan van aanpak (IPO-bouwstenen), zodat we de juiste kennis, netwerken en VTH-instrumentarium kunnen ontwikkelen. Binnen Brabant wordt kennis gedeeld en samengewerkt in een CE-Kennisplatform en de OMWB neemt deel aan landelijke overlegstructuren, werkgroepen en het in 2025 gestarte platform 'afval of niet' voor onder andere de validatie van rechtsoordelen einde afval. Daarnaast levert de OMWB een actieve bijdrage aan het landelijk kennisnetwerk Circulaire economie met een CE-kennisvertegenwoordiger voor de regio Brabant-Limburg. Door het werk in 2025 komen er in 2026 concrete handvatten om vanuit de VTH-taak impact te maken op de transitie naar een Circulaire economie. 

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Vergunningverlening bodem en gesloten bodemenergiesystemen (gBES)

Vergunningverlening bodem en gesloten bodemenergiesystemen (gBES)
In 2025 zagen we een duidelijke toename van het aantal meldingen graven en saneren van de bodem en de bijbehorende informatieplichten (informatieplichten bij meldingen en informatieplichten evaluatie). De kwaliteit van de meldingen en informatieplichten laat vaak nog te wensen over. Hierdoor moeten vaak nog gegevens opgevraagd worden of moet een nieuwe melding of informatieplicht gedaan worden.  

Voor de gemeenten Breda en Tilburg en de provincie hebben we nog te maken met het overgangsrecht Wet bodembescherming (Wbb). Het zijn vooral de complexe projecten die vallen onder het overgangsrecht. Daarnaast zijn er lopende saneringen en grondwatermonitoringen. In 2025 zagen we een duidelijke verschuiving in de werkzaamheden onder de Omgevingswet en de Wbb. Het werk onder de Wbb halveerde ongeveer ten opzichte van 2024, het werk onder de Omgevingswet is meer dan verdubbeld.

Voor de aanleg van gesloten Bodemenergiesystemen (gBES) leidde de dieptebeperking in de provinciale Omgevingsverordening in 2024 in onze regio tot een forse daling van het aantal meldingen (±60%). Dit jaar kwamen er voor de OMWB-regio, ten opzichte van 2024, weer wat meer meldingen binnen (±15%). Omdat de maximale boordiepte varieert per gemeente bestaan er verschillen tussen gemeenten onderling.

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Vergunningverlening Brzo-bedrijven

Vergunningverlening Brzo-bedrijven
In 2025 verleenden we nog een aantal revisievergunningen die we op grond van de Wabo moesten behandelen.  

In 2025 is het aantal ingediende vergunningaanvragen redelijk conform verwachting. Bedrijven vinden in de loop van het jaar beter hun weg in de (systematiek van de) Omgevingswet en het DSO voor het aanvragen van vergunningen. We zien een verschuiving van uitgebreide procedures naar reguliere procedures. Er zijn (nog) geen kaders gesteld voor het bepalen van significante nadelige gevolgen voor de gezondheid en het milieu. Jurisprudentie zal zich nog moeten vormen.

De Omgevingswet omvat het instrument voor Financiële zekerheidstelling. Voor de implementatie hiervan nam de OMWB deel aan de landelijke pilot (2024 – 2025) van het Interprovinciaal Overleg (IPO). De pilot wordt landelijk geëvalueerd en dit kan onze werkzaamheden aanzienlijk beïnvloeden, maar ook de uitvoerbaarheid van dit instrument in 2025 en daarna.

Toezicht en handhaving

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Toezicht en handhaving

In 2025 ontwikkelden we het opleidingsprogramma SLIM in uitvoering verder door. Nieuwe toezichthouders volgen binnen dit programma een opleidings- en begeleidingstraject dat hen binnen enkele maanden in staat stelt om zelfstandig toezicht uit te voeren. Hierdoor beschikt de OMWB in 2025 over een stabiele en flexibele toezichtcapaciteit, waarmee de uitvoeringsprogramma’s volledig zijn gerealiseerd.

Naast capaciteitsversterking zette de organisatie zich in 2025 in op verdere professionalisering van het toezicht. Dit is onder andere door het opstellen van meerdere brancheplannen die aansluiten op de risicothema’s uit het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). Deze brancheplannen bevatten naleefanalyses en risicogerichte interventies, waardoor we toezicht steeds beter kunnen afstemmen op de specifieke risico’s binnen een sector. Dit draagt bij aan een meer uniforme en doelgerichte werkwijze binnen de organisatie.

De combinatie van voldoende capaciteit en een risicogerichte, professionelere aanpak leidde in 2025 tot een betere uitvoer van toezicht en een snellere opvolging van overtredingen. Hiermee zetten we een belangrijke stap in het verder versterken van zowel toezicht als handhaving.

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Toezicht Brzo-bedrijven

Toezicht Seveso-veiligheid bij Seveso-inrichtingen
Bij alle geplande Seveso-inrichtingen voerden we in 2025 tenminste één veiligheid-inspectie uit volgens de inspectieplanning 2025. Dit kan een aangekondigde of onaangekondigde inspectie zijn. Bij vijf bedrijven, die eind 2025 beschikten over een vergunning als Seveso-inrichting, voerden we in 2025 geen inspectie uit, omdat  bij deze bedrijven nog geen Seveso-activiteiten plaatsvonden. Bij enkele bedrijven voerden we extra inspecties uit. 

De details voor de uitvoering van de Seveso-veiligheidinspecties en de inhoudelijke rapportage staan in het Seveso-jaarverslag 2025.

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Risicorelevante bedrijven (RRB)

Risicorelevante bedrijven (RRB)
In 2025 pasten we de gezamenlijke interventiestrategie bij 59 van de 150 Risico Relevante Bedrijven toe. Hierbij beoordeelden we zowel gemeentelijke als provinciale bedrijven op hun (naleef-)managementsysteem, met classificaties variërend van 'onvoldoende' tot 'zeer goed'. Bij zeven van deze bedrijven classificeerden we het (naleef-)managementsysteem en gedrag als ‘koploper’ en bij vijf bedrijven als ‘achterblijver’.  Bedrijven met een lagere score kregen meer inzet gebaseerd op een risicogerichte aanpak, met periodieke toetsing om veranderingen in naleefgedrag te monitoren.

Voor de overige RRB's vulden we het toezicht ook risicogericht in, met reguliere, onaangekondigde of aspectcontroles, gebaseerd op thema's of speerpunten gerelateerd aan de omgevingsvergunning of het activiteitenbesluit.

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Branche agrarisch - veehouderij (informatiegestuurd werken)

Branche agrarisch - veehouderij (informatiegestuurd werken)
In 2025 stelden we het brancheplan agrarisch - veehouderij voor de uitvoering over de jaren 2026 - 2028 op. Hierin keken we naar zowel landelijke als provinciale ontwikkelingen die van invloed zijn op de sector als geheel en daarmee ons werk. Denk hierbij aan:

  • Einde derogatieregeling en verhoogd risico op het oneigenlijk afhandig maken van het teveel aan mest. Denk aan het meer opslaan hiervan in het buitengebied;
  • Ontwikkelingen op het gebied van stikstof die inherent effect hebben op onze uitvoering, ook voor het grijze kleurspoor. Denk aan de onmogelijkheid voor het verkrijgen van een natuurvergunning en daarmee een stop op uitbreidingen of aanpassingen van stallen in de sector;
  • Twijfels over de werking van stalsystemen en daarmee de aftrap van ons luchtwasserproject om deze kwalitatief beter in beeld te brengen. 
Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Toezicht glastuinbouw

Toezicht glastuinbouw
Het werkgebied van de OMWB kent ruim vierhonderd glastuinbouwbedrijven. De teelt van deze bedrijven richt zich vooral op groenten, fruit en potplanten. In 2025 controleerde de OMWB ruim 80 bedrijven integraal binnen deze branche. Ook controleerden we ruim 60 bedrijven op energieverbruik. 

De meest voorkomende overtreding (ruim 30%) betreft het niet tijdig keuren van stookinstallaties, waaronder warmtekrachtkoppelingen. Het niet tijdig keuren en onderhouden van stookinstallaties kan leiden tot onveilige situaties en ongewenst hoge rookgasemissies. 

De overige, meest voorkomende overtredingen zijn de opslag van gevaarlijke stoffen, waaronder vloeibare meststoffen en reinigingsmiddelen, het niet in werking zijn conform de melding of vergunning en het niet juist of illegaal lozen van drainagewater. 

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Toezicht gemeentelijke afvalbedrijven

Gemeentelijke afvalbedrijven
In 2025 bezochten we afvalverwerkende bedrijven risicogericht. Dit betekent dat we achterblijvers en bedrijven die op verzoek van een gemeente zijn ingebracht controleerden.

Binnen het werkgebied van de OMWB zijn er circa 140 afvalverwerkende bedrijven gevestigd, die onder het gemeentelijk bevoegd gezag vallen. Bij circa 80 van deze afvalverwerkende bedrijven voerden we een milieucontrole uit. Hierbij constateerden we overtredingen van uiteenlopende aard. Voor inrichting specifieke informatie kan contact worden opgenomen met de OMWB. De groep achterblijvers bestaat uit bedrijven met uiteenlopende sub-branches. Hierdoor kunnen we geen algemeen beeld of trend geven van het naleefgedrag. In de praktijk zien we dat vooral de achterblijvers in de afvalbranche aandacht blijven vragen. Het gaat dan om uiteenlopende aspecten, zoals het juist melden en registreren van afvalstoffen, het op de juiste wijze opslaan van afval, het innemen van onvergunde afvalstromen, et cetera. Het gaat hier om bedrijven die niet actief bezig zijn met naleving van wet- en regelgeving. Het is noodzakelijk om de toezichtdruk op deze bedrijven hoog te houden om een gedragsverandering te bewerkstelligen

Naast fysiek toezicht voeren toezichthouders bij de afvalverwerkers ook administratieve controles uit. Uit administratieve controles die we in het kader van toezicht op verwerking van asbest uitvoerden, kwamen een aantal interessante locaties voor regulier toezicht. Deze zijn waar mogelijk ook gecontroleerd. Lithium-ion batterijen kunnen risicovol zijn bij onjuiste opslag en/ of verwerking. Bij alle bedrijven is hier extra aandacht voor. Waar nodig bezochten we samen met de Veiligheidsregio bedrijven die lithium-ion batterijen verwerken.

In 2025 begonnen we met het opstellen van twee brancheplannen in het kader van het GUK: kunststofverwerking en autodemontagebedrijven. De brancheplannen liggen klaar voor gebruik. Met ingang van 2026 controleren we de branches basis van het betreffende brancheplan.

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Vuurwerkverkoop

Vuurwerkverkoop
Ook in 2025 hield de OMWB toezicht op de vuurwerkverkooppunten en opslaglocaties. 

Tijdens de verkoopdagen bezochten toezichthouders de vuurwerkwinkels dagelijks, soms meerdere keren per dag. Door middel van een digitale checklist controleerden we op naleving van het Vuurwerkbesluit en het Bal. De verkoop van consumentenvuurwerk nam ook in 2025 verder toe. 

Als gevolg van deze toename kwamen lichte tot zware overtredingen regelmatig voor. De meest voorkomende overtredingen hadden betrekking op het niet naleven van de voorgeschreven stapelhoogte, te smalle gangpaden en vuurwerk dat na het lossen te lang buiten de vuurwerkbunkers bleef staan. Tijdens de controles is hier direct op gehandeld, waarbij overtredingen in de meeste gevallen onmiddellijk konden worden verholpen.

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Metaalbedrijven

Metaalbedrijven
In 2025 stelde de OMWB een nieuw brancheplan op, op basis van de risicogerichte aanpak uit het GUK. Voor dit brancheplan voerden we een naleefanalyse uit om de belangrijkste risico’s binnen de sector in beeld te brengen. Op basis van deze analyse ontwikkelden we gerichte interventies voor de risico’s met de grootste impact. Dit vormt vanaf 2026 de basis voor een meer effectieve en proportionele toezichtstrategie binnen de metaalbranche.

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Toezicht afvalwater

Kader richtlijn water
In 2025 brachten we het werkveld water, voor zowel advies als toezicht onder in het cluster water. Het cluster water houdt zich expliciet bezig met de opgave vanuit de Kader Richtlijn Water en de doorontwikkeling van het werkveld water binnen de OMWB. Daarnaast voerde de OMWB in 2025 voor acht gemeenten afvalwatermonitoring uit. Dit houdt in dat de OMWB onder andere afvalwater bemonstert bij bedrijven en beoordeelt of de kwaliteit binnen de in wet- en regelgeving gestelde normen valt. Regelmatig blijkt dat dit niet het geval is en blijken de zuiveringstechnische voorzieningen bij bedrijven niet op orde. De resultaten leveren veel informatie op en geven vaak aanleiding voor een vervolgtraject. Het opstellen van het afvalwatermonitoringsprogramma en vervolgtrajecten gebeurt in nauw overleg met de rioolbeheerders van de gemeenten die hieraan deelnemen.  

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Toezicht bodem

Toezicht bodem
In 2025 hielden we intensief toezicht op diverse complexe projecten, waaronder grootschalige grondsaneringen bij het 380 kV-trafostation en RWZI Tilburg-Noord, de nieuwbouw van het ETZ in Tilburg en meerdere locaties met toepassing van immobilisaat. Ook begeleidden we actief drugsdumplocaties, nieuwbouw in sterk verontreinigde bodems en infrastructurele projecten, zoals de verbreding van de A27, in nauwe samenwerking met aannemers en andere overheden.

Daarnaast hielden we toezicht op toepassingen van AVI-bodemas en staalslakken, nazorglocaties en transporten. Door toezicht, voorlichting en advisering ontstond bij marktpartijen meer bewustzijn over het gescheiden toepassen van bodem en bouwstoffen en zorgvuldig werken in verontreinigde situaties.

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Handhaving

Handhaving
Het in werking treden van de Omgevingswet laat nog steeds zijn sporen na. Ondanks dat we steeds meer onze weg vinden, blijft het nog regelmatig onduidelijk aan welke regels we moeten voldoen. De inhoud van de regels is vaak niet veel anders dan voorheen, maar waar het nu is opgenomen is wel zoeken. Soms wijkt de inhoud ook net af van de vorige wetgeving dus oplettendheid is vereist. 

De Omgevingswet kenmerkt zich nog niet door helderheid en eenvoudige toepasbaarheid. Daarnaast zorgt het omvangrijke en vaak onduidelijke overgangsrecht voor extra complexiteit. Dit vraagt om nadere duiding in de jurisprudentie, waaraan wij in 2025 actief bijdroegen. Nieuwe wetgeving vergt altijd extra inzet, waardoor procedures in deze fase mogelijk meer tijd in beslag nemen dan voorheen.

Daarnaast is er een aanzienlijke toename op het gebied van drugszaken. Er werden in 2025 diverse drugslabs en -dumpingen van drugsafval aangetroffen. Dit resulteert in een enorme toename van het aantal bodemzaken, dat onder de Omgevingswet onder het bevoegd gezag van de gemeente valt. 

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Klachten

Klachten & meldingen
Het totaal aantal klachten en meldingen (provinciaal en gemeentelijk) in 2025 ligt wat hoger dan in 2024. Onderstaande grafiek is een weergave van het totaal aantal klachten en meldingen (meldingen zijn bedrijfsmeldingen en meldingen Ongewone Voorvallen samen) per jaar, gedurende de afgelopen vijf jaar. 

Onderstaande grafiek geeft een weergave van het aantal klachten en meldingen per categorie over 2025.

In 2025 is nam het aantal klachten in vergelijking met 2024 licht toe. Het grootste verschil is terug te zien in de categorieën 'Ik ruik…' en 'Ik zie…' (respectievelijk 198 en 180 klachten in 2025 ten opzichte van 1.530 respectievelijk 572 in 2024).

Onder de 'Ik ruik…'-klachten zien we een duidelijke toename in de subcategorieën 'Baklucht/ frituurlucht/ vetlucht' (met 73 klachten), 'Chemische lucht/ teer/ asfalt' (met 57 klachten) en 'Overig' (met 52 klachten). Veel van deze klachten gaan over situaties waar (handhavings-)trajecten lopen. 

Door de 'Ik zie…'-klachten nader te analyseren valt een forse toename van het aantal stofklachten (met 126 klachten) op ten opzichte van 2024 is. Hiervan kwamen ruim honderd klachten van dezelfde melder over hetzelfde bedrijf.

Het aantal anonieme klachten bleef in 2025 nagenoeg gelijk aan 2024. De top 3 van de bekende melders waren goed voor samen 393 klachten, ofwel ruim 130 klachten per persoon.

Eind 2023 stapten de (4) omgevingsdiensten van Noord-Brabant en Zeeland over naar een nieuw klachtensysteem: de milieuklachtenapplicatie (MKA). Dit systeem is in 2024 en 2025 verder geoptimaliseerd. Eind 2024 rolden een klantenportaal uit, waarbij deelnemers real-time kunnen meekijken in de klachtendata en verschillende rapportages kunnen raadplegen.

In 2025 informeerden we de leefomgeving via de website: www.milieuklachtencentrale.nl over (grote) festivals. Het beter informeren van de leefomgeving lijkt (mede door specifieke belafspraken hierover met enkele gemeenten) een positief effect te hebben op de telefonische belasting van onze klachtenlijn rondom festivals.

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Asbest

Asbest
In 2025 ontvingen en behandelden wij ruim 3.300 bedrijfsmatig gemelde asbestsaneringen, waarop we meer dan 20% (risicogericht) toezicht uitvoerden. De OMWB ziet hier over het algemeen een goed naleefgedrag bij de gecertificeerde bedrijven. Een hardnekkig probleem blijkt dat asbestverwijderingsbedrijven en vrijgavelaboratoria door hun handelen ervoor zorgen dat na sanering en vrijgave er nog restanten asbest aanwezig blijven op saneerlocaties. Bedrijven die herhaalde overtredingen pleegden pakten we aan met een last onder dwangsom. Dit resulteerde in het feit dat deze bedrijven onze regio veelal mijden. Deze aanpak deelden we met ketenpartners en andere omgevingsdiensten nemen deze over.

Afgelopen jaar behandelden we 564 particulieren sloopmeldingen. Helaas gaat er nog veel niet goed, omdat er bijvoorbeeld voorsloop plaatsvond, vaak veroorzaakt door gebrek aan kennis. Hierop pasten wij het product 'Vrije veldtoezicht' aan om meer te focussen op preventie en het verspreiden van kennis en informatie.

Het aantal ad-hoc-inspecties steeg opnieuw. Naast nazorg bij incidenten, het geven van (beleids-)adviezen en het onderzoeken van meldingen over illegaliteit, werkt de OMWB samen met verschillende gemeenten aan het verbeteren van de informatievoorziening.

Uit zowel verzoektaken als analyses blijkt opnieuw dat veel asbestsaneringen nog steeds illegaal of ondeskundig worden uitgevoerd. Om dit terug te dringen zetten we sterker in op preventie, onder andere door voorlichting via de nog altijd veelgebruikte asbesttelefoon.

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Totaalsloop

Totaalsloop
De afgelopen jaren namen de totaalslooptaken voor de OMWB toe. Deze trend zette zich in 2025 voort en inmiddels voeren wij voor zestien gemeenten de meldingen totaalsloop uit. Het aantal ingediende sloopmeldingen lag iets lager dan het jaar daarvoor. Ook het aantal uitgevoerde toezichtcontroles van de totaalsloop lag vanwege drukte en onderbezetting wat lager dan het vorige jaar. Hier keken we kritisch naar welke slooplocaties we vanuit een risicogericht oogpunt moesten bezoeken. Het aantal overtredingen ten opzichte van het voorgaand jaar lag lager.

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Bouwen

Bouwen
Het volume van de provinciale BRIKS-taken (bouwen, reclame, inritten, kappen en slopen), met als belangrijkste onderdeel bouwplantoetsing en bouwtoezicht, bleef in vergelijking met voorgaande jaren globaal hetzelfde. Door een bestaande dienstovereenkomst met de Omgevingsdienst Zuidoost- Brabant kunnen we indien nodig op deze organisatie teruggevallen en omgekeerd. Het is echter niet nodig om hier gebruik van te maken. Door goed te plannen konden we fluctuaties in het werk goed  opgevangen. Door deze constructie met onze zusterorganisatie waarborgen we formeel de kwaliteit van het geleverde werk gewaarborgd en voldoen we aan de kwaliteitscriteria 3.0.

Ook enkele van onze gemeentelijke deelnemers namen bouwtaken van de OMWB af. Het gaat dan om het onderdeel 'bouwen' bij zowel 'meervoudige' als 'enkelvoudige' vergunningaanvragen. Het volume was echter beperkt in omvang. De gemeente Zundert vormde hierop een uitzondering. De bouwunit van de OMWB was in deze gemeente als casemanager en als toezichthouder bouw betrokken bij een complexe (meerjarige) gebiedsontwikkeling. Tevens was een medewerker bouwplantoetsing gedurende een aantal maanden gedetacheerd bij de gemeente Zundert om deze gemeente op het gebied van vergunningaanvragen te ontzorgen.

In 2025 werkten we het toezicht op bestaande bebouwing in relatie tot brandveiligheid, in samenwerking met de overige omgevingsdiensten in Noord-Brabant, verder uit tot een handreiking waarmee onze toezichthouders in 2026 kunnen starten met de uitvoering van deze taak. 

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Energie

Energie
De intensivering van energietoezicht zette zich in 2025 verder door. Om dit mogelijk te maken ontvangen omgevingsdiensten sinds eind 2022 extra budget van het Rijk. Dit zogeheten SPUK-THE budget is aanvullend op de budgetten van gemeenten en provincie voor energietoezicht en is beschikbaar tot en met 2027. Daarna krijgt het budget een structureel vervolg. Om het toegekende bedrag te kunnen besteden zijn extra energietoezichthouders geworven en opgeleid. 

Via deelname aan landelijk en provinciaal overleg zijn we actief betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe energie wet- en regelgeving die in 2027 in werking moet treden en dragen we bij aan een uniforme uitvoering.

Met eigenaren van veel vastgoed maakten we maatwerkafspraken over de verduurzaming van het vastgoed en het voldoen aan de wettelijke eisen. Ook zijn we lid van het landelijk team van coördinerend inspecteurs in het kader van de portefeuilleaanpak energie.

Als basis voor informatiegestuurd toezicht wordt steeds meer informatie verzameld over het energieverbruik van bedrijven. Sinds eind 2025 kunnen we gebruik maken van energiegebruiksgegevens die de netbeheerders beschikbaar stellen. Daardoor krijgen we een scherper beeld van de bedrijven die onder de energiebesparingsplicht vallen en zijn we steeds beter in staat om gemeenten en de provincie te informeren over de CO2-reductie die het energietoezicht realiseert.

Het toezicht op de energielabel C-verplichting voor kantoren is afgerond. Binnen de gemeenten die ons opdracht gaven, hebben alle kantoren die onder de verplichting vallen nu een energielabel C of beter.

De nieuwe basistaak 'toezicht op de regeling Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM)' voerden we in 2025 voor het eerst uit. De rapportageplicht WPM geldt voor alle bedrijven met 100 medewerkers of meer. Vanaf 2027 geldt deze plicht naar verwachting voor bedrijven met 250 medewerkers of meer. Bedrijven met 250 medewerkers of meer die niet tijdig voldeden aan de rapportageplicht zijn aangeschreven. De ingediende rapportages zijn beoordeeld aan de hand van een geautomatiseerde plausibiliteitstoets. Afgekeurde rapportages moeten worden gecorrigeerd en/of aangevuld. 

Terug naar navigatie - Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) - Ketengericht milieutoezicht

Ketengericht milieutoezicht
In 2025 trok de OMWB op met de twee andere Brabantse Omgevingsdiensten om gezamenlijk te komen tot een plan van aanpak om meer datagedreven te werken en hiermee te voldoen aan de kwaliteitscriteria 3.0; zowel bij het bepalen en uitvoeren van nieuwe ketenprojecten, als bij de uitvoering ervan. In 2026 leveren we het plan van aanpak op dat we in 2027 implementeren.

Programmadeel 2: Adviezen en projecten

Terug naar navigatie - Programmadeel 2: Adviezen en projecten - Inleiding

In programmadeel 2 brengen deelnemers aan de hand van het werkprogramma de adviestaken op het terrein van milieu en overige taken uit het Omgevingsrecht in. Deze zogeheten 'Verzoektaken' omvatten (milieu-)metingen, adviezen en projecten op het gebied van bijvoorbeeld Seveso, geluid, bodem, (afval-)water, lucht, vergunningverlening (niet-basistaken), toezicht (niet-basistaken), asbest (niet-basistaken), ruimtelijke planvormingsprocessen, externe veiligheid, duurzaamheid en Omgevingsbeleid. Deze taken hebben vaak een wettelijke grondslag of zijn onderdeel van beleidsambities.

De werkprogramma’s zijn indicaties van het volume van deze taken. Incidentele verzoektaken kunnen van jaar tot jaar verschillen. Deelnemers hebben in hun werkprogramma’s vaak enkele niet nader gespecificeerde budgetten opgenomen, waar ze in de loop van het jaar opdrachten voor verstrekken. De realisatie van de gegeven opdrachten in 2025 koppelen we per deelnemer in de (derde) termijnverantwoording terug. 

Terug naar navigatie - Programmadeel 2: Adviezen en projecten - Advies Ruimtelijke Ordening (RO)

Advies Ruimtelijke Ordening (RO) 
Het product 'Advisering Ruimtelijke Ordening en Milieu' groeit gestaag. Gemeenten doen steeds vaker een beroep op de OMWB om bijstand en (milieu-)advisering bij het opstellen en beoordelen van ruimtelijke plannen. Enerzijds komt dit door de gebiedskennis van gemeenten die de RO-adviseurs hebben opgebouwd, met daarbij steeds meer ondersteuning van OMWB-data. Anderzijds investeerde de OMWB de laatste jaren in de relatie met gemeenten, die op hun beurt een oplossingsgerichte werkwijze en korte lijnen met de RO-ambtenaren waarderen.

De transitie van bestemmingsplannen naar één omgevingsplan per gemeente en het daarin opnemen van milieuregels en milieubeleidskaders zijn belangrijke marktomstandigheden, die leiden tot de toenemende vraag. Ook de veranderde adviesverzoeken vanwege de Omgevingswet, de toenemende complexiteit van milieuthema’s in relatie tot ruimtelijke opgaves, de behoefte aan integrale advisering en de woningbouwopgaven die veel gemeenten hebben, leiden tot een toenemende vraag. 

Terug naar navigatie - Programmadeel 2: Adviezen en projecten - Advies Externe Veiligheid

Advies Externe Veiligheid
In 2025 werkten we met een nieuw jaarprogramma 'Externe Veiligheid' (EV). Hierin staan een aantal speerpunten waar hard aan is gewerkt. Dit zijn met name het Beleid Externe Veiligheid, het REV en de samenwerking met interne afdelingen en andere overheidsinstanties. We hielden twee Themasessies EV om bevoegde gezagen inhoudelijk op de hoogte te houden over onze werkzaamheden. 

Het REV is verder gevuld en geoptimaliseerd. De propaantanks zijn naar aanleiding van de gegevens vanuit het Ministerie gecontroleerd, aangevuld en geoptimaliseerd. De activiteit 'Tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met brandstoffen' is toegevoegd aan het REV en we begonnen met de inventarisatie ‘Behandelen, regelen en meten van aardgas'. Tevens vonden eerste overleggen plaats met de leverancier van het VTH-systeem om het REV erop aan te sluiten. Samen met de Veiligheidsregio werkten we aan een processchema, dat duidelijk maakt bij wie gemeenten moeten zijn voor welke adviesvraag (OMWB of Veiligheidsregio). Verder droeg de OMWB bij  aan landelijke werkwijzen voor activiteiten zoals Energie Opslagsystemen, Li-ion opslag en begonnen we met de werkwijze waterstof (waterstofaggregaten).

Terug naar navigatie - Programmadeel 2: Adviezen en projecten - Advies

Advies
In 2025 behandelden we circa 1.300 bodemzaken. Het gaat hier om advies (intern en extern) en het beoordelen van bodemonderzoeken. De adviezen en beoordelingen betreffen ruimtelijke ordening, omgevingsvergunning onderdeel bouwen, omgevingsvergunning onderdeel milieu en meldingen en informatieverplichtingen in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Omgevingsplan van de gemeente.

Ook beoordeelden en voerden we bodemonderzoeken uit in het kader van provinciale en gemeentelijke grondtransacties, herontwikkeling en civieltechnische werken. Tevens behoorde het milieukundig begeleiden en het coördineren van gemeentelijke bodemsaneringsprojecten tot die bodemzaken. 

In 2025 definieerden we de kwaliteitszones in het kader van de actualisatie van de bodemkwaliteitskaart voor 19 gemeenten. De achterstand met het invoeren van bodemkwaliteitsgegevens in het bodeminformatiesysteem is ingelopen. Na het doorrekenen van de data weten we voor welke kwaliteitszones we voldoende gegevens bezitten en voor welke niet. In samenspraak maken we keuzes voor vervolgstappen om te komen tot een nieuwe bodemkwaliteitskaart.

In 2025 behandelden we ongeveer 80 bodemzaken met betrekking op het geven van intern advies aan de ODBN en ODZOB over provinciale bedrijven. De adviezen hadden betrekking op het vaststellen van de nulsituatie, de eindsituatie en grondwatermonitoringsonderzoeken (met name composteerinrichtingen en RWZI’s) en grondwatermonitoringen bij (gesloten) stortplaatsen van provinciale inrichtingen, ook buiten het werkgebied van de OMWB, maar wel binnen de provincie Noord-Brabant. Het aantal bodemzaken lag lager dan in 2024, maar de complexiteit werd mede door de komst van de Omgevingswet wel groter en uitdagender.

Terug naar navigatie - Programmadeel 2: Adviezen en projecten - Onderzoek

Onderzoek
In 2025 voerden we diverse werkzaamheden uit, waaronder:

  • Uitvoer van vooronderzoeken (historisch) en bodemonderzoeken voor de afdeling Infra en Vastgoed in het kader van verschillende ontwikkelingen op de locaties.
  • Onderzoek naar de aanwezigheid van de exotische woekerplant knolcyperus.
  • Bezoek pachtpercelen voor inventarisatie van bodemvreemde zaken en aanwezigheid van onder andere verhardingen, tanks en grondwateronttrekkingen.  
  • Onderzoeken ten behoeve van de dieptepeilingen van ontgrondingen inclusief spijtlocaties.
  • Diverse drugsonderzoeken op locatie.  
  • Onderzoek ter controle van het bedrijfsproces-/procesonderdelen bij een aantal grote risicobedrijven.
  • Visuele en fysieke inspectie van diverse zwemplassen.
  • Vaststellen van de kwaliteit van het grondwater in 26 Brabantse natuurgebieden.
  • Nitraatmeetronde voor het vaststellen van de grondwaterkwaliteit op landbouwpercelen in 8 Brabantse grondwaterbeschermingsgebieden.
Terug naar navigatie - Programmadeel 2: Adviezen en projecten - Geluid

Geluid
In 2025 voerden we diverse werkzaamheden uit op het gebied van geluid en trillingen. Deze bestonden uit geluidmetingen, het beoordelen van geluid-, licht- en trillingenonderzoeken en het verstrekken van adviezen aan gemeenten en interne collega’s. De werkzaamheden hadden onder meer betrekking op evenementen, bedrijven, infrastructuur en woningbouwontwikkelingen. Daarnaast adviseerden we over vergunningverlening, maatwerkvoorschriften, toezicht en handhaving en het opnemen van geluid in omgevingsplannen.

Terug naar navigatie - Programmadeel 2: Adviezen en projecten - Padel

Padel
In 2025 beoordeelden we veel meldingen in het kader van de Omgevingswet. Daarbij stelden onze deelnemers vragen over de mogelijkheid om van de standaard geluidnormen af te wijken bij de aanleg van nieuwe padelbanen. Het blijft een grote uitdaging om de belangen van de (tennis-)verenigingen en de bewoners tegen elkaar af te wegen. Voor (tennis-)verenigingen zijn padelbanen vaak nodig om een daling van het ledenaantal te voorkomen, maar zorgen met enige regelmaat voor geluidhinder voor omwonenden.

Daarnaast zien we diverse verzoeken om geluidmetingen uit te voeren bij padelbanen naar aanleiding van geluidklachten.

Terug naar navigatie - Programmadeel 2: Adviezen en projecten - Windturbines

Windturbines
Windturbines vormen (helaas) niet uitsluitend een bron van energie, maar veroorzaken ook hinder. De toename van het aantal windturbines (en de toename in omvang) zorgt voor meer klachten met betrekking tot geluidhinder en slagschaduw. Voor de OMWB resulteert de ontwikkeling van meer windturbines op land in een toename van het aantal geluidmetingen en administratieve controles van nalevingsverslagen. In de periode 2025 - 2026 worden emissie- of bronmetingen uitgevoerd aan de drie verschillende windturbines. 

Terug naar navigatie - Programmadeel 2: Adviezen en projecten - Schone Lucht Akkoord (SLA)

Schone Lucht Akkoord (SLA)
Het Schone Lucht Akkoord richt zich op een betere luchtkwaliteit en een afname van (risico op) gezondheidsschade. Het akkoord streeft naar een afname van de gezondheidsschade als gevolg van luchtvervuiling met 50% in 2030 ten opzichte van 2016. Dit moet bereikt worden met behulp van maatregelen tegen vervuiling uit binnenlandse bronnen (houtstook, industrie, binnenvaart en havens, landbouw, wegverkeer en mobiele werktuigen).

In 2025 hielden we intensiever toezicht, screenden vergunningen op actualiteit (focus op strenger vergunnen in laagste norm Bref-range en verplicht opstellen van een monitorings-/beheersplan) en voerden audits uit bij bedrijven met een eigen meetsysteem om de emissies te controleren (een zogenaamde AMS). 

In 2025 voerden we een significant aantal bijwoningen (audit op locatie, specifiek over het thema luchtemissies) uit en beoordeelden meetrapportages van periodieke metingen. Dit is onder andere een gevolg van de ambitie vanuit het SLA (en tevens de kamerbrief van de staatssecretaris in december 2025 vanuit de Actieagenda Industrie en Omwonenden) om toezicht te intensiveren bij industriële emissies.

Programmadeel 3: Collectieve taken

Terug naar navigatie - Programmadeel 3: Collectieve taken - Toelichting

Het programma Collectieve Taken 2025 is op dezelfde wijze opgebouwd als de voorgaande jaren en bestaat uit 3 vaste onderdelen (structureel, innovatie en autonoom). Het programma vertegenwoordigt een budget van afgerond 2 miljoen euro, waarvan € 160.000,- was opgenomen als buffervoorziening. Indien we de buffervoorziening buiten beschouwing laten (niet gebruikt) verbruikten we in 2025 circa 90% van het budget en realiseerden de meeste beoogde resultaten. De resultaten kunnen dienen voor de concrete uitvoering van de VTHKA-taken in 2026, of een opmaat voor een vervolgproject in 2026. Aanvullend is Samen Sterk in Brabant (SSIB) onder dit programma opgenomen.

Stikstof

Terug naar navigatie - Programmadeel 3: Collectieve taken - Stikstof

Binnen het thema stikstof richten we ons zowel op de depositie van stikstof vanuit de landbouw, als industrie en verkeer. Zowel in het agrarische domein als in het industriële domein hebben regionale en landelijke ontwikkelingen (grote) impact op de uitvoering van onze VTHKA-activiteiten. We proberen deze impact steeds goed te analyseren en met onze opdrachtgevers in gesprek te gaan hoe we onze instrumenten kunnen inzetten om de uitstoot van stikstof te verlagen. Afgelopen jaren waren er minder activiteiten op dit dossier  door het ontbreken van landelijke en regionale handvatten.

Gezondheid

Terug naar navigatie - Programmadeel 3: Collectieve taken - Gezondheid

Naar aanleiding van casussen als Tata Steel en Chemours neemt de belangstelling voor het voorkomen van gezondheidsschade bij inwoners toe. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) publiceerde in april 2023 het rapport ‘Industrie en omwonenden’. De OvV concludeert dat verbetering op meerdere vlakken noodzakelijk is voor de bescherming van de gezondheid van omwonenden. Het Rijk nam de aanbevelingen uit het OvV-rapport op in de 'Actieagenda Industrie en Omwonenden'. In de Actieagenda speelt intensiever en preciezer meten van industriële emissies een grote rol, vooral gericht op de concentraties op leefniveau. De GGD kan op basis van deze gegevens een uitspraak doen over de gezondheidsrisico’s voor omwonenden. De OMWB levert met haar kennis van metingen een essentiële bijdrage aan deze acties.

Brandveiligheid

Terug naar navigatie - Programmadeel 3: Collectieve taken - Brandveiligheid

Brandveiligheid bij bedrijven is een actueel en blijvend aandachtspunt voor gemeenten in Midden- en West-Brabant. Jaarlijks vinden in Nederland duizenden bedrijfsbranden plaats. Uit landelijke analyses blijkt dat het merendeel daarvan niet het gevolg is van brandstichting, maar ontstaat door technische oorzaken, onjuist gebruik van gebouwen, aanpassingen na realisatie en menselijk handelen. Met name bij bestaande bouw, in de gebruiksfase, blijken de risico’s groot. Juist in deze fase is de samenhang tussen milieu, bouwen en brandveiligheid van groot belang.

In het programma Collectieve Taken 2025 is afgesproken dat de OMWB een notitie opstelt over brandveiligheid bij gemeentelijke bedrijven waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. De notitie is een afgeleide van het uitvoeringskader brandveiligheid, bouw en sloop wat de drie Brabantse omgevingsdiensten opstelden voor de provincie Noord-Brabant. Door vertraging van dit gezamenlijke project zal het resultaat brandveiligheid Q1 2026 in concept worden opgeleverd. 

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)

Terug naar navigatie - Programmadeel 3: Collectieve taken - Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)

De provincie gaf in 2024 akkoord op onze aanpak voor de 'Vermijdings- en Reductieprogramma’s' (VRP’s) bij afvalverwerkers en gaf het aangevraagde projectbudget voor de drie omgevingsdiensten vrij. De aanpak in Noord-Brabant is afgestemd met ODNL, IPO en IenW en werd vervolgens de landelijke aanpak. In IPO-verband committeerden alle provincies zich eraan om hun omgevingsdiensten een (project-)opdracht te geven om de VRP's bij afvalverwerkers in 2025 op te vragen. Dit om ze vervolgens te beoordelen en als ze afdoende zijn, te laten uitvoeren door de bedrijven. Deze wijze voorkomt het ontstaan van een 'waterbedeffect' ten aanzien van afvalstromen die naar bedrijven uitwijken waar de minst strenge eisen qua ZZS gelden.

Afvalverwerkers dienden in 2025 (met name richting het einde van het jaar) vrij veel VRP's in. Van de 115 afvalverwerkers die een VRP’s moeten indienen, ontvingen we meer dan de helft, waarvan we er circa 10 afwikkelden. Een aantal bedrijven kreeg vanwege diverse omstandigheden uitstel. Bijvoorbeeld omdat hun branche bezig is met een VRP of zoals bij Renewi dat eerst een VRP voor één locatie indient, waarna de overige locaties volgen. Een aantal bedrijven bleef in gebreken of liet nog niets van zich horen. Voor hen starten we begin 2026 een handhavingstraject.

Zoals vooraf verwacht loopt dit project uit naar 2026. Dit is met de provincie besproken en akkoord bevonden.

Altijd actuele digitale vergunning (AADV)

Terug naar navigatie - Programmadeel 3: Collectieve taken - Altijd actuele digitale vergunning (AADV)

Wij bereidde ons voor om ons te verdiepen in AADV, en dan met name het onderdeel Digitale Vergunningenregister (DIGI-V). Voor de maatschappij, bedrijven, vergunningverleners en toezichthouders is inzicht krijgen en houden in het overzicht van alle geldende regels per bedrijf een arbeidsintensief proces. De situatie verandert met enige regelmaat door wijzigingen in de bedrijfssituatie en/of de regelgeving. Hierdoor ontstaat een onoverzichtelijk beeld.

De Provincie Zuid-Holland startte enkele jaren geleden met een programma om per bedrijf altijd een actueel overzicht van vergunningvoorschriften te hebben. Dit overzicht is digitaal beschikbaar en wordt continu bijgewerkt. Dit helpt om sneller en efficiënter te werken en is de informatievoorziening altijd actueel.
Binnen DIGI-V® wordt de vergunningverlening gedigitaliseerd: eendatagedreven werkwijze vervangt de huidige manier van werken met losse documenten.

In opdracht van de Provincie Noord-Brabant oefent de OMWB DIGI-V. We startten met de Seveso-bedrijven en vervolgens komen de overige provinciale bedrijven aan bod (beslissing hierover vindt in Q1 2026 plaats). Indien dit is voltooid (vermoedelijk 2028) volgt besluit over of we ook gemeentelijke bedrijven in DIGI-V moeten/kunnen plaatsen. 

Programmadeel 4: Overige exploitatiebaten

Specifieke uitkering Omgevingsdiensten

Terug naar navigatie - Specifieke uitkering Omgevingsdiensten - Toelichting

Vanuit het Rijk is een specifieke uitkering THE toegekend. De opbrengst over 2025 bedraagt € 1.212.000 (begroot € 1.174.000). Daarnaast kende het ministerie van I&W een subsidie voor 'Robuustheid' toe. De opbrengst hierop over 2025 bedraagt € 52.000 (begroot € 180.000). De bestedingen verantwoorden we apart in het overzicht van de baten. 

Kosten van Bedrijfsvoering, Vennootschapsbelasting en de post Onvoorzien

Terug naar navigatie - Kosten van Bedrijfsvoering, Vennootschapsbelasting en de post Onvoorzien - Toelichting

De totale kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term ‘overhead’) bedroegen € 12.563.000 (begroot € 12.999.000) voor 2025. Voor een verdere uitsplitsing verwijzen we naar de tekstuele toelichting in de paragraaf 'Bedrijfsvoering - plannen en resultaten' en de 'Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025'.

De kosten vennootschapsbelasting bedroegen € 2.000 (begroot € 5.000) in 2025. Dit betreft het saldo van de voorlopige aanslag 2025 en de aanslag 2024.

Het bedrag van € 150.000 dat is gereserveerd voor onvoorziene kosten is in 2025 niet aangesproken.  

Paragrafen

Terug naar navigatie - Paragrafen - Inleiding

Het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de begroting en jaarrekening paragrafen worden opgenomen waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd voor een aantal beheersmatige aspecten van de organisatie. De voor de OMWB van toepassing zijnde paragrafen zijn hierna opgenomen:

  1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
  2. Financiering
  3. Bedrijfsvoering (inclusief rechtmatigheid)
  4. Wet open overheid (Woo)

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is het verplicht om op basis van risico-inschatting een kwalificatie te geven van de omvang van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de risico’s waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen en middelen en mogelijkheden die de OMWB heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV-artikel 11). Om te voorkomen dat bij niet-afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie-)wijzigingen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB gewenst. De grootte van de weerstandscapaciteit is afhankelijk van de risico-inschatting en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. De OMWB streeft naar minimaal een 'voldoende' weerstandscapaciteit en gaat daarbij uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0.

Normering weerstandsvermogen
Het algemeen bestuur stelde eerder een model vast voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers. Dit model bepaalt dat de OMWB maximaal 8% van het (begrotings-/jaarrekening-)totaal van de exploitatierekening (exclusief reservemutaties) als weerstandsvermogen aanhoudt. Deze normering sluit aan bij de Financiële Verordening van de OMWB. 

Risicobeheersing
Risicobeheersing of risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang om een continu proces in te richten van identificeren, prioriteren en beheersen van risico’s. De OMWB streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te vermijden, hiervoor verzekeringen af te sluiten of ze te ondervangen door beheersmaatregelen. Voor die maatregelen stelt de OMWB een Intern Controleplan op dat uitvoering krijgt in het begrotingsjaar.

Geïdentificeerde risico’s
In de 2e Bestuursrapportage 2025 identificeerde we de volgende risico's:

Risico's Maximaal schade bedrag Kans op optreden risico Gewogen risico
4. Inhuur versus vast personeel 380.000 50% 190.000
5. Transitie mens en systeem 600.000 50% 300.000
6.  Problematiek arbeidsmarkt 600.000 50% 300.000
9. Bovenmatig verzuim 350.000 80% 280.000
11. Invoering Omgevingswet 1.000.000 40% 400.000
13. Cybercriminaliteit 1.000.000 60% 600.000
14. Wet DBA/ VBAR 1.100.000 40% 440.000
Totaal 5.030.000   2.510.000

Voor de jaarrekening is bovenstaand overzicht geëvalueerd en geactualiseerd. Hieronder volgt per risico een korte toelichting, waarna een geactualiseerde risico tabel volgt. 

4. Inhuur versus vast personeel
In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat de taken in beginsel worden verricht door het eigen personeel. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt lukt het niet altijd om vacatures (tijdig) in te vullen. In sommige gevallen kiest de organisatie ervoor om specialistische kennis in te huren vanuit de meerwaarde die dit biedt. Deze externe inzet is duurder dan de uitvoering met eigen personeel.

Vanuit de fiscale kaders (zie ook risico 14) is de inzet van inhuurkrachten (i.c. ZZP'ers) enkel onder voorwaarden toegestaan. Dit leidde ertoe dat de OMWB in 2025 het inhuurbestand onder de loep nam en met name met ZZP'ers afspraken maakte over samenwerking via detacheringsconstructies of arbeidsovereenkomst. De inzet van inhuurkrachten verlaagde daarmee fors, waardoor we het maximale schadebedrag bijstellen naar € 250.000. 

Maatregelen: passende sturing op inzet van personeel alsmede het aangaan van samenwerkingsvormen met andere omgevingsdiensten en organisaties.

5. Transitie mens en systeem
De eisen die gesteld worden aan onze organisatie en medewerkers blijven snel veranderen. Enerzijds op de inhoud van het werk, anderzijds betreft het (digitale) vaardigheden. De opleidingen besteden hier volop aandacht aan, zodat werknemers hun rol binnen de organisatie optimaal kunnen vervullen. We verwachten dat dit niet in alle individuele gevallen gaat lukken. Het totale risico dat hiermee samenhangt, schatten we op € 600.000 met een kans van maximaal 50%. 

Maatregelen: Het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid, waaronder een adequaat opleidingsprogramma. Daarnaast steeds verdere doorontwikkeling van de organisatie en onderliggende systemen, ondersteund door trainingen gericht op digitale vaardigheden en het programma datagedreven werken.

6. Problematiek Arbeidsmarkt
In aanvulling op punt 4 merken we het volgende op: omdat de vaste formatie nog niet op het juiste peil is in relatie tot de toenemende werkprogramma's, werkt de OMWB naast inhuur ook met trainees en net-afgestudeerden. De OMWB leidt de jonge, nieuwe collega's 'on the job' op, in een periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze collega's nog niet volledig declarabel. De begeleiding verloopt via directe collega's van de dienst. 

Maatregelen: De afgelopen periode werkten we aan een inwerkprogramma. Het programma had dusdanig effect dat de trainees eerder en meer declarabel zijn dan aanvankelijk ingeschat. Gezien de toenemende inzet van trainees wordt het maximale schadebedrag en kans van optreden gehandhaafd.  

9. Bovenmatig verzuim
In de begroting 2025 wordt gerekend met een verzuimpercentage van 5,0%. Het verzuim over 2025 bedraagt daarentegen 5,52% (2024: 6,22%). Het blijft lastig te bepalen hoe het verzuimpercentage zich de komende periode ontwikkelt. Het verschil tussen het rekenpercentage en het verwachte percentage wordt aangemerkt als risico en bedraagt afgerond € 300.000. Bij een kans van 80% betekent dit een gewogen risico van € 240.000.

Maatregelen: inzet van een passend verzuim- en re-integratiebeleid met daarvan afgeleid instrumentarium. Daarnaast worden medewerkers op tal van manieren gefaciliteerd en gemotiveerd om aan de slag te gaan met hun vitaliteit, waaronder een recent aangegane samenwerking met medehuurder PTI. 

11. Invoering Omgevingswet
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. De invoering van de wet betekent een ingrijpende verandering voor de taakuitvoering. Ondanks gedegen voorbereidingen is de exacte impact van de invoering, ook financieel, nog onvoldoende duidelijk. Op dit moment constateren we een diversiteit aan milieuregels in de omgevingsplannen van de deelnemers, op proces en inhoud. Begin 2026 is een brief vanuit het Dagelijks Bestuur gestuurd aan alle deelnemers met een oproep tot harmonisatie. Gezien het huidige verschil in werkwijze en de daarmee mogelijke, samenhangende oplopende kosten, handhaven we de risico-inschatting. 

13. Cybercriminaliteit
Het risico dat vreemden inbreken op systemen die de OMWB gebruikt blijft reëel, ondanks vele investeren rondom informatiebeveiliging, afspraken met ICT-leveranciers en bewustwordingscampagnes onder medewerkers. Met alle gevolgen van dien. De maximaal ingeschatte schade bedraagt € 1.000.000 aan omzetderving met een kans van optreden van 60%.   

14. Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA)/Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR)
De wet DBA geldt sinds 2016. Per 1 januari 2025 verviel het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst, waardoor controle op schijnzelfstandigheid plaatsvindt. De OMWB voerde een risico-inventarisatie uit bij de aanwezige ZZP’ers en bracht het mogelijke financiële risico in kaart (circa € 1.100.000).  

Dit risico omvat slechts het fiscale aspect. Aanvullend kunnen ZZP’ers aanspraak maken op een dienstbetrekking met alle rechten, zoals die voor eigen medewerkers gelden. Zeker bij langjarige samenwerking kan dit een kostbare aangelegenheid worden. Een tweede voorbehoud op het (fiscale) risico betreft het niet volledig kunnen uitvoeren van het werkprogramma als gevolg van onderbezetting of door het ontbreken van specialistische kennis bij beëindiging van betreffende inhuurconstructies. 

Maatregelen: in 2025 is actief en constructief (samen-)gewerkt aan het beëindigen van ZZP-constructies en waar mogelijk omzetting naar een dienstbetrekking, detacheringsconstructie danwel spoedige werving van vervangend, eigen personeel. Dit risico kan komen te vervallen. 

15. Geopolitieke spanningen
We leven momenteel in een roerige tijd met toenemende rivaliteit tussen grootmachten en groeiende onzekerheden over de wereldeconomie tegen de achtergrond van de niet aflatende klimaatverandering. De huidige geopolitieke spanningen raken Nederland alsmede (het werkgebied van) de OMWB direct via thema's als veiligheid, economie en energievoorziening; door verstoringen in handelsketens en (strategische) afhankelijkheid van onder andere technologie. Deze spanningen benadrukken het belang van regionale en sectorale samenwerking en weerbaarheid. 

De OMWB volgt de (inter-)nationale ontwikkelingen op de voet en onderzoekt bijvoorbeeld actief mogelijkheden om de strategische afhankelijkheid van grote techbedrijven te verminderen. 

Dit risico is bedoeld ter dekking van het niet of onvoldoende kunnen uitvoeren van werkzaamheden door bijvoorbeeld het niet beschikbaar zijn van systemen en apparatuur. 

Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s is het eindbeeld voor de jaarrekening 2025 als volgt:

Risico's  Maximaal bedrag schade Kans op optreden risico Gewogen risico
4. Inhuur versus vast personeel 250.000 50% 125.000
5. Transitie mens en systeem 600.000 50% 300.000
6. Problematiek arbeidsmarkt 600.000 50% 300.000
9. Bovenmatig verzuim 300.000 80% 240.000
11. Invoering Omgevingswet 1.000.000 40% 400.000
13. Cybercriminaliteit 1.000.000 60% 600.000
14. Wet DBA/ VBAR 0 0% 0
15. Geopolitieke spanningen  1.000.000 25% 250.000
Totaal 4.750.000   2.215.000

Beschikbaar weerstandsvermogen
De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt eind 2025 € 3.092.000. Uitgaande van het actuele risicoprofiel van € 2.215.000 is de weerstandsratio 1,40. Dit wordt volgens de waarderingstabel van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwalificeerd als ‘ruim voldoende’. In de jaarrekening 2024 bedroeg de weerstandsratio 0,99 (‘matig’). 

Indien de algemene reserve conform de Financiële Verordening (maximaal 8%) wordt aangepast, bedraagt de weerstandsratio 1,58 ('ruim voldoende'). Met de resultaatbestemming 2023 besloot het algemeen bestuur om in 3 jaar (2023 tot en met 2025) toe te groeien naar de norm van maximaal 8% volgens de Financiële verordening. Over 2023 is € 400.000 aan de Algemene reserve toegevoegd, met de resultaatbestemming 2024 is € 600.000 aan de Algemene reserve toegevoegd. Met de resultaatbestemming 2025 wordt conform afspraak aan het bestuur voorgesteld om € 400.000 aan de algemene reserve toe te voegen. 

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële kengetallen

Het BBV schrijft de opname van een aantal verplichte financiële kengetallen voor. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie van de organisatie. De trend van de voor de OMWB relevante kengetallen staat in onderstaande tabel:

Financiële kengetallen Jaarrekening 2025 Begroting 2025 Jaarrekening 2024
Netto schuldquote -15,5% -1,5% -11,4%
Solvabiliteitsratio 57,6% 28,3% 44,3%
Structurele exploitatieruimte 9,7% 0,0% 7,5%


Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe verder deze ratio onder de 1,0 ligt, hoe beter. De netto schuldquote verbeterde ten opzichte van de jaarrekening 2024.

Solvabiliteit
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de OMWB in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het aandeel van het eigen vermogen in het balanstotaal weer. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. De solvabiliteit nam toe ten opzichte van de jaarrekening 2024. 

Structurele exploitatieruimte
Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties in reserves, ontstaat er beeld in hoeverre sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een positief percentage is wenselijk, aangezien dit betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

Onderlinge verhouding kengetallen
Zowel de netto schuldquote als de solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte verbeterden ten opzichte van 2024. De balanspositie van de OMWB wordt evenals voorgaande jaren als zeer solide aangemerkt.

Financiering

Terug naar navigatie - Financiering - Financiering

In aansluiting op de Wet Financiering decentrale overheden (fido) is in het Besluit Begroting en Verantwoording neergelegd dat de financieringsparagraaf de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille uiteenzet. De grondslag voor de aan de portefeuille verbonden Treasuryfunctie is vastgelegd in de Financiële verordening 2025. Het beheer van de OMWB is risicomijdend en mede gericht op het voldoen aan de renterisico-norm en de kasgeldlimiet.

Treasurybeleid
De doelstellingen van het treasurybeleid van de OMWB zijn:

  1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
  2. het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico's, zoals renterisico's, koersrisico's, liquiditeitsrisico's en kredietrisico's;
  3. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

Onder risico’s verstaan we zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende schuld), als kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Met betrekking tot risicobeheer geldt het volgende algemene uitgangspunt: 'Bij het uitzetten of aantrekken van middelen worden de bepalingen, zoals neergelegd in de Wet fido en de Ruddo (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) in acht genomen'.

Renterisicobeheer

  1. De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido;
  2. de renterisico norm wordt niet overschreden conform de Wet fido;
  3. nieuwe leningen/ uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning;
  4. de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/ uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;
  5. binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4 streeft de OMWB naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen.

Met de inwerkingtreding van de Wet fido is de term ‘Renterisico-norm’ geïntroduceerd. De norm schrijft voor dat in enig jaar de aflossing van een langlopende schuld niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.

De OMWB heeft momenteel geen langlopende leningen en voldoet daarmee automatisch aan de norm. De huidige financieringspositie- en behoeften vanuit de investeringsbegroting geven op dit moment geen verdere aanleiding tot aanwending van dergelijke leningen.

Kredietrisicobeheer
Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het uitgangspunt dat overtollige middelen op voorhand worden aangehouden in de schatkist.

Intern liquiditeitsbeheer
De OMWB beperkt zijn interne liquiditeitsrisico’s door zijn treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning.

Valutarisicobeheer
De OMWB sluit valutarisico’s uit. Leningen worden uitsluitend aangegaan of gegarandeerd in de Europese geldeenheid (euro).

Kasgeldlimiet
Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm voor het maximumbedrag voor de financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar). De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen betreft 8,2% van het begrotingstotaal.

Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. De opgenomen bedragen betreffen de realisatiecijfers 2025.

De kasgeldlimiet is voor de OMWB voor 2025 berekend op € 3.627.000. Aangezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op € 19,6 miljoen wordt geschat, is de ruimte onder de kasgeldlimiet gelijk aan de kasgeldlimiet.

Stappen (1-4) (1) Vlottende schuld (2) Vlottende middelen (3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)
(1) - (2) = (3)      
Eerste kwartaal 0 18.466 -18.466
Tweede kwartaal 0 21.806 -21.806
Derde kwartaal 0 16.815 -16.815
Vierde kwartaal 0 21.339 -21.339
(4) gemiddelde van (3) 0 19.607 -19.607
Stappen (5-9) Variabelen    
(5) Kasgeldlimiet   3.627
(6a) = (5>4) Ruimte onder de kasgeldlimiet   3.627
(6b) = (4>5) Overschrijding van de kasgeldlimiet   -
Berekening kasgeldlimiet (5)      
(7) Begrotingstotaal   44.231
(8) Percentage regeling   8,20%
(5) = (7) x (8) / 100 Kasgeldlimiet   3.627

Schatkistbankieren
Overheden mogen sinds 2014 tegoeden uitsluitend bij het Rijk of andere decentrale overheden wegzetten. Dit is primair bedoeld om de staatsschuld terug te dringen. De OMWB had gedurende het gehele boekjaar 2025 te maken met overschotten aan liquide middelen. Deze overschotten zijn dagelijks afgeroomd naar de schatkist. Op de lopende rekening blijft na afroming maximaal € 1.000.000 beschikbaar.

Bedrijfsvoering - plannen en resultaten

Informatievoorziening

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - plannen en resultaten - Informatievoorziening

Onder het cluster informatievoorziening vallen alle informatie-, data- en ICT-gerelateerde onderwerpen. Landelijke ontwikkelingen, de verregaande digitalisering, datagedreven werken en toegenomen eisen vanuit wet- en regelgeving maken dat we blijven investeren in een moderne, veilige en betrouwbare informatievoorziening. 

Verantwoording 2025

Digitaal stelsel VTH-Milieu
Pijler 3 van het Interbestuurlijk Programma VTH kreeg in 2025 een vervolg in het programma Digitaal stelsel VTH-Milieu. In 2025 werkten we aan een 1.0 versie van het conceptueel informatiemodel (CIM-FLO), stelden een architectuur op voor het te ontwikkelen landelijk register milieubelastende activiteiten (rMBA) en zetten de eerste vergunningen om in Digi-V in het kader van de Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV). In 2026 krijgen deze activiteiten verder vervolg onder regie van ODNL.

Programma Datagedreven werken
In 2025 zijn we gestart met het programma Datagedreven werken. Langs verschillende programmalijnen ontwikkelen we onze datavolwassenheid stapsgewijs door van 'basis' naar 'gevorderd'. Dit doen we aan de hand van de Interbestuurlijke Datastrategie (IDBS), waarbij we aansluiten.  In 2025 vonden hiervoor verschillende activiteiten plaats. Zo investeerden we in de techniek (dataplatform), vaardigheden (datageletterdheid) en de besturing en (data)goverance. 

Datakwaliteit Omgevingsdossier
Het Omgevingsdossier vormt het centrale informatiepunt van het werk van een vergunningverlener, toezichthouder, handhaver of adviseur. Het Omgevingsdossier geeft in één oogopslag weer wat er speelt op een locatie (welk object betreft het, welke activiteiten vinden er plaats, welke besluiten horen daarbij). Het is belangrijk dat de informatie in het Omgevingsdossier actueel, betrouwbaar en volledig is. We constateren dat op dit moment de kwaliteit niet op het gewenste niveau ligt. Daarom stelden we in 2025 een projectleider aan en startten een verbetertraject. We verwachten hierin in 2026 de eerste resultaten terug te zien. 

GIS/ GEO
Vrijwel alles wat de OMWB doet, is te relateren aan een locatie op de kaart. Gegevens op de kaart plotten helpt bij het maken van analyses en geeft actueel inzicht in onze omgeving. Deze inzichten gebruiken wij om de kwaliteit, efficiëntie en effectiviteit van ons werk voor de leefomgeving te vergroten. Zo kunnen we deze inzichten gebruiken in het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader, waarbij gebiedsgericht en regionaal analyseren een belangrijk onderdeel vormen. Daarnaast streven we ernaar om informatie via deze weg te ontsluiten naar onze deelnemers, ketenpartners en andere belangstellenden. In 2025 hebben we door middel van een Europese aanbesteding een GIS-viewer en een GEO-database aanbesteed. In het vierde kwartaal startte de implementatie. De beoogde livegang staat gepland voor het eerste kwartaal van 2026. Parallel hieraan trokken we in 2025 een GIS-specialist aan. De vacatureruimte voor een tweede GIS-specialist vullen we naar verwachting in de eerste helft van 2026 in.  

AI-verkenning
In 2025 voerden we een verkenning uit naar Artificële Intelligentie (AI). Vanuit verschillende perspectieven brachten we de meerwaarde, kansen, uitdagingen en risico's van de inzet van (AI) in kaart . Tegelijkertijd startte een aantal praktische proeven om de meerwaarde in de praktijk te toetsen. De verkenning leidde in combinatie met de proeven tot waardevolle inzichten over de toekomstige richting van AI binnen de OMWB. Daarnaast sloot de OMWB zich in 2025 aan bij de vereniging Mindlabs; een samenwerking tussen onderwijs, overheid en het bedrijfsleven waarin partijen samenwerken aan innovatie.

Huisvesting

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - plannen en resultaten - Huisvesting

 

Verantwoording 2025

De voorbereidingen van onze verbouwing verlopen traag doch gestaag. In 2025 werkten werkgroepen met externe adviseurs aan een juiste (werk-)indeling van onze verdiepingen. Er vond ook een onderzoek plaats naar de technische installaties; deze waren op orde. We namen daarnaast een besluit over welke verdiepingen we uiteindelijk onder het nieuwe contract willen betrekken. Dit alles leidde uiteindelijk tot een voorlopig ontwerp met zogenaamde stacking. Eén van de voorwaardes voor het aangaan van een nieuw contract is en blijft dat de verhuurder investeert in het pand. In 2025 is het werkcafé Knegtel na een lange voorbereidingstijd door de verhuurder opgeleverd. Café Knegtel is voorzien van een aantal algemene voorzieningen die (mede-)bepalend zijn voor de inrichting van onze eigen vloeren. 

Over het nieuwe contract wordt nog onderhandeld, maar de voortekenen zijn positief. Voor de onderhandelingen maken we gebruik van een externe partij met ervaring in de vastgoedbranche.  

Kernthema: Strategisch HRM

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - plannen en resultaten - Kernthema: Strategisch HRM

Het programma 'Strategisch HRM' kent vier pijlers: cultuur en leiderschap, recruitment, loopbaanontwikkeling en vitaliteit. Iedere pijler heeft deelprojecten met een eigen dynamiek en planning. De opbrengst van de diverse projecten moeten uiteindelijk een positieve bijdrage leveren aan het imago van de OMWB als goede werkgever, voor huidige en toekomstige medewerkers. 

Verantwoording 2025

In 2025 is binnen het programma 'Strategisch HRM' ingezet op het versterken van de OMWB als aantrekkelijke en professionele werkgever. De focus lag op effectieve HR-dienstverlening, ondersteuning van management, arbeidsmarktpositionering en het vergroten van bevlogenheid en ontwikkeling van medewerkers. Daarnaast is een organisatieverandering doorgevoerd waarbij we het aantal uitvoeringsteams uitbreidden van zeven naar negen.

Op het gebied van recruitment investeerden we in het werkgeversmerk en de zichtbaarheid op de arbeidsmarkt. Deelname aan career events en een inhouse dag droegen bij aan een sterk wervingsresultaat. In totaal zijn 49 vacatures vervuld op basis van 733 sollicitaties, wat resulteerde in 49 externe en 11 interne aanstellingen.

Ter versterking van bevlogenheid voerden we een organisatiebreed medewerkersonderzoek uit. De respons bedroeg 82%, aanzienlijk hoger dan de gemeentelijke benchmark van 72%. Medewerkers waarderen de organisatie met een gemiddelde score van 7,9 (benchmark 7,5). De Net Promoter Score bedraagt +24, tegenover +2 in de benchmark. Op basis van deze resultaten ontving de OMWB het keurmerk World Class Workplace. De uitkomsten zijn in alle teams besproken en vertaald naar gerichte acties.

Financiën en Control

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - plannen en resultaten - Financiën en Control

Het afgelopen jaar zijn diverse onderwerpen opgepakt om de organisatie van verdere stuurinformatie te voorzien. Ook onderwerpen ter beheersing van risico's passeerden veelvuldig.  

Verantwoording 2025

Actualisatie financiële, fiscale, controlerende en inkoopregelingen
In het najaar van 2025 zijn de verschillende relevante beleidsdocumenten geactualiseerd. In deze periodieke actualisatie zijn de regelingen afgestemd op wijzigingen in wet- en regelgeving; waaronder het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO). Waar van toepassing zijn ook optimalisaties omwille van efficiëncyredenen doorgevoerd. De OMWB beschikt met deze herijking weer over een volledig geactualiseerd stelsel van financiële, fiscale, controlerende en inkoopregelingen.  

Verbetering P&C-Cyclus

In 2024 is PowerBi verrijkt met een financieel dashboard ten behoeve van de interne sturing. In 2025 vond een doorontwikkeling plaats waarbij het financiële dashboard opging in een integraal sturingsdashboard waarmee trendmatig inzicht wordt verkregen in voorname indicatoren als declarabiliteit, formatie, verzuim, financiën, et cetera.   

Wet DBA/ VBAR 
Op 1 januari 2025 verviel het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst op de Wet DBA/ VBAR. Op grond hiervan besloot de OMWB om 2025 als overgangsjaar te beschouwen en vanaf 1 januari 2026 geen gebruik meer te maken van de diensten van ZZP'ers. In de loop van 2025 voerden we zeer succesvolle gesprekken met deze inhuurkrachten over omzetting van de inhuurconstructie naar een dienstverband, detacheringsconstructie, beëindiging van de inhuur, of in een enkel geval omzetting van de bestaande samenwerking naar een resultaatverplichting.   

Kwaliteitsmanagement

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - plannen en resultaten - Kwaliteitsmanagement

In het jaar 2025 werkten we verder aan het fundament onder het kwaliteitsmanagementsysteem. Dit valt op te splitsen in de volgende elementen:

  1. Ontwikkeling strategie: door middel van een SWOT-analyse en op basis van de 'nota ruimte' maakten we een analyse van ontwikkelingen die invloed (gaan) hebben op het functioneren van OMWB in de periode 2026-2030. De gegevens uit de SWOT-analyse zijn voor wat betreft de organisatieontwikkeling vertaald naar een strategische agenda. Op basis van de 'nota ruimte' bepaalden we de VTH-thema's waarmee de OMWB in de komende jaren aan de slag gaat. Door deze aanpak krijgt de organisatie een duidelijke richting in haar handelen en is het mogelijk om duidelijke doelstellingen te formuleren en hierop te sturen.
  2. Leveranciersmanagement: op basis van het model van Kraljic zijn alle leveranciers ingedeeld in de categorieën strategische leveranciers, leveranciers van routineproducten, leveranciers van hefboomproducten en leveranciers van bottleneckproducten. Op basis van deze indeling bepaalden we per categorie inkoopstrategieën, waardoor we een correcte balans vonden in het beheersen van de inkoopkosten en het aantal langdurige relaties/ partnerships gericht op continuïteit en innovatie/ ontwikkeling. Verdere implementatie vindt plaats in 2026.
  3. KPI-dashboard, kaizen en Directiebeoordeling: in 2025 voerde het kern-MT de jaarlijkse directiebeoordeling uit. De directiebeoordeling is voor de eerste keer uitgevoerd op basis van vooraf vastgestelde doelstellingen voor een aantal KPI's zoals ziekteverzuim, declarabiliteit, financiën et cetera. Op basis van de uitkomsten van de directiebeoordeling stelden we tevens acties vast waarbij we in 2026 gaan werken aan meer richtinggevende KPI's, zoals bijvoorbeeld het verkrijgen van inzicht in de mate waarin we wettelijke termijnen worden gehaald en de juistheid van kengetallen voor het maken van een betrouwbare planning. Ook richten we het een en ander in om het inzicht in de workload en de output meer inzichtelijk en voorspelbaar te maken. Dit geheel is sinds april 2025 ondersteund door maandelijkse kaizen-meetings. Tijdens deze meetings bespreken we knelpunten besproken en bepalen acties om deze weg te nemen. Het doel is om deze kaizen-meetings in 2026 verder uit te rollen naar alle medewerkers, om het bewustzijn rondom de te volgen strategie continu onder de aandacht te brengen en de resultaatgerichtheid van eenieder in de organisatie verder uit te bouwen.
  4. Procesbeschrijvingen en risicoanalyse: in 2025 is een start gemaakt met het opstellen van procesbeschrijvingen van alle VTHKA-processen op basis van zaaktypen in GEMMA. Van elk zaaktype is inmiddels een procesbeschrijving beschikbaar waarin het te volgen basisproces, de (verrichte) kwaliteitscontroles, de outputdocumenten en de archieftermijnen staan vastgelegd. Tevens bevatten deze documenten een risicoanalyse, waardoor we inzicht verkregen in zaken die fout kunnen gaan en gevolg hiervan. Deze informatie nemen we mee in de totstandkoming van de detailprocessen. Op basis hiervan maakten we detailprocesbeschrijvingen die we in 2026 verder kunnen uitwerken op clusterniveau en ontsluiten in het KMS (documentbeheersysteem). Hiernaast maakten we per team zogenaamde teamhandboeken, waarin algemene afspraken staan die gelden binnen een team. Denk aan zaken als aanwezigheid op kantoor, het hoe en waar van documenten opslaan, afspraken over samenwerken met andere teams en/of deelnemers, aanwezige rollen binnen het team, et cetera.  
  5. Visitaties: dit richt zich op een tweetal activiteiten:
    1. De OMWB droeg in 2025 bij aan 3 visitaties van collega omgevingsdiensten door het leveren van auditeurs.
    2. We gaven opvolging aan de observaties uit de visitatie die eind 2023 (rapport 2024) bij de OMWB is uitgevoerd. Er bestaat inmiddels een actieplan waarvan we de voortgang tijdens de kaizen-sessies bewaken. 

 

Maatregelen span of attention

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - plannen en resultaten - Maatregelen span of attention

Begin 2024 namen we het besluit om het aantal teams binnen de afdeling Uitvoering van 7 naar 9 te laten groeien. Dit kondigden we aan in de Kaderbrief 2025. De belangrijkste reden was dat de teams (te) groot waren. De focus per teammanager bedroeg gemiddeld 40 tot 50 medewerkers. Zo ontstonden twee nieuwe teammanager vacatures naast een reeds openstaande vacature. Begin 2025 zijn de drie openstaande vacatures met succes opgevuld met twee intern opgeleide medewerkers. Daarnaast trokken we één teammanager extern aan.  

In het medewerkersonderzoek van begin 2025 vroegen we expliciet naar mogelijke effecten van deze uitbreiding. De medewerkers waren voorzichtig positief, maar de termijn om mogelijke effecten te meten was ook erg kort.    

Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - plannen en resultaten - Rechtmatigheidsverantwoording

Over het jaar 2025 legde het dagelijks bestuur de rechtmatigheidsverantwoording af. Deze verantwoording heeft  betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.

Begrotingscriterium
De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Hierbij wordt de realisatie afgezet tegen de begroting na wijziging en worden alle overschrijdingen op programmaniveau van de lasten als onrechtmatig aangemerkt. Ook overschrijding van investeringskredieten wordt als onrechtmatig aangemerkt. Afwijkingen op de baten en onderschrijdingen van de lasten kunnen onrechtmatig zijn als deze niet tijdig zijn gemeld. Overschrijdingen van lasten kunnen wel acceptabel zijn als deze passen binnen de afspraken die het dagelijks bestuur met het algemeen bestuur heeft gemaakt. De afwijkingen ten opzichte van de begroting na wijziging zijn in de rechtmatigheidsverantwoording uiteengezet.

Uit de staat van baten en lasten blijkt dat er een overschrijding van de lasten heeft plaatsgevonden voor het primair proces. Voor een toelichting op deze overschrijding verwijzen wij naar de paragraaf ''toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025'' waarin een nadere duiding is opgenomen omtrent de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie over 2025. Gezien de beperkte omvang onder de rapporteringstolerantie behoeft er geen nadere toelichting te worden verstrekt.

Naast de overschrijding op de lasten heeft ook een overschrijding van twee investeringskredieten plaatsgevonden. Het totaal van deze overschrijdingen is eveneens onder de rapporteringstolerantie waardoor hier geen nadere maatregelen voor hoeven te worden beschreven.

Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Een uiteenzetting van deze wet- en regelgeving heeft plaatsgevonden in het normenkader 2025 zoals is vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De controle op deze wet- en regelgeving is uitgewerkt in het controleplan 2025-2026. Hieruit blijkt dat de financiële rechtmatigheid bij het voorwaardencriterium voornamelijk toeziet op de wetgeving met betrekking tot Europese aanbestedingen. Hierbij is vastgesteld dat één langlopend contract met betrekking tot de automatisering niet Europees is aanbesteed. Dit brengt een onrechtmatigheid met zich mee van €72.000. Gezien deze applicatie de primaire bedrijfsvoering raakt, wordt deze fout door het dagelijks bestuur geaccepteerd.

Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium
In de gemeenschappelijke regeling zijn er geen regelingen met financieel effect waarvan misbruik te maken is door de gebruikers.

In 2025 zijn het Dagelijks Bestuur geen gevallen van fraude bekend geworden. Begin 2026 heeft het MT de frauderisicoanalyse geüpdatet. Deze wordt in 2026 opnieuw aan het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur voorgelegd.

Openbaarheid

Terug naar navigatie - Openbaarheid - Wet open overheid (WOO)

Inleiding
De Wet Open Overheid (Woo) ging in op 1 mei 2022 en legt bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen is het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in de begroting en jaarrekening wordt vermeld hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Die kent een viertal belangrijke aspecten:

1.    De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen;
2.    verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking;
3.    verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking;
4.    het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding.
 
Woo-contactfunctionaris
De OMWB heeft een contactpersoon aangesteld. Op deze wijze voldoen we aan de wettelijke verplichting. 

Passieve openbaarmaking
De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, onder meer is de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken aangepast. Deze aanpassingen voerden we in 2023 door in onze processen. In onze organisatie ging het in 2025 om de volgende aantallen:     

  Ontvangen  (#) Besluiten (#) Op tijd (#)
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 43 22 16

De besluiten bevatten de afwikkeling van 2 verzoeken uit 2024. 

Van de (43) ingediende verzoeken over 2025 zijn 20 besluiten genomen. Drie verzoeken lopen door in 2026.  Voor vijf verzoeken uit 2025 is informatie aangeleverd op basis waarvan de gemeente een besluit heeft genomen. De overige verzoeken zijn afgehandeld door verstrekking van de gegevens op informele wijze.

Naast de 16 tijdig genomen besluiten zijn er een aantal (3) besluiten waar in afstemming met de verzoeker een langere termijn is afgesproken. 

Actieve openbaarmaking
De Woo stelt de verplichting om een aantal benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Op 1 november 2024 trad de eerste tranche met 5 onderdelen in werking. Het actief bekend maken van wetten, algemeen verbindende voorschriften en overige besluiten van algemene strekking werd door de OMWB, voor zover van toepassing, al gedaan op de site Openbarebekendmakingen.nl (artikel 3.3. lid 1, onderdeel a en b Woo). Onderdeel drie betreft vergaderstukken van de Staten-Generaal en is dus voor de OMWB niet van toepassing. Aan de onderdelen 4 en 5 voldeed de OMWB door informatie over de organisatie, werkwijze en bereikbaarheidsgegevens bekend te maken via de eigen website en de Woo-index. (artikel 3.3. lid 1, onderdeel d en e Woo). 

Informatiehuishouding op orde
De Woo verplicht dat overheidsorganisaties hun digitale informatiehuishouding binnen acht jaar (vanaf 1 mei 2022) op orde brengen.