Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is het verplicht om op basis van risico-inschatting een kwalificatie te geven van de omvang van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de risico’s waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen en middelen en mogelijkheden die de OMWB heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV-artikel 11). Om te voorkomen dat bij niet-afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie-)wijzigingen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB gewenst. De grootte van de weerstandscapaciteit is afhankelijk van de risico-inschatting en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. De OMWB streeft naar minimaal een 'voldoende' weerstandscapaciteit en gaat daarbij uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0.
Normering weerstandsvermogen
Het algemeen bestuur stelde eerder een model vast voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers. Dit model bepaalt dat de OMWB maximaal 8% van het (begrotings-/jaarrekening-)totaal van de exploitatierekening (exclusief reservemutaties) als weerstandsvermogen aanhoudt. Deze normering sluit aan bij de Financiële Verordening van de OMWB.
Risicobeheersing
Risicobeheersing of risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang om een continu proces in te richten van identificeren, prioriteren en beheersen van risico’s. De OMWB streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te vermijden, hiervoor verzekeringen af te sluiten of ze te ondervangen door beheersmaatregelen. Voor die maatregelen stelt de OMWB een Intern Controleplan op dat uitvoering krijgt in het begrotingsjaar.
Geïdentificeerde risico’s
In de 2e Bestuursrapportage 2025 identificeerde we de volgende risico's:
| Risico's |
Maximaal schade bedrag |
Kans op optreden risico |
Gewogen risico |
| 4. Inhuur versus vast personeel |
380.000 |
50% |
190.000 |
| 5. Transitie mens en systeem |
600.000 |
50% |
300.000 |
| 6. Problematiek arbeidsmarkt |
600.000 |
50% |
300.000 |
| 9. Bovenmatig verzuim |
350.000 |
80% |
280.000 |
| 11. Invoering Omgevingswet |
1.000.000 |
40% |
400.000 |
| 13. Cybercriminaliteit |
1.000.000 |
60% |
600.000 |
| 14. Wet DBA/ VBAR |
1.100.000 |
40% |
440.000 |
| Totaal |
5.030.000 |
|
2.510.000 |
Voor de jaarrekening is bovenstaand overzicht geëvalueerd en geactualiseerd. Hieronder volgt per risico een korte toelichting, waarna een geactualiseerde risico tabel volgt.
4. Inhuur versus vast personeel
In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat de taken in beginsel worden verricht door het eigen personeel. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt lukt het niet altijd om vacatures (tijdig) in te vullen. In sommige gevallen kiest de organisatie ervoor om specialistische kennis in te huren vanuit de meerwaarde die dit biedt. Deze externe inzet is duurder dan de uitvoering met eigen personeel.
Vanuit de fiscale kaders (zie ook risico 14) is de inzet van inhuurkrachten (i.c. ZZP'ers) enkel onder voorwaarden toegestaan. Dit leidde ertoe dat de OMWB in 2025 het inhuurbestand onder de loep nam en met name met ZZP'ers afspraken maakte over samenwerking via detacheringsconstructies of arbeidsovereenkomst. De inzet van inhuurkrachten verlaagde daarmee fors, waardoor we het maximale schadebedrag bijstellen naar € 250.000.
Maatregelen: passende sturing op inzet van personeel alsmede het aangaan van samenwerkingsvormen met andere omgevingsdiensten en organisaties.
5. Transitie mens en systeem
De eisen die gesteld worden aan onze organisatie en medewerkers blijven snel veranderen. Enerzijds op de inhoud van het werk, anderzijds betreft het (digitale) vaardigheden. De opleidingen besteden hier volop aandacht aan, zodat werknemers hun rol binnen de organisatie optimaal kunnen vervullen. We verwachten dat dit niet in alle individuele gevallen gaat lukken. Het totale risico dat hiermee samenhangt, schatten we op € 600.000 met een kans van maximaal 50%.
Maatregelen: Het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid, waaronder een adequaat opleidingsprogramma. Daarnaast steeds verdere doorontwikkeling van de organisatie en onderliggende systemen, ondersteund door trainingen gericht op digitale vaardigheden en het programma datagedreven werken.
6. Problematiek Arbeidsmarkt
In aanvulling op punt 4 merken we het volgende op: omdat de vaste formatie nog niet op het juiste peil is in relatie tot de toenemende werkprogramma's, werkt de OMWB naast inhuur ook met trainees en net-afgestudeerden. De OMWB leidt de jonge, nieuwe collega's 'on the job' op, in een periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze collega's nog niet volledig declarabel. De begeleiding verloopt via directe collega's van de dienst.
Maatregelen: De afgelopen periode werkten we aan een inwerkprogramma. Het programma had dusdanig effect dat de trainees eerder en meer declarabel zijn dan aanvankelijk ingeschat. Gezien de toenemende inzet van trainees wordt het maximale schadebedrag en kans van optreden gehandhaafd.
9. Bovenmatig verzuim
In de begroting 2025 wordt gerekend met een verzuimpercentage van 5,0%. Het verzuim over 2025 bedraagt daarentegen 5,52% (2024: 6,22%). Het blijft lastig te bepalen hoe het verzuimpercentage zich de komende periode ontwikkelt. Het verschil tussen het rekenpercentage en het verwachte percentage wordt aangemerkt als risico en bedraagt afgerond € 300.000. Bij een kans van 80% betekent dit een gewogen risico van € 240.000.
Maatregelen: inzet van een passend verzuim- en re-integratiebeleid met daarvan afgeleid instrumentarium. Daarnaast worden medewerkers op tal van manieren gefaciliteerd en gemotiveerd om aan de slag te gaan met hun vitaliteit, waaronder een recent aangegane samenwerking met medehuurder PTI.
11. Invoering Omgevingswet
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. De invoering van de wet betekent een ingrijpende verandering voor de taakuitvoering. Ondanks gedegen voorbereidingen is de exacte impact van de invoering, ook financieel, nog onvoldoende duidelijk. Op dit moment constateren we een diversiteit aan milieuregels in de omgevingsplannen van de deelnemers, op proces en inhoud. Begin 2026 is een brief vanuit het Dagelijks Bestuur gestuurd aan alle deelnemers met een oproep tot harmonisatie. Gezien het huidige verschil in werkwijze en de daarmee mogelijke, samenhangende oplopende kosten, handhaven we de risico-inschatting.
13. Cybercriminaliteit
Het risico dat vreemden inbreken op systemen die de OMWB gebruikt blijft reëel, ondanks vele investeren rondom informatiebeveiliging, afspraken met ICT-leveranciers en bewustwordingscampagnes onder medewerkers. Met alle gevolgen van dien. De maximaal ingeschatte schade bedraagt € 1.000.000 aan omzetderving met een kans van optreden van 60%.
14. Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA)/Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR)
De wet DBA geldt sinds 2016. Per 1 januari 2025 verviel het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst, waardoor controle op schijnzelfstandigheid plaatsvindt. De OMWB voerde een risico-inventarisatie uit bij de aanwezige ZZP’ers en bracht het mogelijke financiële risico in kaart (circa € 1.100.000).
Dit risico omvat slechts het fiscale aspect. Aanvullend kunnen ZZP’ers aanspraak maken op een dienstbetrekking met alle rechten, zoals die voor eigen medewerkers gelden. Zeker bij langjarige samenwerking kan dit een kostbare aangelegenheid worden. Een tweede voorbehoud op het (fiscale) risico betreft het niet volledig kunnen uitvoeren van het werkprogramma als gevolg van onderbezetting of door het ontbreken van specialistische kennis bij beëindiging van betreffende inhuurconstructies.
Maatregelen: in 2025 is actief en constructief (samen-)gewerkt aan het beëindigen van ZZP-constructies en waar mogelijk omzetting naar een dienstbetrekking, detacheringsconstructie danwel spoedige werving van vervangend, eigen personeel. Dit risico kan komen te vervallen.
15. Geopolitieke spanningen
We leven momenteel in een roerige tijd met toenemende rivaliteit tussen grootmachten en groeiende onzekerheden over de wereldeconomie tegen de achtergrond van de niet aflatende klimaatverandering. De huidige geopolitieke spanningen raken Nederland alsmede (het werkgebied van) de OMWB direct via thema's als veiligheid, economie en energievoorziening; door verstoringen in handelsketens en (strategische) afhankelijkheid van onder andere technologie. Deze spanningen benadrukken het belang van regionale en sectorale samenwerking en weerbaarheid.
De OMWB volgt de (inter-)nationale ontwikkelingen op de voet en onderzoekt bijvoorbeeld actief mogelijkheden om de strategische afhankelijkheid van grote techbedrijven te verminderen.
Dit risico is bedoeld ter dekking van het niet of onvoldoende kunnen uitvoeren van werkzaamheden door bijvoorbeeld het niet beschikbaar zijn van systemen en apparatuur.
Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s is het eindbeeld voor de jaarrekening 2025 als volgt:
| Risico's |
Maximaal bedrag schade |
Kans op optreden risico |
Gewogen risico |
| 4. Inhuur versus vast personeel |
250.000 |
50% |
125.000 |
| 5. Transitie mens en systeem |
600.000 |
50% |
300.000 |
| 6. Problematiek arbeidsmarkt |
600.000 |
50% |
300.000 |
| 9. Bovenmatig verzuim |
300.000 |
80% |
240.000 |
| 11. Invoering Omgevingswet |
1.000.000 |
40% |
400.000 |
| 13. Cybercriminaliteit |
1.000.000 |
60% |
600.000 |
| 14. Wet DBA/ VBAR |
0 |
0% |
0 |
| 15. Geopolitieke spanningen |
1.000.000 |
25% |
250.000 |
| Totaal |
4.750.000 |
|
2.215.000 |
Beschikbaar weerstandsvermogen
De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt eind 2025 € 3.092.000. Uitgaande van het actuele risicoprofiel van € 2.215.000 is de weerstandsratio 1,40. Dit wordt volgens de waarderingstabel van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwalificeerd als ‘ruim voldoende’. In de jaarrekening 2024 bedroeg de weerstandsratio 0,99 (‘matig’).
Indien de algemene reserve conform de Financiële Verordening (maximaal 8%) wordt aangepast, bedraagt de weerstandsratio 1,58 ('ruim voldoende'). Met de resultaatbestemming 2023 besloot het algemeen bestuur om in 3 jaar (2023 tot en met 2025) toe te groeien naar de norm van maximaal 8% volgens de Financiële verordening. Over 2023 is € 400.000 aan de Algemene reserve toegevoegd, met de resultaatbestemming 2024 is € 600.000 aan de Algemene reserve toegevoegd. Met de resultaatbestemming 2025 wordt conform afspraak aan het bestuur voorgesteld om € 400.000 aan de algemene reserve toe te voegen.