Concrete ontwikkelingen 2026

Introductie

Terug naar navigatie - Introductie

In de kaderbrief van 2026 lichten we verschillende belangrijke onderwerpen concreet toe, met een focus op de probleemstelling en de noodzaak voor overheden om in actie te komen. Deze onderwerpen omvatten onder andere de Omgevingswet, de ontwikkeling van nieuwe producten, het IBP, stikstofmaatregelen en data-gedreven werken. Voor elk van deze thema’s beschrijven we de verwachte impact in 2026, met daarbij een gedetailleerd overzicht van de financiële implicaties. Zo geven we inzicht in de benodigde middelen en de posten waaruit we deze kosten financieren, om een adequate uitvoering van de betrokken projecten te waarborgen. De financiering kan afkomstig zijn uit een van de volgende posten:

  • P1/P2 (werkprogramma basis en/of verzoektaak)
  • P3 (collectieve taken programma)
  • Bedrijfsvoering
  • Concernuren
  • Subsidie

Voor sommige van de posten kunnen we op dit moment geen specifiek bedrag noemen. We verwachten dat dit in de toekomst mogelijk is. Het uitgangspunt blijft dat nieuwe ontwikkelingen niet kostenverhogend werken. Indien een verhoging noodzakelijk blijkt voor een adequate uitvoering, presenteren we een aangepast voorstel, dat we als toelichting bij het werkprogramma toevoegen.

Omgevingswet (inclusief nazorg)

Terug naar navigatie - Omgevingswet (inclusief nazorg)

Het implementatietraject van de Omgevingswet startte een aantal jaar geleden met een sterke focus op zowel de interne voorbereiding als de samenwerking met andere eigenaren en ketenpartners. Desondanks blijkt uit de vele ingediende Wabo-aanvragen die eind vorig jaar(2024) dat de overgang naar de Omgevingswet niet zonder uitdagingen verloopt. In de beginfase van dit nieuwe tijdperk krijgen we nog vaak te maken met de oude wetgeving, wat de overgang bemoeilijkt. Hoewel de Omgevingswet officieel per 1 januari 2024 van kracht is, moeten we de komende jaren nog veel stappen zetten voordat de uitvoering volledig is geïmplementeerd.

We verwachten in 2025 duidelijkheid over hoe de wet zich vertaalt naar de praktijk en welke impact deze heeft op de OMWB en haar eigenaren. De ervaringen en jurisprudentie die we in deze periode opdoen, zullen ons helpen om nieuwe of aangepaste inzichten te verkrijgen. Deze inzichten hebben van invloed op de inzet van VTH-instrumenten (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving), de ontwikkeling van kengetallen en het opstellen van ons uitvoeringsprogramma. Naar verwachting ontstaat er rond 2027 een stabiele situatie, waarbij de impact van de Omgevingswet volledig in kaart is gebracht, geëvalueerd en op de juiste manier verwerkt in de uitvoering.

Een van de belangrijkste taken voor gemeenten is het opstellen en vaststellen van de kerndocumenten, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Het tijdelijke omgevingsplan biedt voorlopig houvast, maar dit kunnen gemeenten tot uiterlijk 1 januari 2032 aanpassen. Gemeenten bepalen zelf het tempo en de fasering, wat enige onduidelijkheid met zich meebrengt. Deze versnippering kan ervoor zorgen dat de regels per gemeente variëren, wat leidt tot een onoverzichtelijke situatie en hetgeen de uitvoering van VTH-taken bemoeilijkt.

Het actief bijhouden van jurisprudentie, het vertalen van jurisprudentie naar procedures, het opbouwen en analyseren van data voor de ontwikkeling van kengetallen, het herzien van de milieuleges en het actualiseren van het uitvoeringsprogramma wordt gefinancierd uit het programma collectieve taken (P3). Al deze acties zijn essentieel voor het goed laten verlopen van de implementatie van de Omgevingswet en het waarborgen van een efficiënte en effectieve uitvoering in de komende jaren.

Impact OMWB 2026 en verder:
Impact Fin. post Bedrag
Bijhouden jurisprudentie i.v.m. uitvoerende werkzaamheden OMWB P3 € 15.000
Ow proof maken van het werkprogramma gebaseerd op kengetallen P3 € 15.000

Milieuthema's i.h.k.v. omgevingsplan

Terug naar navigatie - Milieuthema's i.h.k.v. omgevingsplan

Gemeenten krijgen tot 2032 de tijd om het tijdelijke omgevingsplan om te zetten in één allesomvattend en definitief omgevingsplan. Lokale ambities en bestaand beleid vormen de basis van dit plan, waarbij de planregels gelden voor de gehele gemeente of voor specifieke functiegebieden. Milieuthema's maken eveneens deel uit van het omgevingsplan, voor zover er op rijksniveau geen regels vastliggen, zoals bij Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

De OMWB wil graag mee denken bij het opstellen van de planregels voor de milieuthema's. Er zijn verschillende redenen waarom onze betrokkenheid essentieel is. Door samen te werken kunnen we kosten besparen bij het opstellen van de planregels en tegelijkertijd de VTH-werkzaamheden (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) efficiënter uitvoeren. De voordelen van onze betrokkenheid zijn onder andere:

  • Het benutten van de regionale en lokale kennis en data van de OMWB.
  • Het uniformeren van de planregels, wat leidt tot:
    • Kostenbesparing bij het opstellen van de planregels,
    • Vergemakkelijking van de VTH-uitvoering door de OMWB en efficiëntere uitvoering van de werkzaamheden, en
    • Versterking van de handhaafbaarheid van de regels.

Het Dagelijks Bestuur (DB) en Algemeen Bestuur (AB) reageerden positief op het voorstel om de planregels binnen de regio te uniformeren, met altijd ruimte voor lokale aanpassingen op basis van specifieke ambities.

De OMWB werkt inmiddels aan het milieuthema geluid en stelde hierover een rapportage op. Het rapport “Gebiedsgericht geluidbeleid 2024” stuurden we begin 2024 uit naar de gemeenten en gaven toelichting. De gemeenten reageerden positief op het geleverde product en vroegen de OMWB om ook voor andere milieuthema’s een vergelijkbare aanpak te volgen, inclusief het opstellen van toepasbare regels. Wij onderzoeken momenteel het opstellen van deze regels, bijvoorbeeld door middel van een beslisboom in het DSO.

In 2026 werken wij , net als in 2025, drie milieuthema’s volledig uit, en ronden in 2029 alle milieuthema’s af. Op basis van lokale ambities en voorwaarden specificeren we het pakket met planregels voor de betreffende gemeenten. Deze laatste stap maakt geen deel uit van de collectieve inspanning van de OMWB. De financiën voor de uitwerking van de milieuthema’s komen uit het programma collectieve taken (P3).

Impact OMWB 2026 en verder
Impact Fin. post Bedrag
Planregels opstellen voor 3 milieuthema's  P3 €90.000,-

Producten

Terug naar navigatie - Producten

In het Programma Collectieve Taken 2024/2025 voeren we verschillende verkenningen uit die deel uitmaken van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Deze verkenningen zijn van groot belang, omdat ze zich richten op de lange-termijn visie voor de ruimtelijke ordening en de verduurzaming van Nederland. Enkele van deze verkenningen sluiten nauw aan bij de missie en visie van de OMWB, en zijn daarom van grote relevantie voor de eigenaren en de bredere samenwerking.

De verkenningen betreffen zowel basistaken (P1) als niet-basistaken (P2). De concreet uitgewerkte producten uit deze verkenningen nemen we vervolgens op in ons werkprogramma, zodat we gericht kunnen werken aan de realisatie ervan. Vooralsnog gaan we er vanuit dat de uitvoering niet kostenverhogend werkt. 

Vanaf 2025/2026 richten we ons op de volgende belangrijke producten die voortkomen uit de NOVI:

Brandveiligheid:
Onderzoeken hoe we brandveiligheid in de ruimtelijke ordening verder kunnen verbeteren en integreren, zodat het een structureel onderdeel wordt van ons werk.

Gezondheid:
Bevorderen van een gezonde leefomgeving door te kijken naar de invloed van de fysieke omgeving op de gezondheid van mensen, en hoe we deze kunnen verbeteren.

Water:
Strategisch nadenken over hoe we met waterbeheer omgaan, met aandacht voor de gevolgen van klimaatverandering en het belang van duurzaam waterbeheer voor de toekomst.

Circulaire economie:
Ontwikkelen van praktische maatregelen en richtlijnen voor het bevorderen van een circulaire economie, waarin we grondstoffen hergebruiken en afval minimaliseren.

Energietransitie en het beschermen en verbeteren van de natuur:
Strategieën ontwikkelen die zowel de energietransitie ondersteunen, als bijdragen aan het behoud en herstel van natuur en biodiversiteit. Het is essentieel om deze twee belangrijke thema’s met elkaar in balans te brengen.

Deze producten zijn cruciaal voor de ontwikkeling van een duurzame en toekomstbestendige samenleving. Door ze zorgvuldig uit te werken en te integreren in onze werkwijzen, dragen we bij aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de NOVI en tegelijkertijd ondersteunen we de doelen van de OMWB en haar eigenaren.

Brandveiligheid

Terug naar navigatie - Brandveiligheid

Onder brandveiligheid verstaan wij het beschermen van bouwwerken en mensen tegen het ontstaan van brand en de gevolgen daarvan. Dit is een belangrijk onderwerp binnen VTH, dat we met verschillende invalshoeken aanpakken. De VTH-uitvoering kent twee sporen: enerzijds richten we ons op de bescherming van het milieu en de veiligheid, en anderzijds op de bouwkundige aspecten van brandveiligheid. Het wettelijk kader voor brandveiligheid is vastgelegd in de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Lokale en regionale overheden hebben binnen dit wettelijke kader hun eigen specifieke bevoegdheden. De omgevingsdiensten zijn namens de bevoegde gezagen van gemeenten en provincies betrokken bij de uitvoering van maatregelen voor de bescherming van de omgevingsveiligheid. De Veiligheidsregio treedt in sommige gevallen op als (wettelijke) adviseur binnen dit kader en heeft op basis van de Wet veiligheidsregio’s eigen taken en bevoegdheden.

Op dit moment is het toezicht bij bedrijven op brandveiligheidsvoorzieningen ad hoc en gefragmenteerd.  De VR controleert alleen bedrijven op gebied van brandveiligheid indien het complexe bedrijven betreft of er veel personen tegelijkertijd aanwezig zijn binnen het pand. De milieuinspecteur kijkt conform de kwaliteitscriteria slechts naar een aantal aspecten van brandveiligheid (gebruik) en niet naar de (aangetaste) constructie.  Om een adequaat brandveiligheidsniveau te waarborgen en te voldoen aan kwaliteitscriteria 3.0, is het essentieel dat de samenwerking tussen de verschillende overheidsinstanties versterkt. Hierbij moeten we de rollen, taken en bevoegdheden duidelijk definiëren, met een duidelijke focus op preventie.

De OMWB zal voor provinciale bedrijven risicogericht toezicht uitvoeren op brandveiligheidsaspecten (opdracht P1). Daarnaast kan de OMWB, indien gewenst, deze taak op verschillende niveaus voor gemeenten uitvoeren (opdracht P2), variërend van een oog- en oorfunctie, tot een volledige risicogerichte uitvoering. Op basis van de uitgevoerde controles verzamelen we data, die in de toekomst bijdraagt aan het verbeteren van het risicogerichte toezicht. Door deze gegevens te analyseren, maken we brandveiligheidsmaatregelen steeds effectiever en optimaliseren we de samenwerking tussen overheidsinstanties.

Impact OMWB 2026 en verder:
Impact Fin. post Bedrag
Intensiveren van preventief toezicht op brandveiligheid bij provinciale bedrijven P1 € 80.000,-
Intensiveren van preventief toezicht op brandveiligheid bij gemeentelijke bedrijven P2 € 20.000,-
Programmeren van taken in het werkprogramma P3 €10.000,-
Overdracht van kennis naar VTH-medewerkers concernuren €10.000,-

Gezondheid incl. SLA

Terug naar navigatie - Gezondheid incl. SLA

De belangstelling voor het voorkomen van gezondheidsschade bij burgers groeit, vooral door casussen zoals Tata Steel, Chemours en 3M. De Onderzoeksraad voor Veiligheid deed in 2023 aanbevelingen om de bescherming van omwonenden te verbeteren, waaronder het versterken van de verantwoordelijkheden van bevoegde gezagen en omgevingsdiensten. Het Rijk heeft nam deze aanbevelingen op in de Actieagenda Industrie en Omwonenden, waaraan de OMWB met haar kennis van metingen een essentiële bijdrage levert.

Een belangrijk initiatief in dit kader is het Schone Lucht Akkoord (SLA), dat streeft naar een vermindering van gezondheidsschade door luchtvervuiling met 50% in 2030. De OMWB speelt samen met de GGD een sleutelrol in het ondersteunen van gemeenten bij hun deelname aan dit akkoord. Gezondheid en een gezonde leefomgeving zijn dan ook belangrijke thema's voor de OMWB, met veel ervaring in het monitoren van schone lucht, water, bodem en geluidshinder.

De Omgevingswet biedt nieuwe mogelijkheden om gezondheid te borgen binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Het monitoringsplan, dat bedrijven verplicht om hun emissies continu te controleren, speelt hierbij een belangrijke rol. Gemeenten kunnen via hun omgevingsplan regels opnemen om gezondheidseffecten te beperken. De OMWB gaat steeds vaker samenwerken met de GGD bij het adviseren over overlastsituaties, en het beoordelen van gezondheidsrisico’s, op basis van metingen van concentraties en blootstelling aan omwonenden.

De OMWB deed daarnaast veel ervaring op met het aanpakken van zogenaamde Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en werkt aan een integrale benadering van gezondheid binnen haar VTH-taken. In dit proces is de samenwerking met de GGD van essentieel belang. Deze samenwerking richt zich vooral op het delen van kennis en het bieden van gedegen advies in situaties waarin gezondheidseffecten mogelijk een rol spelen. 

Samenvattend, de OMWB speelt een belangrijke rol in het verbeteren van de gezondheid van omwonenden, met een focus op luchtkwaliteit, water, bodem en geluid. Door de samenwerking met de GGD kunnen beide organisaties de gezondheidseffecten van industriële activiteiten en andere milieuvervuiling beter monitoren en bijsturen, zodat we werken aan een gezondere leefomgeving voor de toekomst. De (voorbereidende) werkzaamheden worden betaald uit het programma Collectieve taken (P3). We gaan er vooralsnog vanuit dat de inzet van de VTHKA-instrumenten niet kostenverhogend werkt binnen de werkrpogramma's. 

Impact OMWB 2026 en verder:
Impact Fin. post Bedrag
De Actieagenda Industrie en Omwonenden doorvertalen naar de uitvoering van de OMWB P3 € 15.000,-
Inzet geografisch informatiesysteem voor het in beeld brengen ‘hot spot’ gebieden P3 € 80.000,-
Intensiveren van VTHA op gebied van gezondheid P1/P2 € 50.000,-
Programmeren van de taken in het werkprogramma P1/P2 € 10.000,-
Overdracht van kennis – o.a. van de nieuwe instrumenten in de Omgevingswet - naar de VTHA-medewerkers concernuren € 10.000,-

Water

Terug naar navigatie - Water

De OMWB gaat de komende jaren een belangrijke rol spelen in het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) voor 2027, met een sterke focus op indirecte lozingen. In 2026 ligt de nadruk op het verbeteren van de aanpak van indirecte lozingen van bedrijfsafvalwater, wat invloed heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit. De OMWB gaat hiervoor nauw samenwerken met waterschappen, Rijkswaterstaat en gemeenten, met als doel de vergunningverlening, toezicht en handhaving te versterken.

In samenwerking met de provincie Noord-Brabant en gemeenten zorgen we voor het KRW-proof maken van vergunningen voor bedrijven die indirect afvalwater op de riolering lozen. In 2025 ontwikkelen we een systematiek om deze bedrijven te prioriteren en in 2026 starten we met het toezicht op bedrijven waarvan de indirecte lozing vermoedelijk niet aan de vereisten voldoet, met als doel de lozingen te reduceren.

Verder gaat de OMWB de samenwerking met waterschappen verbeteren, kennis uitbreiden, en het aantal reguliere toezichtscontroles op indirecte lozingen verhogen. Dit alles wordt ondersteund door een versterkte capaciteit en kennis binnen de OMWB. Door capaciteitsverschuiving gaan we meer aandacht geven aan het wateronderdeel en zorgen we ervoor dat we de waterkwaliteit binnen Brabant beschermen en verbeteren.

De inzet richt zich met name op:

  • Het uitbreiden van kennis en capaciteit voor toezicht op indirecte lozingen bij toezichthouders en specialisten.
  • Het verhogen van het aantal reguliere toezichtscontroles en gezamenlijke controles met de waterschappen, waarbij we bij geselecteerde bedrijven ook afvalwatermonsters nemen (zowel op reguliere als KRW-parameters, en waar relevant ook ZZS).
  • Het afstemmen van de toezichtsprogramma’s van omgevingsdiensten en waterschappen wat betreft prioriteiten, planning en uitvoering.
  • Het versterken van het netwerk van betrokken partijen.

Kosten:
De kosten bestaan uit de volgende aspecten en worden betaald (niet kostenverhogend) uit het werkprogramma (P1/P2), collectieve taken (P3) en concernuren. 

Impact OMWB 2026 en verder:
Impact Fin. post Bedrag
Afstemming toezichtsprogramma’s met waterschappen P1/P2 €10.000,-
Afvalwaterbemonsteringen P1/P2 €20.000,-
Versteviging netwerk indirecte lozingen P3 €15.000,-
Intensiveren van VTKHA op gebied van water, m.n. op indirecte lozingen P1/P2 €50.000,-
Programmeren van de taken in het werkprogramma P1/P2 €10.000,-
Uitbreiding kennis op indirecte lozingen bij de VTKHA-medewerkers concernuren €10.000,-

Circulaire economie

Terug naar navigatie - Circulaire economie

Wij blijven ons inzetten voor de opbouw van een circulaire economie (CE), waarbij we grondstoffen optimaal benutten en hergebruiken in alle schakels van de productieketen, van de winning van grondstoffen tot consumptie. Wij richten ons de komende jaren actief op het integreren van CE binnen onze VTH-taken, zodat we het een structureel en integraal onderdeel maken van ons werk. Om dit te realiseren, definieerden wij enkele hoofd- en subdoelen:

Hoofddoelen:

  • Het verder ontwikkelen van een kennisnetwerk en loket voor CE, gericht op het ondersteunen van onze opdrachtgevers.
  • Het vertalen van de ontwikkelingen in CE naar de praktijk en uitvoering.
  • Het verder ontwikkelen van producten en diensten die bijdragen aan de circulaire economie.

Subdoelen:

  • Het afstemmen van werkwijzen met gemeenten, provincie, het Rijk en andere omgevingsdiensten, en streven naar uniformering.
  • Het verder opbouwen van kennis over nieuwe ontwikkelingen binnen CE, zowel op het gebied van wet- en regelgeving, als beleid en initiatieven.

Om deze doelen te bereiken, zullen wij ons richten op de volgende acties:

  • De uitvoering van pilotfase 2 van CE in samenwerking met de gemeente Tilburg, de Provincie Noord-Brabant. De bevindingen uit deze pilot gaan we, waar gewenst en mogelijk, inzetten voor de uitrol.
  • Het opbouwen van een kennisnetwerk rondom CE.
  • Het verkrijgen van inzicht in de beperkingen van de wetgeving met betrekking tot CE.
  • Het uitrollen van een plan van aanpak, inclusief het 'huis op orde' voor CE en het aanbieden van trainingen.
  • Het koppelen van CE aan ketentoezicht en datamanagement.
  • Het verder inrichten van onze organisatie om de doelen van CE te realiseren.

Deze initiatieven zijn al in gang gezet en worden in 2026 en 2027 verder uitgewerkt en geïmplementeerd. Samen zetten we de volgende stappen richting een circulaire economie!

Kosten:
De kosten bestaan uit de volgende aspecten en worden betaald uit het provinciaal werkprogramma (P1), en aangevuld uit het programma collectieve taken (P3).

Impact OMWB 2026 en verder:
Impact  Fin. post Bedrag
Verkrijgen van inzicht in CE en daarmee bijdragen aan expertise van de organisatie, het kennisnetwerk en daarmee bijdragen aan het volwaardig partner zij, de koppeling aan datamanagement en daarmee verkrijgen van meer inzicht op de outcome P1/P3 € 95.000

Energietransitie

Terug naar navigatie - Energietransitie

In Nederland is de energietransitie al in gang, maar om de doelstellingen te behalen is een versnelde aanpak nodig. Dit komt vooral doordat het elektriciteitsnet niet voldoende capaciteit heeft om de opgewekte stroom te transporteren, en vraag en aanbod goed op elkaar af te stemmen. Daarnaast vormt energieopslag een uitdaging, omdat de huidige technologieën duur zijn of nog in de ontwikkelingsfase zitten. Gezien de snelle ontwikkelingen verwacht men dat er in 2026 meer duidelijkheid zal komen over de elektrificatie en de productie, het transport en de opslag van waterstof en waterstofdragers. Beide ontwikkelingen hebben zeker impact op bestaande en nieuwe bedrijven, en transportassen (spoor, weg, buisleidingen) binnen Midden- en West-Brabant. Op dit moment zorgt de netcongestie in deze regio voor vertraging van de verduurzaming en economische ontwikkeling. Om de Europese doelstelling te behalen en de economie in de regio te laten floreren is het noodzakelijk dat de OMWB een proactieve rol inneemt bij;

  • Het bespreken van nieuwe (innovatieve) ontwikkelingen.
  • Het in beeld brengen van kansen en (externe veiligheids)risico’s. 
  • Het informeren en stimuleren van bedrijven.
  • Het toetsen van vergunningaanvragen en zorgen voor een voortvarende vergunningverlening.
  • Het toezien op een veilige toepassing van nieuwe, duurzame technologieën.

Dit vraagt focus, aanvullende kennis en een extra impuls voor de OMWB op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Advies. 

Kosten:
Om de OMWB op een adequate wijze voor te bereiden op deze taak en te zorgen voor een efficiënte uitvoering, afhankelijk van deze nieuwe ontwikkelingen, is het noodzakelijk dat wij investeren op de volgende onderwerpen:

  • Kennis over (innovatieve) ontwikkelingen t.b.v. informeren, vergunnen, toezichthouden en adviseren
  • Deelname aan netwerken om proactief mee te denken over de ontwikkelingen
  • In beeld brengen van de algemene en lokale (externe veiligheids)risico’s t.g.v. de energietransitie.
Impact OMWB 2026 en verder:
Impact Fin. post Bedrag
Vertalen van energietransitie naar uitvoerende producten OMWB P3 € 60.000,-

Beschermen en verbeteren van de natuur

Terug naar navigatie - Beschermen en verbeteren van de natuur

De Europese wetgeving "EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030" verplicht lidstaten om de natuur opnieuw in ons leven te integreren. Tegen 2050 moeten de ecosystemen wereldwijd hersteld en veerkrachtig zijn, en adequaat worden beschermd.

Gezonde ecosystemen zijn essentieel voor de basisbehoeften die wij vaak als vanzelfsprekend beschouwen. Planten zetten zonne-energie om en maken deze beschikbaar voor andere levensvormen. Bacteriën en andere organismen breken organisch materiaal af tot voedingsstoffen die zorgen voor een gezonde bodem. Bestuivers zijn cruciaal voor de voortplanting van planten die ons voedsel garanderen. Planten en oceanen zijn belangrijke koolstofputten, en de watercyclus is afhankelijk van levende organismen. Kortom, biodiversiteit zorgt voor schone lucht, fris water, gezonde bodem en bestuiving van gewassen. Het speelt een grote rol in het bestrijden van klimaatverandering, vergroot ons aanpassingsvermogen en vermindert de impact van natuurrampen. Aangezien levende organismen met elkaar verbonden zijn binnen dynamische ecosystemen, kan het verdwijnen van één soort verstrekkende gevolgen hebben voor onze voedselketen.

De OMWB voert al enkele jaren toezicht uit op de groenwetgeving voor de provincie. Met de komende Europese wetgeving is er extra aandacht nodig van gemeenten om biodiversiteit effectief te integreren. Vanaf 2026 kan de OMWB op verzoek (P2) bij de uitvoerende VTHKA-taken actief rekening houden met het behoud en de verbetering van de biodiversiteit.

Impact OMWB 2026 en verder:
Impact Fin. post Bedrag
Bijhouden van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van biodiversiteit en groene wetgeving P3 € 30.000,-
VTHKA instrumentarium toepassen t.b.v. het behouden en verbeteren biodiversiteit P2 €60.000,-
Overdracht van kennis naar de VTH-medewerkers concernuren € 10.000,-

IBP

Terug naar navigatie - IBP

Het Interbestuurlijk Programma (IBP) leverde een aantal belangrijke producten op die we de komende jaren verder moeten uitwerken en implementeren. Verschillende overheidsorganisaties, waaronder de OMWB, worden hierbij betrokken om de resultaten van de pijlers te vertalen naar concrete acties en beleid. Deze uitwerking en implementatie draagt bij aan de realisatie van de gestelde doelen binnen het IBP. In 2025 start de uitwerking en de uitvoering vindt plaats onder regie van het ministerie van I&W, IPO en VNG. Tevens wordt een aantal zaken (uitvoeren van visitaties, kennisinfrastructuur, etc.) ondergebracht bij ODNL. De OMWB verwacht een bijdrage te leveren aan ODNL bij het uitvoeren van deze activiteiten. De werkzaamheden worden betaald uit subsidies (SPUK) . Indien de werkzaamheden niet volledig gedekt kunnen worden uit de subsidies wordt er een claim gelegd op een deel van het collectieve taken budget (P3).

Impact OMWB 2026 en verder:
Impact Fin. post Bedrag
Medio december 2024 is de impact voor 2026 onmogelijk vast te stellen. We nemen een reservering op, omdat we vrijwel zeker weten dat we uiteindelijk e.e.a. moeten bijdragen.  subsidie / P3 €65.000,-

Agrarisch dossier

Terug naar navigatie - Agrarisch dossier

De wetgeving op gebied van stikstof in het agrarisch domein, maar ook voor industrie, ontwikkelt zich de laatste jaren regelmatig. Het is van essentieel belang om op juiste wijze invulling te geven aan de (toekomstige) wetgeving. Vandaar dat we ook investeren in de kennis van onze collega's vanuit vergunningverlening, toezicht, luchtkwaliteit en ruimtelijke ordening (RO) in relatie tot de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming, respectievelijk Omgevingswet, onderdeel Natura 2000-activiteiten. Het bijhouden van de ontwikkelingen wordt betaald uit het collectieve takenprogramma. Mogelijk dat er in de toekomst concrete VTH verplichtingen voortvloeien uit aangepaste wet- en regelgeving. Met een apart voorstel komt dit bij de eigenaren van de OMWB. De doorvertaling van Europese wetgeving en uitspraken van de Raad van State worden bekostigd uit het programma collectieve taken (P3). 

Impact OMWB 2026 en verder:
Impact Fin. post Bedrag
Nieuwe wetgeving doorvertalen naar uitvoering  P3 € 20.000,-
 Kennisopbouw medewerkers  concernuren € 10.000,-

Data gedreven werken

Terug naar navigatie - Data gedreven werken

Het programma datagedreven werken richt zich op het aanbrengen van focus in de digitale transitie van de OMWB. In het tweede jaar gaan we door met het ontwikkelen van informatieproducten met de grootste meerwaarde voor onze organisatie op het gebied van sturing, verantwoording, outcome en het verbeteren van onze datakwaliteit. Daarnaast werken we verder aan onze datavolwassenheid, zodat we op robuuste wijze onze informatiepositie uitbouwen en breder kunnen toepassen. De uitwerking van deze werkzaamheden wordt betaald uit het programma collectieve taken (P3) en concernuren. 

Impact OMWB 2026 en verder:
Impact Fin. post Bedrag
Ontwikkelen nieuwe informatieproducten concernuren/ P3 € 200.000,-
Activiteiten van het programma  concernuren  € 50.000,-

GUK doorontwikkeling

Terug naar navigatie - GUK doorontwikkeling

In 2026 ontwikkelen we nieuwe brancheplannen op basis van de risicoanalyse uit het GUK. Ook het actualisatieprogramma breiden we verder uit met nieuwe thema's. Met behulp van de ontwikkelde informatieproducten en de opgebouwde data brengen we de resultaten in kaart en stellen we mogelijk onze focuspunten uit het meerjarenprogramma bij. De werkzaamheden worden gefinancierd uit het programma collectieve taken. 

Impact OMWB 2026 en verder:
Impact Fin. post Bedrag
Brancheplannen (we stellen er 14 op in 2026 conform planning GUK) P3 €200.000,-
Opstellen actualisatieprogramma vergunningen P3 €12.000,-
Onderzoek naar risicogerichte vergunningverlening P3 €12.000,-

Ketenaanpak doorontwikkeling

Terug naar navigatie - Ketenaanpak doorontwikkeling

Het belang van regulier toezicht bij bedrijven valt niet te ontkennen. De traditionele focus ligt vaak op de bedrijven zelf, met het doel om overtredingen van de wet te voorkomen en milieuschade te beperken. Maar als we verder kijken dan de bedrijven, zien we dat de sleutel tot het verbeteren van fysieke leefomgeving en duurzaamheid vaak ligt in de (financiële) distributie tussen de bedrijven. In de toekomst gaat het toezicht zich steeds meer moeten richten op deze schakels in de keten. Hoe worden afvalstromen behandeld en waar komen ze terecht? Wat gebeurt er met grondstoffen die van de ene partij naar de andere worden verplaatst? Het is cruciaal dat deze stromen bij de juiste verwerkers en eindbestemmingen terechtkomen. Helaas gebeurt dit niet altijd, en zijn er volop kansen voor bedrijven om onterecht bochten af te snijden in de keten, met alle risico's van dien. Dit biedt niet alleen ruimte voor schade aan het milieu, maar is ook financieel aantrekkelijk voor degenen die zich niet aan de regels houden. De uitdaging ligt dan ook in het toezicht in richten zodat we de verleiding tot non-compliance verminderen, en de keten volledig transparant en duurzaam maken.

De kracht van de ketenaanpak ligt in het blootleggen van milieuproblematiek, op een andere manier dan de traditionele VTH-instrumenten. In plaats van alleen de bedrijven te controleren, kijkt de ketenaanpak naar de gehele reeks van activiteiten: van productie en transport tot opslag, bewerking en eindverwerking. Door deze bredere blik kunnen we problemen vroegtijdiger signaleren en in samenwerking met de ketenpartners snel oplossen. Wanneer we een milieuprobleem herkennen, kunnen we het direct aanpakken met de verschillende partijen die verantwoordelijk zijn voor de ketenschakels. Ketentoezicht krijgt vanaf 2026 meer prioriteit op landelijk niveau, en dus ook bij de OMWB. De doorontwikkeling wordt bekostigd uit het collectieve taken programma (P3). We gaan er vooralsnog vanuit dat de uitvoerende werkzaamheden kunnen worden bekostigd uit het huidige budget binnen de werkprogramma's van de gemeenten. 

Impact OMWB 2026 en verder:
Impact Fin. post Bedrag
Doorontwikkelen ketenaanpak  P3/concernuren € 40.000,-

AADV

Terug naar navigatie - AADV

Voor complexe en risicovolle bedrijven gelden verschillende wettelijke kaders, zoals milieuregelgeving en algemene regels. Voor bedrijven, vergunningverleners en toezichthouders is het een arbeidsintensief proces om altijd overzicht te houden van de regels die op een bepaald moment van toepassing zijn. De situatie met betrekking tot de geldende regels verandert immers regelmatig. Door vergunningvoorschriften in Digi-V op te nemen, ontstaat er één actueel overzicht van de geldende voorschriften. Dit helpt de toezichthouders aanzienlijk en zorgt uiteindelijk voor een extra efficiencyslag.

In 2025 starten wij met het omzetten van de provinciale inrichtingen. Omdat we nog niet precies weten hoeveel tijd dit vergt, gaan we uit van een meerjarig traject. Afhankelijk van de voortgang en de bevindingen informeren wij de gemeenten in 2026 over de opgedane ervaring en wat dit betekent voor het vergunningverlenen. In 2026 bekijken wij ook of, en zo ja in welke mate het overzetten van gemeentelijke inrichtingen naar DIGI-V mogelijk en wenselijk is, en op welke termijn dit kan plaatsvinden.

Kosten:
De kosten zullen bestaan uit de volgende aspecten en worden betaald uit het werkprogramma P1 en programma Collectie taken (P3).

Impact OMWB 2026 en verder:
Impact Fin. post Bedrag
Informatie delen met opdrachtgevers, inventariseren van de wensen en indien mogelijk een planning maken voor het omzetten. P1 / P3 €20.000,-

Modern toezicht

Terug naar navigatie - Modern toezicht

De maatschappij wordt steeds mondiger, de technologische ontwikkelingen gaan snel, het is moeilijk om gekwalificeerd personeel aan te trekken en vast te houden en de budgetten staan onder druk. Dit betekent dat we goed moeten nadenken over de toekomst van het toezicht.

Wij richten ons op nieuwe vormen van toezicht, waarbij bewustwording in veel gevallen een belangrijke rol gaat spelen. Wij nemen de proactieve rol op ons door:

  • Het in kaart brengen van moderne vormen van toezicht en innovaties die we verder kunnen ontwikkelen.
  • Het onderzoeken van ontwikkelingen waarbij wij kunnen aansluiten, zoals bijvoorbeeld onderzoek vanuit het Ministerie van I&W naar de toekomst van het toezicht.
  • Het verder uitwerken van methoden voor het bevorderen van bewustwording.
  • Het bepalen van welke vorm van bewustwording het meest effectief is en wanneer.
  • Het betrekken van ons eigen personeel bij de uitkomsten rondom bewustwording en het verder ontwikkelen van deze kennis.

Deze aanpak vereist een zorgvuldige en goed doordachte strategie voor ons op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Advies. Om ons goed voor te bereiden, moeten wij investeren in de volgende onderwerpen:

  • Het verzamelen van kennis over (innovatieve) ontwikkelingen.
  • Het in kaart brengen van hoe we (innovatieve) ontwikkelingen kunnen implementeren, met duidelijke go/no-go momenten.
  • Het onderzoeken van vormen van bewustwording, en vaststellen hoe en wanneer we deze het beste kunnen inzetten.
  • Het uitwerken van een plan voor het inzetten van bewustwording op de juiste momenten.
  • Het verder onderzoeken van innovatieve ontwikkelingen.
  • Het volgen van ontwikkelingen vanuit het Ministerie van I&W en het vertalen van deze kennis naar mogelijkheden voor ons en de regio Midden- en West-Brabant. Op deze manier bereiden wij ons voor op de toekomst en versterken wij onze rol in het toezicht.

Kosten:
De kosten bestaan uit de volgende aspecten en worden betaald uit het programma Collectie taken (P3).

Impact OMWB 2026 en verder:
Impact Fin. post Bedrag
Inzetten op bewustwording bijbrengen, om zodoende meer grip te krijgen op de outcome en de naleving. P3 € 75.000