Gemeenten en Provincie (hierna: deelnemers) zijn verantwoordelijk voor diverse essentiële diensten waaronder de zorg voor diverse milieuthema’s binnen de fysieke leefomgeving. Het jaar 2026 en de jaren erna brengen de nodige financiële uitdagingen voor deelnemers met zich mee. Dit dwingt hen om (strategische) keuzes te maken en hun uitgaven kritisch te evalueren. Veel deelnemers worstelen met het opstellen van sluitende begrotingen en kadernota’s. Daarbij zijn er qua impact per deelnemer grote verschillen. Daarom zijn in deze kaderbrief 2026 van de OMWB enkele bouwstenen opgenomen waarin staat beschreven op welke wijze mogelijk (door middel van samenwerking) kosten kunnen worden bespaard. Bij het bekijken van de verschillende bouwstenen is nog van belang dat de OMWB een uitvoeringsorganisatie is. Dat heeft tot gevolg dat opdrachtgevers binnen door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders invloed hebben op de aan de OMWB opgedragen werkprogramma's.
Door onder andere het eerder uitgevoerde programma “van goed naar beter” en aanpassingen in de begroting 2024 is voor € 3,2 miljoen financiële ruimte uit de begroting gehaald. In het in oktober 2024 uitgebrachte efficiency rapport van de Provincie Noord-Brabant is bovendien gesteld dat voor verdere besparingen binnen de bedrijfsvoering van de OMWB nauwelijks mogelijkheden zijn. Als we geen afbreuk willen doen aan de kwaliteit van het uitvoeringsniveau, zijn de mogelijkheden binnen de OMWB voor verdere besparing daarom beperkt. Onderstaand is beschreven welke bouwstenen er zijn om eventueel extra kosten te besparen. In veel gevallen is het de eigen keuze van de individuele gemeente om deze kosten te besparen. De diverse bouwstenen moeten nog verder worden uitgewerkt.
Bouwsteen 1: Afschalen van werk tot minimaal niveau, met in achtneming van door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders
De begroting van de OMWB is mede gebaseerd op de MWB-norm. In deze norm staat aangegeven wat elke gemeente minimaal moet inbrengen voor de uitvoering van de verplichte basistaken (P1 in werkprogramma). Meerdere gemeenten nemen jaarlijks meer taken af dan opgenomen in de MWB-norm. Die gemeenten die meer afnemen dan het basisniveau kunnen ervoor kiezen om de werkzaamheden af te schalen tot de MWB-norm.
Naast de verplichte basistaken nemen diverse gemeenten ook verzoektaken VTH en adviestaken af van de OMWB. Gemeenten kunnen individueel bezien of men wil besparen op de uitvoering. Binnen de huidige afspraken in de dienstverleningsovereenkomst (DVO) is het al mogelijk de opdrachtwaarde (P2 in het werkprogramma) jaarlijks met 10% te verminderen,
Bouwsteen 2: Subsidies I&W
In 2024 zijn de uitkomsten van het IBP gepresenteerd. Nu is het aan de individuele overheden en ketenpartners om de uitkomsten van het IBP te borgen binnen de eigen organisatie. Om deze implementatie te vergemakkelijken stelt het rijk gelden ter beschikking. Een gedeelte van deze gelden, ten behoeve van robuustheid van de OMWB, wordt rechtstreeks gestort binnen het gemeente- of provinciefonds. Daarnaast komt er landelijk geld beschikbaar voor de hieronder beschreven onderdelen. De OMWB kan hiervoor subsidies aanvragen. De OMWB zal hier een proactieve houding in aannemen om zo extra kosten op te vangen in de begroting.
Er is landelijk geld beschikbaar voor:
- Het opzetten van het bureau Omgevingsdienst NL en de kennis infrastructuur (KIS VTH);
- Een bijdrage voor de afzonderlijke omgevingsdiensten om hen te ondersteunen in het voldoen aan de robuustheidscriteria;
- Het versterken van meetdiensten bij omgevingsdiensten ter ondersteuning van toezicht en handhaving;
- Een intensivering van de inzet van buitengewoon opsporingsambtenaren;
- De voortzetting van de implementatie van het IBP.
Op dit moment is het nog niet duidelijk welke financiële claim de OMWB kan leggen op de nog beschikbaar te stellen gelden van het Rijk. Wel zetten we vol in op deze mogelijkheden.
Bouwsteen 3: Efficiency door innovaties
De laatste jaren heeft de OMWB geïnvesteerd in het ontwikkelen van innovatieve ondersteunende producten. Deze innovaties leveren naast een beter product ook efficiency voordelen op bij de uitvoering. Aangezien het over recente ontwikkelingen gaat is het niet mogelijk om hier een concrete besparing voor aan te geven. Het gaat hierbij de volgende ontwikkelingen :
a. Aanschaf en gebruik GIS/GEO:
De OMWB schaft in 2025 een Geografisch InformatieSysteem (GIS) aan. Met dit systeem kan opgebouwde data worden gevisualiseerd. Hierdoor wordt de kwaliteit van het te leveren product verbeterd en daarnaast kunnen zaken (sneller) worden opgezocht in het GIS systeem. In 2025 wordt een GIS/GEO omgeving geïmplementeerd die het mogelijk maakt om de zaakdossiers vanuit het VTH-systeem te ontsluiten voor de deelnemers (zie bouwsteen 5).
b. Gebruik van RPA en AI
De OMWB zet robot gestuurde proces automatisering (RPA) in om (standaard) werk over te nemen van OMWB- medewerkers of processen te ondersteunen. Tot op heden is door het gebruik te maken van RPA al een aanzienlijk aantal uren bespaard (9000 uur). Het gebruik van RPA heeft zeker nog potentie voor andere activiteiten binnen de OMWB. Wel brengt het creëren en beheren van robots ook kosten met zich mee. Ook het gebruik van AI kan het werk van de OMWB vergemakkelijken. Het is nog niet te kwantificeren welke kosten met deze innovaties bespaard worden.
Bouwsteen 4: (Regionale) samenwerking op milieuthema's en bouwtaken
Ook regionale samenwerking kan kosten besparen. Vooral op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in de bouwsector en ontwikkelen van het omgevingsplan zijn mogelijkheden om regionaal samen te werken. Naast de mogelijkheden voor onze regio vanuit het project SPRONG (ruwbouw van onderdelen van het omgevingsplan) van de VNG en de provincie Noord-Brabant (zoals onder andere gepresenteerd in het Algemeen Bestuur van 11 september 2024), zien we de volgende mogelijkheden:
a. Collectieve samenwerking bouwsector
Het vinden van goed personeel in deze sector is een uitdaging door vergrijzing en wetgeving, wat de kwaliteit en continuïteit onder druk zet. Door samenwerking kunnen gemeenten efficiënter werken, vooral op het gebied van bouwtaken. Dit kan leiden tot kostenbesparing en het beter invullen van kwaliteitscriteria. Regionale samenwerking biedt voordelen zoals: minder behoefte aan personeel, betere coördinatie en de mogelijkheid om pieken en dalen beter op te vangen. Een gedegen onderzoek naar de voor- en nadelen van samenwerking wordt aanbevolen voor gemeenten. De besparing (op termijn) is afhankelijk van veel factoren zoals onder andere het aantal aanvragen per jaar, legesinkomsten en de kwaliteitscriteria. Zonder een gedegen onderzoek is het onmogelijk om de collectieve besparing te duiden.
b. Collectieve samenwerking omgevingplanregels (milieuthema’s)
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben gemeenten tot 2032 de tijd om hun tijdelijk omgevingsplan om te zetten naar een definitief plan. De OMWB kan collectief de planregels voor het omgevingsplan voor de milieuthema’s opstellen. Hierbij worden ook de huidige situatie en knelpunten in beeld gebracht. Door dit collectief op te pakken kunnen kosten worden bespaard. Ook zorgt dit voor meer uniformiteit wat de VTH-uitvoering voor de OMWB efficiënter maakt. Uiteraard kunnen de standaardregels waar nodig worden aangepast op basis van de ambities van de betreffende gemeente.
De OMWB heeft al het milieuthema "geluid" opgepakt en is gevraagd om de andere milieuthema’s uit te werken. Dit zal projectmatig gebeuren, met een prioriteit op basis van omvang, risico en relevantie voor gemeenten. De uitwerking van de thema’s vindt dan over meerdere jaren plaats, waarbij een klankbordgroep van gemeenten wordt betrokken om het proces te ondersteunen.
De kosten voor dit proces kunnen worden gedekt uit het programma collectieve taken (P3). De kosten voor het uitwerken van negen milieuthema’s is begroot op €300.000,- (€12.000,- per deelnemer). Deze aanpak zorgt ervoor dat de individuele gemeenten deze planregels niet hoeven te maken (met uitzondering van aanpassen naar lokale situatie indien nodig). De kosten voor het uitwerken van deze milieuthema’s kost individuele gemeenten al snel €10.000,- per milieuthema. De potentiële collectieve besparing door collectieve uitvoering bedraagt circa € 2.000.000,- over een tijdsbestek van 4 jaar.
Bouwsteen 5: Archivering van deelnemers naar de OMWB
In 2022 heeft een werkgroep met vertegenwoordigers van het Ambtelijk Overleg het potentieel in de digitale samenwerking en de wederzijdse toegankelijkheid van dossiers uitgewerkt. Zij hebben een verbetervoorstel geformuleerd met 5 stappen om de samenwerking kosteneffectiever te maken. Het dagelijks bestuur heeft de werkgroep gevraagd deze verbetervoorstellen verder uit te werken en te implementeren in 2023. In 2023 hebben we de eerste stappen gezet met afspraken over het inzicht in de dossiers bij de gemeenten. Ook is met de gemeente Breda een pilot gedraaid voor het publiceren en ter inzage leggen van vergunningsproducten. In 2024 heeft de OMWB een aanbesteding gestart voor een GIS/GEO platform dat het technisch mogelijk maakt om de zaakdossiers voor de deelnemers te ontsluiten. Hiermee wordt het mogelijk om de archivering van milieudossiers bij de OMWB neer te leggen. In 2025 zal het GIS/ GEO platform worden ontwikkeld.
In het programmaplan Van Goed Naar Beter is eerder geraamd dat de besparing voor de OMWB op kan lopen naar maximaal € 350.000,- per jaar. De mogelijke besparingen voor de individuele deelnemers is hierin niet meegenomen. Realistisch gezien kan bij deze bouwsteen pas vanaf 2028 rekening gehouden met enige opbrengst.
Bouwsteen 6: Terug in kwaliteit(-snormen)
Het is ook mogelijk om de vastgestelde MWB-norm (tijdelijk) naar beneden bij te stellen. Dit heeft tot gevolg dat er netto minder taken worden uitgevoerd op gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving, advies en klachten. Omdat de maatschappelijke druk groter wordt en daarmee de noodzaak nog steeds stijgt om toe te zien op de naleving van de wettelijke regels en het verbeteren van de fysieke leefomgeving, ziet de OMWB het naar beneden bijstellen van de bestaande MWB-norm als minst wenselijke mogelijkheid. De financiële besparing bij een eventuele verlaging is afhankelijk van welke keuzes collectief of individueel worden gemaakt. Het nader uitwerken van deze bouwsteen heeft voor de OMWB ook niet de voorkeur vanwege de landelijke nadruk op de versterking van het VTH stelsel (het Interbestuurlijk Programma VTH).
Koers van de OMWB; scherp aan de wind
De OMWB is voorstander van scherp aan de wind zeilen. We willen graag gebruik maken van de financiële mogelijkheden die er zijn, in samenwerking met de deelnemers. Gezien de wisselende financiële vooruitzichten per deelnemer past naar onze mening geen “one size fits all” oplossing.
Voor de komende twee jaar schetst de OMWB daarom een scenario, bestaande uit de volgende bouwstenen:
Bouwsteen 1: (Eventueel) afschalen P1 en P2;
Bouwsteen 2: Subsidies ODNL;
Bouwsteen 3: Efficiency door innovaties;
Bouwsteen 4: Samenwerken op milieuthema’s en bouwtaken.
Maatwerk per gemeente is daarbij nog altijd mogelijk. De uitwerking van de bouwstenen vindt plaats tijdens de reguliere P&C momenten.