Bedrijfsvoering

In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens het Programma ‘Van goed naar beter’, informatievoorziening, het HRM-beleid en de Wet Gemeenschappelijke Regelingen toegelicht.

Programma 'Van goed naar beter'

Terug naar navigatie - Programma 'Van goed naar beter'

De OMWB is volop in ontwikkeling. Deels gedreven door externe factoren (Omgevingswet, Stikstofproblematiek en het rapport van de commissie Van Aartsen) en deels door interne ontwikkelingen (werken met  nieuwe systemen en processen). Bij deze doorontwikkeling past een organisatie die stuurt op de resultaten van het werk, oog houdt voor zowel kwaliteit als effectiviteit en goed samenwerkt met haar deelnemers. De  OMWB is de afgelopen jaren door vele inspanningen hierin gegroeid, maar er is ruimte om nog beter te worden. In 2022 zal het programma ‘Van goed naar beter’ van start gaan. Dit programma behelst het effectueren  van het (financieel) potentieel van het onderzoek naar kosteneffectiviteit van december 2020. Het programma wordt in meerdere fasen uitgewerkt. In het faseplan van 2023 worden de activiteiten en hun effecten in  detail uitgewerkt. Om de resultaten te realiseren is er in de begroting van 2023 een investering van € 450.000 opgenomen. Hoofdactiviteiten in dit faseplan zijn; het borgen van procesmanagement in de organisatie,  helder met elkaar definiëren wat kwaliteit is, meer aandacht geven aan de risicogerichte benadering, het aanpakken van verspilling en het verbeteren van de (digitale) samenwerking met deelnemers. De cumulatieve  financiële effecten van de activiteiten van het programma worden in 2023 ingeschat op € 1.300.000.

Informatiegestuurd werken/databeheer
In 2021 is gestart met de impuls Informatie gestuurd Werken (IGW). Het IGW vormt een steeds belangrijker fundament onder het handelen van de OMWB. Hoe beter het ons lukt om data te vertalen naar waardevolle informatie en inzichten, hoe beter we kunnen bijdragen aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. Er wordt een strategie gevolgd om data en data-analyse op te nemen in de kern van de  organisatie. Medewerkers in de organisatie moeten zich steeds meer bewust worden van het belang en de waarde van data. Bovendien gaan we deze data steeds beter combineren met andere (externe) databronnen  om de waarde van de data nog verder te vergroten. Onze vergunningverleners, toezichthouders en handhavers hebben op termijn beschikking over actuele en relevante informatie voor de uitvoering van hun taken.  Hierbij wordt ook relevante contextuele informatie aangeboden, zoals milieu- of omgevingsinformatie. Op deze wijze wordt informatie gecombineerd met menselijke denkkracht om te komen tot de best  mogelijke  beslissing. Analyse van deze data leidt dan tot inzicht in de effecten van onze inzet op de leefomgeving. Deze inzichten kunnen onze deelnemers helpen en maken nieuwe - op de uitvoering gerichte -  beleidsbeslissingen mogelijk. In de uitwerking van het programma IGW zijn voor 2023 concrete activiteiten beschreven. Hierdoor wordt de inzet van onze VTH-medewerkers efficiënter en effectiever. Dit betekent dat ook de wijze verandert waarop we vorm geven aan opdrachten. De ontwikkeling van IGW is een voortdurende factor en vraagt in de komende jaren een investering in de ontwikkeling van de juiste kennis, competenties en (ICT-)structuren.

Aansluiting bij landelijke standaarden en systemen
Eind 2021 is de aansluiting met Inspectieview Milieu gerealiseerd. Inspectieview is een webapplicatie die signaleert en informeert door gegevensdeling. Eigenaar is het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De  budgetten voor de aansluiting en werking zijn reeds gereserveerd. We willen in 2023 aanhaken bij de mogelijke doorontwikkeling van Inspectieview.

De intrede van de Omgevingswet houdt in dat ook het Digitaal Stelstel Omgevingswet operationeel zal zijn. Naast deze landelijke voorziening moet ook ons eigen VTH-systeem gekoppeld worden. De update van Squit  20/20 naar Rx Mission zal in 2022 plaatsvinden. De verdere doorontwikkeling van zowel de landelijke voorziening DSO als Rx Mission zal na 2022 plaats gaan vinden.

Het Register Externe Veiligheid (REV) (zie ook beleidsmatige ontwikkelingen) moet in 2024 operationeel zijn in de zin dat alle bronhouders van de data hun aansluiting op de juiste wijze hebben geordend en gekoppeld. Een  belangrijke vraag is welke rol de omgevingsdiensten willen, kunnen en moeten spelen bij het inrichten en onderhouden van het REV. In het jaar 2023 wordt hier projectmatig verder vorm aan gegeven.

In de loop van 2022 wordt duidelijk of de huidige budgetten voor informatievoorziening en Collectieve taken voldoende zijn om deze ontwikkelingen te financieren.

HR-instrumenten, impuls 2023
Eén van de pijlers van Strategisch HRM is het cultuur- en leiderschapstraject. In samenwerksessies heeft een groep van ongeveer veertig medewerkers de huidige en gewenste cultuur beschreven en zijn er drie  kernthema’s voor de ontwikkeling van de OMWB geformuleerd. Voor de verdere concretisering is ondersteuning van een externe partij gewenst en uitgevraagd. De opdracht is gegund aan Ardis. Dit traject is in 2023  afgerond. De organisatie heeft dan een impuls gehad die helpt bij de uitdagingen die onder andere de Omgevingswet ons brengt. Voor 2023 betekent dit een incidentele uitgave van € 50.000,-, dit is de laatste tranche  van de gehele opdracht.

CAO-ontwikkelingen
Op het moment dat deze Kaderbrief wordt opgesteld is er een principeakkoord bereikt tussen de vakbonden FNV Overheid, CNV Overheid en FDO-MHA en de werkgevers VNG en WSGO voor een nieuwe Cao SGO  voor de periode tot en met 2022. In deze Cao zijn afspraken gemaakt over een incidentele uitkering in 2021, een structurele loonsverhoging voor 2021 en 2022 en extra verlofdagen vanaf 1 januari 2023. De  loonsverhoging en extra verlofdagen werken structureel door in het tarief van 2023. In december 2021 worden de lonen structureel geïndexeerd met 1,5% en voor 2022 met een percentage van 2,4% met ingang van  april.

Aangezien de nieuwe Cao geen afspraken voor de indexering van de lonen voor 2023 bevat, is voor het jaar 2023 de indexering gehanteerd, zoals die is opgenomen in de Macro-economische verkenning van het CPB.  In de versie van september 2021 (herziene versie van 27 september 2021) wordt uitgegaan van een indexering van 2,3% voor 2023 (zie ook paragraaf 5.1.1 Indexering).

In het principeakkoord is daarnaast het toekennen van extra bovenwettelijke verlofdagen vastgelegd, waarbij lokale regelingen komen te vervallen. De uitbreiding van extra verlofdagen heeft financiële consequenties;  het extra verlof gaat immers ten koste van de beschikbare productieve uren en daarmee dus van de declarabiliteit.

Effecten 2023 en verder:

  • De structurele effecten van de nieuwe Cao zijn verwerkt in het nieuwe tarief voor 2023.
  • De extra verlofdagen hebben een verhogend effect voor het tarief, aangezien de totale kosten door minder productieve uren gedekt moeten worden. Zie voor verdere toelichting hoofdstuk 'Financiële uitgangspunten', paragraaf  ‘Baten en  tariefontwikkeling’.

Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR)

Terug naar navigatie - Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR)

Op 14 december 2021 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel tot aanpassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen (de Wet versterking legitimiteit gemeenschappelijke regelingen). De  ingangsdatum is bepaald op 1 juli 2022, waarbij een implementatietermijn geldt van twee jaar. Deze wetswijziging zal zeker gevolgen gaan hebben voor de gemeenschappelijke regeling (GR) van de OMWB. De jaren  2022 en 2023 zullen we benutten om in nauw overleg met de deelnemers de wijzigingen door te voeren.

Het wetsvoorstel introduceert nieuwe instrumenten waarmee gemeenteraden en Provinciale Staten hun controlerende en kaderstellende taken beter kunnen uitvoeren. De veranderingen betreffen in het kort:

  • Er komt een verruiming van de mogelijkheden om zienswijzen in te dienen
  • De mogelijkheid komt om een regionale gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen.
  • In de gemeenschappelijke regeling (GR) moet afgesproken worden hoe omgegaan wordt met participatie van bijvoorbeeld burgers, bedrijven of maatschappelijke organisaties.
  • Het bestuur van de GR krijgt een actieve informatieplicht over wat er speelt in de GR.
  • Voor het deelnemen aan de gemeenschappelijke adviescommissie komt een vergoeding voor raads- of PS-leden.
  • De verplichting komt om afspraken te maken over evaluatie van de GR.
  • Er komt een aanpassing van de regels over de gevolgen van uittreding.
  • Veranderingen in de termijnen van de begrotingscyclus (Kaderbrief 30 april (i.p.v. 15 april), de zienswijzetermijn voor de begroting wordt twaalf weken (i.p.v. acht weken), de begroting dient bij BZ te worden ingediend voor 15 september (i.p.v. 1 augustus).

De nieuwe instrumenten worden veelal niet geïntroduceerd als harde inhoudelijke verplichtingen, maar laat de inhoud van de afspraak over aan de betrokken partijen. Dit betekent dat in nauw overleg met alle  betrokkenen tot nadere concrete afspraken voor de OMWB moet worden gekomen.