Beleidsbegroting

(Beleids-)ontwikkelingen

Terug naar navigatie - (Beleids-)ontwikkelingen

In dit hoofdstuk volgen de belangrijkste ontwikkelingen voor de OMWB. In de Kaderbrief 2025 kwamen deze ontwikkelingen reeds aan de orde. In deze begroting worden de beleidsmatige ontwikkelingen verder vertaald naar financiële consequenties voor de OMWB en de deelnemers.

Net als voorgaande jaren ligt in 2025 de focus van de OMWB op de uitvoering van de taken rondom vergunningverlening, toezicht, handhaving, klachtenafhandeling, advisering en de specialistische taken rondom externe veiligheid, bodem, licht, geluid, lucht, geur en juridische advisering. De inzet van het VTH-instrumentarium beweegt mee met de veranderende leefomgeving. De OMWB wil het effect van zijn inzet zo groot mogelijk maken en tegelijkertijd zo efficiënt mogelijk de taken voor zijn deelnemers uitvoeren.

De Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden, vormt hierin de belangrijkste factor. Ondanks het feit dat de OMWB daarop goed is voorbereid, begint het feitelijke veranderingsproces pas na de inwerkingtreding.

Samenwerking is essentieel in 2025 en de daaropvolgende jaren. Thema’s als energie, klimaat, stikstof, de Omgevingswet en risicogericht en datagericht werken, vloeien ook voort uit landelijke ontwikkelingen en vereisen samenwerking met de verschillende overheidsorganisaties.

Samengevat verwachten we:

T.a.v. de VTH-taakuitvoering:

  • Steeds meer risicogericht en resultaatgericht toezicht en handhaving. Daarvoor moeten we meer data ontsluiten om te bepalen waar het risico het grootst is voor de leefomgeving en het effect van onze inzet maximaal is.
  • Dat onze inzet zich steeds meer zal organiseren rondom maatschappelijke thema’s en risico’s in de leefomgeving. Denk aan Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), klimaat, energie, circulaire economie, ketengericht toezicht en de gebiedsgerichte aanpak. We verwachten een toename van toezicht op bovengenoemde thema’s en daarmee een verschuiving in de vormen van toezicht.
  • Onze inzet zal meer branche- en datagericht zijn waarbij we steeds meer toewerken naar een regionale aanpak zoals vastgelegde in het hernieuwde GUK. 
  • Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is energietoezicht toegevoegd aan het basistakenpakket van omgevingsdiensten. Door de aanscherping van wet- en regelgeving en met de extra financiële middelen van het Rijk wordt de uitvoering van energietoezicht verder geïntensiveerd en verbeterd. 
  • Ontwikkelingen rondom circulaire economie te blijven volgen en te vertalen en hier, zo nodig, de eigenaren over te adviseren en bedrijven voorlichting te geven over hoe ze hier invulling aan kunnen geven.
  • Dat gezondheid, veehouderij en industrie door de invoering van de Omgevingswet en met het oog op het maatschappelijke debat een grotere rol gaan spelen in de VTH-taken. Wanneer dit tot concrete werkzaamheden leidt, is nog onduidelijk.
  • Door de Omgevingswet een verschuiving van minder vergunningverlening naar meer toezicht en handhaving met meer sturing op basis van monitoringswaarden en bevindingen in de leefomgeving.
  • Een rol bij het Omgevingsoverleg (de Omgevingstafel of het Vooroverleg). Deze is belangrijk om te kunnen voldoen aan de gestelde behandeltermijn van acht weken voor vergunningen.
  • Een adviserende rol in de (regionale) beleidsvorming van omgevingsvisies en -plannen. De inzet van de OMWB richt zich op de uitvoerbaarheid van onze VTH- en adviestaken en bijbehorende expertise. Maar ook op het belang van regionale afstemming van omgevingsplannen om onder andere een wildgroei en versnippering van verschillende regels voor geluid, geur en lucht tegen te gaan.
  • Meer focus op monitoring van data van omgevingskwaliteit om de kwaliteit in de leefomgeving te kunnen volgen, maatwerk te kunnen leveren en maatregelen te kunnen treffen en te beoordelen.
  • Een rol in het definiëren van gewenste omgevingswaarden (gebiedsafhankelijk) in gemeentelijke visies en plannen. Aangevuld met een strategie waarmee we omgevingswaarden kunnen controleren en monitoren (in tijd).

T.a.v. de specialistische taakuitvoering:

  • Geluid: gemeenten worden verplicht om de basisgeluidemissie voor de gemeentelijke wegen met meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal vast te stellen. Deze basisgeluidemissie moet vervolgens elke vijf jaar gemonitord worden. Gemeenten doen dit voor het eerst op een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip. Met het verzamelen van de hiervoor benodigde gegevens kan al worden gestart. De OMWB kan dit samen met gemeenten uitvoeren als verzoektaak.
  • Geluid: de rekensystematiek voor gezoneerde industrieterreinen verandert. De bestaande 50 dB(A) contouren verdwijnen en worden vervangen door geluidproductieplafonds en een geluidaandachtsgebied. Deze moeten in de omgevingsplannen worden vastgelegd. De invoeringsdatum wordt met een Koninklijk Besluit kenbaar gemaakt. Gemeenten die gezoneerde industrieterreinen hebben, wordt geadviseerd middelen vrij te maken voor deze aanpassing. De OMWB kan dit voor gemeenten uitvoeren als verzoektaak.
  • Geluid: met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een nieuwe bijdrageregeling voor de sanering van verkeerslawaai van kracht geworden. Dit betekent een mogelijke (forse) toename van nieuwe saneringsprojecten.
  • Lucht: schone en gezonde lucht is een actueel thema. Steeds meer gemeenten sluiten aan bij het Schone Lucht Akkoord. De leemte in het wettelijk kader (en bruidsschat) met betrekking tot het geurbeleid (definiëren en sturen op aanvaardbare hinderniveaus in leefomgeving) op de beleidsthema’s industriële geurhinder, overlast particuliere houtstook en horeca-geuren, zet gemeentes voor problemen. Van de OMWB wordt verwacht een trekkende en adviserende rol in te nemen. De OMWB breidt in overleg met de provincie luchtkwaliteitsmetingen/locaties uit richting de meer belaste gebieden. Gemeenten kunnen inschrijven om in aanmerking te komen voor deze luchtkwaliteitsmonitoring.
  • Voor alle specialismen geldt dat de bruidsschat moet worden verwerkt in omgevingsplannen.
  • Natuurbescherming: de OMWB houdt haar deelnemers op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen. Ook in 2025 zal de inzet van de OMWB (in samenwerking met de ODBN) op het stikstofdossier groot zijn, de exacte omvang is door telkens nieuwe (juridische) ontwikkelingen moeilijk in te schatten.
  • Externe veiligheid: met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het thema ‘externe veiligheid’ gemoderniseerd. Dit brengt diverse veranderingen teweeg, zoals een vernieuwde aanpak van het groepsrisico en een nieuwe database waarin de informatie over externe veiligheidsrisico’s verzameld wordt, het Register Externe Veiligheid (REV). Bevoegde gezagslichamen moeten aan de slag met de definitieve vaststelling van omgevingsplannen. Door de complexiteit van externe veiligheid vervult de OMWB hierin een ondersteunende rol.

Hieronder volgen de inhoudelijke onderwerpen en welke impact zij hebben op de VTH-uitvoering en de specialistische taken.

Vanuit beleid naar uitvoeringsprogramma

Uitvoeringskaders

Terug naar navigatie - Uitvoeringskaders

De OMWB voert veel wettelijke taken onder het mandaat van zijn deelnemers uit, de provincie Noord-Brabant en de gemeenten. De beleidskaders voor deze uitvoering worden door de deelnemers als volgt bepaald:

  1. Voor de toezicht- en handhavingstaak bepaalt elke deelnemer in een beleidsdocument (probleemanalyse en prioriteiten) de jaarlijkse doelstellingen. Daarbij wordt voldaan aan landelijke kwaliteitscriteria. Conform deze criteria wordt voor de toezicht- en handhavingstaken van deze deelnemers jaarlijks een handhavingsuitvoeringsprogramma opgesteld. Dit, zoveel als mogelijk, op basis van een samenhangend systeem van evaluatiegegevens van de uitvoering van het programma in het voorgaande jaar, het GUK, een probleemanalyse en prioritering, rekening houdend met de aard en het naleefgedrag van bedrijven.
  2. Voor vergunningverlening en wettelijke taken op het gebied van de specialismen (bodem, geluid, etc.) zijn de wettelijke eisen (waaronder ook lokale regelgeving) maatgevend, tenzij specifieke beleidsdoelstellingen zijn geformuleerd. Dit geldt ook voor de adviestaken. Voor de beleidstaken (ontwikkeling en uitvoering) zijn de lokale kaders leidend.

De OMWB streeft naar een uniforme wijze van uitvoering geven aan de wettelijke kaders op het gebied van milieu- en omgevingsrecht. Hierbij werkt de dienst samen met zijn deelnemers aan meer uniformiteit van werkprocessen, samenwerking tussen vergunningverleners, toezichthouders en juristen en efficiëntie en effectiviteit van gekozen werkwijzen.

Voor een goede borging van de VTH-taken zijn er uitgangspunten:

  • verantwoordelijkheid en vertrouwen: veiligheid en milieu zijn primair de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven. Vertrouwen moet verdiend worden;
  • risicogestuurd toezicht: toezicht vindt risicogestuurd plaats. Het meeste toezicht vindt plaats bij bedrijven met hoge risico’s; minder toezicht vindt plaats bij bedrijven met lage risico’s;
  • prioritering preventief toezicht: frequentie en tijdsbesteding van toezicht worden bepaald door naleefgedrag, klachtenpatroon, oordeel toezichthouder/vergunningverlener, complexiteit en omgeving;
  • actuele vergunningen: vergunningen van bedrijven moeten actueel en handhaafbaar zijn. Nieuwe wetgeving en richtlijnen worden tijdig geïmplementeerd;
  • integrale benadering bedrijven: vergunningverlening, toezicht, handhaving, externe veiligheid en andere specialismen werken samen in hun benadering van bedrijven. Bedrijven worden in relatie tot hun omgeving bezien.

De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet heeft effect op de uitvoering van de VTH-taken. Naast de herintroductie van de milieuleges zijn de vertaling van de lokale ambities in vergunningen en toezicht, het organiseren van een omgevingstafel en vergunningsprocedure (veelal teruggebracht naar acht weken) de grootste wijzigingen. Door het opleidingsplan en het oefenen met casuïstiek zorgt de OMWB ervoor dat de medewerkers zo optimaal mogelijk worden voorbereid op de Omgevingswet. Wat de financiële gevolgen zijn van de wet is op dit moment nog lastig in te schatten. De focus ligt de komende jaren op het in beeld brengen van de initiële en structurele kosten van de Omgevingswet voor de VTH-taken van de OMWB.

Opbouw programma

Terug naar navigatie - Opbouw programma

De programmabegroting bestaat uit vier programmadelen:

  • Programmadeel 1: vergunningverlening, toezicht, handhaving en klachten en niet-inrichting gebonden (NIG) taken
  • Programmadeel 2: adviezen en projecten
  • Programmadeel 3: collectieve taken
  • Programmadeel 4: overige exploitatiekosten

De programmaonderdelen worden hieronder nader toegelicht.

Programmadeel 1: vergunningverlening, toezicht en handhaving
Programmadeel 1 bestaat uit de wettelijke taken op het terrein van milieu, de zogenaamde VTH-milieutaken. Voor dit programmadeel vormt de in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 8 december 2021 herziene MWB-norm samen met het in 2024 herijkte GUK en het Level Playing Field (LPF) voor de niet-inrichtinggebonden taken de basis. De kaders van de MWB-norm en de NIG-taken zijn leidend voor de uitvoering van de wettelijke basistaken. 

Het basistakenpakket onder de Omgevingswet is ten opzichte van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op een aantal onderdelen gewijzigd.  Hierdoor is het aantal inrichtingen dat hieronder valt toegenomen (ongeveer 2000 extra inrichtingen). Deze aantallen zorgen voor een verhoging van de MWB norm. Het extra toezicht zal zo'n € 500.000 bedragen, de extra hercontroles zo'n € 150.000. Deze bedragen worden opgenomen in de Werkprogramma's. 

Programmadeel 2: adviezen en projecten
In programmadeel 2 brengen deelnemers aan de hand van het werkprogramma de adviestaken op het terrein van milieu en overige taken uit het omgevingsrecht in. Deze zogenaamde verzoektaken omvatten de (milieu)metingen, adviezen en projecten op het gebied van bijvoorbeeld Brzo, geluid, bodem, (afval)water, lucht, asbest, communicatie, juridische zaken, bouwtaken, ruimtelijke planvormingsprocessen, externe veiligheid, duurzaamheid, energie en omgevingsbeleid. Deze taken hebben vaak een wettelijke grondslag, zijn onderdeel van beleidsambities of bieden de opdrachtgever toegevoegde waarde en betreffen daarom niet-basistaken.

In 2025 verwacht de OMWB, op basis van uitgevoerde werkprogramma’s van voorgaande jaren, verzoeken en vragen voor onderzoek en advies af te handelen op het terrein van:

  • milieuadvisering voor RO;
  • externe veiligheid;
  • onderzoek en advies op het gebied van lucht, geluid, water, trillingen en licht;
  • vergunningverlening en toezicht bij niet-basistaak bedrijven;
  • gegevensbeheer en ambtelijke ondersteuning.

Programmadeel 3: collectieve taken
Het programma voor de collectieve taken, inclusief resultaatverplichtingen, wordt jaarlijks door de deelnemers vastgesteld. Jaarlijks wordt samen met de klankbordgroep - bestaande uit vertegenwoordigers van deelnemers - het collectieve  takenprogramma opgesteld en gemonitord. Alle onderdelen (activiteiten en projecten) in het programma worden met duidelijke kaders projectmatig uitgevoerd. Aan de hand van voortgangsrapportages worden de deelnemers geïnformeerd.

Het programma bestaat grofweg uit twee onderdelen: structurele onderwerpen en incidentele onderwerpen.

De structurele onderwerpen bestaan uit: 

  • opstellen en monitoren van het programma; 
  • klachten- en crisisorganisatie, inclusief de 24/7 bereikbaarheid;
  • BPO-projecten;
  • (bestuurlijke) samenwerking met partners, zoals OM, veiligheidsregio, waterschappen en andere omgevingsdiensten;
  • data-ontwikkeling voor informatiedeling en risicogericht werken;
  • het actueel houden van het inrichtingenbestand.

De meer incidentele projecten hebben betrekking op:

  • wetgeving en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de implementatie van de Omgevingswet en Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS);
  • verbeteren en actualiseren van de VTH-gerelateerde taken; 
  • verkenningen, zoals stikstof en circulaire economie.

Daarnaast is een klein bufferbedrag beschikbaar binnen het programma om in te kunnen spelen op actuele onderwerpen.

Programmadeel 4: overige exploitatiekosten
In programmadeel 4 zijn de werkzaamheden ondergebracht die buiten voorgaande programma’s vallen. Het gaat hierbij om de levering van producten en diensten aan zowel deelnemers als niet-deelnemers. Zowel de kosten van de levering als de incidentele kosten (kosten om te komen tot contractafspraken) en structurele kosten (kosten voor coördinatie en bedrijfsvoering) van de organisatie worden doorbelast.

Strategische agenda

Primair proces

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Deze paragraaf gaat in op de activiteiten van het primair proces aangaande de strategische agenda. In deze paragraaf wordt achtereenvolgens stilgestaan bij diverse inhoudelijke onderwerpen. 

Omgevingswet

Terug naar navigatie - Omgevingswet

De Omgevingswet trad op 1 januari 2024 in werking. Alle overheden hebben zich zo goed als mogelijk voorbereid op de komst van deze nieuwe wet. Het is niet realistisch om te veronderstellen dat de implementatie van de Omgevingswet vlekkeloos zal verlopen. Gedurende 2024 krijgen de gemeenten en de OMWB te maken met een hectische periode. We zullen er achter komen dat niet alles werkt zoals we hadden verwacht en er zullen de nodige maatregelen getroffen moeten worden. Een gedeelte van de hiervoor benodigde aanpassingen is vrij makkelijk te realiseren. Maar er is ongetwijfeld ook een aantal onderwerpen waarbij de overheden en hun ketenpartners (nieuwe) afspraken moeten maken. De OMWB zorgt voor aanpassing van processen en afspraken. Tevens geeft hij haar rol als adviseur over de kerninstrumenten adequaat invulling. 

Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel

Terug naar navigatie - Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel

Het Interbestuurlijk Programma VTH stopt per december 2024. Hierdoor zijn er geen activiteiten die direct aan dit programma gekoppeld zijn in 2025. Het kan echter wel zo zijn dat er nog zaken geïmplementeerd moeten worden. Op dit moment is het echter onduidelijk om welke zaken dit gaat en hoeveel inzet dit van de organisatie vraagt.

De benodigde uren zullen echter niet meer te verantwoorden zijn onder dit programma.

Circulaire economie

Terug naar navigatie - Circulaire economie

De OMWB zet in op het ophalen, delen en overbrengen van kennis en data op het gebied van Circulaire Economie, alsmede op het bewerkstelligen door de opdrachtgevers van Circulaire Economie als primaire taak in het werkprogramma op te nemen.

Stikstof

Terug naar navigatie - Stikstof

Stikstof is overal om ons heen. Het is van zichzelf niet schadelijk voor de mens. En het is een belangrijke voedingstof voor planten. Maar sommige stikstofverbindingen brengen wel schade toe aan onze gezondheid en aan de natuur. De uitstoot moet daarom omlaag.

Het stikstofvraagstuk is ingrijpend en complex en er zijn veel belangen mee gemoeid. Bij de stikstofcrisis van de laatste jaren draait het om twee stofjes: stikstof uit bronnen als verkeer en verbrandingsbronnen vanuit industrie (NOx) en stikstofverbindingen uit boerenbedrijven, meestal in de vorm van ammoniak. Deze slaan neer in de natuur waardoor bodem en water voedselrijker worden. Daardoor groeien sommige planten beter dan andere. En dat bedreigt de biodiversiteit. Stikstof is ook slecht voor de mens. Maar de stikstofcrisis van nu gaat daar opvallend genoeg weinig over. De stikstofverbindingen veroorzaken smog en fijnstof. Daardoor kunnen gezondheidsproblemen ontstaan, zoals luchtweg- en longaandoeningen. Tenslotte speelt stikstof in de vorm van nitraat een rol bij het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW krijgt als apart thema onze aandacht.

De Natuurdoelanalyses van de Natura 2000-gebieden in Noord-Brabant laten een verslechterd beeld zien van de natuur. De verplichte Europese natuurdoelen kunnen met de huidige maatregelen niet worden behaald. Dat heeft als gevolg dat vergunningverlening met stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden tijdelijk stil komen te liggen. De provincie heeft als onderdeel van de vernieuwing van de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof een pakket met aanvullende bronmaatregelen opgesteld om de stikstofuitstoot fors terug te dringen. Dit als aanvulling op rijksmaatregelen.
Verder geeft de provincie Noord-Brabant in haar Beleidskader Milieu de ambitie weer om de WHO-advieswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide in lucht te halen in plaats van zich te richten op het voldoen aan de minder strenge EU-grenswaarden. Gemeentes hebben stikstof veelal nog niet opgenomen in hun omgevingsplannen.

Voor de OMWB heeft stikstof met name impact op de agrarische vergunningen, vergunningen voor industriële activiteiten en toezicht hierop in relatie tot de stikstofneerslag rondom natuurgebieden. 

Zeer zorgwekkende stoffen

Terug naar navigatie - Zeer zorgwekkende stoffen

Voor ZZS zullen in 2025 naar verwachting de volgende zaken spelen:

  • samenwerking en kennis delen met ODNL en RIVM ten aanzien van gemeenschappelijk kwesties ZZS, zoals opstellen van standaarden en handboeken en het maken van landelijke afspraken waar nodig.
  • regionale samenwerking van de drie omgevingsdiensten in Noord-Brabant, voor kennis delen en een gelijke aanpak van ZZS. Dit in afstemming met de provincie, met name ten aanzien van beleid.
  • voor de provincie zal er mogelijk nog een uitloop van de ZZS-inventarisaties bij afvalverwerkers doorlopen. Bij het gros van de afvalverwerkers zullen we dan bezig zijn met het ophalen en beoordelen van vermijdings- en reductieprogramma's (VRP's) voor ZZS.
  • bij de gemeenten zijn we bezig met de laatste ZZS-inventarisaties van hun bedrijven (uitgezonderd afvalverwerkers) en zijn we gestart met het ophalen en beoordelen van VRP's. 
  • onder de Collectieve Taak ZZS hebben alle medewerkers die aan ZZS werken regelmatig afstemmingsoverleg en zorgt deze projectgroep voor doorsluizen van informatie en kennis naar alle VTH-medewerkers van de OMWB. 

Energietransitie

Terug naar navigatie - Energietransitie

Het klimaat verandert wereldwijd en ook in Nederland. De gemiddelde temperatuur over de afgelopen eeuw is gestegen, de hoeveelheid en intensiteit van neerslag zijn toegenomen en zeer warme dagen komen vaker voor. Het realiseren van de klimaatdoelen Parijs (2015) en Dubai 2023 is nodig om verdere opwarming van de aarde en de gevolgen daarvan zo veel mogelijk te voorkomen. De bedrijven zijn op zoek naar nieuwe technieken, wat betekent dat de OMWB de trends in de gaten moet houden om adequaat te kunnen handelen. Door het bijhouden van nieuwe ontwikkelingen en doorvertalen hiervan kan de OMWB invloed uitoefenen door advisering aan onze deelnemers en bij bedrijven passende vergunningverlening (maatwerk) en toezicht hanteren. 

Op 1 juli treedt de regeling CO2 reductie werkgebonden personenmobiliteit in werking. Deze regeling verplicht bedrijven met meer dan 100 medewerkers om te rapporteren over het zakelijk verkeer en woon-werk verkeer. Vanaf 1 juli 2025 moeten omgevingsdiensten toezien op de naleving van deze verplichting. In de begroting is een indicatief budget opgenomen voor de uitvoering van deze taak. Dit bedraagt ruim € 300.000. 

Klimaatverandering

Terug naar navigatie - Klimaatverandering

Klimaatverandering heeft rechtstreekse invloed op ons advieswerk en de activiteiten waar wij vergunningen voor verlenen en toezicht op houden. Denk aan de gevolgen van droogte, hogere temperaturen en wateroverlast voor de bedrijfsvoering van ondernemers, op verspreiding van grondwaterverontreiniging of onze inzet bij calamiteiten. Klimaatadaptatie wordt daarmee een onvermijdbaar onderwerp voor de OMWB, gelet op de wettelijke taken die hieraan verbonden zijn. Daarnaast biedt het kansen en mogelijkheden voor de OMWB om de taken uit te breiden als de expertise van dit onderwerp wordt vergroot. Door expertise op te bouwen kan gewerkt worden aan het beschermen van de veiligheid en een gezonde duurzame leefomgeving in onze regio. 

Biodiversiteit / groene wetgeving

Terug naar navigatie - Biodiversiteit / groene wetgeving

De laatste jaren neemt de biodiversiteit - de verscheidenheid aan levende organismen op onze planeet - drastisch af, vooral door menselijke activiteiten zoals veranderingen in landgebruik, vervuiling en klimaat. De OMWB zal nieuwe ontwikkelingen op gebied van biodiversiteit en groene wetgeving bijhouden. De OMWB vertaalt Europese wetgeving  over groene wetgeving naar de VTHKA-producten van de OMWB. Tevens zorgt de OMWB voor overdracht van kennis naar de VTH-medewerkers van haar deelnemers.

Kaderrichtlijn Water

Terug naar navigatie - Kaderrichtlijn Water

De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die voorschrijft dat de waterkwaliteit van de Europese wateren aan bepaalde eisen moet voldoen. De doelstelling van de KRW is dat uiterlijk in 2027 in heel Europa de kwaliteit van alle wateren zowel chemisch (schoon) als ecologisch (gezond) op orde moet zijn.  De OMWB opereert binnen twee stroomgebieden, namelijk de Schelde en de Maas. De doelstellingen van de KRW hebben ook betrekking op bedrijven die indirect afvalwater lozen op de riolering en grondwaterverontreinigingen die van invloed zijn binnen het watersysteem van het betreffende stroomgebied. De OMWB zal zich de komende jaren met name richten op de indirecte lozingen. Intensivering van de samenwerking om de doelstellingen uit 2027 te behalen is noodzakelijk.  

Gezondheid

Terug naar navigatie - Gezondheid

De ambitie van de provincie Noord-Brabant is ‘drie gezonde levensjaren erbij voor iedere Brabander in 2030’, zoals genoemd in haar Beleidskader Gezondheid 2021-2030. Gezondheid in het kader van de Omgevingswet wordt voor de taakuitvoering van de OMWB een thema. Naast een schone en veilige leefomgeving zal de OMWB zich ook gaan bezighouden met een gezonde leefomgeving vanuit de uitvoering van zijn VTH-taak. Gezondheid wordt meegenomen in de beoordeling van een aanvraag. 

Schone lucht akkoord

Terug naar navigatie - Schone lucht akkoord

Het Schone Lucht Akkoord (SLA) richt zich op een betere luchtkwaliteit en een afname van gezondheidsschade. Het akkoord streeft naar een afname van de gezondheidsschade door luchtvervuiling met 50% in 2030 ten opzichte van 2016. Dit moet bereikt worden met behulp van maatregelen tegen vervuiling uit binnenlandse bronnen (houtstook, industrie, binnenvaart en havens, landbouw, wegverkeer en mobiele werktuigen). De OMWB ziet vanuit de VTH-uitvoering het “scherper vergunnen” bij industriële emissies als een belangrijk aangrijpingspunt voor gemeenten om hun SLA-deelname inhoud te geven. Ook voorlichting geven aan bedrijven om de bewustwording te verhogen maakt deel uit van het instrumentarium.

Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV)

Terug naar navigatie - Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV)

Door onoverzichtelijkheid en vele stapelingen van (wijzigings-)besluiten en de tijdrovende en omslachtige processen rond het actualiseren van vergunningen ontstond behoefte om vergunningverlening slimmer te organiseren. De Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV) moet deze knelpunten oplossen. Landelijke ontwikkelingen worden gevolgd en pilots worden uitgevoerd om in de toekomst adequaat en efficiënt te werken. In 2025 zal gestart worden met de implementatie. 

Kwaliteitszorgsysteem

Terug naar navigatie - Kwaliteitszorgsysteem

Sinds september 2022 wordt gewerkt aan het opbouwen van een kwaliteitsmanagementsysteem. Dit kwaliteitsmanagementsysteem is gebaseerd op de norm ISO9001:2015. Als start van dit programma is conform de ISIO9001 norm een organisatiebesturingsmodel ontwikkeld waarin de managementcyclus van OMWB is weergegeven. Hiermee is de P&C-cyclus van de organisatie vastgesteld. Inmiddels zijn de volgende elementen uit het organisatiebesturingsmodel operationeel:

  • opstellen van een OMWB jaarplan op basis van capaciteitsplannen per team;
  • de directiebeoordeling;
  • het KMS (opgeleverd februari 2024);
  • het proceseigenaren overleg.

Nu de bovengenoemde basiselementen voor het kwaliteitsmanagementsysteem operationeel zijn, zal het systeem in 2025 verder worden uitgebouwd om te komen tot continue verbetering van de organisatie. Voor 2025 staan geagendeerd:

  • complementeren/onderhouden OMWB-handboek conform ISO9001:2015;
  • onderhouden en verder uitbouwen van de directiebeoordeling;
  • onderhouden en verder uitbouwen van het KMS;
  • ontwikkeling van (meer)jaarplan OMWB op basis van de missie/visie;
  • opstellen capaciteitsplannen en jaarplan 2026;
  • uitbouw van intern auditsysteem (incl. uitvoeren van interne audits);
  • integreren van TMO accreditatie in het kwaliteitsmanagementsysteem;
  • opzetten meetplan om proceskwaliteit inzichtelijk te maken;
  • integreren van informatieveiligheid in het kwaliteitsmanagementsysteem;
  • opzetten van trainingssystematiek;
  • onderhouden van changemanagement;
  • ontwikkelen van een methodiek voor risicomanagement; 
  • onderhouden van de strategische agenda.

Brandveiligheid

Terug naar navigatie - Brandveiligheid

Brandveiligheid is een onderwerp binnen VTH dat meerdere invalshoeken heeft. De VTH-uitvoering kent twee sporen. Enerzijds de bescherming van het milieu (en veiligheid) en anderzijds bouwkundige aspecten. Tijdens controles zal er meer aandacht worden besteed aan brandveiligheid. Tevens zal er kennis overdracht plaatsvinden naar de VTH medewerkers van de OMWB

Bedrijfsvoering

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Deze paragraaf gaat in op de activiteiten van de afdeling bedrijfsvoering. Het reguliere werk van de afdeling is het verzorgen van goede financiële processen, betrouwbare HRM-processen, een goed functionerende ICT-omgeving, een communicatieve organisatie en een degelijke facilitaire ondersteuning. Daarnaast heeft de afdeling de beschikking over adviseurs die de organisatie adviseren op bedrijfsvoeringsthema’s. Een steeds belangrijkere rol is die van control. Een goed functionerende organisatie kan niet zonder ingebouwde checks and balances. De afdeling kent resumerend diverse verschillende rollen:

  • kaderstellend/ beleidsvormend;
  • (business) control(-erend);
  • faciliterend/ dienstverlenend;
  • ontzorgend;
  • adviserend.

We streven naar continue (kwaliteits-)verbetering. Dit wordt mede ondersteund door het nieuwe KMS, waarin procesmanagement een kernrol vervult. 

In voorgaande jaren lag de nadruk van de afdeling naast het reguliere werk op het ondersteunen bij de intrede van de omgevingswet, het programma strategisch HR management en technologische ontwikkelingen zoals datamanagement en de overgang naar RX Mission. Voor 2025 kennen we in de verbetering van het reguliere werk een aantal speerpunten. Zo is compliance een speerpunt. Informatiebeveiliging (het voldoen aan de BIO en NIS/2), de kwaliteitscriteria 3.0 en het voldoen aan de striktere regels die de accountant hanteert zijn een drietal voorbeelden. De wereld wordt dankzij digitalisering kleiner, kansrijker, maar ook complexer om te managen. Verdere speerpunten blijven het zaakgericht werken en de inkooporganisatie. 

Daarnaast heeft de afdeling een aantal projecten die in 2025 aandacht vragen. De implementatie van een Geografisch Informatiesysteem, het wijzigen van het werkplekconcept en het programma 'Datagestuurd werken' inclusief de financiële consequenties worden in de volgende paragrafen toegelicht.    

In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens stilgestaan bij de inbreng van bedrijfsvoering bij de kernthema’s, daarna worden er diverse andere ontwikkelingen beschreven. De afdeling bedrijfsvoering kent een aantal budgetten (personeel, ICT, facilitaire kosten en overig) die veelal voor het reguliere werk worden ingezet en de hoogte van de begroting is leidend voor de eventueel op te pakken activiteiten, tenzij er een (extra) impuls gevraagd wordt. 

Datagedreven werken

Terug naar navigatie - Datagedreven werken

In 2025 zet de OMWB het programma datagedreven werken voort dat in 2024 is begonnen. Het programma is erop gericht de inspanningen op het gebied van het verzamelen, ontwikkelen en toepassen van data en daaruit resulterende informatie organisatiebreed en in samenhang voort te brengen. Informatie die intern maar ook extern gedeeld kan worden. In het programma wordt de balans gezocht tussen enerzijds het ontwikkelen van informatieoplossingen en anderzijds het inrichten van de noodzakelijke processen, taken en rollen om het datagedreven werken op robuuste wijze te kunnen implementeren in onze organisatie. De gedachte hierbij is dat het programma daarmee op termijn opgaat in de reguliere werkwijze van de OMWB onder de bestaande lijnverantwoordelijkheid. 
In Q1 2024 is het programmaplan opgeleverd en in Q2 is het huidige portfolio op het gebied van informatieoplossingen/analyses bij het programma ondergebracht. Nadat in Q3 2024 de volwassenheidsniveaus van onze teams rondom datagedreven werken in kaart zijn gebracht werken we in Q4 2024 aan het opstellen van een visie in relatie tot het datagedreven werken en de bijbehorende ontwikkelagenda.
Deze visie en agenda zijn bepalend tijdens het tweede programmajaar in 2025. In dat jaar zal, naast het opleveren van de gewenste informatieoplossingen, een inrichtingsvoorstel worden uitgewerkt. Daarmee moet het datagedreven werken op termijn op robuuste wijze verankerd zijn in de organisatie.  Daarnaast gaat de OMWB binnen het programma aan de slag met de aanbevelingen en implementatievoorstellen vanuit het IBP. We voorzien dat door deze (landelijke) ontwikkelingen en de toegenomen vraag naar informatieproducten het (technisch) fundament verder versterkt moet worden, met een informatie-architect en een BI engineer. De informatie-architect is een nieuwe functie en beschrijft en bewaakt de (samenhang van) applicaties en informatieobjecten in een organisatie. De toename van  applicaties die hun relaties onderling maar ook naar "buiten" hebben, noodzaken ons tot het instellen van deze functie. Deze functionaris zal een belangrijke rol spelen in het vertalen van de consequenties van de pijler 3 van het IBP naar de OMWB. Hiermee is een structurele, jaarlijkse kostenpost gemoeid van €120.000, Een  BI engineer helpt de organisatie bij het structureren van data en ontwikkelt technische oplossingen die het verzamelen en ontsluiten van data beter mogelijk maakt om zodoende de toegenomen vraag naar informatieproducten te faciliteren. Dit is een uitbreiding op reeds bestaande functies, en de hiermee gemoeide kosten zijn € 100.000 structureel.  

Geografisch informatiesysteem (GIS)

Terug naar navigatie - Geografisch informatiesysteem (GIS)

De OMWB beschikt over een toenemende hoeveelheid data en informatie. Veelal data die externe partijen aanbieden, en er is een toenemende behoefte om dit op een toegankelijke manier te ontsluiten. Deelnemers en ketenpartners vragen steeds vaker om data en analyses. Bijvoorbeeld voor het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK), waarbij het gebiedsgericht en regionaal analyseren een belangrijk onderdeel is. Of voor de asbestunit, die een kaartweergave verlangt van asbestdaken en deze ook wil delen met de ketenpartners. Data en analyses komen bovendien ook van pas bij (te ontwikkelen) omgevingsplannen.

Vrijwel alles wat de OMWB doet is te relateren aan een locatie op de kaart. Of het nu gaat om een geluidsmeting, een risicoberekening, een handhavingszaak, een milieuklacht of een verleende vergunning. Hierbij kan het gaan om een adres, een perceel, een gebouw, een ruimtelijk plan, een gemeente of bepaalde objecten in de omgeving zoals een weg of spoor. De data die we vastleggen bij activiteiten van de OMWB, bijvoorbeeld de klachtenintake, het toezicht, de vergunningverlening en de metingen zijn vervolgens aan die locaties te koppelen.  
Gegevens op de kaart plotten helpt bij het maken van analyses. We gebruiken BAG-adressen die relatief eenvoudig zijn om te zetten naar X/Y coördinaten. We kunnen alle producten die wij als OMWB maken relateren aan deze adressen, waardoor de resultaten van die producten zijn te presenteren op de kaart. Zo is het dus ook mogelijk om alle documenten te ontsluiten die voor die locatie van belang zijn. Zo kunnen we archieven makkelijk(-er) ontsluiten. 

Toekomstige situatie 
Het huidige gangbare Power BI biedt weliswaar bruikbare informatie over uitputting en voortgang maar kan niet aan bovengenoemde specifieke behoefte voldoen. De OMWB heeft als onderdeel van zijn dataplatform een geodatabase nodig die geschikt is voor data met een geografische component. Data van de OMWB of andere partijen wordt hier in een formaat opgeslagen zodat deze geschikt is om op een kaart te presenteren. Deze data komt via ons dataplatform terecht in de database. De verschillende kaartlagen kunnen dan weer worden aangeboden aan de deelnemers of ketenpartners. Daarnaast wordt de ontsluiting van dossiers van specifieke bedrijven en/ of MBA's via deze applicatie mogelijk gemaakt, wat een voorwaarde is om het laatste grote project in het kader "Van goed naar beter" succesvol af te ronden.  In 2024 wil de OMWB een aanbesteding voor een geo-applicatie opstarten en de bijbehorende organisatie inrichten. Vervolgens willen we dit in 2025 verder uitrollen. Deze impuls in de verdere professionalisering heeft budgettaire gevolgen. We voorzien in 2025 een toename van 2,5 Fte schaal 10/11 en bijkomende licentiekosten die ongeveer € 100.000 gaan bedragen. 

Huisvesting

Terug naar navigatie - Huisvesting

Na de (hernieuwde) keuze voor Tilburg als standplaats heeft de organisatie uitvoerig gekeken naar de toekomst van de werkplekomgeving. Dit kwam mede voort uit het gegeven dat de huidige werkplekomgeving (onder andere de huidige indeling in kantoortuinen) niet meer voldoet en tot onvrede onder medewerkers leidde. De ervaringen in de coronatijd leerden ons bovendien dat medewerkers vaker thuiswerken en digitale vergaderingen een vast onderdeel van het werk vormen. Zo ontstond de wens om (meer) hybride te kunnen werken. 
 
Niet alleen de lessen uit het verleden dwingen ons tot aanpassingen. Het pand is nu 11 jaar door de OMWB in gebruik en diverse onderdelen (vloerbedekking en dergelijke) zijn aan vervanging toe. Inhoudelijke ontwikkelingen zoals de Omgevingswet maken dat we moeten kijken naar een goede manier van (samen-)werken met deelnemers en partners. Daarbij zijn ook andere zaken van invloed. Zo geldt er inmiddels een verkoopverbod op de TL-verlichting die we in ons kantoor gebruiken. Daarvoor moeten we naar alternatieven op zoek, die conform de huurovereenkomst voor onze rekening komen. Ook toenemende eisen en wensen voor meer duurzaam gebruik van het pand en materialen zijn hierin belangrijk.  
 
In 2024 zijn we intensief met een externe partner en eigen medewerkers aan de slag om de inzichten uit eerdere onderzoeken en enquêtes om te zetten in (nieuwe) werkplekconcepten. Naast de werkplek voor de dagelijkse werkzaamheden moet het kantoor ook mogelijkheden bieden voor vergaderingen, projectmatig werk in kleine groepen, kleine overlegplekken, inloopplekken en belcellen. Medewerkers moeten het gevoel hebben ergens thuis te horen, in een omgeving die voor de komende jaren (technisch) op orde is. We willen binnen dit werkplekconcept duurzaamheid een centrale plek geven. Dit borgen we door elementen van BREEAM-NL toe te passen in het uiteindelijke ontwerp.
 
De uiteindelijke aanpassingen zullen in 2025 gerealiseerd worden. De gemoeide investeringen worden geschat op ruwweg € 2.000.000. Een nadere uitwerking van de benodigde investering volgt medio 2024, evenals een mogelijke aanbesteding. Om deze investering rendabel te maken willen we een nieuw contract met de verhuurder aangaan voor een periode van tien jaar.   

MBW norm (implementatie)

Terug naar navigatie - MBW norm (implementatie)

De MWB norm is voor de OMWB sinds een aantal jaar een robuust en transparant financieringsmodel voor een groot gedeelte van de taken van de dienst. Tijdens de in 2021 uitgevoerde evaluatie MWB norm is dit bevestigd. Naar aanleiding van deze evaluatie zijn wel aanpassingen in het model doorgevoerd. Zo is bij een aantal producten, onder andere vergunningverlening, gekozen voor een berekening op grond van historische uitgaven. Tegelijkertijd bleef bij toezicht het werken met normuren en aantallen inrichtingen per categorie van bedrijven de werkwijze overeind. Wel is aangekondigd dat gezien allerlei ontwikkelingen de MWB norm 2.0 voor twee jaar zou gelden. De belangrijkste redenen destijds waren de intrede van de Omgevingswet en het nieuwe GUK. Het plan was voor de financiële begroting 2025 een nieuwe financieringsmethodiek op te stellen.

Bij het opstellen van de begroting 2025 moeten we echter constateren dat dit een te ambitieuze doelstelling was. Meerdere oorzaken liggen hieraan ten grondslag. In de afgelopen periode is gezamenlijk met deelnemers bestuurlijk en ambtelijk hard gewerkt aan de totstandkoming van het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). Het GUK vormt de basis voor de uniforme regionale uitvoering van het basistakenpakket dat door de OMWB wordt uitgevoerd, en vormt daarmee en belangrijke bouwsteen voor de financiering van de dienst. Er ligt een robuust document, dat inmiddels door het bestuur is goedgekeurd. De vanuit dit GUK voortvloeiende uitvoeringsplannen zijn echter verre van gereed, en kunnen daarmee (nog) geen bouwsteen vormen voor de berekening van de benodigde financiering.

In navolging op de adviezen uit het rapport van de commissie van Aartsen over de robuustheid van het VTH-stelsel is het Interbestuurlijke Programma (IBP) VTH opgetuigd. Dit omvangrijke programma bestaat uit zes pijlers, waarbij in pijler 1 de financieringsmethodiek van omgevingsdiensten één van de onderdelen is. Dit onderwerp is gezien de huidige diversiteit aan financieringsmethodieken landelijk en de bestuurlijke aandacht een ingewikkeld proces. De uiteindelijke keuze voor een methodiek is ook voor de OMWB een belangrijke bouwsteen. Op korte termijn is er echter nog geen duidelijkheid.       

De Omgevingswet is na een lange voorbereidingsperiode per 1 januari 2024 realiteit. Eén belangrijk onderdeel van deze nieuwe realiteit voor de financiering is de wijziging van inrichting naar Milieu Belastende Activiteit (MBA). Voor een deel van de MWB norm 2.0 baseren we ons op inrichtingen. Een begrip dat voor een groot deel van de bedrijven vervalt. Het omzetten van inrichtingen naar MBA's vergt veel tijd. Niet alleen vanwege de hoeveelheid inrichtingen, maar ook omdat er per inrichting sprake kan zijn van meerdere MBA's. Tegelijkertijd zien we dat een behoorlijk aantal bedrijven (2000 stuks) per 1 januari basistaak bedrijf zijn geworden en meegenomen moeten worden in de MWB norm.   

Voor de begroting 2025 blijft de MWB norm 2.0 een belangrijke basis van delen van de financiering van de dienst. We gaan met deelnemers in overleg zodra er meer duidelijkheid is over bovenstaande onderwerpen, en de (financiële) gevolgen voor de dienst en haar deelnemers. We willen echter nu al aangeven dat gezien de huidige landelijke discussies en inhoudelijke complexiteit er rekening mee gehouden moet worden dat de MWB norm 2.0 voor de komende jaren nog een rol blijft spelen.         

Maatregelen span of support

Terug naar navigatie - Maatregelen span of support

De dynamiek van inhoudelijke en landelijke ontwikkelingen is groot. We zien een toename aan diversiteit en hoeveelheid van taken die bij de OMWB belegd worden, de werkprogramma's blijven groeien. We voorzien daarnaast dat de resultaten van het Interbestuurlijk programma in 2024 gepresenteerd worden, en dat gaat consequenties hebben voor onze organisatie. Op het gebied van onder andere financiering, (landelijke) dataverzameling en handhaving zullen extra inspanningen nodig zijn. Tegelijkertijd is het behouden van personeel een uitdaging voor alle organisaties, ook voor de OMWB. Naast bovenstaande lukt het ons niet goed om het werkprogramma te halen. Hiervoor zijn allerlei oorzaken. Eén daarvan is een tekort aan personeel. We zijn genoodzaakt om extra medewerkers aan te nemen om zo de afgesproken werkprogramma’s te halen. Dit alles vergt meer inspanning op het gebied van sturing van de organisatie. 

De huidige span of control bij de afdeling uitvoering is groot. Iedere hiërarchisch leidinggevende geeft op dit moment leiding aan 40 tot 60 medewerkers. Landelijke benchmarks laten zien dat dit een (te) fors aantal medewerkers is. Gezien de mogelijke groei van de organisatie en de toegenomen complexiteit en de (te) grote teams willen we investeren in het verkleinen van de span of support. In 2024 worden voorstellen uitgewerkt. In de begroting nemen we een bedrag van  € 300.000 op voor te nemen maatregelen.   
 
Daarnaast willen we het cluster Strategie en Ontwikkeling versterken. Zoals reeds aangegeven, is de toename van de hoeveelheid inhoudelijke onderwerpen fors. Om deze ontwikkelingen beter te schetsen en te duiden is een investering in menskracht noodzakelijk. We nemen een bedrag op van € 75.000 om zo het cluster te verstevigen.