Uiteenzetting financiële positie

Op grond van het BBV dient in de begroting en jaarrekening een uiteenzetting van de financiële positie van de dienst opgenomen te worden. Hierna wordt zowel de geprognosticeerde balans gepresenteerd als inzicht in verwachte investeringen en gehanteerde afschrijvingstermijnen. Ook wordt het verloop van de reserves weergegeven. In bijlage 2 is het overzicht per taakveld opgenomen.

Geprognosticeerde balans

Terug naar navigatie - Geprognosticeerde balans

In onderstaand overzicht is de geprognosticeerde begin- en eindbalans weergegeven voor zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming. In deze meerjarige geprognosticeerde balans is primair uitgegaan van bestaand beleid, aangevuld met verwachte (vervangings)investeringen.

Activa Bedragen x € 1.000 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Materiële vaste activa 2.821 2.331 1.880 1.447
Totaal vaste activa 2.821 2.331 1.880 1.447
 
Vorderingen op openbare lichamen 887 887 887 887
Uitzettingen rijksschatkist 8.112 8.112 8.112 8.112
Uitzettingen met looptijd < 1 jaar 8.999 8.999 8.999 8.999
 
Liquide middelen (banksaldi) 161 161 161 161
 
Overige en overlopende vlottende activa 4.139 4.312 4.470 4.635
 
TOTAAL ACTIVA 16.120 15.803 15.510 15.241

 

Passiva Bedragen x € 1.000 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Algemene reserve 2.492 2.492 2.492 2.492
Bestemmingsreserve meetstations 929 919 959 1.000
Resultaat boekjaar vóór bestemming - - - -
Eigen vermogen 3.421 3.411 3.451 3.492
 
Voorzieningen 1.344 1.344 1.344 1.344
 
Vaste schulden - - - -
 
Vlottende schulden < 1 jaar 453 453 453 453
 
Overlopende passiva 10.903 10.594 10.262 9.953
 
TOTAAL PASSIVA 16.120 15.803 15.510 15.241

(Vervangings-)investeringen 2025

Terug naar navigatie - Vervangingsinvesterings

In 2025 zal  een investering in huisvesting plaatsvinden van € 2.000.000.  Deze investering betreft de inrichting van de werkplekken. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het onderdeel 'Bedrijfsvoering' in de paragraaf 'Stategische agenda'. Het uitgangspunt is dat het Algemeen Bestuur met het vaststellen van de Begroting 2025 goedkeuring verleent aan het onderstaande overzicht van (vervangings-)investeringen. 

Het resterende investeringskrediet van 2023 (in totaal € 847.000) is toegevoegd aan de voorgenomen investeringen in 2024. In de Begroting 2024 was reeds € 100.000 opgenomen, € 50.000 bij ‘Huisvesting’ en € 50.000 bij ‘Automatisering’. Bij het vaststellen van de begroting 2024 is reeds toestemming verleend voor deze voorgenomen investeringen. 

Investeringen Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028
Huisvesting 201 2.000 - - -
Automatisering 59 - - - -
Communicatiemiddelen 6 - - - -
Wagenpark 226 - - - -
Technische apparatuur 455 - 75 - -
Totaal 947 2.000 75 - -

Bij vervanging van activa wordt nut en noodzaak afgewogen. Niet altijd kan vervanging plaatsvinden tegen de geraamde aanschafwaarden, wat betekent dat de werkelijke lasten kunnen afwijken van de in de tabel opgenomen bedragen. Substantiële afwijkingen melden we bij de bestuursrapportages.

Voor activering van investeringen wordt vanaf 2022 een ondergrens van € 1.000 (was voorheen € 10.000) gehanteerd. Vervangingen of aanschaffingen onder deze grens verantwoorden we in de exploitatie. Met het vaststellen van de begroting worden ook de vermelde afschrijvingstermijnen voor investeringen vastgesteld. De afschrijvingen vinden - eveneens vanaf 2022 - plaats bij ingebruikname van het actief (was het jaar volgend op activering). Het financiële beleid is overeenkomstig aangepast.

Afschrijvingstermijnen

Terug naar navigatie - Afschrijvingstermijn

Met ingang van 2025 vindt er een herziening plaats van de gehanteerde afschrijvingstermijn van technische apparatuur. Deze wordt gewijzigd om een betere aansluiting tussen economische en technische levensduur te realiseren. In de praktijk blijkt dat de gebruiksduur van de betreffende apparatuur circa 5 jaar is in plaats van 15 jaar waar voorheen mee gerekend werd. In 2025 vindt er een inhaalafschrijving (€ 196.000) plaats op de technische apparatuur die voor 2025 reeds aanwezig was. De inhaalafschrijving is verwerkt in de afschrijvingen van het primair proces. Van de inhaalafschrijving heeft € 179.000 betrekking op afschrijvingen op meetstations. Dit bedrag wordt ten laste van de reserve meetstations gebracht.  

Door de herziening van de afschrijvingstermijn van technische apparatuur zijn de afschrijvingskosten van technische apparatuur in 2025 € 75.000 hoger dan zonder deze herziening. 

Bij investeringen worden vanaf 2025 de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd:

Tabel met de gehanteerde afschrijvingstermijnen Jaren
Huisvesting 10
Automatisering 5
Communicatiemiddelen 3
Wagenpark 7
Technische apparatuur 5

Staat van reserves

Terug naar navigatie - Staat van reserves

Het verwachte verloop van de reserves is als volgt:

Staat van reserves 2025 - 2028 Bedragen x € 1.000  Algemene Reserve Reserve Meetstations
Stand per 1-1-2025 2.492 1.147
Mutatie 2025 - -218
Stand per 1-1-2026 2.492 929
Mutatie 2026 - -9
Stand per 1-1-2027 2.492 919
Mutatie 2027 - 39
Stand per 1-1-2028 2.492 959
Mutatie 2028 - 41
Stand per 1-1-2029 2.492 1.000

Algemene reserve 
De stand van de Algemene Reserve bedraagt per 1-1-2025 € 2.492.000 (na resultaatbestemming 2023).

Reserve Meetstations
De stand van de reserve meetstations bedraagt naar verwachting per 1-1-2025 € 1.147.000.

Het saldo van opbrengsten en kosten van de meetstations wordt per jaareinde toegevoegd (bij een positief saldo) of onttrokken (bij een negatief saldo) aan de reserve. In 2025 en 2026 neemt het saldo af door de inhaalafschrijving en de gestegen afschrijvingslast door de herziene afschrijvingstermijn van technische apparatuur. De jaren daarna loopt dit saldo jaarlijks eerst nog op; daarna zal de reserve teruglopen en wordt een evenwicht in kosten en opbrengsten verwacht. Oorzaak hiervan is dat kosten als gevolg van investeringen pas in latere jaren via de afschrijvingen ten laste van de reserve worden gebracht.